1 januari
Leer ons alzo onze dagen tellen, opdat wij een wijs harte bekomen.
Psalm 90:12
Als we een blik werpen op het jaar dat achter ons ligt, zijn er dan geen barmhartigheden die van ons een blijk van dank en dankzegging vragen? Het is fijn om de liefdevolle hand van de Heere te zien in Zijn voorzienigheid, maar het is nog veel fijner om Zijn hand uitgestrekt te zien in barmhartigheid. Letten wij dan zo weinig op de genadige hand van de Heere in Zijn verschillende bemoeienissen met onze zielen, dat wij al die verstreken twaalf maanden zouden beschouwen als een onbeschreven blad, waarin wij nooit Zijn aangezicht hebben gezien, Zijn stem hebben gehoord of Zijn kracht hebben gevoeld? Liefdevol vraagt de Heere: „Ben Ik Israël een woestijn geweest? of een land der uiterste donkerheid?” (Jer. 2:31). Is Hij dat ook voor ons geweest gedurende twaalf lange en vermoeiende maanden?
Wat! Was er geen hulp gedurende de weg, geen tekenen ten goede, geen vertoning van Zijn licht, geen bezoeken van Zijn aanwezigheid en macht, geen openbaring van Zijn goedheid gedurende die lange en droevige periode? Wat moet het toch verdrietig zijn geweest voor een levende ziel, als zij zo lang van de Heere verlaten en aan zichzelf overgelaten is! Als wij niet gezegend zijn met bijzondere openbaringen van Christus, met duidelijke openbaringen van Zijn Persoon en werk, bloed en liefde, genade en heerlijkheid (want zulke bijzondere tijden zijn er niet veel), hebben wij dan niet ondervonden dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is? Als wij werkelijk een persoonlijke en geestelijke gemeenschap hebben met de Zoon van God als ons levend Hoofd, dan zal er ook gemeenschap zijn vanuit Zijn volheid: een vervulling van al onze behoeften, een opleving van het geloof, de hoop en de liefde, een steun tijdens beproevingen, een verlossing van aanvechtingen, een toename van Zijn vreze in het hart, en dat voortgaande werk van genade waardoor wij in staat worden gesteld een leven van geloof in de Zoon van God te leiden.
Helaas, het best van onze beste dagen
Baart dikwijls smart, geeft dikwijls stof tot klagen;
Daar zorg, verdriet en jammerlijke plagen
Steeds, beurt om beurt, de matte ziel doorknagen.
De levensdraad wordt schielijk afgesneên;
Wij schenen sterk, en ach, wij vliegen heen.
Psalm 90:6
Aan de lezer…
Hoe dikwijls ziet een hart aan het begin van een nieuw jaar meer op het verlies dan op de winst! Staat u ook zo aan het begin van dit jaar? Ziet u terug op twaalf maanden en lijkt het u een onbeschreven blad, alsof de Heere aan u voorbijging? Houd dan stil voordat u zo besluit. Hij, Die vraagt: „Ben Ik Israël een woestijn geweest?”, vraagt het ook aan u, en Hij vraagt het niet om te verwijten, maar om u te doen gedenken. Was er niet een woord dat u staande hield, een zucht die verhoord werd, een uur waarin de last lichter werd en u niet wist waarom?
Zulke kleine tekenen ten goede zijn geen toeval; het zijn de voetstappen van de goede Herder langs de weg. En hebt u weinig van Zijn aangezicht gezien, Hij is daarom niet minder de Weg, de Waarheid en het Leven voor een arme, behoeftige ziel. Leer dan uw dagen tellen, niet met angst, maar met de bede dat Hij u in dit nieuwe jaar uit Zijn volheid zal vervullen. Die u tot hiertoe gedragen heeft, zal u niet loslaten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Leer ons alzo onze dagen tellen, opdat wij een wijs harte bekomen.
Psalm 90:12
Als we terugzien op het jaar dat achter ons ligt, zijn er dan geen barmhartigheden die van ons een blijk van dank en dankzegging vragen? Het is fijn om de liefdevolle hand van de Heere te zien in Zijn voorzienigheid, maar het is nog veel fijner om Zijn hand uitgestrekt te zien in barmhartigheid. Letten wij dan zo weinig op de genadige hand van de Heere in de verschillende manieren waarop Hij met onze zielen omging, dat wij al die verstreken twaalf maanden zouden beschouwen als een onbeschreven blad? Alsof wij daarin nooit Zijn aangezicht hebben gezien, Zijn stem hebben gehoord of Zijn kracht hebben gevoeld? Liefdevol vraagt de Heere: „Ben Ik Israël een woestijn geweest? of een land der uiterste donkerheid?” (Jer. 2:31). Is Hij dat ook voor ons geweest, twaalf lange en vermoeiende maanden lang?
Wat! Was er onderweg dan geen hulp, geen teken ten goede, geen glans van Zijn licht, geen bezoek van Zijn tegenwoordigheid en macht, geen openbaring van Zijn goedheid in die lange en droevige tijd? Hoe verdrietig moet het zijn geweest voor een levende ziel, als zij zo lang door de Heere verlaten en aan zichzelf overgelaten is! Misschien zijn wij niet gezegend met bijzondere openbaringen van Christus, met duidelijke openbaringen van Zijn Persoon en werk, Zijn bloed en liefde, Zijn genade en heerlijkheid; want zulke bijzondere tijden zijn er niet veel. Maar hebben wij dan niet ondervonden dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is?
Als wij werkelijk een persoonlijke en geestelijke gemeenschap hebben met de Zoon van God als ons levend Hoofd, dan zal er ook gemeenschap zijn vanuit Zijn volheid. Dan zal Hij in al onze behoeften voorzien, ons geloof, onze hoop en onze liefde doen opleven, ons steunen in beproevingen en ons verlossen uit aanvechtingen. Dan zal Zijn vreze in ons hart toenemen, en zal er dat voortgaande werk van genade zijn waardoor wij in staat worden gesteld een leven van geloof in de Zoon van God te leiden.
Helaas, het best van onze beste dagen
Baart dikwijls smart, geeft dikwijls stof tot klagen;
Daar zorg, verdriet en jammerlijke plagen
Steeds, beurt om beurt, de matte ziel doorknagen.
De levensdraad wordt schielijk afgesneên;
Wij schenen sterk, en ach, wij vliegen heen.
Psalm 90:6
Aan de lezer…
Hoe vaak ziet een hart aan het begin van een nieuw jaar meer naar het verlies dan naar de winst! Staat u ook zo aan het begin van dit jaar? Kijkt u terug op twaalf maanden en lijkt het u een onbeschreven blad, alsof de Heere aan u voorbijging? Sta dan even stil voordat u tot die conclusie komt. Hij Die vraagt: „Ben Ik Israël een woestijn geweest?”, vraagt het ook aan u. Hij vraagt het niet om u iets te verwijten, maar om u te laten gedenken. Was er niet een woord dat u staande hield, een zucht die verhoord werd, een uur waarin de last lichter werd zonder dat u wist waarom?
Zulke kleine tekenen ten goede zijn geen toeval; het zijn de voetstappen van de goede Herder langs de weg. En ook als u weinig van Zijn aangezicht hebt gezien, is Hij daarom niet minder de Weg, de Waarheid en het Leven voor een arme, behoeftige ziel. Leer dan uw dagen tellen, niet met angst, maar met de bede dat Hij u in dit nieuwe jaar uit Zijn volheid zal vervullen. Hij Die u tot hiertoe gedragen heeft, zal u niet loslaten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
So teach us to number our days, that we may apply our hearts unto wisdom.
Psalm 90:12
Casting our eyes back upon the year now past and gone, are there no mercies which claim a note of thankful praise? It is sweet to see the Lord’s kind hand in providence, but sweeter far to view His outstretched hand in grace. Are we then so unwatchful or so unmindful of the Lord’s gracious hand in His various dealings with our soul as to view the whole past twelve months as a dead blank in which we have never seen His face, nor heard His voice, nor felt His power? “Have I been a wilderness unto Israel? a land of darkness?” (Jer. 2:31) the Lord tenderly asks. Has He been such to us also for twelve long and weary months?
What! No help by the way, no tokens for good, no liftings-up of the light of His countenance, no visitations of His presence and power, no breakings-in of His goodness for all that long and dreary time—for dreary it must indeed have been for a living soul to have been left and abandoned of the Lord so long! If not blessed with any peculiar manifestations of Christ, with any signal revelations of His Person and work, blood and love, grace and glory, for such special seasons are not of frequent occurrence, have we not still found Him the Way, the Truth, and the Life?
If we have indeed a personal and spiritual union with the Son of God, as our living Head, there will be communications out of His fullness, a supplying of all our needs—a drawing forth of faith, hope, and love—a support under trials, a deliverance from temptations, a deepening of His fear in the heart, and that continued work of grace whereby we are enabled to live a life of faith on the Son of God.
To the reader…
How often, at the start of a new year, does the heart look more at what was lost than at what was gained! Is that how you stand at the beginning of this year? Do you look back on twelve months and see only a blank page, as if the Lord had passed you by? Then pause for a moment before you come to that conclusion. He Who asks, “Have I been a wilderness unto Israel?” asks it of you as well. He does not ask it to reproach you, but to make you remember. Was there not a word that held you up, a sigh that was answered, an hour when the burden grew lighter without your knowing why?
Such small tokens for good are no accident; they are the footsteps of the good Shepherd along the way. And even if you have seen little of His face, He is no less the Way, the Truth and the Life for a poor and needy soul. Learn, then, to number your days, not with fear, but with the prayer that in this new year He will fill you out of His fullness. He Who has carried you this far will not let you go.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Enséñanos de tal modo a contar nuestros días, que traigamos al corazón sabiduría.
Salmo 90:12
Al volver la mirada al año que ya ha pasado y se ha ido, ¿no hay misericordias que reclamen una nota de alabanza agradecida? Es dulce ver la mano bondadosa del Señor en la providencia, pero mucho más dulce es contemplar Su mano extendida en la gracia. ¿Somos, pues, tan descuidados o tan olvidadizos de la mano misericordiosa del Señor en Sus diversos tratos con nuestra alma, que consideremos estos doce meses pasados como un vacío muerto en el que nunca hemos visto Su rostro, ni oído Su voz, ni sentido Su poder? “¿He sido yo a Israel desierto, o tierra de tinieblas?” (Jer. 2:31), pregunta el Señor con ternura. ¿Ha sido Él tal cosa también para nosotros durante doce largos y fatigosos meses?
¡Cómo! ¿Ninguna ayuda en el camino, ninguna señal para bien, ningún alzamiento de la luz de Su rostro, ninguna visitación de Su presencia y poder, ninguna irrupción de Su bondad en todo ese tiempo largo y triste? ¡Pues triste habría sido, en verdad, para un alma viviente verse dejada y abandonada del Señor tanto tiempo! Si no hemos sido bendecidos con manifestaciones particulares de Cristo, con revelaciones señaladas de Su Persona y obra, de Su sangre y amor, de Su gracia y gloria, pues tales tiempos especiales no son frecuentes, ¿no lo hemos hallado aun así como el Camino, la Verdad y la Vida?
Si tenemos de veras una unión personal y espiritual con el Hijo de Dios como nuestra Cabeza viviente, habrá comunicaciones de Su plenitud, una provisión de todas nuestras necesidades; un avivar de la fe, la esperanza y el amor; un sostén en las pruebas, una liberación de las tentaciones, un ahondar de Su temor en el corazón, y esa obra continua de la gracia por la cual somos capacitados para vivir una vida de fe en el Hijo de Dios.
Al lector…
¡Cuántas veces, al comenzar un nuevo año, el corazón mira más lo que se perdió que lo que se ganó! ¿Es así como se encuentra usted al principio de este año? ¿Mira atrás a doce meses y no ve más que una página en blanco, como si el Señor hubiera pasado de largo? Entonces deténgase un momento antes de llegar a esa conclusión. Aquel que pregunta: “¿He sido yo a Israel desierto?”, se lo pregunta también a usted. No lo pregunta para reprocharle, sino para hacerle recordar. ¿No hubo una palabra que le sostuvo, un suspiro que fue respondido, una hora en que la carga se hizo más ligera sin que supiera por qué?
Tales pequeñas señales para bien no son casualidad; son las pisadas del buen Pastor a lo largo del camino. Y aunque haya visto poco de Su rostro, Él no es por eso menos el Camino, la Verdad y la Vida para un alma pobre y necesitada. Aprenda, pues, a contar sus días, no con temor, sino con la oración de que en este nuevo año Él le llene de Su plenitud. Aquel que le ha llevado hasta aquí no le soltará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl