Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

2 min. lezen

Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, dewijl wij de broeders liefhebben.
1 Johannes 3:14

De kinderen van God hebben in hun eerste dagen al een zekere mate van hemelse liefde. Misschien kunnen zij niet zeggen dat Jezus hun eigendom is. Misschien durven zij niet te verklaren dat zij naar de hemel gaan wanneer zij sterven. Soms kunnen zij niet met zekerheid zeggen dat het werk van de genade werkelijk in hun ziel begonnen is. Toch is er in hen liefde openbaar geworden: liefde tot Gods Woord, liefde tot Gods volk, liefde tot Gods dienstknechten, liefde tot Gods waarheid. In hun zwakste en tederste dagen is er een afscheiding van de wereld, en gaat de tederheid van hun hart en hun genegenheid uit naar dat volk.

Goddelijke liefde vindt haar oorsprong alleen in het onderwijs en de werking van God in het hart. Ons „vleselijk gemoed is vijandschap tegen God”, niets dan meedogenloze, onverzoenlijke vijandschap. Maar wanneer het de Heere behaagt Zich in enige mate aan de ziel bekend te maken, wanneer het Hem behaagt de sluier van Zijn vriendelijk aangezicht een beetje op te lichten en Zijn genade en heerlijkheid aan hen te ontdekken, dan ontstaat de liefde onmiddellijk. Hij is zo’n beminnelijk Persoon! Zoals de bruid zegt: „Hij is geheel en al beminnelijk.”

Zijn schoonheid gaat alle schoonheid zo te boven, Zijn genade is zo rijk, Zijn barmhartigheid zo vrij, alles wat Hij is en heeft is zo onuitsprekelijk heerlijk, dat Hij Zijn beminnelijk aangezicht nauwelijks heeft ontbloot of Hij wint al de liefde van het hart. Hij neemt bezit van de boezem en brengt alle genegenheden van de ziel aan het licht, om die geheel en alleen in Zichzelf te verenigen.

Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen,
zal ’t schoonste lied van ene Koning zingen.
Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft,
is z’ als de pen van een die vaardig schrijft.
Beminlijk Vorst, uw schoonheid hoog te loven
gaat al het schoon der mensen ver te boven.
Gena is op uw lippen uitgestort,
des G’ eeuwiglijk van God gezegend wordt.

Ps. 45:1

Aan de lezer…

U die niet durft te zeggen dat Jezus uw eigendom is, en niet zeker weet dat het werk van de genade werkelijk in uw ziel begonnen is: ga eens stil bij uzelf na wat u liefhebt. Is er in u een liefde tot Gods Woord, tot Gods volk, tot Zijn dienstknechten en Zijn waarheid? Voelt u uw hart uitgaan naar wie de Heere vrezen, terwijl de wereld u steeds vreemder wordt? Zo’n liefde groeit niet uit een vleselijk gemoed, want dat is niets dan vijandschap tegen God.

Waar die liefde is, daar heeft de Heere Zich in enige mate bekendgemaakt en de sluier van Zijn vriendelijk aangezicht een beetje opgelicht. Veracht daarom die zwakke en tedere beginselen niet. Zij zijn een teken dat u overgegaan bent uit de dood in het leven. Zoek dan meer van Hem, Die geheel en al beminnelijk is, totdat Hij alle genegenheden van uw hart geheel en alleen in Zichzelf verenigt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl