Heere! Maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. Leid mij in Uw waarheid.
Psalm 25:4-5
Wat een bekentenis van onwetendheid bevat dit gebed! Het zegt eigenlijk: „Heere, ik kan het pad niet zien; toon het mij; als ik het zie, kan ik het niet bewandelen; ik weet dat als ik op mijn eigen wijsheid vertrouw, ik een dwaas ben. Daarom wil ik dat U mij Uw paden leert, dan zal ik ze zien, ze kennen en ze bewandelen met heilige vrijheid en goddelijke troost.”
Er wordt nog een smeekbede in dezelfde geest uitgesproken: „Leid mij in Uw waarheid.” Er zit niet alleen iets heel dierbaars in Gods waarheid, maar ook iets heel verheffends. Het is beslist die openbaring die met de hoogste kentekenen van goddelijke wijsheid bestempeld is. Wat zijn er echter naar verhouding weinigen die enige voorkeur voor Gods waarheid hebben, of er zelfs maar een klein beetje naar verlangen. Wat kan men toch makkelijk omgaan met leugens, dwalingen en misvattingen in zulke ernstige aangelegenheden als de eeuwigheid, en daarin bedriegen en bedrogen worden.
Nee, ik denk dat er geen dwaling of ketterij is die de duivel zou kunnen bedenken, die tallozen niet bereid zijn te geloven en die ze niet graag willen verspreiden. De menselijke geest, die afgesloten van de waarheid lijkt, staat als een stad zonder muren open voor de invallen van elke dwaling. Maar als God door middel van Zijn Heilige Geest de ogen van Zijn kinderen met Zijn goddelijke ogenzalf inwrijft, en ze opent om Zijn waarheid te zien, wat een licht en leven vergezellen dan de onthulling van die waarheid aan de ziel! Een van de eerste kenmerken van de genade, een van de eerste aanduidingen van Gods werk aan de ziel is, naar mijn mening, liefde tot de waarheid, een verlangen en neiging van de ziel naar het zuivere Woord van God. Iemand kan in het duister verkeren wat betreft de leer, kan onder geleerde predikanten zitten en in zielsverwarring zijn wat betreft zijn eigen toestand en staat, en toch bij dit alles een oprecht geestelijk verlangen naar de waarheid koesteren, en heel erg ontevreden over dwalingen zijn.
Lezen: Spreuken 23:1-23
Aan de lezer…
Wat een gebed is dit: „Leid mij in Uw waarheid”! Kunt u het met de Psalmist meebidden? Het is een bekentenis van onwetendheid: Heere, ik kan het pad niet zien, en als ik het zie, kan ik het niet bewandelen. Wie op zijn eigen wijsheid vertrouwt, staat als een stad zonder muren open voor elke dwaling. Hoe gemakkelijk gaan velen om met leugens in zaken die de eeuwigheid betreffen!
Misschien bent u nog in het duister wat de leer betreft, of in verwarring over uw eigen staat. Toch: is er in uw hart een oprecht verlangen naar het zuivere Woord van God, een ontevredenheid met de dwaling, een liefde tot de waarheid? Dat is een van de eerste kenmerken van Gods werk aan de ziel. Vraag Hem dan dat Hij uw ogen met Zijn goddelijke ogenzalf inwrijve, opdat u Zijn waarheid mag zien, kennen en met heilige vrijheid bewandelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Heere! Maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. Leid mij in Uw waarheid.
Psalm 25:4-5
Wat een bekentenis van onwetendheid bevat dit gebed! Het zegt eigenlijk: „Heere, ik kan het pad niet zien; toon het mij; als ik het zie, kan ik het niet bewandelen; ik weet dat als ik op mijn eigen wijsheid vertrouw, ik een dwaas ben. Daarom wil ik dat U mij Uw paden leert, dan zal ik ze zien, ze kennen en ze bewandelen met heilige vrijheid en goddelijke troost.”
In dezelfde geest volgt nog een smeekbede: „Leid mij in Uw waarheid.” Er ligt niet alleen iets heel dierbaars in Gods waarheid, maar ook iets heel verhevens. Het is beslist die openbaring die met de hoogste kentekenen van goddelijke wijsheid bestempeld is. Maar wat zijn er naar verhouding weinigen die enige voorkeur hebben voor Gods waarheid, of er zelfs maar een klein beetje naar verlangen! Hoe gemakkelijk gaat men toch om met leugens, dwalingen en misvattingen in zulke ernstige zaken als de eeuwigheid, en hoe gemakkelijk laat men zich daarin bedriegen en bedriegt men anderen!
Nee, ik denk dat er geen dwaling of ketterij is die de duivel zou kunnen bedenken, die tallozen niet bereid zijn te geloven en die zij niet graag zouden verspreiden. De menselijke geest, die voor de waarheid gesloten lijkt, ligt als een stad zonder muren open voor de aanvallen van elke dwaling. Maar wanneer God door Zijn Heilige Geest de ogen van Zijn kinderen met Zijn goddelijke ogenzalf zalft en ze opent om Zijn waarheid te zien, welk licht en leven gaan dan gepaard met het onthullen van die waarheid aan de ziel!
Een van de eerste kenmerken van de genade, een van de eerste tekenen van Gods werk aan de ziel, is naar mijn mening liefde tot de waarheid: een verlangen en neiging van de ziel naar het zuivere Woord van God. Iemand kan in het duister verkeren wat de leer betreft, hij kan onder geleerde predikanten zitten en in verwarring zijn over zijn eigen toestand en staat. En toch kan hij bij dit alles een oprecht geestelijk verlangen naar de waarheid koesteren en heel ontevreden zijn over dwalingen.
Lezen: Spreuken 23:1-23
Aan de lezer…
Wat een gebed is dit: „Leid mij in Uw waarheid”! Kunt u het met de Psalmist meebidden? Het is een bekentenis van onwetendheid: Heere, ik kan het pad niet zien, en als ik het zie, kan ik het niet bewandelen. Wie op zijn eigen wijsheid vertrouwt, ligt als een stad zonder muren open voor elke dwaling. Hoe gemakkelijk gaan velen om met leugens in zaken die de eeuwigheid betreffen!
Misschien bent u nog in het duister wat de leer betreft, of in verwarring over uw eigen staat. Maar is er in uw hart een oprecht verlangen naar het zuivere Woord van God, een ontevredenheid over de dwaling, een liefde tot de waarheid? Dat is een van de eerste kenmerken van Gods werk aan de ziel. Vraag Hem dan of Hij uw ogen met Zijn goddelijke ogenzalf wil zalven, zodat u Zijn waarheid mag zien, kennen en met heilige vrijheid bewandelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Shew me Thy ways, O LORD; teach me Thy paths. Lead me in Thy truth.
Psalm 25:4-5
What a confession of ignorance this prayer contains! It really says, “Lord, I cannot see the path; show it me; when I see it, I cannot walk in it; I know that if I trust in my own wisdom, I am a fool. Therefore I would have Thee teach me Thy paths; then I shall see them, know them and walk in them with holy liberty and Divine consolation.”
In the same spirit there follows another petition, “Lead me in Thy truth.” There is not only something very precious in God’s truth, but also something very sublime. It is surely that revelation which is stamped with the highest marks of Divine wisdom. But how comparatively few there are who have any preference for God’s truth, or even the least desire after it! How lightly men deal with lies, errors and delusions in such solemn matters as eternity, and how easily they let themselves be deceived in them and deceive others!
Nay, I believe there is no error or heresy the devil could devise which countless numbers are not ready to believe and would not gladly spread. The human mind, which seems closed against the truth, lies open like a city without walls to the assaults of every error. But when God by His Holy Spirit anoints the eyes of His children with His Divine eyesalve and opens them to see His truth, what light and life attend the unveiling of that truth to the soul!
One of the first marks of grace, one of the first tokens of God’s work upon the soul, is in my judgment a love of the truth: a desire and inclination of the soul towards the pure Word of God. A man may be in darkness as to doctrine, he may sit under learned ministers and be in confusion about his own state and standing. And yet with all this he may cherish a sincere spiritual longing after the truth and be very dissatisfied with errors.
Reading: Proverbs 23:1-23
To the reader…
What a prayer this is: “Lead me in Thy truth”! Can you pray it with the Psalmist? It is a confession of ignorance: Lord, I cannot see the path, and when I see it, I cannot walk in it. Whoever trusts in his own wisdom lies open like a city without walls to every error. How lightly many deal with lies in matters that concern eternity!
Perhaps you are still in darkness as to doctrine, or in confusion about your own state. But is there in your heart a sincere longing after the pure Word of God, a dissatisfaction with error, a love of the truth? That is one of the first marks of God’s work upon the soul. Ask Him then to anoint your eyes with His Divine eyesalve, so that you may see His truth, know it and walk in it with holy liberty.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Muéstrame, oh Jehová, Tus caminos; enséñame Tus sendas. Encamíname en Tu verdad.
Salmo 25:4-5
¡Qué confesión de ignorancia contiene esta oración! En realidad dice: “Señor, no puedo ver la senda; muéstramela; cuando la veo, no puedo andar por ella; sé que si confío en mi propia sabiduría, soy un necio. Por eso quisiera que Tú me enseñes Tus sendas; entonces las veré, las conoceré y andaré por ellas con santa libertad y consolación divina”.
En el mismo espíritu sigue otra petición: “Encamíname en Tu verdad”. No solo hay algo muy precioso en la verdad de Dios, sino también algo muy sublime. Es sin duda aquella revelación que lleva impresas las más altas señales de la sabiduría divina. ¡Pero qué relativamente pocos son los que tienen alguna preferencia por la verdad de Dios, o siquiera el menor deseo de ella! ¡Con qué ligereza tratan los hombres con mentiras, errores y engaños en asuntos tan solemnes como la eternidad, y con qué facilidad se dejan engañar en ellos y engañan a otros!
Es más, creo que no hay error ni herejía que el diablo pudiera idear que innumerables personas no estén dispuestas a creer y no difundan con gusto. La mente humana, que parece cerrada contra la verdad, está abierta como una ciudad sin muros a los asaltos de todo error. Pero cuando Dios por Su Espíritu Santo unge los ojos de Sus hijos con Su colirio divino y los abre para ver Su verdad, ¡qué luz y qué vida acompañan el desvelamiento de esa verdad al alma!
Una de las primeras señales de la gracia, una de las primeras muestras de la obra de Dios en el alma, es a mi juicio el amor a la verdad: un deseo e inclinación del alma hacia la pura Palabra de Dios. Un hombre puede estar en tinieblas en cuanto a la doctrina, puede sentarse bajo ministros eruditos y estar en confusión acerca de su propio estado y condición. Y sin embargo, con todo esto, puede abrigar un anhelo espiritual sincero de la verdad y estar muy descontento con los errores.
Lectura: Proverbios 23:1-23
Al lector…
¡Qué oración es esta: “Encamíname en Tu verdad”! ¿Puede usted orarla con el Salmista? Es una confesión de ignorancia: Señor, no puedo ver la senda, y cuando la veo, no puedo andar por ella. Quien confía en su propia sabiduría está abierto como una ciudad sin muros a todo error. ¡Con qué ligereza tratan muchos con la mentira en asuntos que conciernen a la eternidad!
Quizá todavía está en tinieblas en cuanto a la doctrina, o en confusión acerca de su propio estado. Pero ¿hay en su corazón un anhelo sincero de la pura Palabra de Dios, un descontento con el error, un amor a la verdad? Esa es una de las primeras señales de la obra de Dios en el alma. Pídale entonces que unja sus ojos con Su colirio divino, para que vea Su verdad, la conozca y ande en ella con santa libertad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl