Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

2 min. lezen

Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste!
Jesaja 54:11

De Heere vergelijkt Zijn strijdende Kerk hier met een schip op zee onder een ruwe hemel. Het kampt met stormen en wordt door tegenwind uit de koers gedreven, zoals bij Paulus op de Adriatische Zee, en het weet niet of het ooit de haven weer zal bereiken. Wat een beeld van een ziel die door stormen wordt voortgedreven! Zon en sterren zijn achter wolken verborgen, het kompas is verloren, de kaarten zijn onbruikbaar, de stuurman is afwezig, en de branding ligt voor de boeg!

Velen, heel velen van Gods lieve kinderen worden zo „door onweders voortgedreven”. Sommigen door een onweer van twijfel en vrees, anderen door een onweer van lusten en verdorvenheid, weer anderen door een onweer van weerspannigheid en ontevredenheid, en nog anderen door een onweer van schuld en moedeloosheid, of van sombere voortekenen en droevige vrees. Zo drijven zij uit hun koers. Hun zon en sterren zijn verduisterd en er zijn geen duidelijke aanwijzingen. Boven is het donker, onder hen woelt de zee. Er is geen haven in zicht, en de hoop om de verlangde haven te bereiken is bijna helemaal vervlogen.

Maar verder wordt er van Sion gezegd dat zij „ongetroost” is. Dat betekent dat zij troost niet ontvangt van, en er ook niet vatbaar voor is vanuit iemand anders dan God. Dat beschouw ik als een zeker bewijs van een werk van genade in de ziel. Wanneer iemand in zijn gevoel zo benauwd is, in zijn geest zo neergedrukt en in zijn geweten zo verontrust, dat God alleen hem kan troosten, dan lijken we ineens op het spoor van de Geest te zijn. Op die weg vindt men geen huichelaars.

Valse belijders kunnen gemakkelijk getroost worden. Zij kunnen stelen wat God niet geeft, en zich toe-eigenen wat Hij hun niet schenkt. Maar het eigen kenmerk van Sion is dat zij „ongetroost” is: haar wonden zijn te diep voor menselijke balsem, haar ziekte is te zwaar voor de medicijnen van het schepsel. God heeft haar troost in Zijn eigen handen bewaard; alleen van Zijn lippen kan troost in haar ziel neerdalen.

Ik dacht in mijn verdriet te smoren.
Dies riep ik: „Heer, Gij zijt mijn God!
Neem mijne smekingen ter oren,
verzacht in ’t eind mijn droevig lot!”

Ps. 140:6

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u bent als dat schip op zee: door onweer voortgedreven, uit uw koers geslagen, zon en sterren verduisterd en geen haven in zicht. Misschien is het bij u een storm van twijfel en vrees, misschien een storm van schuld of van eigen verdorvenheid. En wat het zwaarst valt: niemand kan u troosten. Wat anderen zeggen, glijdt langs uw wonden af; menselijke balsem helpt niet.

Wanhoop daar niet over. Het is juist een zeker bewijs van een werk van genade wanneer God alleen u kan troosten. Huichelaars troosten zichzelf gemakkelijk, maar Sion wacht op de troost die van Zijn lippen moet komen. Hij heeft die troost in Zijn eigen handen bewaard, en Hij bewaart haar niet om haar te weigeren. Roep dan met de psalmist: „Heer, Gij zijt mijn God!” Hij alleen kan Zijn verdrukte, ongetrooste kinderen troosten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl