March 30
Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.
Johannes 15:8
Het dragen van veel vrucht verheerlijkt God niet alleen, maar toont ook dat dezulken die rijke vruchten dragen, in waarheid discipelen zijn van de Heere Jezus. Ofschoon er nu geen verdienste is in het dragen van vruchten, genieten zij er soms vertroosting van, daar het getuigt van een voortdurende vereniging met Christus. „Indien gij Mijn geboden bewaart, zult gij in Mijn liefde blijven; zoals Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb en blijf in Zijn liefde.” Er is geen blijven in de heilige gemeenschap der ziel dan door de gehoorzaamheid aan God; ook kan er geen ware geestelijke gemeenschap zijn met God zolang de schuld der ongehoorzaamheid hard en zwaar op het geweten drukt. Rechte paden voor onze voet te maken, in de vreze Gods te wandelen, te Zijner eer te leven, zijn niet alleen zoete kenmerken van het ware discipelschap, maar het geloof, de hoop en de liefde kunnen zonder deze niet bestaan.
En toch, zo wij niets kennen van de vrucht des Evangelies, en wat wij zijn als arme, vuile zondaars, moeten wij dan niet dikwijls onze mond in het stof steken? In plaats van ons te verheugen in onze vruchtbaarheid, moeten wij niet dikwijls klagen over onze dorheid, en uitroepen: „Mijn dorheid, mijn dorheid, wee over mij!” En toch, indien wij onze tekortkomingen hierin in onszelven en anderen zien en gevoelen, en zo wij onze harten, onze lippen en ons leven vergelijken met het Woord der Waarheid en wij ons schuldig moeten verklaren, zal ons dit dan ontmoedigen? Neen, diezelfde ontmoediging kan ons van dienst zijn.
Het is somtijds goed ontmoedigd te worden, omdat het ons leert dat wij „zonder Christus niets kunnen doen”, en dat wij alleen door Zijn genade vruchten kunnen voortbrengen ter Zijner verheerlijking. Daarom is het goed onze dorheid en onvruchtbaarheid te zien en te gevoelen; want juist dat zien en het bewustzijn van ons gebrek aan vruchten brengt ons tot een ernstig verlangen dat de Heere Jezus Christus in onze ziel het willen en het volbrengen naar Zijn welbehagen werke.
’t Rechtvaardig volk zal bloeien, gelijk op Libanon.
Ps. 92:7
Aan de lezer…
Klaagt u met de profeet: „Mijn dorheid, mijn dorheid, wee mij!”? Lieve lezer, als u uw hart, uw lippen en uw leven naast het Woord der waarheid legt, moet u wellicht uw mond in het stof steken. Wij kunnen dat niet mooier maken dan het is. Toch wil ik niet dat u daardoor ontmoedigd blijft liggen, want ook zulk ontmoedigd worden kan u van dienst zijn.
Het leert u dat u zonder Christus niets kunt doen, en dat er geen vrucht is dan uit vereniging met Hem. Zo drijft juist het gevoel van onvruchtbaarheid u tot een ernstig verlangen dat Hij in u werke het willen en het volbrengen naar Zijn welbehagen. Zoek dan geen verdienste in uw vruchten, maar blijf in Hem en in Zijn liefde. Waar Hij werkt, zal er vrucht zijn tot eer van de Vader, al ziet u die zelf nauwelijks.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt; en gij zult Mijn discipelen zijn.
Johannes 15:8
Het dragen van veel vrucht verheerlijkt niet alleen God, maar laat ook zien dat wie rijke vruchten draagt, in waarheid een discipel is van de Heere Jezus. Hoewel er geen verdienste ligt in het dragen van vruchten, putten zij er soms troost uit, omdat het getuigt van een blijvende vereniging met Christus. „Indien gij Mijn geboden bewaart, zult gij in Mijn liefde blijven; zoals Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb en blijf in Zijn liefde.” Er is geen blijven in de heilige gemeenschap van de ziel dan door gehoorzaamheid aan God. Ook kan er geen ware geestelijke gemeenschap met God zijn zolang de schuld van ongehoorzaamheid hard en zwaar op het geweten drukt. Rechte paden maken voor onze voet, in de vreze Gods wandelen en tot Zijn eer leven, zijn niet alleen zoete kenmerken van het ware discipelschap; het geloof, de hoop en de liefde kunnen zonder deze ook niet bestaan.
En toch, als wij niets kennen van de vrucht van het Evangelie en van wat wij zijn als arme, vuile zondaars, moeten wij dan niet vaak onze mond in het stof steken? Moeten wij, in plaats van ons te verheugen in onze vruchtbaarheid, niet vaak klagen over onze dorheid en uitroepen: „Mijn dorheid, mijn dorheid, wee over mij!”? En toch, als wij onze tekortkomingen hierin bij onszelf en bij anderen zien en voelen, en als wij ons hart, onze lippen en ons leven vergelijken met het Woord der waarheid en ons schuldig moeten verklaren, zal dat ons dan ontmoedigen? Nee, juist die ontmoediging kan ons van dienst zijn.
Het is soms goed ontmoedigd te worden, omdat het ons leert dat wij „zonder Christus niets kunnen doen”, en dat wij alleen door Zijn genade vruchten kunnen voortbrengen tot Zijn verheerlijking. Daarom is het goed onze dorheid en onvruchtbaarheid te zien en te voelen. Want juist dat zien en het besef van ons gebrek aan vruchten brengt ons tot een ernstig verlangen dat de Heere Jezus Christus in onze ziel het willen en het volbrengen werkt naar Zijn welbehagen.
’t Rechtvaardig volk zal bloeien, gelijk op Libanon.
Ps. 92:7
Aan de lezer…
Klaagt u met de profeet: „Mijn dorheid, mijn dorheid, wee mij!”? Als u uw hart, uw lippen en uw leven naast het Woord der waarheid legt, moet u misschien uw mond in het stof steken. Wij kunnen dat niet mooier maken dan het is. Toch wil ik niet dat u daardoor ontmoedigd blijft liggen, want ook zulke ontmoediging kan u van dienst zijn.
Het leert u dat u zonder Christus niets kunt doen, en dat er geen vrucht is dan uit vereniging met Hem. Zo drijft juist het besef van onvruchtbaarheid u tot een ernstig verlangen dat Hij in u het willen en het volbrengen werkt naar Zijn welbehagen. Zoek dan geen verdienste in uw vruchten, maar blijf in Hem en in Zijn liefde. Waar Hij werkt, zal er vrucht zijn tot eer van de Vader, ook al ziet u die zelf nauwelijks.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Herein is My Father glorified, that ye bear much fruit; so shall ye be My disciples.
John 15:8
The bearing of much fruit not only brings glory to God, but proves such rich fruit-bearers to be genuine disciples of the Lord Jesus. Now, though there is no merit in their bearing fruit, they sometimes get comfort from it, as proving an abiding union with Christ. “If you keep My commandments, you shall abide in My love; even as I have kept My Father’s commandments and abide in His love.” There is no maintaining of holy confidence in the soul but by walking in godly obedience; nor can there be any true spiritual communion with God while the guilt of disobedience lies hard and heavy on the conscience. To make straight paths for our feet; to walk in the fear of God; to live to His glory, are not only sweet tests of genuine discipleship, but faith, hope, and love cannot be maintained without them.
And yet if we know anything of what gospel fruit is, and what we are as poor, vile sinners, must we not too often put our mouth in the dust? Instead of rejoicing in our fruitfulness, must we not often rather lament our barrenness, and cry out, “My leanness, my leanness, woe unto me!” Still, if we see and feel a deficiency in these points in ourselves and others, and, comparing our hearts, lips, and lives with the Word of truth, must plead guilty, shall this utterly discourage us? No. This very discouragement may prove of service to us.
It is good, at times, to be discouraged; because it makes us learn that “without Christ we can do nothing,” and that it is only by His grace that we can produce fruit to His glory. It is, therefore, good to see and feel our barrenness and unfruitfulness; for it is this very sight and sense of our own want of fruit that leads us in earnest desires to the Lord Jesus Christ to work in us to will and to do of His own good pleasure.
To the reader…
Do you lament with the prophet, “My leanness, my leanness, woe unto me!”? If you lay your heart, your lips and your life beside the Word of truth, you may have to put your mouth in the dust. We cannot make that look better than it is. Yet I do not want you to stay lying there discouraged, for even such discouragement can be of service to you.
It teaches you that without Christ you can do nothing, and that there is no fruit except from union with Him. In this way the very sense of barrenness drives you to an earnest longing that He would work in you to will and to do of His good pleasure. So do not seek merit in your fruits, but abide in Him and in His love. Where He works, there will be fruit to the glory of the Father, even if you yourself hardly see it.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En esto es glorificado Mi Padre, en que llevéis mucho fruto, y seáis así Mis discípulos.
Juan 15:8
Llevar mucho fruto no solo da gloria a Dios, sino que demuestra que tales portadores de rico fruto son discípulos genuinos del Señor Jesús. Ahora bien, aunque no hay mérito en que lleven fruto, a veces sacan consuelo de ello, como prueba de una unión permanente con Cristo. “Si guardareis Mis mandamientos, estaréis en Mi amor; como Yo también he guardado los mandamientos de Mi Padre, y estoy en Su amor”. No hay manera de mantener la santa confianza en el alma sino andando en obediencia piadosa; ni puede haber verdadera comunión espiritual con Dios mientras la culpa de la desobediencia pesa dura y gravemente sobre la conciencia. Hacer sendas derechas para nuestros pies, andar en el temor de Dios, vivir para Su gloria, no son solo dulces pruebas de un discipulado genuino, sino que la fe, la esperanza y el amor no pueden mantenerse sin ellos.
Y sin embargo, si sabemos algo de lo que es el fruto del evangelio, y de lo que somos como pobres y viles pecadores, ¿no tenemos que poner con demasiada frecuencia nuestra boca en el polvo? En lugar de regocijarnos en nuestra fecundidad, ¿no tenemos a menudo que lamentar más bien nuestra esterilidad y clamar: “¡Mi flaqueza, mi flaqueza, ay de mí!”? Aun así, si vemos y sentimos una deficiencia en estos puntos en nosotros mismos y en otros, y, comparando nuestro corazón, nuestros labios y nuestra vida con la Palabra de verdad, tenemos que declararnos culpables, ¿habrá de desanimarnos esto por completo? No. Este mismo desánimo puede resultarnos de provecho.
Es bueno, a veces, estar desanimado; porque nos hace aprender que “sin Cristo nada podemos hacer”, y que solo por Su gracia podemos producir fruto para Su gloria. Es bueno, por tanto, ver y sentir nuestra esterilidad e infructuosidad; porque es precisamente esta vista y este sentido de nuestra propia falta de fruto lo que nos lleva con deseos fervientes al Señor Jesucristo, para que obre en nosotros así el querer como el hacer por Su buena voluntad.
Al lector…
¿Se lamenta usted con el profeta: “¡Mi flaqueza, mi flaqueza, ay de mí!”? Si pone su corazón, sus labios y su vida junto a la Palabra de verdad, puede que tenga que poner su boca en el polvo. No podemos hacer que eso parezca mejor de lo que es. Sin embargo, no quiero que se quede ahí tendido y desanimado, porque aun tal desánimo puede serle de provecho.
Le enseña que sin Cristo nada puede hacer, y que no hay fruto sino por la unión con Él. Así, el sentido mismo de la esterilidad le impulsa a un anhelo ferviente de que Él obre en usted así el querer como el hacer por Su buena voluntad. No busque, pues, mérito en sus frutos, sino permanezca en Él y en Su amor. Donde Él obra habrá fruto para la gloria del Padre, aunque usted mismo apenas lo vea.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl