Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Er wordt uitgeroepen dat de Heere voor Zijn verachte overblijfsel een „heerlijke kroon” is, niet zoals de arme kronen gemaakt van afgevallen bloembladeren, onbeduidende prullen, op een dronkemansfeest, maar een „heerlijke kroon die niet vergaat” (Jes. 28:5). En wie is deze heerlijke kroon? Welnu, het is de Heere der heirscharen, of God der legerscharen.
Er staat een prachtig verslag van deze Koning der ere, en hoe Hij wordt vereerd door alle hemelse erfgenamen en verheerlijkte geesten voor de troon, in Psalm 24. Toen riepen zij, zodat de hemelgewelven weerklonken: „Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!” Dan wordt de vraag gesteld: „Wie is de Koning der ere?” Het antwoord luidt: „De Heere, sterk en geweldig, de Heere, geweldig in de strijd. Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga!” Weer wordt de vraag gesteld: „Wie is de Koning der ere?” En weer komt het antwoord: „De Heere der heirscharen, Die is de Koning der ere” (Ps. 24).
Hij kroont u met goedheid, genade en vergiffenis, en u kroont Hem met lof. En als u duizend kronen had, zou u ze met vreugde allemaal op Zijn gezegende hoofd zetten, zoals Hij rijkelijk verdient; en als u duizend tongen had, zouden ze allemaal Zijn lof brengen.
Lezen: Jesaja 28
Aan de lezer…
Rekent u zich tot het verachte overblijfsel, klein en onaanzienlijk in de ogen van de wereld? Laat de kronen van deze wereld dan maar verwelken, als afgevallen bloembladeren op een dronkemansfeest. De Heere der heirscharen Zelf wil uw heerlijke kroon zijn, een kroon die niet vergaat.
Hij kroont u met goedheid, genade en vergiffenis; en wat kunt u anders doen dan Hem kronen met lof? Bent u arm aan woorden, en is uw hart vaak koud? Zie dan op Hem, de Koning der ere, sterk en geweldig. Al uw kronen, al uw tongen, al uw liefde zijn het niet waard om op Zijn hoofd te liggen; en toch neemt Hij de lof van een arm hart genadig aan. Hef dan uw hoofd op, want Hij is het waard.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Er wordt uitgeroepen dat de Heere voor Zijn veracht overblijfsel een „heerlijke kroon” is. Hij is niet als de armzalige kronen van afgevallen bloembladeren, waardeloze prullen op een dronkemansfeest, maar een „heerlijke kroon die niet vergaat” (Jes. 28:5). En wie is deze heerlijke kroon? Het is de Heere der heirscharen, de God der legerscharen.
In Psalm 24 staat een prachtige beschrijving van deze Koning der ere, en van hoe Hij wordt geëerd door alle hemelse erfgenamen en verheerlijkte geesten voor de troon. Daar roepen zij, zodat de hemelgewelven ervan weerklinken: „Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!” Dan wordt de vraag gesteld: „Wie is de Koning der ere?” Het antwoord luidt: „De Heere, sterk en geweldig, de Heere, geweldig in de strijd. Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga!” Opnieuw wordt de vraag gesteld: „Wie is de Koning der ere?” En opnieuw komt het antwoord: „De Heere der heirscharen, Die is de Koning der ere” (Ps. 24).
Hij kroont u met goedheid, genade en vergeving, en u kroont Hem met lof. Als u duizend kronen had, zou u ze allemaal met vreugde op Zijn gezegende hoofd zetten, zoals Hij ruimschoots verdient; en als u duizend tongen had, zouden ze allemaal Zijn lof verkondigen.
Lezen: Jesaja 28
Aan de lezer…
Rekent u zich tot het verachte overblijfsel, klein en onaanzienlijk in de ogen van de wereld? Laat de kronen van deze wereld dan maar verwelken, als afgevallen bloembladeren op een dronkemansfeest. De Heere der heirscharen Zelf wil uw heerlijke kroon zijn, een kroon die niet vergaat.
Hij kroont u met goedheid, genade en vergeving; wat kunt u dan anders doen dan Hem kronen met lof? Bent u arm aan woorden, en is uw hart vaak koud? Zie dan op Hem, de Koning der ere, sterk en geweldig. Al uw kronen, al uw tongen en al uw liefde zijn het niet waard om op Zijn hoofd te liggen; en toch neemt Hij de lof van een arm hart genadig aan. Hef dan uw hoofd op, want Hij is het waard.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore seeing we also are compassed about with so great a cloud of witnesses, let us lay aside every weight, and the sin which doth so easily beset us, and let us run with patience the race that is set before us.
Hebrews 12:1
It is proclaimed that the Lord is “a crown of glory” to His despised remnant. He is not like the paltry crowns of fallen petals, worthless trinkets at a drunkard’s feast, but “a crown of glory” that does not fade (Isaiah 28:5). And who is this crown of glory? It is the Lord of hosts, the God of armies.
In Psalm 24 there is a glorious description of this King of glory, and of how He is honoured by all the heavenly heirs and glorified spirits before the throne. There they cry, so that the vaults of heaven ring with it: “Lift up your heads, O ye gates; and be ye lift up, ye everlasting doors; and the King of glory shall come in!” Then the question is asked: “Who is this King of glory?” The answer is: “The LORD strong and mighty, the LORD mighty in battle. Lift up your heads, O ye gates; even lift them up, ye everlasting doors; and the King of glory shall come in!” Again the question is asked: “Who is this King of glory?” And again the answer comes: “The LORD of hosts, He is the King of glory” (Psalm 24).
He crowns you with lovingkindness, grace and forgiveness, and you crown Him with praise. If you had a thousand crowns, you would joyfully set them all on His blessed head, as He so richly deserves; and if you had a thousand tongues, they would all proclaim His praise.
Reading: Isaiah 28
To the reader…
Do you count yourself among the despised remnant, small and of no account in the eyes of the world? Then let the crowns of this world wither, like fallen petals at a drunkard’s feast. The Lord of hosts Himself will be your crown of glory, a crown that does not fade.
He crowns you with lovingkindness, grace and forgiveness; what else can you do but crown Him with praise? Are you poor in words, and is your heart often cold? Then look to Him, the King of glory, strong and mighty. All your crowns, all your tongues and all your love are not worthy to rest upon His head; and yet He graciously accepts the praise of a poor heart. Lift up your head, then, for He is worthy.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto nosotros también, teniendo en derredor nuestro una tan grande nube de testigos, dejando todo el peso del pecado que nos rodea, corramos con paciencia la carrera que nos es propuesta.
Hebreos 12:1
Se proclama que el Señor es “corona de gloria” para Su remanente despreciado. Él no es como las mezquinas coronas de pétalos caídos, baratijas sin valor en un banquete de borrachos, sino una “corona de gloria” que no se marchita (Isaías 28:5). ¿Y quién es esta corona de gloria? Es Jehová de los ejércitos, el Dios de las huestes.
En el Salmo 24 hay una descripción gloriosa de este Rey de gloria, y de cómo es honrado por todos los herederos celestiales y los espíritus glorificados ante el trono. Allí claman, de modo que las bóvedas del cielo resuenan: “¡Alzad, oh puertas, vuestras cabezas, y alzaos vosotras, puertas eternas, y entrará el Rey de gloria!” Entonces se hace la pregunta: “¿Quién es este Rey de gloria?” La respuesta es: “Jehová el fuerte y valiente, Jehová el poderoso en batalla. ¡Alzad, oh puertas, vuestras cabezas, y alzaos vosotras, puertas eternas, y entrará el Rey de gloria!” Otra vez se hace la pregunta: “¿Quién es este Rey de gloria?” Y otra vez viene la respuesta: “Jehová de los ejércitos, Él es el Rey de la gloria” (Salmo 24).
Él le corona a usted de misericordia, gracia y perdón, y usted le corona a Él de alabanza. Si tuviera mil coronas, las pondría todas con gozo sobre Su bendita cabeza, como Él tan ricamente merece; y si tuviera mil lenguas, todas proclamarían Su alabanza.
Lectura: Isaías 28
Al lector…
¿Se cuenta usted entre el remanente despreciado, pequeño y sin importancia a los ojos del mundo? Entonces deje que las coronas de este mundo se marchiten, como pétalos caídos en un banquete de borrachos. Jehová de los ejércitos mismo será su corona de gloria, una corona que no se marchita.
Él le corona de misericordia, gracia y perdón; ¿qué otra cosa puede hacer usted sino coronarle de alabanza? ¿Es pobre en palabras, y está su corazón a menudo frío? Entonces mire a Él, el Rey de gloria, fuerte y valiente. Todas sus coronas, todas sus lenguas y todo su amor no son dignos de reposar sobre Su cabeza; y sin embargo Él acepta con gracia la alabanza de un corazón pobre. Alce, pues, la cabeza, porque Él es digno.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl