Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

2 min. lezen

Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik ze voeren.
Jeremia 31:9

Pas wanneer het God behaagd heeft de Geest van de genade en van de smekingen over ons uit te storten, kunnen wij Hem aanbidden zoals het behoort. Want God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in Geest en in waarheid. Ook kunnen wij zonder deze Geest niet de geestelijke offerande brengen die alleen door Hem, door Jezus Christus, kan worden aangenomen. Wanneer die Geest eenmaal gegeven en in het hart van een gelovige ontstoken is, kan Hij nooit worden uitgedoofd. Het is zoals met het vuur op het koperen altaar, dat eerst door de Heere Zelf uit de hemel gegeven werd, en waarover God Zelf dit gebod gaf: „Het vuur zal geduriglijk op het altaar brandende gehouden worden; het zal niet uitgeblust worden” (Lev. 6:13). Dit vuur mocht verflauwen en het mocht bedekt raken met de as van de offerande, maar het mocht nooit uitgaan door gebrek aan brandstof.

Zo kan het soms ook bij u zijn, alsof er nauwelijks een Geest van het gebed in uw boezem is. Soms kunt u zich zo volkomen ontbloot voelen van de Geest van het gebed en de smekingen, alsof u Zijn levende bewegingen en werkingen nooit gevoeld hebt. Maar door omstandigheden zult u Hem weer voelen ontwaken. U zult in bijzondere beproevingen gebracht worden, waarin u nergens anders uitkomst kunt vinden dan voor de troon van de genade. Of God zal in Zijn ontfermende genade Zijn eigen genadige Geest over uw ziel blazen en door Zijn levendmakende adem dat vuur doen opflikkeren. Ik wil niet zeggen ontbranden, want het was niet uitgedoofd: dat heilige vuur dat onder de as van de verdorvenheid begraven leek, die inwendige geest van het gebed die Hij u bij uw wedergeboorte gaf, en die nooit zal ophouden totdat hij verandert in eeuwige lof.

Aanbidt Hem need’rig al uw leven,
Hem, die in ’t heiligdom verheven,
een godd’lijk licht van zich verspreidt.
Leer, aarde, voor zijn majesteit,
leer voor zijn aangezichte beven!

Ps. 96:6

Aan de lezer…

Bestreden ziel, kent u die tijden waarin het lijkt alsof er geen gebed meer in u is? U knielt neer, maar uw hart is dor; u wilt roepen, maar er komt geen zucht. Dan vreest u dat de Geest van de genade en de smekingen van u geweken is, en dat het nooit echt geweest is. Ik ken die gestalte en spreek er eerlijk over: soms is het alsof het vuur helemaal is uitgegaan.

Maar het vuur op het altaar mocht verflauwen en onder de as bedekt raken; uitgaan mocht het nooit. Zo is het ook met de geest van het gebed die God Zelf in het hart van Zijn kind ontstoken heeft. Hij kan u door beproevingen opnieuw naar de troon van de genade drijven, of in Zijn ontferming met Zijn levendmakende adem het vuur doen opflikkeren. Wanhoop dus niet om uw dorheid. Hij Die u leerde smeken, laat Zijn werk niet varen. Hij zal u met geween en smekingen voeren, totdat het gebed verandert in eeuwige lof.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl