Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

12 maart

Het gebed van Salomo

Vandaag

3 min. lezen

Als de hemel zal gesloten zijn, dat er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben; en zij in deze plaats bidden, en Uw Naam belijden, en van hun zonden zich bekeren zullen, als Gij hen geplaagd zult hebben, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden Uwer knechten en van Uw volk Israël.
2 Kronieken 6:26-27

De ergste staat waarin we kunnen verkeren, is dor te zijn en het niet te voelen: droog, slap en verdord te zijn en ons daar geen zorgen over te maken; niet te kreunen en niet te zuchten, hoewel de hemel gesloten is; geen brandend verlangen te hebben, hoewel dauw en regen worden tegengehouden. Zo’n toestand van de ziel is „nabij de dood” (Fil. 2:30). De eerste stap naar herstel is daarom dat we de droogte voelen.

Zo is het in de schepping. Hoe voelt alles wat leeft het uitblijven van regen en dauw! Hoe kijken plant en bloem, ja, de hele levende natuur, hemelwaarts in afwachting van de regenbuien! Zelfs de ruwe aarde, de levenloze kluiten, lijken te dorsten naar de flessen van de hemel. Hoeveel te meer waar er leven in de ziel is, waar de genade van God woont.

Om deze verdorde toestand te doorbreken moeten we om te beginnen belijden, bidden, smeken, zoeken en verlangen. Zoals Salomo zegt: „En als zij in deze plaats bidden”, dat is: in de tempel, het voorbeeld en zinnebeeld van de Heere Jezus Christus, „en Uw Naam belijden” (1 Kon. 8:35); dat wil zeggen: Uw recht en Uw gerechtigheid belijden, dat U de regen achterhoudt; „en van hun zonden zich bekeren”: hun afgoden verwerpen, hun rechteroog uitrukken, hun rechterarm afhakken, zich afkeren van hun zonden en die verachten en verafschuwen omdat ze verfoeilijk zijn in Gods ogen; „als Gij hen geplaagd zult hebben”; „dan”, wanneer U hen zover gebracht en dit door Uw genade in hun ziel gewerkt hebt, „hoor Gij dan uit de hemel”.

Hiermee wordt door deze ijzeren poorten heen gebroken. „En vergeef de zonden Uwer knechten”, die de hemel gesloten hadden, die de oorzaak waren dat regen en dauw werden achtergehouden. „Als Gij hun zult geleerd hebben de goeden weg”, de enige weg van gehoorzaamheid, „in dewelke zij wandelen zullen”; wanneer U deze genadige vruchten in hun ziel hebt voortgebracht, „geef” dan in Uw tedere barmhartigheid „regen op Uw land, dat Gij Uw volk tot een erfenis gegeven hebt”. Bedauw en bevochtig dan hun ziel en overgiet haar met de overvloedige regen van Uw genade.

Lezen: Leviticus 26:27-46

Aan de lezer…

Misschien zegt u, lezer: „Ik ben zo dor, en ik voel het zelfs nauwelijks meer.” Weet dan dat juist dit besef al een begin van herstel kan zijn. De ergste staat is dor te zijn en het niet te voelen, niet te zuchten, niet te kreunen. Maar als u met plant en bloem hemelwaarts kijkt en naar de regen dorst, dan is er leven, hoe zwak ook.

Laat dat dorsten u dan op de knieën brengen. Belijd Zijn gerechtigheid, dat Hij de regen achterhoudt; keer u af van wat in Zijn ogen verfoeilijk is; en bid in de tempel, dat is: zie alleen op de Heere Jezus Christus. Zo worden ijzeren poorten doorbroken. Hij Die u de goede weg leert, belooft ook regen op Zijn land. Wacht dan op Hem, totdat Hij uw verdorde ziel bedauwt en overgiet met de overvloedige regen van Zijn genade.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl