September 30
Want wij hebben geen Hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Hebreeën 4:15-16
Welk hart kan het bevatten en welke tong kan het vertellen, wat al overwinningen de altijd zegevierende genade van de Heere Jezus Christus iedere dag en ieder uur behaalt? Wij zien ternauwernood een miljoenste deel van hetgeen Hij, als een Koning op Zijn troon, dagelijks doet, en nog zien wij genoeg om te weten dat Hij altijd leeft aan Gods rechterhand, en leeft om te redden en te zegenen. Wat een menigte behoeftige smekelingen omringt elk ogenblik Zijn troon! Wat al dringende behoeften en noden te herstellen; wat al bittere smart en leed te verzachten; wat al gebroken harten te verbinden; wat al gewonde gewetens te genezen; wat al ontelbare gebeden te verhoren; wat al ernstige smekingen in te willigen; wat al hardnekkige vijanden te onderwerpen; wat al schuldige vrezen te stillen! Welk een goedertierenheid, welk een goedheid, welk een geduld, welk een medelijden, welk een barmhartigheid, welk een liefde, en toch welk een macht en gezag spreidt die Almachtige Souverein ten toon!
Geen omstandigheid is te beuzelachtig, geen bedelaar te slecht gekleed, geen behoeftige te arm, geen smekeling te gering, geen zaak te zwaar, geen moeite te groot, geen zoeker te aanhoudend, geen schuldenaar te onvermogend, dat Hij hem niet zou helpen. Gezeten op Zijn troon van genade, ziet Zijn alziend oog allen, grijpt Zijn almachtige hand allen en omhelst Zijn liefhebbend hart allen die de Vader Hem bij Verbond gaf, die Hij Zelf verloste door Zijn bloeden, die de Heilige Geest door Zijn onoverwinnelijke kracht had levend gemaakt: de hopelozen, de hulpelozen die op het punt zijn om te komen, de treurenden in Zion, de verstotenen naar wie niemand omziet, de door onweder voortgedrevenen en ongetroosten, de beroofde weduwe, de klagende wees, de kranken naar het lichaam en nog krankeren naar het hart, de door uur na uur durende pijn gefolterden, de door koorts verteerde teringlijders, de worstelaar in de laatste doodsstrijd. O, wat beklagenswaardige voorwerpen omringen Zijn troon, en allen hebben behoefte aan een blik van Zijn oog, een woord van Zijn lippen, een glimlach van Zijn gelaat, een druk van Zijn hand! O, konden wij maar zien wat Zijn genade is, wat Zijn genade bevat, wat Zijn genade doet, en konden wij maar meer gevoelen wat zij in en voor onszelf doet, dan zouden wij een heerlijker gezicht hebben op dat rijk van genade van de hoge Koning van Zion, zittende op Zijn troon!
Wie heeft lust de Heer te vrezen,
’t allerhoogst en eeuwig goed?
Ps. 25:6
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u staat in die grote menigte van behoeftige smekelingen rondom de troon, en meent dat uw nood te gering is, of uw kleed te slecht, om opgemerkt te worden. Of voelt u zich zo hopeloos en hulpeloos, zo dicht bij het omkomen, dat u nauwelijks nog durft te naderen? Weet dan dat er geen omstandigheid te beuzelachtig is en geen behoeftige te arm, dat Hij hem niet zou helpen. Zijn alziend oog ziet ook u.
U hebt geen Hogepriester Die niet kan medelijden hebben met uw zwakheden; Hij is in alle dingen verzocht geweest, gelijk als u, doch zonder zonde. Ga dan met vrijmoedigheid tot de troon der genade, met uw gebroken hart en uw gewond geweten. Eén blik van Zijn oog, één woord van Zijn lippen, één druk van Zijn hand is genoeg. Daar zult u barmhartigheid verkrijgen en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wij hebben geen Hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Hebreeën 4:15-16
Welk hart kan het bevatten en welke tong kan het vertellen, hoeveel overwinningen de altijd zegevierende genade van de Heere Jezus Christus iedere dag en ieder uur behaalt? Wij zien nauwelijks een miljoenste deel van wat Hij als Koning op Zijn troon dagelijks doet, en toch zien wij genoeg om te weten dat Hij altijd leeft aan Gods rechterhand, en leeft om te redden en te zegenen. Wat een menigte behoeftige smekelingen omringt elk ogenblik Zijn troon! Hoeveel dringende behoeften en noden moeten er worden vervuld; hoeveel bittere smart en hoeveel leed moeten er worden verzacht; hoeveel gebroken harten moeten er worden verbonden; hoeveel gewonde gewetens moeten er worden genezen; hoeveel ontelbare gebeden moeten er worden verhoord; hoeveel ernstige smeekbeden moeten er worden ingewilligd; hoeveel hardnekkige vijanden moeten er worden onderworpen; hoeveel schuldige angsten moeten er worden gestild! Wat een goedertierenheid, wat een goedheid, wat een geduld, wat een medelijden, wat een barmhartigheid, wat een liefde, en tegelijk wat een macht en gezag toont die almachtige Soeverein!
Geen omstandigheid is te onbeduidend, geen bedelaar te armoedig gekleed, geen behoeftige te arm, geen smekeling te onbeduidend, geen zaak te moeilijk, geen moeite te groot, geen zoeker te aanhoudend, geen schuldenaar te onvermogend, of Hij zou hem helpen. Gezeten op Zijn troon van genade ziet Zijn alziend oog allen, grijpt Zijn almachtige hand allen en omhelst Zijn liefhebbend hart allen die de Vader Hem in het Verbond gaf, die Hij Zelf verloste door Zijn bloed, en die de Heilige Geest door Zijn onoverwinnelijke kracht levend had gemaakt: de hopelozen, de hulpelozen die op het punt staan om te komen, de treurenden in Sion, de verstotenen naar wie niemand omziet, de door storm voortgedrevenen en ongetroosten, de weduwe die haar man verloor, de wenende wees, wie ziek is naar het lichaam en nog zieker naar het hart, wie uur na uur door pijn gekweld wordt, de teringlijder die door koorts verteerd wordt, de worstelaar in de laatste doodsstrijd. O, wat een beklagenswaardige mensen omringen Zijn troon, en allen hebben een blik van Zijn oog nodig, een woord van Zijn lippen, een glimlach van Zijn aangezicht, een druk van Zijn hand! O, konden wij maar zien wat Zijn genade is en wat zij bevat en doet, en konden wij maar meer ervaren wat zij in en voor onszelf doet, dan zouden wij een heerlijker zicht hebben op dat rijk van genade van de hoge Koning van Sion, gezeten op Zijn troon!
Wie heeft lust de Heer te vrezen,
’t allerhoogst en eeuwig goed?
Ps. 25:6
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u staat in die grote menigte van behoeftige smekelingen rondom de troon, en denkt dat uw nood te gering is, of uw kleed te armoedig, om opgemerkt te worden. Of voelt u zich zo hopeloos en hulpeloos, zo dicht bij het omkomen, dat u nauwelijks nog durft te naderen? Weet dan dat geen omstandigheid te onbeduidend is en geen behoeftige te arm, of Hij zou hem helpen. Zijn alziend oog ziet ook u.
U hebt geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met uw zwakheden; Hij is in alle dingen verzocht geweest zoals u, maar zonder zonde. Ga dan met vrijmoedigheid naar de troon der genade, met uw gebroken hart en uw gewond geweten. Eén blik van Zijn oog, één woord van Zijn lippen, één druk van Zijn hand is genoeg. Daar zult u barmhartigheid verkrijgen en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For we have not an High Priest which cannot be touched with the feeling of our infirmities; but was in all points tempted like as we are, yet without sin. Let us therefore come boldly unto the throne of grace, that we may obtain mercy, and find grace to help in time of need.
Hebrews 4:15-16
What heart can conceive or tongue recount the daily, hourly triumphs of the Lord Jesus Christ’s all-conquering grace? We see scarcely a millionth part of what He, as a King on His throne, is daily doing; and yet we see enough to know that He ever lives at God’s right hand, and lives to save and bless.
What a crowd of needy petitioners every moment surrounds His throne! What urgent needs and woes to answer; what cutting griefs and sorrows to assuage; what broken hearts to bind up; what wounded consciences to heal; what countless prayers to hear; what earnest petitions to grant; what stubborn foes to subdue; what guilty fears to quell! What grace, what kindness, what patience, what compassion, what mercy, what love, and yet what power and authority does this Almighty Sovereign display! No circumstance is too trifling; no petitioner too insignificant; no case too hard; no difficulty too great; no seeker too importunate; no beggar too ragged; no bankrupt too penniless; no debtor too insolvent, for Him not to notice and not to relieve.
Sitting on His throne of grace, His all-seeing eye views all, His almighty hand grasps all, and His loving heart embraces all whom the Father gave Him by covenant, whom He Himself redeemed by His blood, and whom the blessed Spirit has quickened into life by His invincible power. The hopeless, the helpless; the outcasts whom no man cares for; the tossed with tempest and not comforted; the ready to perish; the mourners in Zion; the bereaved widow; the wailing orphan; the sick in body, and still more sick in heart; the racked with hourly pain; the fevered consumptive; the wrestler with death’s last struggle—O what crowds of pitiable objects surround His throne; and all needing a look from His eye, a word from His lips, a smile from His face, a touch from His hand!
O could we but see what His grace is, what His grace has, what His grace does; and could we but feel more what it is doing in and for ourselves, we would have more exalted views of the reign of grace now exercised on high by Zion’s enthroned King!
To the reader…
It may be that you stand in that great crowd of needy petitioners around the throne, and think that your need is too small, or your garment too shabby, to be noticed. Or do you feel so hopeless and helpless, so near to perishing, that you hardly dare to draw near any more? Then know that no circumstance is too trifling and no beggar too poor for Him to help. His all-seeing eye sees you as well.
You do not have a High Priest Who cannot be touched with the feeling of your infirmities; He was in all points tempted like as you are, yet without sin. Come boldly, then, to the throne of grace, with your broken heart and your wounded conscience. One look from His eye, one word from His lips, one touch of His hand is enough. There you will obtain mercy and find grace to help in time of need.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque no tenemos un Pontífice que no se pueda compadecer de nuestras flaquezas; mas tentado en todo según nuestra semejanza, pero sin pecado. Lleguémonos pues confiadamente al trono de la gracia, para alcanzar misericordia, y hallar gracia para el oportuno socorro.
Hebreos 4:15-16
¿Qué corazón puede concebir o qué lengua puede contar los triunfos diarios, de cada hora, de la gracia todopoderosa del Señor Jesucristo? Apenas vemos una millonésima parte de lo que Él, como Rey en Su trono, hace cada día; y sin embargo vemos lo suficiente para saber que vive siempre a la diestra de Dios, y que vive para salvar y bendecir.
¡Qué multitud de suplicantes necesitados rodea Su trono en todo momento! ¡Cuántas necesidades y aflicciones urgentes que atender; cuántas penas y tristezas punzantes que aliviar; cuántos corazones quebrantados que vendar; cuántas conciencias heridas que sanar; cuántas oraciones innumerables que escuchar; cuántas peticiones fervientes que conceder; cuántos enemigos obstinados que someter; cuántos temores culpables que acallar! ¡Qué gracia, qué bondad, qué paciencia, qué compasión, qué misericordia, qué amor, y a la vez qué poder y autoridad despliega este Soberano Todopoderoso! Ninguna circunstancia es demasiado insignificante; ningún suplicante demasiado pequeño; ningún caso demasiado difícil; ninguna dificultad demasiado grande; ningún buscador demasiado insistente; ningún mendigo demasiado andrajoso; ningún arruinado demasiado sin un centavo; ningún deudor demasiado insolvente, para que Él no lo note y no lo socorra.
Sentado en Su trono de la gracia, Su ojo que todo lo ve lo contempla todo, Su mano todopoderosa lo abarca todo, y Su corazón amoroso abraza a todos los que el Padre Le dio por pacto, a quienes Él mismo redimió con Su sangre, y a quienes el bendito Espíritu ha vivificado por Su poder invencible. Los desesperanzados, los impotentes; los desechados de quienes nadie se cuida; los fatigados con tempestad, sin consuelo; los que están a punto de perecer; los enlutados de Sion; la viuda desconsolada; el huérfano que gime; los enfermos en el cuerpo, y aún más enfermos en el corazón; los atormentados por el dolor de cada hora; el tísico con fiebre; el que forcejea en la última lucha con la muerte: ¡oh, qué multitudes de seres dignos de lástima rodean Su trono, y todos necesitan una mirada de Su ojo, una palabra de Sus labios, una sonrisa de Su rostro, un toque de Su mano!
¡Oh, si pudiéramos ver lo que es Su gracia, lo que Su gracia tiene, lo que Su gracia hace; y si pudiéramos sentir más lo que está haciendo en nosotros y por nosotros, tendríamos ideas más elevadas del reinado de la gracia que ahora ejerce en lo alto el Rey entronizado de Sion!
Al lector…
Puede ser que usted esté en esa gran multitud de suplicantes necesitados alrededor del trono, y piense que su necesidad es demasiado pequeña, o su vestido demasiado raído, para que se fijen en usted. ¿O se siente tan desesperanzado e impotente, tan cerca de perecer, que apenas se atreve ya a acercarse? Entonces sepa que ninguna circunstancia es demasiado insignificante y ningún mendigo demasiado pobre para que Él le ayude. Su ojo que todo lo ve le ve también a usted.
Usted no tiene un Pontífice que no se pueda compadecer de sus flaquezas; Él fue tentado en todo según su semejanza, pero sin pecado. Llegue, pues, confiadamente al trono de la gracia, con su corazón quebrantado y su conciencia herida. Una mirada de Su ojo, una palabra de Sus labios, un toque de Su mano basta. Allí alcanzará misericordia y hallará gracia para el oportuno socorro.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl