1 februari
Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik ze voeren.
Jeremia 31:9
Niet voordat het Gode behaagd heeft de Geest der genade en smekingen op ons uit te storten, kunnen wij Hem naar eis aanbidden; want God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in Geest en in waarheid; ook kunnen wij zonder deze Geest die geestelijke offerande niet brengen, die door Hem, door Jezus Christus alleen kan worden aangenomen. Wanneer die Geest eenmaal gegeven en ontstoken is in het hart van een gelovige, kan Hij nooit worden uitgedoofd. Het is zoals het vuur op het koperen altaar, dat eerst door de Heere zelf van de hemel gegeven werd, en waaromtrent God zelf dat gebod gaf: „Het vuur zal geduriglijk op het altaar brandende gehouden worden; het zal niet uitgeblust worden” (Lev. 6:13). Dit vuur mocht verflauwen; het mocht bedekt worden met de as der offerande, maar nooit mocht het uitgaan door gebrek aan brandstof.
Zo kan het ook soms bij u zijn, als ware er nauwelijks een Geest des gebeds in uw boezem, en soms kunt u u zo geheel ontbloot vinden van de Geest des gebeds en der smekingen, als had u nooit Zijn levende bewegingen en werkingen gevoeld. Maar door omstandigheden zult u Hem weer voelen ontwaken. U zult gebracht worden onder eigenaardige beproevingen, waaronder u geen andere uitkomst kunt vinden dan voor de troon der genade; of God zal in Zijn ontfermende genade Zijn eigen genadige Geest op uw ziel blazen, en door Zijn levendmakende adem dat vuur doen opflikkeren; ik wil niet zeggen ontbranden, want het was niet uitgedoofd, dat heilige vuur, hetwelk onder de as van de verdorvenheid scheen begraven, die inwendige geest des gebeds, die Hij u gaf bij uw wedergeboorte, en die nooit zal ophouden tot hij verandert in eeuwige lof.
Aanbidt Hem need’rig al uw leven,
Hem, die in ’t heiligdom verheven,
een godd’lijk licht van zich verspreidt.
Leer, aarde, voor zijn majesteit,
leer voor zijn aangezichte beven!
Ps. 96:6
Aan de lezer…
Bestreden ziel, kent u die tijden waarin het lijkt alsof er geen gebed meer in u is? U knielt neer, maar uw hart is dor; u wilt roepen, maar er komt geen zucht. Dan vreest u dat de Geest der genade en der smekingen van u geweken is, en dat het nooit echt geweest is. Ik ken die gestalte en spreek er eerlijk over: soms is het alsof het vuur geheel is uitgegaan.
Maar het vuur op het altaar mocht verflauwen en onder de as bedekt raken; uitgaan mocht het nooit. Zo is het ook met de geest des gebeds die God Zelf in het hart van Zijn kind ontstoken heeft. Hij kan door beproevingen u weer naar de troon der genade drijven, of in Zijn ontferming met Zijn levendmakende adem het vuur doen opflikkeren. Wanhoop dan niet aan uw dorheid. Die u leerde smeken, laat Zijn werk niet varen; Hij zal u met geween en smekingen voeren, totdat het gebed verandert in eeuwige lof.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zij zullen komen met geween, en met smekingen zal Ik ze voeren.
Jeremia 31:9
Pas wanneer het God behaagd heeft de Geest van de genade en van de smekingen over ons uit te storten, kunnen wij Hem aanbidden zoals het behoort. Want God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in Geest en in waarheid. Ook kunnen wij zonder deze Geest niet de geestelijke offerande brengen die alleen door Hem, door Jezus Christus, kan worden aangenomen. Wanneer die Geest eenmaal gegeven en in het hart van een gelovige ontstoken is, kan Hij nooit worden uitgedoofd. Het is zoals met het vuur op het koperen altaar, dat eerst door de Heere Zelf uit de hemel gegeven werd, en waarover God Zelf dit gebod gaf: „Het vuur zal geduriglijk op het altaar brandende gehouden worden; het zal niet uitgeblust worden” (Lev. 6:13). Dit vuur mocht verflauwen en het mocht bedekt raken met de as van de offerande, maar het mocht nooit uitgaan door gebrek aan brandstof.
Zo kan het soms ook bij u zijn, alsof er nauwelijks een Geest van het gebed in uw boezem is. Soms kunt u zich zo volkomen ontbloot voelen van de Geest van het gebed en de smekingen, alsof u Zijn levende bewegingen en werkingen nooit gevoeld hebt. Maar door omstandigheden zult u Hem weer voelen ontwaken. U zult in bijzondere beproevingen gebracht worden, waarin u nergens anders uitkomst kunt vinden dan voor de troon van de genade. Of God zal in Zijn ontfermende genade Zijn eigen genadige Geest over uw ziel blazen en door Zijn levendmakende adem dat vuur doen opflikkeren. Ik wil niet zeggen ontbranden, want het was niet uitgedoofd: dat heilige vuur dat onder de as van de verdorvenheid begraven leek, die inwendige geest van het gebed die Hij u bij uw wedergeboorte gaf, en die nooit zal ophouden totdat hij verandert in eeuwige lof.
Aanbidt Hem need’rig al uw leven,
Hem, die in ’t heiligdom verheven,
een godd’lijk licht van zich verspreidt.
Leer, aarde, voor zijn majesteit,
leer voor zijn aangezichte beven!
Ps. 96:6
Aan de lezer…
Bestreden ziel, kent u die tijden waarin het lijkt alsof er geen gebed meer in u is? U knielt neer, maar uw hart is dor; u wilt roepen, maar er komt geen zucht. Dan vreest u dat de Geest van de genade en de smekingen van u geweken is, en dat het nooit echt geweest is. Ik ken die gestalte en spreek er eerlijk over: soms is het alsof het vuur helemaal is uitgegaan.
Maar het vuur op het altaar mocht verflauwen en onder de as bedekt raken; uitgaan mocht het nooit. Zo is het ook met de geest van het gebed die God Zelf in het hart van Zijn kind ontstoken heeft. Hij kan u door beproevingen opnieuw naar de troon van de genade drijven, of in Zijn ontferming met Zijn levendmakende adem het vuur doen opflikkeren. Wanhoop dus niet om uw dorheid. Hij Die u leerde smeken, laat Zijn werk niet varen. Hij zal u met geween en smekingen voeren, totdat het gebed verandert in eeuwige lof.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
They shall come with weeping, and with supplications will I lead them.
Jeremiah 31:9
Until God is pleased to pour out upon us the spirit of grace and of supplications, we cannot worship Him aright; for God is a Spirit, and those who worship Him must worship Him in spirit and in truth; nor can we without this spirit offer up that spiritual sacrifice which is acceptable to Him through Jesus Christ. When this spirit has been once given and kindled in a believer’s breast, it never dies out. It is like the fire upon the bronze altar, which was first given by the Lord Himself from heaven, and concerning which God gave this command—“The fire shall ever be burning upon the altar; it shall never go out” (Lev. 6:13). This fire might sink low; it might be covered with the ashes of sacrifice, but it never was allowed to go out for lack of supply of fuel.
So at times it may seem to you as if there were scarcely any spirit of prayer alive in your bosom; and you may feel as destitute of a spirit of grace and of supplications as if you had never known its lively movements and actings. But you will find it drawn out from time to time by circumstances.
You will be placed under peculiar trials, under which you will find no relief but at a throne of grace; or God will in tender mercy breathe again upon your soul with His own gracious Spirit, and by His quickening breath will revive, I will not say kindle, for it is not gone out, that holy fire which seemed to be buried under the ashes of corruption, that inward spirit of prayer which He gave you at regeneration, and which will never cease until it issue in everlasting praise.
To the reader…
Tried and troubled soul, do you know those times when it seems as if there is no prayer left in you? You kneel down, but your heart is dry; you want to cry out, but not even a sigh comes. Then you fear that the spirit of grace and of supplications has departed from you, and that it was never real. I know that frame and speak of it honestly: sometimes it is as if the fire has gone out altogether.
But the fire on the altar might sink low and be covered under the ashes; it was never allowed to go out. So it is with the spirit of prayer that God Himself has kindled in the heart of His child. He can drive you back to the throne of grace through trials, or in His mercy make the fire flare up again with His quickening breath. So do not despair over your dryness. He Who taught you to make supplication does not forsake His work. He will lead you with weeping and with supplications, until prayer is turned into everlasting praise.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Vendrán con lloro, y con ruegos los guiaré.
Jeremías 31:9
Hasta que a Dios le place derramar sobre nosotros el espíritu de gracia y de oración, no podemos adorarle como es debido; porque Dios es Espíritu, y los que le adoran, en espíritu y en verdad es necesario que adoren; ni podemos sin este espíritu ofrecer aquel sacrificio espiritual que le es agradable por Jesucristo. Una vez que este espíritu ha sido dado y encendido en el pecho de un creyente, nunca se extingue. Es como el fuego sobre el altar de bronce, que fue dado al principio por el Señor mismo desde el cielo, y acerca del cual Dios dio este mandamiento: “El fuego ha de arder continuamente en el altar; no se apagará” (Lev. 6:13). Este fuego podía bajar; podía quedar cubierto con las cenizas del sacrificio, pero nunca se permitía que se apagara por falta de leña.
Así a veces puede parecerle a usted como si apenas quedara un espíritu de oración vivo en su pecho; y puede sentirse tan desprovisto de un espíritu de gracia y de oración como si nunca hubiera conocido sus vivos movimientos y operaciones. Pero hallará que de vez en cuando es avivado por las circunstancias.
Será puesto bajo pruebas particulares, en las que no hallará alivio sino ante el trono de la gracia; o Dios, en Su tierna misericordia, volverá a soplar sobre su alma con Su propio Espíritu de gracia, y por Su aliento vivificador reavivará, no diré encenderá, pues no se ha apagado, aquel fuego santo que parecía enterrado bajo las cenizas de la corrupción, aquel espíritu interior de oración que Él le dio en la regeneración, y que nunca cesará hasta que desemboque en alabanza eterna.
Al lector…
Alma probada y afligida, ¿conoce usted esos tiempos en que parece que no queda en usted oración alguna? Se arrodilla, pero su corazón está seco; quiere clamar, pero no sale ni un suspiro. Entonces teme que el espíritu de gracia y de oración se haya apartado de usted, y que nunca fue real. Conozco ese estado y hablo de él con sinceridad: a veces es como si el fuego se hubiera apagado del todo.
Pero el fuego del altar podía bajar y quedar cubierto bajo las cenizas; nunca se permitía que se apagara. Así sucede con el espíritu de oración que Dios mismo ha encendido en el corazón de Su hijo. Él puede llevarle de vuelta al trono de la gracia mediante pruebas, o en Su misericordia hacer que el fuego vuelva a avivarse con Su aliento vivificador. No desespere, pues, por su sequedad. Aquel que le enseñó a suplicar no abandona Su obra. Él le guiará con lloro y con ruegos, hasta que la oración se convierta en alabanza eterna.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl