Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

12 oktober

Evangelische voorschriften

Vandaag

3 min. lezen

Looft de HEERE, roept Zijn Naam aan.
1 Kronieken 16:8

Jakob keerde onder merkwaardige omstandigheden naar zijn geboorteland terug (Gen. 32). Hoewel hij een kind van God was, was zijn verraad tegenover zijn broer Ezau niet ongemerkt aan de Heere voorbijgegaan en niet onbestraft gebleven. Nee, juist daarom, omdat hij een kind was, werd hij bestraft. En niet alleen dat: precies hetzelfde verraad dat hij zijn broer Ezau had aangedaan, werd hem dubbel en dwars in zijn eigen borst terugbetaald. De Heere liet toe dat Laban hem op zijn gevoeligste punt bedroog en hem bovendien voortdurend onderdrukte en bedroog. Na twintig jaar ontkomt hij op bevel van de Heere aan de harde onderdrukking van Laban en gaat hij op weg naar het land van zijn voorvaderen en zijn verwanten (Gen. 31:3).

Maar nadat hij op wonderbaarlijke wijze is gered van de wraak van Laban en de grenzen van Kanaän nadert, hoort hij tot zijn ontzetting dat zijn broer Ezau met vierhonderd man in de buurt is. De herinnering aan zijn vroegere verraad flitste door zijn geweten en vervulde hem onmiddellijk met de diepste angst en schrik dat zijn terecht kwade broer hem zou aanvallen, weerloos als hij was, en „de moeder met de zonen zou slaan”. Maar wat deed Jakob toen? Hij deed wat elk kind van God in zulke omstandigheden moet doen. Hij gaat en worstelt met de Heere.

We lezen dat hij „alleen gelaten was”. Hij liet niemand aanwezig zijn toen hij zijn ziel voor God uitstortte. Zo „keerde” Hizkia „zijn aangezicht om naar de wand”, toen hij het doodvonnis in zijn geweten voelde (Jes. 38:2). Zo stond Nehemia in stilte achter de koning, toen hij in het verborgen smeekte ten behoeve van Jeruzalem (Neh. 2:4). Zo lag Mozes aan de voeten van de Heere op het strand van de Rode Zee, toen hij lucht gaf aan het gekerm van zijn ziel, ongehoord door mensenoren. Zo verliet ook Hanna haar man en haar rivaal om in afzondering en verdriet haar ziel voor de Heere uit te storten (1 Sam. 1:9, 10, 15).

En zo „ging” de Man van smarten in de dagen van Zijn vlees „uit naar de berg om te bidden, en Hij bleef de nacht over in het gebed tot God” (Luk. 6:12). En Hij heeft, alleen en verlaten in de sombere hof van Gethsémané, „gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze” (Hebr. 5:7). Wat zijn dat zoete en bemoedigende voorbeelden, die levende zielen kunnen volgen!

Lezen: Genesis 32:9-32

Aan de lezer…

Ziet u, lezer, uw eigen Ezau naderen, met vierhonderd man achter zich? Komen oude zonden u weer voor de geest, en vreest u dat de gevolgen ervan u nu zullen treffen, terwijl u geheel weerloos staat? Zoek dan niet eerst de mensen, maar ga zoals Jakob alleen heen en worstel met de Heere. Hij laat zulke angsten niet zonder doel over Zijn kinderen komen; juist omdat u een kind bent, laat Hij u niet ongemoeid.

Zie hoe Hizkia zijn aangezicht naar de wand keerde, hoe Hanna haar ziel uitstortte in afzondering en verdriet, hoe Nehemia in stilte zuchtte. En zie bovenal op de Man van smarten, Die de nacht in het gebed tot God doorbracht en in Gethsémané met sterke roeping en tranen gebeden heeft. Hij kent de eenzame plaats van het gebed. Zoek die plaats op en stort uw ziel voor Hem uit. Hij is een God Die verhoort.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl