8 de diciembre
Waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest.
Romeinen 5:20
Om te weten wat de genade is in haar heerschappij over de zonde, en in haar overvloedig zijn over de toeneming der ongerechtigheid, moeten wij in de geest in de diepte van de val worden geleid. Wij moeten door God Zelf in de geheimen van ons eigen hart worden geleid; wij moeten treurende gemaakt worden over onze zonden en over de afgoderij van onze gevallen natuur.
En wanneer dan, laat ons doen wat wij willen, de zonde steeds wil werken, heersen en meerder worden, en wij zo ver gekomen zijn dat wij onze armoede, hulpeloosheid en ellende gevoelen, en wij ons nederwerpen aan de voetbank Zijner barmhartigheid, dan beginnen wij te zien, doordat zij onze zielen levend maakt, ons van de toekomende toorn Gods verlost en tegen de heerschappij van de boze behoedt, dat de genade overvloediger wordt over de toenemende zonde in onze boze harten; en daar zij vloeit langs de weg van ’s Heeren lijden, zal zij nimmer haar begunstigden aan zichzelf overlaten, maar hen voeren tot het genot van het eeuwige leven. En zo dit niet in staat is de ziel te doen smelten en te bewegen en de mens te dringen God te loven en te prijzen, dan is er niets meer dat zulks zal of kan doen!
Maar zulks kan niet gekend worden voordat wij in de diepten onzer eigen ongerechtigheden zijn afgedaald en in de binnenkameren der beeldenissen zijn ingeleid, en gedrongen zijn geworden te zuchten, te kermen, te treuren en te roepen onder de last die op het geweten drukt, en onder de werking der geheime zonde in het hart. En het aldus te leren is geheel iets anders dan het uit boeken of van leraars te leren. Het in de diepten van een bekommerd hart, door Gods eigen onderwijs, te leren, is geheel iets anders dan het te leren uit de woorden van een leraar, of zelfs uit het Woord Gods zelf. Wij kunnen dit niet anders tot onze zaligheid en met kracht leren, voordat het Gode behaagt het door Zijn gezegende macht aan onze harten toe te passen en Zijn zalvende geur mede te delen, opdat wij de Waarheid mogen leren verstaan en tot troost onzer zielen ondervinden dat de Waarheid ons vrijmaakt.
Wie toch is als Gij weldadig?
Wees mij dan, o Heer, genadig,
want mijn roepen en geklag
klimt tot U de ganse dag.
Wil de ziel Uws knechts verblijden,
ondersteun hem in zijn lijden,
want ik hef mijn hart en oog,
trouwe God, tot U omhoog.
Ps. 86:2
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u in de geheimen van uw eigen hart geleid bent, en daar meer zonde gevonden hebt dan u ooit dacht. Wil de zonde steeds werken en heersen, wat u ook doet, zodat u onder de last op uw geweten zucht en kermt? Het is een bitter pad, maar het is de weg waarlangs God Zijn volk leert wat genade is. Men kan haar overvloed niet kennen, voordat men de diepte van de val heeft gezien.
Want waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest. Zij vloeit langs de weg van ’s Heeren lijden, en zij laat haar begunstigden nimmer aan zichzelf over. Smeek dan dat Hij dit met Zijn gezegende macht aan uw hart wil toepassen. Smelt uw ziel daaronder, dan zult u God loven en prijzen, en ondervinden dat de Waarheid u vrijmaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest.
Romeinen 5:20
Om te weten wat de genade is in haar heerschappij over de zonde, en in haar overvloed tegenover de toenemende ongerechtigheid, moeten wij in de geest in de diepte van de val worden geleid. Wij moeten door God Zelf in de geheimen van ons eigen hart worden geleid. Wij moeten leren treuren over onze zonden en over de afgoderij van onze gevallen natuur.
En wanneer dan, wat wij ook doen, de zonde steeds wil werken, heersen en meerder worden, en wij zover gekomen zijn dat wij onze armoede, hulpeloosheid en ellende voelen, en wij ons neerwerpen aan de voetbank van Zijn barmhartigheid, dan beginnen wij te zien – doordat zij onze zielen levend maakt, ons van de toekomende toorn van God verlost en tegen de heerschappij van de boze behoedt – dat de genade overvloediger wordt over de toenemende zonde in onze boze harten. En omdat zij vloeit langs de weg van het lijden van de Heere, zal zij haar begunstigden nooit aan zichzelf overlaten, maar hen brengen tot het genot van het eeuwige leven. Als dit de ziel niet kan doen smelten en bewegen en de mens niet kan dringen om God te loven en te prijzen, dan is er niets meer wat dat zal of kan doen!
Maar dit kan niet gekend worden voordat wij zijn afgedaald in de diepten van onze eigen ongerechtigheden en zijn binnengeleid in de binnenkameren van de beeldenissen. Wij moeten gedrongen worden om te zuchten, te kermen, te treuren en te roepen onder de last die op het geweten drukt, en onder de werking van de verborgen zonde in het hart. En het op die manier te leren is iets heel anders dan het te leren uit boeken of van predikanten. Het te leren in de diepten van een bekommerd hart, door Gods eigen onderwijs, is iets heel anders dan het te leren uit de woorden van een predikant, of zelfs uit het Woord van God zelf. Wij kunnen dit niet anders tot onze zaligheid en met kracht leren dan wanneer het God behaagt het door Zijn gezegende macht aan onze harten toe te passen en ons Zijn zalvende geur mee te delen. Dan mogen wij de Waarheid leren verstaan en tot troost van onze zielen ervaren dat de Waarheid ons vrijmaakt.
Wie toch is als Gij weldadig?
Wees mij dan, o Heer, genadig,
want mijn roepen en geklag
klimt tot U de ganse dag.
Wil de ziel Uws knechts verblijden,
ondersteun hem in zijn lijden,
want ik hef mijn hart en oog,
trouwe God, tot U omhoog.
Ps. 86:2
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u in de geheimen van uw eigen hart geleid bent, en daar meer zonde gevonden hebt dan u ooit dacht. Wil de zonde steeds werken en heersen, wat u ook doet, zodat u onder de last op uw geweten zucht en kermt? Het is een bitter pad, maar het is de weg waarlangs God Zijn volk leert wat genade is. Men kan haar overvloed niet kennen voordat men de diepte van de val heeft gezien.
Want waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest. Zij vloeit langs de weg van het lijden van de Heere, en zij laat haar begunstigden nooit aan zichzelf over. Smeek Hem dan of Hij dit met Zijn gezegende macht aan uw hart wil toepassen. Smelt uw ziel daaronder, dan zult u God loven en prijzen, en ervaren dat de Waarheid u vrijmaakt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
But where sin abounded, grace did much more abound.
Romans 5:20
In order to know what grace is in its reign over sin, and in its super-aboundings over the aboundings of iniquity, we must be led experimentally into the depths of the fall. We must be led by God Himself into the secrets of our own heart; we must be brought down into distress of mind on account of our sin and the idolatry of our fallen nature. And when, do what we will, sin will still work, reign, and abound, and we are brought to soul poverty, helplessness, destitution, and misery, and cast ourselves down at the footstool of His mercy—then we begin to see and feel the reign of grace, in quickening our souls, in delivering us from the wrath to come, and in preserving us from the dominion of evil.
We begin to see then that grace superabounds over all the aboundings of sin in our evil hearts, and as it flows through the channel of the Saviour’s sufferings, that it will never leave its favored objects until it brings them into the enjoyment of eternal life! And if this does not melt and move the soul, and make a man praise and bless God, nothing will, nothing can!
But until we have entered into the depths of our own iniquities, until we are led into the chambers of imagery, and brought to sigh, groan, grieve, and cry under the burden of guilt on the conscience and the workings of secret sin in the heart—it cannot be really known. And to learn it thus, is a very different thing from learning it from books, or ministers. To learn it in the depths of a troubled heart, by God’s own teaching, is a very different thing from learning it from the words of a minister or even from the Word of God itself. We can never know these things savingly and effectually, until God Himself is pleased to apply them with His own blessed power, and communicate an unctuous savor of them to our hearts, that we may know the truth, and find to our soul’s consolation, that the truth makes us free!
To the reader…
It may be that you have been led into the secrets of your own heart, and found more sin there than you ever thought. Does sin keep wanting to work and reign, whatever you do, so that you sigh and groan under the burden on your conscience? It is a bitter path, but it is the way by which God teaches His people what grace is. No one can know its abounding until he has seen the depths of the fall.
For where sin abounded, grace did much more abound. It flows through the channel of the Lord’s sufferings, and it never leaves its favoured objects to themselves. Plead with Him, then, to apply this to your heart with His blessed power. If your soul melts under it, you will praise and bless God, and find that the truth makes you free.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas cuando el pecado creció, sobrepujó la gracia.
Romanos 5:20
Para conocer lo que es la gracia en su reinado sobre el pecado, y en su sobreabundancia sobre la abundancia de la iniquidad, tenemos que ser conducidos experimentalmente a las profundidades de la caída. Tenemos que ser conducidos por Dios mismo a los secretos de nuestro propio corazón; tenemos que ser abatidos en angustia de espíritu a causa de nuestro pecado y de la idolatría de nuestra naturaleza caída. Y cuando, hagamos lo que hagamos, el pecado sigue obrando, reinando y abundando, y somos llevados a la pobreza del alma, a la impotencia, a la indigencia y a la miseria, y nos postramos ante el estrado de Su misericordia, entonces comenzamos a ver y sentir el reinado de la gracia, en vivificar nuestras almas, en librarnos de la ira venidera y en preservarnos del dominio del mal.
Comenzamos a ver entonces que la gracia sobreabunda sobre toda la abundancia del pecado en nuestros corazones malos, y que, así como fluye por el cauce de los sufrimientos del Salvador, nunca dejará a sus objetos favorecidos hasta llevarlos al disfrute de la vida eterna. ¡Y si esto no derrite y conmueve el alma, y hace que el hombre alabe y bendiga a Dios, nada lo hará, nada podrá hacerlo!
Pero hasta que hayamos entrado en las profundidades de nuestras propias iniquidades, hasta que seamos conducidos a las cámaras de las imágenes y llevados a suspirar, gemir, afligirnos y clamar bajo la carga de la culpa en la conciencia y la obra del pecado secreto en el corazón, no puede conocerse de veras. Y aprenderlo así es cosa muy distinta de aprenderlo de los libros o de los ministros. Aprenderlo en las profundidades de un corazón turbado, por la propia enseñanza de Dios, es cosa muy distinta de aprenderlo de las palabras de un ministro, o aun de la Palabra de Dios misma. Nunca podremos conocer estas cosas salvadora y eficazmente hasta que a Dios mismo Le plazca aplicarlas con Su propio bendito poder y comunicar a nuestros corazones un sabor ungido de ellas, para que conozcamos la verdad y hallemos, para consuelo de nuestra alma, que la verdad nos liberta.
Al lector…
Puede ser que usted haya sido conducido a los secretos de su propio corazón y haya hallado allí más pecado del que jamás pensó. ¿Sigue el pecado queriendo obrar y reinar, haga usted lo que haga, de modo que suspira y gime bajo la carga de su conciencia? Es una senda amarga, pero es el camino por el cual Dios enseña a Su pueblo lo que es la gracia. Nadie puede conocer su abundancia hasta haber visto las profundidades de la caída.
Porque cuando el pecado creció, sobrepujó la gracia. Fluye por el cauce de los sufrimientos del Señor, y nunca deja a sus objetos favorecidos abandonados a sí mismos. Ruéguele, pues, que aplique esto a su corazón con Su bendito poder. Si su alma se derrite bajo ello, alabará y bendecirá a Dios, y hallará que la verdad le hace libre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl