August 6
Want Drie zijn er, Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
1 Johannes 5:7
Een geestelijke kennis der Drieëenheid ligt tot grondslag van alle levende godzaligheid. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest te kennen door bijzondere lering en Goddelijke openbaring is de som en het wezen van geestelijke godsdienst en is het eeuwige leven, volgens ’s Heeren eigen getuigenis: „En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.” Zo maakt de Heere vroeger of later dit heerlijk geheim aan Zijn volk bekend, en zo leren zij de Vader kennen in Zijn verkiezende liefde, de Zoon in Zijn verlossingswerk en de inwendige getuigenis des Geestes; en dat deze Drie Een zijn.
Maar hoe strijdt dit heerlijk heiligdom met de natuur, het verstand en de rede, en hoe komen deze ertegen in opstand! Hoe kan Een Drie en Drie Een zijn? De natuur vraagt en de rede weerlegt. En toch nemen de kinderkens het aan en geloven het. Want neem de leer der Drieëenheid weg, en al hun hoop is in een ogenblik vervlogen. Hoe kunnen wij ons verlaten op het zoenbloed van Christus, zo het niet het bloed is van de Zone Gods? Of op rechtvaardigmakende gerechtigheid, zo de gerechtigheid niet van God was? Of hoe kunnen wij geleid, geleerd en bestuurd worden door de Heilige Geest, zo ook Hij niet een Goddelijk Persoon der Godheid was?
Aldus komen wij tot de verborgenheid der drie Personen in de Godheid, door voelbaar in onze harten de werking van elk Hunner met kracht te ontvangen; en nu weten wij dat deze Drie maar één God zijn. Het is dit inwendig ontvangen der Waarheid in de liefde, dat de ziel in een storm niet doet bezwijken. Dikwijls worden wij her- en derwaarts geslingerd en zijn gereed om te zeggen: „Hoe kunnen deze dingen zijn?” Maar door dit diep gewortelde gevoel blijven wij behouden, gelijk een schip door het anker in de storm. Zo is er zonder deze verborgenheid, zonder een proefondervindelijke kennis van de Drieënige God, geen vergeving, geen vrede en geen zaligheid.
Want uw is ’t koninkrijk, o Heer,
uw is de kracht, uw is al d’ eer!
U, die ons helpen wilt en kunt,
die in uw Zoon verhoring gunt,
die door uw Geest ons troost en leidt,
U zij de lof in eeuwigheid!
Gebed des Heeren 9
Aan de lezer…
U die de verborgenheid van de Drie-enige God met uw verstand niet kunt rijmen, behoeft u daarover niet te verwonderen; de natuur vraagt en de rede weerlegt. Maar de kinderkens nemen het aan en geloven het, omdat al hun hoop eraan hangt. Want waarop zou u zich verlaten, als het bloed van Christus niet het bloed van de Zone Gods was, en als de Geest, Die u leidt en leert, geen Goddelijk Persoon was?
Worden ook u soms her- en derwaarts geslingerd, en ligt de vraag op uw lippen: „Hoe kunnen deze dingen zijn?” Zie dan niet naar uw eigen overleggingen, maar naar wat de Heere in uw hart gewrocht heeft: de liefde van de Vader, het verlossingswerk van de Zoon, de inwendige getuigenis des Geestes. Dat is het anker dat de ziel in de storm vasthoudt. Zonder deze kennis is er geen vergeving, geen vrede en geen zaligheid, maar wie haar door genade ontvangt, heeft het eeuwige leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want Drie zijn er, Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
1 Johannes 5:7
Een geestelijke kennis van de Drie-eenheid ligt ten grondslag aan alle levende godzaligheid. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest te kennen door bijzonder onderwijs en Goddelijke openbaring, is de som en het wezen van de geestelijke godsdienst. Het is het eeuwige leven, volgens het eigen getuigenis van de Heere: „En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.” Zo maakt de Heere vroeg of laat dit heerlijke geheim aan Zijn volk bekend. Zo leren zij de Vader kennen in Zijn verkiezende liefde, de Zoon in Zijn verlossingswerk en de Geest in Zijn inwendig getuigenis, en leren zij dat deze Drie Een zijn.
Maar hoe strijdt dit heerlijke heiligdom met de natuur, het verstand en de rede, en hoe komen die ertegen in opstand! Hoe kan Een Drie en Drie Een zijn? De natuur vraagt en de rede weerlegt. En toch nemen de kinderkens het aan en geloven het. Want neem de leer van de Drie-eenheid weg, en al hun hoop is in een ogenblik vervlogen. Hoe zouden wij ons kunnen verlaten op het zoenbloed van Christus, als het niet het bloed van de Zoon van God is? Of op een rechtvaardigmakende gerechtigheid, als die gerechtigheid niet van God was? Of hoe zouden wij geleid, onderwezen en bestuurd kunnen worden door de Heilige Geest, als ook Hij niet een Goddelijk Persoon in de Godheid was?
Zo komen wij tot de verborgenheid van de drie Personen in de Godheid: doordat wij de werking van elk van Hen voelbaar en met kracht in ons hart ontvangen. En nu weten wij dat deze Drie maar één God zijn. Het is dit inwendig ontvangen van de Waarheid in de liefde dat de ziel in een storm niet doet bezwijken. Vaak worden wij heen en weer geslingerd en staan wij op het punt te zeggen: „Hoe kunnen deze dingen zijn?” Maar door dit diepgewortelde besef blijven wij behouden, zoals een schip in de storm door het anker.
Zo is er zonder deze verborgenheid, zonder een bevindelijke kennis van de Drie-enige God, geen vergeving, geen vrede en geen zaligheid.
Want uw is ’t koninkrijk, o Heer,
uw is de kracht, uw is al d’ eer!
U, die ons helpen wilt en kunt,
die in uw Zoon verhoring gunt,
die door uw Geest ons troost en leidt,
U zij de lof in eeuwigheid!
Gebed des Heeren 9
Aan de lezer…
U die de verborgenheid van de Drie-enige God niet met uw verstand kunt rijmen, hoeft zich daarover niet te verwonderen; de natuur vraagt en de rede weerlegt. Maar de kinderkens nemen het aan en geloven het, omdat al hun hoop eraan hangt. Want waarop zou u zich verlaten, als het bloed van Christus niet het bloed van de Zoon van God was, en als de Geest, Die u leidt en onderwijst, geen Goddelijk Persoon was?
Wordt ook u soms heen en weer geslingerd, en ligt de vraag op uw lippen: „Hoe kunnen deze dingen zijn?” Zie dan niet naar uw eigen overleggingen, maar naar wat de Heere in uw hart gewerkt heeft: de liefde van de Vader, het verlossingswerk van de Zoon, het inwendig getuigenis van de Geest. Dat is het anker dat de ziel in de storm vasthoudt. Zonder deze kennis is er geen vergeving, geen vrede en geen zaligheid, maar wie haar door genade ontvangt, heeft het eeuwige leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For there are three that bear record in heaven, the Father, the Word, and the Holy Ghost: and these three are one.
1 John 5:7
A spiritual knowledge of the Trinity lies at the foundation of all vital godliness. To know Father, Son, and Holy Spirit by special teaching and divine revelation, is the sum and substance of spiritual religion, and is eternal life; according to the Lord’s own testimony, John 17:3, “And this is life eternal, that they might know You the only true God, and Jesus Christ, Whom You have sent.” Thus, sooner or later, the Lord leads all His people into a feeling acquaintance with, and divine reception of this glorious mystery; and thus they come to know the Father’s electing love, the Son’s redeeming work, and the Spirit’s inward testimony; and that these Three are One.
But how opposed to nature, sense, and reason is this glorious mystery; and how they all rise up in rebellion against it! How can Three be One or One be Three? nature asks and reason argues. And yet the babes receive and believe it. For take away the doctrine of the Trinity, and all their hope is gone in a moment. How can we rest upon Christ’s atoning blood, if it is not the blood of the Son of God? or upon His justifying righteousness, if not the righteousness of God? Or how could we be kept, led, taught, and guided by the Holy Spirit, if He too was not a divine Person in the Godhead?
Thus we come to know the mystery of Three Persons in the Godhead, by feelingly receiving into our hearts the work of each with power; and yet we know that these Three are but one God. It is this inward reception of the truth in the love of it which holds up the soul in a storm. We are often tossed about, and ready to say, “How can these things be?” But we are brought up by this deep-rooted feeling, as the anchor brings up the ship in the gale, that we are undone without it. If this mystery be removed, our hope must be removed with it; for there is no pardon, peace, nor salvation, but what stands in, and flows out of, an experimental knowledge of the Three-One God.
To the reader…
You who cannot reconcile the mystery of the Triune God with your understanding need not be surprised at that; nature asks and reason argues. But the babes receive it and believe it, because all their hope hangs upon it. For what would you rest on, if the blood of Christ were not the blood of the Son of God, and if the Spirit, Who leads and teaches you, were not a divine Person?
Are you too sometimes tossed to and fro, with the question on your lips: “How can these things be?” Then do not look to your own reasonings, but to what the Lord has worked in your heart: the love of the Father, the redeeming work of the Son, the inward witness of the Spirit. That is the anchor that holds the soul in the storm. Without this knowledge there is no pardon, no peace and no salvation, but whoever receives it by grace has eternal life.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque tres son los que dan testimonio en el cielo, el Padre, el Verbo, y el Espíritu Santo: y estos tres son uno.
1 Juan 5:7
Un conocimiento espiritual de la Trinidad está en el fundamento de toda piedad vital. Conocer al Padre, al Hijo y al Espíritu Santo por enseñanza especial y revelación divina es la suma y la sustancia de la religión espiritual, y es la vida eterna; según el propio testimonio del Señor, Juan 17:3: “Esta empero es la vida eterna: que Te conozcan el solo Dios verdadero, y a Jesucristo, al cual has enviado”. Así, tarde o temprano, el Señor conduce a todo Su pueblo a un conocimiento sentido de este glorioso misterio y a una recepción divina del mismo; y así llegan a conocer el amor electivo del Padre, la obra redentora del Hijo y el testimonio interior del Espíritu; y que estos Tres son Uno.
¡Pero cuán opuesto es este glorioso misterio a la naturaleza, a los sentidos y a la razón; y cómo se levantan todos ellos en rebelión contra él! ¿Cómo pueden Tres ser Uno, o Uno ser Tres?, pregunta la naturaleza y argumenta la razón. Y sin embargo los niños lo reciben y lo creen. Porque quite usted la doctrina de la Trinidad, y toda su esperanza se va en un momento. ¿Cómo podemos descansar en la sangre expiatoria de Cristo, si no es la sangre del Hijo de Dios? ¿O en Su justicia justificadora, si no es la justicia de Dios? ¿O cómo podríamos ser guardados, conducidos, enseñados y guiados por el Espíritu Santo, si Él no fuera también una Persona divina en la Deidad?
Así llegamos a conocer el misterio de las Tres Personas en la Deidad, recibiendo sensiblemente en nuestros corazones, con poder, la obra de cada una; y sin embargo sabemos que estos Tres no son sino un solo Dios. Es esta recepción interior de la verdad en el amor de ella lo que sostiene al alma en la tormenta. A menudo somos sacudidos y estamos a punto de decir: “¿Cómo puede hacerse esto?” Pero somos detenidos, como el ancla detiene al barco en el vendaval, por este sentimiento profundamente arraigado de que sin ello estamos perdidos. Si se quita este misterio, nuestra esperanza ha de quitarse con él; porque no hay perdón, ni paz, ni salvación, sino lo que se funda en un conocimiento experimental del Dios Trino y fluye de él.
Al lector…
Usted, que no puede conciliar con su entendimiento el misterio del Dios Trino, no necesita sorprenderse por ello; la naturaleza pregunta y la razón argumenta. Pero los niños lo reciben y lo creen, porque toda su esperanza depende de ello. Porque ¿en qué descansaría usted, si la sangre de Cristo no fuera la sangre del Hijo de Dios, y si el Espíritu, que le conduce y le enseña, no fuera una Persona divina?
¿Es también usted a veces sacudido de un lado a otro, con la pregunta en los labios: “¿Cómo puede hacerse esto?” Entonces no mire a sus propios razonamientos, sino a lo que el Señor ha obrado en su corazón: el amor del Padre, la obra redentora del Hijo, el testimonio interior del Espíritu. Esa es el ancla que sostiene al alma en la tormenta. Sin este conocimiento no hay perdón, ni paz, ni salvación; pero quien lo recibe por gracia tiene la vida eterna.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl