5 de enero
Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte; om te verschijnen degenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op de weg des vredes.
Lucas 1:78, 79
Er is een weg des vredes, en dit is de Heere Jezus Christus: „Want Hij is onze Vrede”, en „de Weg”, en daarom de Weg des vredes. Hij heeft vrede gemaakt door het bloed des kruises, Col. 1:20, de vijandschap daaraan gedood hebbende. En komende heeft Hij vrede verkondigd hun die verre waren, zittende in de duisternis en de schaduw des doods, en hun die nabij waren, Efeze 2:16, 17. De Opgang uit de hoogte, dan opgaande in de ziel, schijnt op de weg des vredes en doet onze voeten daarop treden. Het licht schijnt op de weg, omlijnd met bloed, op de weg der zaligheid krachtens het volmaakte werk: het verzoenend bloed en het verdienstelijk lijden van de Zoon van God.
Wanneer dan het licht schijnt op de weg en hij beschouwd wordt als een weg des vredes, een weg van verzoening en vergeving, een weg van leven en blijdschap, een weg van toenadering en aanneming, een weg van genade en heerlijkheid, dan beweegt zich de voet daarheen en gaat erop wandelen. Dit is een vrede die alle verstand te boven gaat, een vrede die de wereld niet geven of roven kan, een heilige kalmte, een genadige onderwerping van alle tegenstand. En die kracht die eenmaal tot de huilende storm en de kokende golven, die hun witte kuiven opstaken, sprak: „Vrede, weest stil!”, brengt dit alles teweeg. Hoe groot is de verandering! In plaats van in oorlog met God, met Hem in vrede.
O, te mogen verstaan en door het oog des geloofs te mogen bespieden dat de weg van de aarde tot de hemel, zoals hij is geopenbaard in de Persoon en het werk van de Zoon van God, van het begin tot het einde vrede is, en dat, zolang de voet des geloofs zich in die weg beweegt, hij wandelt in een weg des vredes hier en hiernamaals. O, hoe groot is het te kennen, te ontwaren en meer van deze vrede te genieten; de vrede waarvan de Heere Jezus zeide: „Mijn vrede laat Ik u; Mijn vrede geef Ik u!” De enige vrede is de vrede in het geloof, vrede door het verzoenend bloed, vrede door te wandelen in een zoete gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ook zijn wij niet onkundig gelaten hoe hij te verkrijgen en te behouden is: „Zijt in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus”, Phil. 4:6, 7.
Aan de lezer…
Wanneer u in duisternis en in de schaduw des doods zit, is het dan ook onrustig in uw binnenste, als een zee met kokende golven, en weet u niet hoe u vrede met God zou kunnen vinden? Zie dan niet naar binnen, waar u alleen onrust vindt, maar naar Hem Die onze Vrede is. Hij heeft vrede gemaakt door het bloed des kruises, en Hij verkondigt vrede aan hen die verre waren.
Wanneer de Opgang uit de hoogte in de ziel opgaat, valt er licht op die weg, omlijnd met bloed, en de voet gaat erop wandelen. Dan spreekt Dezelfde Die eens de storm stilde, ook tot uw hart: „Vrede, weest stil!” Wees dan in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten door bidden en smeken bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw hart bewaren in Christus Jezus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Door de innerlijke bewegingen der barmhartigheid onzes Gods, met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte; om te verschijnen degenen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods; om onze voeten te richten op de weg des vredes.
Lucas 1:78, 79
Er is een weg van vrede, en dat is de Heere Jezus Christus: „Want Hij is onze Vrede”, en „de Weg”, en daarom de Weg van de vrede. Hij heeft vrede gemaakt door het bloed van het kruis (Kol. 1:20), nadat Hij daaraan de vijandschap gedood had. En Hij is gekomen en heeft vrede verkondigd aan hen die ver weg waren, gezeten in de duisternis en de schaduw van de dood, en aan hen die dichtbij waren (Efeze 2:16, 17). De Opgang uit de hoogte, die dan in de ziel opgaat, schijnt op de weg van de vrede en doet onze voeten daarop gaan. Het licht schijnt op de weg die met bloed is afgebakend, op de weg van de zaligheid op grond van het volmaakte werk: het verzoenend bloed en het verdienstelijk lijden van de Zoon van God.
Wanneer dan het licht op de weg schijnt en hij gezien wordt als een weg van vrede, een weg van verzoening en vergeving, een weg van leven en blijdschap, een weg van toegang en aanneming, een weg van genade en heerlijkheid, dan beweegt de voet zich daarheen en gaat erop wandelen. Dit is een vrede die alle verstand te boven gaat, een vrede die de wereld niet kan geven of roven, een heilige kalmte, een genadige onderwerping van alle tegenstand. En de kracht die eens tot de huilende storm en de kokende golven met hun witte koppen sprak: „Vrede, weest stil!”, brengt dit alles tot stand. Hoe groot is de verandering! In plaats van in oorlog met God, nu met Hem in vrede.
O, te mogen verstaan en met het oog van het geloof te mogen zien dat de weg van de aarde naar de hemel, zoals hij geopenbaard is in de Persoon en het werk van de Zoon van God, van het begin tot het einde vrede is! En dat de voet van het geloof, zolang hij zich op die weg beweegt, wandelt op een weg van vrede, hier en hiernamaals. O, hoe groot is het om meer van deze vrede te kennen, te bespeuren en te genieten; de vrede waarover de Heere Jezus zei: „Mijn vrede laat Ik u; Mijn vrede geef Ik u!” De enige vrede is de vrede in het geloof, vrede door het verzoenend bloed, vrede door te wandelen in zoete gemeenschap met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ook zijn wij niet in het onzekere gelaten hoe die vrede te verkrijgen en te behouden is: „Zijt in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus” (Fil. 4:6, 7).
Aan de lezer…
Wanneer u in duisternis en in de schaduw van de dood zit, is het dan ook onrustig in uw binnenste, als een zee met kokende golven, en weet u niet hoe u vrede met God zou kunnen vinden? Kijk dan niet naar binnen, waar u alleen onrust vindt, maar naar Hem Die onze Vrede is. Hij heeft vrede gemaakt door het bloed van het kruis, en Hij verkondigt vrede aan hen die ver weg waren.
Wanneer de Opgang uit de hoogte in de ziel opgaat, valt er licht op die weg, met bloed afgebakend, en de voet gaat erop wandelen. Dan spreekt Dezelfde Die eens de storm stilde, ook tot uw hart: „Vrede, weest stil!” Wees dan in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten door bidden en smeken bekend worden bij God. En de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, zal uw hart bewaren in Christus Jezus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Through the tender mercy of our God; whereby the dayspring from on high hath visited us, to give light to them that sit in darkness and in the shadow of death, to guide our feet into the way of peace.
Luke 1:78-79
There is a way of peace, and that is the Lord Jesus Christ. For He is “our peace,” and “the way,” and therefore the way of peace. He has made peace through the blood of His cross (Col. 1:20), having slain the enmity thereby, and came and preached peace to those who were afar off, “sitting in darkness and the shadow of death,” and to those who were near (Eph. 2:16, 17). The dayspring, then, breaking in upon the soul, shines upon the way of peace, and guides the feet into it. The light shines upon the way lined with blood, the way of salvation through the finished work, atoning blood, and meritorious sufferings of the Son of God. As, then, the light shines upon the way, and it is seen as a way of peace, a way of pardon and reconciliation, a way of access and acceptance, a way of grace and glory, a way of life and happiness, the feet of faith move towards it, enter upon it, and walk in it.
This is a peace that passes all understanding, a peace which the world cannot give or take away, a holy calm, a gracious subduing of all rebellion; and that power which once said to the boiling waves and howling winds that chafed their whitened crests into a succession of billows, “Peace, be still!” does it all. How great the change! Instead of war with God, to be at peace; to see by the eye of faith that the whole way from earth to heaven, as revealed in the Person and work of the Son of God, is peace from first to last, and that as long as the feet are moving in that path they are walking in a way of peace here and hereafter. O to know, feel, and enjoy more of this peace, the peace of which Jesus said, “Peace I leave with you, My peace I give unto you!”
The only peace is peace in believing, peace through atoning blood, peace by walking in sweet communion with Father, Son, and Holy Spirit. Nor are we left ignorant how it is to be attained and maintained—“Be anxious for nothing; but in everything by prayer and supplication, with thanksgiving, let your requests be made known unto God. And the peace of God, which passes all understanding, shall keep your hearts and minds through Christ Jesus” (Philippians 4:6, 7).
To the reader…
When you sit in darkness and in the shadow of death, is there also unrest within you, like a sea of boiling waves, and do you not know how you could find peace with God? Then do not look within, where you find only unrest, but look to Him Who is our Peace. He has made peace through the blood of His cross, and He preaches peace to those who were afar off.
When the Dayspring from on high rises in the soul, light falls on that way marked out with blood, and the feet begin to walk in it. Then the same One Who once stilled the storm speaks also to your heart: “Peace, be still!” Be careful, then, for nothing, but by prayer and supplication let your requests be made known unto God. And the peace of God, which passes all understanding, shall keep your heart through Christ Jesus.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por las entrañas de misericordia de nuestro Dios, con que nos visitó de lo alto el Oriente, para dar luz a los que habitan en tinieblas y en sombra de muerte; para encaminar nuestros pies por camino de paz.
Lucas 1:78-79
Hay un camino de paz, y ese es el Señor Jesucristo. Porque Él es “nuestra paz” y “el camino”, y por tanto el camino de paz. Él ha hecho la paz por la sangre de Su cruz (Colosenses 1:20), matando en ella las enemistades, y vino y anunció la paz a los que estaban lejos, que habitaban “en tinieblas y en sombra de muerte”, y a los que estaban cerca (Efesios 2:16, 17). El Oriente, pues, irrumpiendo en el alma, resplandece sobre el camino de paz y encamina los pies por él. La luz brilla sobre el camino marcado con sangre, el camino de salvación por medio de la obra consumada, la sangre expiatoria y los sufrimientos meritorios del Hijo de Dios. Así pues, cuando la luz resplandece sobre el camino, y este se ve como un camino de paz, un camino de perdón y reconciliación, un camino de acceso y aceptación, un camino de gracia y gloria, un camino de vida y felicidad, los pies de la fe se mueven hacia él, entran en él y andan por él.
Esta es una paz que sobrepuja todo entendimiento, una paz que el mundo no puede dar ni quitar, una santa calma, un someter lleno de gracia toda rebelión; y aquel poder que una vez dijo a las olas hirvientes y a los vientos aullantes que encrespaban sus blancas crestas en una sucesión de oleajes: “Calla, enmudece”, lo hace todo. ¡Qué grande es el cambio! En lugar de guerra con Dios, estar en paz; ver con el ojo de la fe que todo el camino de la tierra al cielo, tal como se revela en la Persona y la obra del Hijo de Dios, es paz del principio al fin, y que mientras los pies se muevan por esa senda, andan por un camino de paz aquí y en el más allá. ¡Oh, conocer, sentir y gozar más de esta paz, la paz de la cual Jesús dijo: “La paz os dejo, Mi paz os doy”!
La única paz es la paz en el creer, la paz por la sangre expiatoria, la paz al andar en dulce comunión con el Padre, el Hijo y el Espíritu Santo. Y no se nos deja ignorar cómo se ha de alcanzar y mantener: “Por nada estéis afanosos; sino sean notorias vuestras peticiones delante de Dios en toda oración y ruego, con hacimiento de gracias. Y la paz de Dios, que sobrepuja todo entendimiento, guardará vuestros corazones y vuestros entendimientos en Cristo Jesús” (Filipenses 4:6, 7).
Al lector…
Cuando usted habita en tinieblas y en sombra de muerte, ¿hay también inquietud dentro de usted, como un mar de olas hirvientes, y no sabe cómo podría hallar paz con Dios? Entonces no mire hacia dentro, donde solo halla inquietud, sino mire a Aquel que es nuestra Paz. Él ha hecho la paz por la sangre de Su cruz, y anuncia la paz a los que estaban lejos.
Cuando el Oriente de lo alto nace en el alma, la luz cae sobre ese camino marcado con sangre, y los pies comienzan a andar por él. Entonces el mismo que una vez calmó la tempestad habla también a su corazón: “Calla, enmudece.” Por nada esté, pues, afanoso, sino sean notorias sus peticiones delante de Dios en oración y ruego. Y la paz de Dios, que sobrepuja todo entendimiento, guardará su corazón en Cristo Jesús.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl