Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

12 december

Vandaag

4 min. lezen

Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts; opdat Ik Mijn liefhebbers doe beërven dat bestendig is, en Ik zal hun schatkameren vervullen.
Spreuken 8:20-21

Hoe komt het dat God Zijn volk laat beërven wat bestendig is? Doordat Hij hen leidt op de weg van de gerechtigheid, midden op de paden van het recht. Wanneer Hij hen allereerst op de weg van de gerechtigheid leidt, door Zijn heilige wet te ontsluiten, dan verdrijft die alle schaduwen. Wij hadden met grote inspanning kaf en hooi en stro en stoppels bijeengebracht, en leken wel op de man over wie in de Schrift gesproken wordt: hij droomde, en zie, hij at, maar toen hij wakker werd, was zijn ziel leeg.

Zo waren ook wij voortdurend bezig met schaduwen: met een naam dat wij leefden, met een vormelijke godsdienst, met een uiterlijk vertoon van godzaligheid, tevreden met enkele inzettingen en preken, en wij dachten dat dit alles ons zou beschutten op de dag van de toorn. Dat waren maar schaduwen, niet méér waard om onze ziel te redden van de toekomende toorn dan de schaduw van een berg bij het opkomen van de zon. Maar toen de Heere ons begon te leiden op de weg van de gerechtigheid, begonnen de schaduwen te wijken. Toen was er iets nodig om de gunst van God te verkrijgen, iets waardoor de ziel kon ontkomen aan de doordringende ogen die door alles heen zagen; en de ziel begon uit te zien naar iets bestendigs, naar werkelijkheden.

Er was behoefte aan een stem van de Heere in ons binnenste, een getuigenis van Zijn eeuwige gunst en een bewijs van Zijn liefde. Er was iets bestendigs nodig. De ziel begon te hongeren en te dorsten naar gerechtigheid, te reikhalzen en te verlangen naar de openbaring van de liefde van Jezus, en was rusteloos, ontevreden en moe van alles wat niet het werk en het getuigenis van de Heilige Geest was. Wanneer de mond gestopt is en de ziel schuldig is geworden voor God, dan heeft zij verzoening, vrede, genade, bloed en liefde nodig. Niets anders kan haar bevredigen, en daarnaar verlangt zij met een onuitsprekelijk verlangen.

Wanneer Jezus Zijn volk nu leidt op de weg van de gerechtigheid, door hun Zijn heerlijke gerechtigheid te laten zien, dan beginnen zij het bestendige te beërven waarnaar zij zo verlangd hebben. Onder de wet is er niets bestendigs; onder de wet wordt de ziel alleen voorbereid om het bestendige te ontvangen. Het is een leegmaken van de ziel, zodat zij vervuld kan worden; het is een ontkleden, zodat zij bekleed kan worden; het is een verwonden, zodat zij geheeld kan worden; het is een vernederen, zodat zij verhoogd kan worden. Maar wanneer Hij leidt op de weg van de gerechtigheid, op die wonderlijke weg waarop de ziel gerechtvaardigd wordt door Zijn toegepaste gerechtigheid, dan laat Hij haar beërven wat bestendig is, al hier op aarde, in de voorsmaken ervan, de beginselen, de eerstelingen, de eerste vruchten.

O, wat is een blote belijdenis van de godsdienst toch iets dromerigs en schaduwachtigs! En wat een verleidend bedrog is al het genoegen dat door de zonde verkregen wordt! Hoe naakt en bloot laat het de ziel achter, verwond, ontkleed en schuldig voor God. Wij hebben ons vaak genoegen beloofd in de zonde, en wat hebben wij gekregen? Alsem en gal. Al het verwachte genoegen verdween als rook, en toen het verdween, bleef er niets voor ons over dan schuld en schaamte.

Maar als de Heere ooit onze zielen koesterde door een zoete gemeenschap met Hem, als Hij ons ooit deed smelten aan Zijn voeten, als Hij ons ooit begunstigde door ons Zijn onderscheidende liefde mee te delen, dan was daarin „hetgeen bestendig is”. Daar was gewicht, daar was kracht, daar waren de voorsmaken en eerstelingen van de nooit eindigende eeuwigheid.

Aan de lezer…

Hoe vaak hebt ook u met grote moeite kaf en stro bijeengebracht, en gemeend dat een naam dat u leefde en een uiterlijk vertoon van godzaligheid u zouden beschutten op de dag van de toorn? Of hebt u genoegen gezocht in de zonde, en bleef er niets over dan alsem en gal, schuld en schaamte? Dan weet u hoe leeg de ziel wakker wordt uit zo’n droom.

Wees niet bang wanneer de Heere u de schaduwen afneemt. Het leegmaken gaat aan het vervullen vooraf, het ontkleden aan het bekleden, het verwonden aan het helen. Hij leidt Zijn volk niet op de weg van de gerechtigheid om hen leeg te laten, maar om hen te laten beërven wat bestendig is. Hongert u naar een stem van de Heere in uw binnenste, naar een getuigenis van Zijn liefde? Zo’n honger is geen schaduw; het is het begin van wat Hij belooft: „Ik zal hun schatkameren vervullen.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl