10 juni
En hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
1 Korinthe 3:13
Onder het vuur dat eens iegelijks werk zal beproeven, verstaat men niet alleen de toorn Gods, zoals deze zich openbaren zal ten laatsten dage, maar ook de vurige beproeving die in dit leven plaatsvindt en die de Heere in Zijn grote barmhartigheid Zijn volk doet ontmoeten, om hun hout, hooi en stoppelen te doen verteren. Nu is het een onuitsprekelijk voorrecht als al dit brandbaar materiaal verbrand wordt eer wij op ons doodbed komen. Deze vurige beproevingen, die God ons doet ontmoeten door verdrukkingen, verzoekingen, smartelijke ervaringen en pijnlijke zielsoefeningen, zullen het hout, het hooi en de stoppelen, die deze of gene van Zijn volk heeft bijeenverzameld tot de bovenbouw, doen verbranden.
Schuld die drukt op iemands consciëntie; de verschrikkingen des Almachtigen in een vurige wet; de pijlen die diep in het hart treffen, wier vurig venijn de geest uitdroogt; de vrees van dood, hel en oordeel, benevens de vreselijke gevolgtrekkingen van te zullen sterven onder de toorn Gods — deze alle zijn een deel van de vurige beproeving die het hout, het hooi en de stoppelen, door de Babelbouwers op het fundament gelegd, zal verbranden. Deze alle verteren tot zwarte as voor het vuur en tonen klaar wat zij zijn en wat een ijdele toevlucht zij verschaffen in de dagen van moeite en kommer.
Wat zal dan staande kunnen blijven in de vurige beproeving? Het geloof dat de Heere door Zijn Geest heeft ingeplant, dus het werk van God in de ziel. Laat het zwak zijn, maar het zal beproefd worden; het moge somtijds schijnen dat het nauwelijks zal staande blijven, doch het zal elke storm trotseren en ten laatste triomferen. Een goede hoop door genade, een hoop die de Heere Zelf schenkt en onderhoudt, zij is als een welbeproefd anker dat het zal uithouden in de storm. Zij is als het goud en zilver dat de heetste oven kan verdragen. Het verliest daarin wel het schuim, maar niet de zuivere bestanddelen, terwijl het door de beproeving niet anders dan gelouterd en gereinigd wordt en des te meer bewijst dat het een edel metaal is.
Zo ook kunnen deze „kostelijke stenen” (1 Kor. 3:12) — deze hemelse bezoeken, zoete openbaringen, dierbare beloften, vertroostende ontdekkingen en heerlijke openbaringen van de Zoon van God, met de toeknikjes van Zijn stervende, bloedende liefde, deze hemelse juwelen — nooit verloren gaan of verbrand worden. Zij mogen beproefd, ja scherp en hevig beproefd worden, maar daar zij Gods gave en werk zijn, zijn zij wezenlijk onverwoestbaar.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u door het vuur gaat: verdrukkingen, verzoekingen, een schuld die drukt op uw consciëntie, de vrees van dood en oordeel. Het is pijnlijk, en ik maak het niet mooier dan het is. Maar ik noem het toch een onuitsprekelijk voorrecht, wanneer het hout, het hooi en de stoppelen al verbranden vóór het sterfbed. Wat nu tot as wordt, was nooit een veilige toevlucht.
Vrees echter niet dat alles verteert. Het geloof dat de Heere door Zijn Geest heeft ingeplant, zal staande blijven, hoe zwak het ook is. Een goede hoop door genade is als goud in de oven: het verliest wel zijn schuim, maar niets van zijn waarde. En die kostelijke stenen, de bezoeken van Zijn liefde, de beloften die Hij u eens toesprak, die kunnen nooit verbranden. Het zijn Zijn gaven, en wat Hij geeft, gaat niet verloren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.
1 Korinthe 3:13
Onder het vuur dat ieders werk zal beproeven, verstaat men niet alleen de toorn van God zoals die zich op de laatste dag zal openbaren, maar ook de vurige beproeving in dit leven. Die laat de Heere in Zijn grote barmhartigheid over Zijn volk komen, om hun hout, hooi en stoppels te laten verteren. Het is nu een onuitsprekelijk voorrecht als al dit brandbare materiaal verbrand wordt voordat wij op ons sterfbed komen. Deze vurige beproevingen, die God over ons laat komen door verdrukkingen, verzoekingen, smartelijke ervaringen en pijnlijke zielsoefeningen, zullen het hout, het hooi en de stoppels verbranden die de een of ander van Zijn volk voor de bovenbouw heeft verzameld.
Schuld die op iemands geweten drukt; de verschrikkingen van de Almachtige in een vurige wet; de pijlen die diep in het hart treffen en waarvan het vurige gif de geest uitdroogt; de vrees voor dood, hel en oordeel, samen met de vreselijke gedachte te zullen sterven onder de toorn van God: dit alles hoort bij de vurige beproeving die het hout, het hooi en de stoppels zal verbranden die de Babelbouwers op het fundament gelegd hebben. Dit alles verteert voor het vuur tot zwarte as. Zo wordt duidelijk wat het is en wat een ijdele toevlucht het biedt in dagen van moeite en zorg.
Wat zal er dan staande kunnen blijven in de vurige beproeving? Het geloof dat de Heere door Zijn Geest heeft ingeplant, dus het werk van God in de ziel. Het mag zwak zijn, maar het zal beproefd worden. Het mag soms lijken alsof het nauwelijks staande zal blijven, maar het zal elke storm doorstaan en ten slotte overwinnen. Een goede hoop door genade, een hoop die de Heere Zelf schenkt en onderhoudt, is als een goed beproefd anker dat het in de storm zal uithouden. Zij is als goud en zilver dat de heetste oven kan verdragen. Het verliest daarin wel het schuim, maar niet de zuivere bestanddelen; door de beproeving wordt het alleen maar gelouterd en gereinigd, en het bewijst des te meer dat het een edel metaal is.
Zo kunnen ook deze „kostelijke stenen” (1 Kor. 3:12) nooit verloren gaan of verbranden: deze hemelse bezoeken, zoete openbaringen, dierbare beloften, vertroostende ontdekkingen en heerlijke openbaringen van de Zoon van God, met de blikken van Zijn stervende, bloedende liefde, deze hemelse juwelen. Zij mogen beproefd worden, ja scherp en hevig beproefd, maar omdat zij Gods gave en werk zijn, zijn zij in wezen onverwoestbaar.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u door het vuur gaat: verdrukkingen, verzoekingen, een schuld die op uw geweten drukt, de vrees voor dood en oordeel. Het is pijnlijk, en ik maak het niet mooier dan het is. Maar ik noem het toch een onuitsprekelijk voorrecht wanneer het hout, het hooi en de stoppels al verbranden vóór het sterfbed. Wat nu tot as wordt, was nooit een veilige toevlucht.
Vrees echter niet dat alles verteert. Het geloof dat de Heere door Zijn Geest heeft ingeplant, zal staande blijven, hoe zwak het ook is. Een goede hoop door genade is als goud in de oven: het verliest wel zijn schuim, maar niets van zijn waarde. En die kostelijke stenen, de bezoeken van Zijn liefde, de beloften die Hij u eens toesprak, kunnen nooit verbranden. Het zijn Zijn gaven, en wat Hij geeft, gaat niet verloren.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And the fire shall try every man’s work of what sort it is.
1 Corinthians 3:13
The fire which is to prove every man’s work of what sort it is, is not merely God’s wrath as manifested at the last day; but His fire as significative of the fiery trial which takes place in this life, and which God mercifully brings upon His people to burn up their wood, hay, and stubble. Now it is an inestimable mercy to have all this combustible material burnt up before we come to a death-bed. Fiery trials, such as God sends through afflictions, temptations, distressing feelings, and painful soul exercises, will burn up the wood, hay, and stubble which any of His saints may have gathered up as a superstructure.
Guilt pressing upon a man’s conscience; the terrors of the Almighty in a fiery law; His arrows deeply fixed in the breast and drying up the spirit; fears of death, hell, and judgment; and the terrible consequences of dying under the wrath of God; all these are a part of the fiery trial which burns up the wood, hay, and stubble heaped by Babel builders on the foundation. All sink into black ashes before this fire, which proves what they are, and what a vain refuge they afford in the day of trouble.
What then stands the fiery trial? God’s work upon the soul, the faith that He implants by His own Spirit. It may be weak; it must be tried; it may seem at times scarcely to exist; and yet being of God, it stands every storm, and lives at last. A good hope through grace, a hope of God’s own communicating and maintaining—like a well-tried anchor, this will stand the storm; like gold and silver, this will bear the hottest furnace; lose its dross, but not lose the pure material, but be refined, purified, and manifested all the more as genuine metal.
So, also, these “precious stones” (1 Cor. 3:12), these heavenly visits, sweet manifestations, blessed promises, comforting discoveries, and gracious revelations of the Son of God, with the whispers of His dying, bleeding love—these heavenly jewels can never be lost and never be burnt up. They may be tried, and that keenly and sharply, but being of God’s gift and operation, they are essentially indestructible.
To the reader…
It may be that you are passing through the fire: afflictions, temptations, a guilt that presses on your conscience, the fear of death and judgment. It is painful, and I will not make it look better than it is. Yet I still call it an inestimable mercy when the wood, hay and stubble are burnt up before the deathbed. What now turns to ashes was never a safe refuge.
But do not fear that everything will be consumed. The faith that the Lord has planted by His Spirit will stand, however weak it may be. A good hope through grace is like gold in the furnace: it does lose its dross, but nothing of its worth. And those precious stones, the visits of His love, the promises He once spoke to you, can never be burnt up. They are His gifts, and what He gives is never lost.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y la obra de cada uno, cuál sea, el fuego hará la prueba.
1 Corintios 3:13
El fuego que ha de probar cuál sea la obra de cada uno no es meramente la ira de Dios tal como se manifestará en el día postrero; sino Su fuego como figura de la prueba de fuego que tiene lugar en esta vida, y que Dios en Su misericordia trae sobre Su pueblo para quemar su madera, heno y hojarasca. Ahora bien, es una misericordia inestimable que todo este material combustible sea quemado antes de llegar al lecho de muerte. Las pruebas de fuego, como las que Dios envía mediante aflicciones, tentaciones, sentimientos angustiosos y dolorosos ejercicios del alma, quemarán la madera, el heno y la hojarasca que cualquiera de Sus santos haya juntado como sobreedificación.
La culpa que oprime la conciencia de un hombre; los terrores del Todopoderoso en una ley de fuego; Sus saetas clavadas hondamente en el pecho, secando el espíritu; los temores de la muerte, del infierno y del juicio; y las terribles consecuencias de morir bajo la ira de Dios: todo esto forma parte de la prueba de fuego que quema la madera, el heno y la hojarasca amontonados sobre el fundamento por los edificadores de Babel. Todo se hunde en negras cenizas ante este fuego, que prueba lo que son y qué vano refugio ofrecen en el día de la angustia.
¿Qué es, entonces, lo que resiste la prueba de fuego? La obra de Dios en el alma, la fe que Él implanta por Su propio Espíritu. Puede ser débil; tiene que ser probada; a veces puede parecer que apenas existe; y sin embargo, siendo de Dios, resiste toda tormenta y vive al final. Una buena esperanza por gracia, una esperanza que Dios mismo comunica y mantiene, como un ancla bien probada, resistirá la tormenta; como el oro y la plata, soportará el horno más ardiente; perderá su escoria, pero no el material puro, sino que será refinada, purificada y manifestada tanto más como metal genuino.
Así también estas “piedras preciosas” (1 Co. 3:12), estas visitas celestiales, dulces manifestaciones, benditas promesas, descubrimientos consoladores y revelaciones llenas de gracia del Hijo de Dios, con los susurros de Su amor agonizante y sangrante: estas joyas celestiales nunca pueden perderse ni ser quemadas. Pueden ser probadas, y eso de forma aguda y severa, pero siendo don y obra de Dios, son en esencia indestructibles.
Al lector…
Puede que usted esté pasando por el fuego: aflicciones, tentaciones, una culpa que oprime su conciencia, el temor de la muerte y del juicio. Es doloroso, y no lo haré parecer mejor de lo que es. Aun así, lo llamo una misericordia inestimable que la madera, el heno y la hojarasca sean quemados antes del lecho de muerte. Lo que ahora se convierte en ceniza nunca fue un refugio seguro.
Pero no tema que todo vaya a ser consumido. La fe que el Señor ha plantado por Su Espíritu resistirá, por débil que sea. Una buena esperanza por gracia es como el oro en el horno: pierde su escoria, sí, pero nada de su valor. Y esas piedras preciosas, las visitas de Su amor, las promesas que Él le habló una vez, nunca pueden ser quemadas. Son Sus dones, y lo que Él da nunca se pierde.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl