November 8
En Ik zal het gericht stellen naar het richtsnoer, en de gerechtigheid naar het paslood; en de hagel zal de toevlucht des leugens wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaatsen overlopen.
Jesaja 28:17
Waar God de Heilige Geest een werk van genade in het hart begint en voortzet, zal Hij van tijd tot tijd eens mensen godsvrucht wegen en elke duim van de weg onderzoeken, of hij recht en waterpas ligt met het Woord en de wil van God. Rekent erop, de Heere, Die „de geesten weegt” (Spreuken 16:2) en door Wie „daden gewogen worden” (1 Sam. 2:3), zal in Zijn rechtvaardige en zuivere weegschalen beide natuur en genade, menselijke en Goddelijke lering leggen, en ons doen weten wat het volle gewicht heeft voor de rechtbank des hemels.
De godsvrucht van de tegenwoordige tijd strekt daarheen, dat zij alles wat bevinding aangaat, verwart en het werk der genade in het hart bedekt en verduistert. Maar er kan geen sprake van zijn, dat God onze godsvrucht nooit zal dulden, zo Hij inderdaad ons genadiglijk heeft toegelaten, dat wij ons in die verwarde weg hebben vermengd; maar Hij zal alles met Zijn maat meten en in de smeltkroes louteren. Op deze wijze leren wij de waarheid en de echtheid van Zijn werk kennen. Zo Hij dus het geloof geeft, zal Hij dat geloof op de toetssteen brengen, en het ernstig beproeven.
Het is in de genade zoals in de natuur. Wanneer wij het nauwkeurig gewicht van iets willen bepalen, leggen wij het in één schaal en geijkt gewicht in de andere, tot de schalen gelijk zijn. Zo ook wanneer de Heere het geloof in de ene schaal legt, legt Hij een last in de andere, om te beproeven of het het geijkt gewicht is. En hoe groter het geloof, des te zwaarder de proef. De vader der gelovigen moest zijn eigen zoon slachten. Zo Hij een zekere mate van hoop doet zien, zullen er vele dingen zijn, die wanhoop in de tegenoverhangende schaal doen brengen, opdat wanhoop en hoop goed tegenover elkander gewogen worden. Wordt de liefde Gods in de ziel uitgestort, dan zullen er beproevingen en verzoekingen zijn om haar te beproeven. Zo leert het kind van God de betekenis der woorden: „het werk uws geloofs, en den arbeid uwer liefde, en de lijdzaamheid uwer hoop” (1 Thess. 1:3).
Elk teken ten goede, elke teug der barmhartigheid, elke openbaring der liefde wordt onderzocht en doorzocht, gewogen en overwogen in de vierschaar der consciëntie, om te weten of het vol gewicht heeft of niet. En in dit fijne en nauwkeurige onderzoek wordt niet alleen de godsvrucht gewogen, maar ook hetgeen geen godsvrucht is. Zonden, openbare en verborgene, afwijkingen, afgodische genegenheden, gierige begeerten, vermetele vertrouwens, verrotte hopen en ijdele steunsels: alles wordt gewogen in de weegschalen des heiligdoms.
En daar alles wat van God ontvangen was, in de weegschaal gelegd, zuiver en echt zal bevonden worden, zo ook zal alles wat niet van God kwam, alles wat afkomstig was van de natuur en het vlees, alle ijdel zelfvertrouwen, stoute eisen en vermetele denkbeelden, in de weegschaal gelegd, gestempeld worden met het tekel: „In weegschalen gewogen en te licht bevonden.”
Ps. 101:6
Aan de lezer…
Soms vraagt u zich af waarom uw geloof zo zwaar beproefd wordt, en waarom tegenover elke hoop zoveel wanhoop in de andere schaal komt te liggen. Weet dan dat de Heere, Die de geesten weegt, geen gewicht ongetoetst laat. Gelijk men een ding tegen geijkt gewicht weegt, zo legt Hij een last tegenover het geloof dat Hij gegeven heeft, om te tonen dat het echt is. Hoe groter het geloof, des te zwaarder de proef.
Dat is een ernstig woord, want alle ijdel zelfvertrouwen en alle vermetelheid zal eens te licht bevonden worden. Maar het is ook een troostrijk woord voor de beproefde ziel: alles wat van God ontvangen is, zal in Zijn weegschaal zuiver en echt bevonden worden. Vrees dan de smeltkroes niet te zeer. Wat Hij in u gewerkt heeft, kan de toets doorstaan, omdat het Zijn eigen werk is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Ik zal het gericht stellen naar het richtsnoer, en de gerechtigheid naar het paslood; en de hagel zal de toevlucht des leugens wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaatsen overlopen.
Jesaja 28:17
Waar God de Heilige Geest een werk van genade in het hart begint en voortzet, zal Hij van tijd tot tijd iemands godsvrucht wegen. Hij zal elke duim van de weg onderzoeken, of die recht en waterpas ligt met het Woord en de wil van God. Reken erop: de Heere, Die „de geesten weegt” (Spreuken 16:2) en door Wie „daden gewogen worden” (1 Sam. 2:3), zal zowel natuur als genade, zowel menselijk als Goddelijk onderwijs in Zijn rechtvaardige en zuivere weegschaal leggen. En Hij zal ons laten weten wat het volle gewicht heeft voor de rechtbank van de hemel.
De godsvrucht van deze tijd neigt ertoe alles wat met bevinding te maken heeft te verwarren, en het werk van de genade in het hart te bedekken en te verduisteren. Maar als Hij ons inderdaad genadig heeft toegelaten dat wij ons op die verwarde weg hebben begeven, kan er geen sprake van zijn dat God onze godsvrucht nooit zal dulden. Hij zal alles met Zijn maat meten en in de smeltkroes louteren. Op deze manier leren wij de waarheid en de echtheid van Zijn werk kennen. Als Hij dus geloof geeft, zal Hij dat geloof op de toetssteen brengen en het ernstig beproeven.
Het is in de genade zoals in de natuur. Wanneer wij het nauwkeurige gewicht van iets willen bepalen, leggen wij het in de ene schaal en geijkt gewicht in de andere, totdat de schalen in evenwicht zijn. Zo legt de Heere, wanneer Hij het geloof in de ene schaal legt, een last in de andere, om te beproeven of het het geijkte gewicht heeft. En hoe groter het geloof, hoe zwaarder de beproeving. De vader der gelovigen moest zijn eigen zoon slachten. Als Hij een zekere mate van hoop laat zien, zullen er veel dingen zijn die wanhoop in de tegenoverliggende schaal brengen, zodat wanhoop en hoop goed tegen elkaar worden afgewogen. Wordt de liefde van God in de ziel uitgestort, dan zullen er beproevingen en verzoekingen komen om die liefde te beproeven. Zo leert het kind van God de betekenis van de woorden: „het werk uws geloofs, en den arbeid uwer liefde, en de lijdzaamheid uwer hoop” (1 Thess. 1:3).
Elk teken ten goede, elke teug van barmhartigheid, elke openbaring van liefde wordt onderzocht en doorzocht, gewogen en afgewogen in de rechtbank van het geweten, om te weten of het het volle gewicht heeft of niet. En bij dit fijne en nauwkeurige onderzoek wordt niet alleen de godsvrucht gewogen, maar ook wat geen godsvrucht is. Zonden, openbare en verborgen, afwijkingen, afgodische genegenheden, hebzuchtige begeerten, vermetel vertrouwen, verrotte verwachtingen en ijdele steunsels: alles wordt gewogen in de weegschaal van het heiligdom.
En zoals alles wat van God ontvangen is, in de weegschaal gelegd, zuiver en echt zal worden bevonden, zo zal ook alles wat niet van God kwam — alles wat voortkwam uit de natuur en het vlees, alle ijdel zelfvertrouwen, stoutmoedige aanspraken en vermetele denkbeelden — in de weegschaal gelegd, gestempeld worden met het tekel: „In weegschalen gewogen en te licht bevonden.”
Ps. 101:6
Aan de lezer…
Soms vraagt u zich af waarom uw geloof zo zwaar beproefd wordt, en waarom tegenover elke hoop zoveel wanhoop in de andere schaal komt te liggen. Weet dan dat de Heere, Die de geesten weegt, geen gewicht ongetoetst laat. Zoals men iets tegen geijkt gewicht weegt, zo legt Hij een last tegenover het geloof dat Hij gegeven heeft, om te laten zien dat het echt is. Hoe groter het geloof, hoe zwaarder de beproeving.
Dat is een ernstig woord, want alle ijdel zelfvertrouwen en alle vermetelheid zal eens te licht bevonden worden. Maar het is ook een troostrijk woord voor de beproefde ziel: alles wat van God ontvangen is, zal in Zijn weegschaal zuiver en echt bevonden worden. Wees dan niet te bang voor de smeltkroes. Wat Hij in u gewerkt heeft, kan de toets doorstaan, omdat het Zijn eigen werk is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Judgment also will I lay to the line, and righteousness to the plummet: and the hail shall sweep away the refuge of lies, and the waters shall overflow the hiding place.
Isaiah 28:17
Wherever God the Holy Spirit begins and carries on a work of grace in the heart, He will weigh up, and mete out, from time to time, all a man’s religion and test every inch of the way whether it lies straight and level with the Word and will of God. Depend upon it the Lord Who “weighs the spirits” (Prov. 16:2), and by Whom “actions are weighed” (1 Sam. 2:3), will put into His righteous and unerring scales both nature and grace, both human and divine teaching, and make us know which is full weight in heaven’s court. The religion of the present day is too much to confuse everything of an experimental nature; to cover and obscure the work of grace in the heart.
But there can be no question that God will never allow our religion, if, indeed, He has mercifully taken us in hand, to be huddled up in this confused way; but He will measure it all by His standard, and refine it in His crucible. It is in this way that we learn the reality and genuineness of His work. Thus, if He gives faith, He will bring that faith to the touchstone, and prove it with heavy trials. It is in grace as in nature. When we would ascertain the exact weight of a thing, we put it into one scale, and a standard weight into the other, until the scales are even. So when the Lord puts faith in one scale, He puts a burden in the other to try whether it is standard weight.
And the greater the faith the heavier the trial. The father of the faithful had to slay his own son. If God communicates a measure of hope, there will be many things that cause despondency to be put into the opposite scale, that despondency and hope may be well balanced. If the love of God be shed abroad in the soul, there will be trials and temptations to prove it. Thus the child of God learns the meaning of the words—“The work of faith, and labor of love, and patience of hope” (1 Thess. 1:3).
Every token for good, every sip of mercy, every manifestation of love is examined and searched into, weighed up and balanced in the court of conscience, to know whether it is full weight or not. And in this delicate and accurate scrutiny not only is religion weighed up, but also that which is not religion. Sins, open and secret, backslidings, idolatrous affections, covetous desires, presumptuous confidences, rotten hopes, and vain props—all are weighed up in the balances of the sanctuary. And as that which is received from God, when put into the balances, will be found sterling and genuine; so all that did not come from God, all that sprang from nature and the flesh, all vain confidence, bold claims, and presumptuous notions, when put into the scales, will have tekel stamped upon them—“Weighed in the balances, and found lacking.”
To the reader…
Sometimes you wonder why your faith is so heavily tried, and why against every hope so much despondency is laid in the other scale. Know then that the Lord, Who weighs the spirits, leaves no weight untested. Just as one weighs a thing against a standard weight, so He lays a burden over against the faith He has given, to show that it is genuine. The greater the faith, the heavier the trial.
That is a solemn word, for all vain self-confidence and all presumption will one day be found lacking. But it is also a comforting word for the tried soul: everything that has been received from God will be found sterling and genuine in His balances. Do not be too afraid of the crucible, then. What He has wrought in you can stand the test, because it is His own work.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y ajustaré el juicio a cordel, y a nivel la justicia; y granizo barrerá la acogida de la mentira, y aguas arrollarán el escondrijo.
Isaías 28:17
Dondequiera que Dios el Espíritu Santo comienza y lleva adelante una obra de gracia en el corazón, pesará y medirá, de tiempo en tiempo, toda la religión de un hombre, y probará cada palmo del camino para ver si va recto y a nivel con la Palabra y la voluntad de Dios. Tenga por cierto que el Señor, que “pesa los espíritus” (Proverbios 16:2) y a Quien “toca el pesar las acciones” (1 Samuel 2:3), pondrá en Su balanza justa e infalible tanto la naturaleza como la gracia, tanto la enseñanza humana como la divina, y nos hará saber cuál tiene el peso cabal en el tribunal del cielo. La religión de nuestros días tiende demasiado a confundir todo lo que es de naturaleza experimental; a cubrir y oscurecer la obra de la gracia en el corazón.
Pero no cabe duda de que Dios nunca permitirá que nuestra religión, si en verdad Él nos ha tomado misericordiosamente en Sus manos, quede amontonada de esta manera confusa; sino que la medirá toda con Su norma y la refinará en Su crisol. De este modo aprendemos la realidad y la autenticidad de Su obra. Así, si Él da fe, llevará esa fe a la piedra de toque y la probará con pruebas pesadas. Sucede en la gracia como en la naturaleza. Cuando queremos averiguar el peso exacto de una cosa, la ponemos en un platillo de la balanza, y una pesa patrón en el otro, hasta que los platillos quedan iguales. Así, cuando el Señor pone fe en un platillo, pone una carga en el otro para probar si tiene el peso debido.
Y cuanto mayor es la fe, más pesada es la prueba. El padre de los creyentes tuvo que sacrificar a su propio hijo. Si Dios comunica una medida de esperanza, habrá muchas cosas que causen desaliento puestas en el platillo opuesto, para que el desaliento y la esperanza queden bien equilibrados. Si el amor de Dios es derramado en el alma, habrá pruebas y tentaciones para probarlo. Así el hijo de Dios aprende el sentido de las palabras: “La obra de vuestra fe, y del trabajo de amor, y de la tolerancia de la esperanza” (1 Tesalonicenses 1:3).
Toda señal para bien, todo sorbo de misericordia, toda manifestación de amor es examinada e investigada, pesada y equilibrada en el tribunal de la conciencia, para saber si tiene el peso cabal o no. Y en este escrutinio delicado y preciso no solo se pesa la religión, sino también lo que no es religión. Los pecados, manifiestos y secretos, las rebeldías, los afectos idólatras, los deseos codiciosos, las confianzas presuntuosas, las esperanzas podridas y los apoyos vanos: todo es pesado en las balanzas del santuario. Y así como lo que se ha recibido de Dios, puesto en la balanza, se hallará de buena ley y genuino; así todo lo que no vino de Dios, todo lo que brotó de la naturaleza y de la carne, toda confianza vana, toda pretensión atrevida y toda noción presuntuosa, puesto en la balanza, llevará estampado tekel: “Pesado has sido en balanza, y fuiste hallado falto”.
Al lector…
A veces usted se pregunta por qué su fe es probada tan duramente, y por qué frente a cada esperanza se pone tanto desaliento en el otro platillo. Sepa entonces que el Señor, que pesa los espíritus, no deja ningún peso sin probar. Así como se pesa una cosa contra una pesa patrón, así Él pone una carga frente a la fe que ha dado, para mostrar que es genuina. Cuanto mayor es la fe, más pesada es la prueba.
Esa es una palabra solemne, porque toda vana confianza en uno mismo y toda presunción serán halladas faltas un día. Pero es también una palabra consoladora para el alma probada: todo lo que se ha recibido de Dios se hallará de buena ley y genuino en Sus balanzas. No tema demasiado, pues, el crisol. Lo que Él ha obrado en usted puede resistir la prueba, porque es Su propia obra.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl