Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 Dagen Met Philpot

Vandaag
17 juli 365 dagen met Philpot

Bevinding

De HEERE maakt arm en maakt rijk.
1 Samuël 2:7

Om geestelijk een bedelaar te zijn, moet de mens niets hebben wat hij niet door smeken verkrijgt. Maar hoe vernederend is het voor de natuur, en hoe verpletterend voor de trots van de mens, dat hij van nature niets geestelijk goeds kan doen! Hij kan zijn eigen hart niet opnieuw scheppen, zijn eigen ziel niet redden, niet geloven, niet hopen en niet liefhebben — kortom, hij kan zich door geen enkele eigen wil of kracht aan Gods goedgunstigheid toevertrouwen! De bedelaar heeft niets om mee te werken of te handelen. Als hem maar een stukje grond gegeven werd, zou hij het kunnen bebouwen; als hij maar een beetje geld had, zou hij ermee kunnen kopen en verkopen.

Maar hij heeft niets om mee te beginnen, geen enkel uitgangspunt, want „de armoede der geringen is hun verstoring” (Spr. 10:15). Ik heb het over iemand die, laten we zeggen, door ziekte tot armoede gebracht is, niet over straatbedelaars, die meestal bedriegers zijn. Zo is het ook met Gods kinderen. Als ze maar konden werken, als ze maar een stukje grond konden bebouwen en een geestelijke oogst binnenhalen, of als ze maar een beetje geld hadden om mee te beginnen, dat ze konden uitzetten om het met rente terug te krijgen, dan zouden ze geen bedelaars zijn.

Maar dat alles is hun zo uit handen geraakt dat ze geen enkel goed ding meer hebben dat ze hun eigendom kunnen noemen. Daarom moeten ze bij de Heere bedelen, roepen en smeken om al het geestelijke en genadige. Wat is dat vernederend voor een mens! Toch weten Gods kinderen dat ze die weg moeten gaan. Hebt u, heb ik, ooit iets gekregen anders dan door te bedelen? Moeten Gods dienstknechten niet om bijna elke preek bidden, en roepen en zuchten om bijna elke tekst, om kracht in hun ziel te ervaren, om gedachten ingegeven te krijgen en om woorden in de mond gelegd te krijgen?

En moeten Gods kinderen, de hoorders, niet aan de voetbank van de genade smeken om elke zegen die ze hopen te ontvangen, om elk gunstig teken, om elk getuigenis, elke glimlach, elk bewijs en elke blijk dat ze Gods kinderen zijn? Moeten Gods kinderen niet heel aanhoudend de genadetroon bestormen, om die barmhartigheden als een vrije gave te mogen ontvangen, zonder welke ze niet getroost kunnen leven en niet zalig kunnen sterven? Als u geen bedelaar bent, als u nog een beetje geld bezit of een eigen veldje om te bebouwen, bent u niet geschikt voor het Koninkrijk van God. Elke cent uit de voorraad van de natuur moet uitgegeven zijn voordat u uit de volheid van Christus kunt ontvangen, genade voor genade. Zolang u geen bedelaar bent, hebt u geen zichtbaar recht op de zegeningen van het evangelie.

Lezen: Markus 10:46-52

Aan de lezer…

Is het ook voor u vernederend dat u niets hebt om mee te beginnen? U kunt uw eigen hart niet vernieuwen, en uit uzelf niet geloven, niet hopen en niet liefhebben. Het veldje dat u meende te bezitten, is u ontnomen, en de laatste cent uit de voorraad van de natuur is uitgegeven. Dat is bitter voor de trots van het hart, en toch is het geen verloren plaats.

Want juist de bedelaar mag aan de voetbank van de genade liggen. Wat u niet kunt verdienen, mag u smekend ontvangen als een vrije gave: elk gunstig teken, elke glimlach, elk bewijs dat u een kind van God bent. Bestorm dan aanhoudend de genadetroon. Hebt u ooit iets ontvangen anders dan door te bedelen? Zo zal het ook nu zijn: uit de volheid van Christus, genade voor genade, voor wie met lege handen komt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk