Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

10 april

Vandaag

3 min. lezen

Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die niet ingaat door de deur in de stal der schapen, maar van elders inklimt, die is een dief en moordenaar.
Johannes 10:1

Hier zijn drie kenmerken waaraan u kunt weten of u door het geloof in de stal der schapen bent ingegaan. Ten eerste: hebt u enig bewijs dat u in de Heere Jezus Christus verlost bent met een eeuwige verlossing? Ten tweede: kent u bij bevinding iets van een zalige en heilige vrijmoedigheid en vrijheid om in de hemelse schaapskooi in en uit te gaan? Ten derde: hebt u weide gevonden? Hebt u soms weide gevonden in de inzettingen van Gods huis, soms in de geheiligde waarheden van het Evangelie, wanneer u het Woord der waarheid leest of hoort, en vooral wanneer u door het geloof deel had aan het vlees en bloed van het Lam?

Er kunnen mensen zijn die duidelijk zien dat Christus de deur is, en die er volledig van overtuigd zijn dat er geen andere weg is om de stal binnen te gaan dan door Hem. Toch lijkt het hun dat zij persoonlijk en bevindelijk niet zijn ingegaan, zodat zij zich daarover niet kunnen verblijden. Maar bent u nooit ingegaan door hoop of verwachting? En hoe zou u door hoop hebben kunnen ingaan, tenzij er iets in u is wat u uzelf niet geven kunt, namelijk dat u een zegen van God verwachtte? Tenzij u een kruimeltje levend geloof bezit, waardoor u, hoewel het op dit moment zwak in oefening is, toch een zekere overtuiging lijkt te hebben van de zoetheid van de zegeningen van het Evangelie?

Hoe verschillend is deze staat van de ziel van de staat van hen die brutaal en vermetel over de muur klimmen, of die de ladder van eigengerechtigheid gebruiken en zichzelf op de een of andere manier helpen! Hoeveel beter is het dan om in ware vernedering aan de poort te blijven liggen, ziend op Jezus, verlangend om in te gaan, en Hem smekend de deur te openen en u toegang te geven, dan om u brutaal en vermetel naar binnen te dringen. Hoe verschillend is deze nederige, afhankelijke staat van de ziel, die zichzelf verfoeit, van de eigengerechtigheid aan de ene kant en de brutale onbeschaamdheid aan de andere kant!

Er is alles om het zwakke, vreesachtige deel van de kudde te bemoedigen om de stal binnen te gaan. Voor hen opent de Heere Jezus Zijn armen wijd, en Hij spreekt in hun hart en oren: „Ik ben de deur, gaat in door Mij en door geen andere weg. Door Mij is er toegang tot God, want Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven! Indien gij door Mij ingaat, zult gij verlost worden van al uw benauwdheid en vrees, beide ten opzichte van dit en het toekomende leven. Gij zult vrijelijk in- en uitgaan en weide vinden, nederliggende en u voedende op Mijn Goddelijk Persoon, Mijn vlees en bloed op aarde, als voorsmaakjes van Mij eeuwig te zullen genieten in de gewesten der eeuwige zaligheid daarboven.”

Aan de lezer…

Ziet u wel dat Christus de deur is, maar durft u niet te zeggen dat u zelf bent ingegaan? Staat u als het ware aan de poort, verlangend en vrezend tegelijk? Vraag u dan eens eerlijk af of u nooit bent ingegaan door hoop of verwachting. Dat u een zegen van God verwacht, hebt u uzelf niet gegeven; het is een kruimeltje levend geloof, al is het op dit moment zwak in oefening.

Veracht dat kleine niet. Het is oneindig veel beter om in ware vernedering aan de poort te liggen, ziend op Jezus en smekend dat Hij de deur opent, dan brutaal over de muur te klimmen langs de ladder van eigengerechtigheid. Juist voor het zwakke, vreesachtige deel van de kudde opent Hij Zijn armen wijd en zegt: „Ik ben de deur, gaat in door Mij.” Wie door Hem ingaat, zal vrij in- en uitgaan, verlost worden van benauwdheid en vrees, en weide vinden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl