30 de junio
De Geest des Heeren heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.
2 Samuel 23:2
Wij lezen dat „geen profetie der Schrift voor bijzondere uitlegging vatbaar is”; dat wil zeggen: zij is het gemeenschappelijk eigendom van al Jehova’s gunstgenoten, en „heilige mannen Gods spraken zoals zij door de Geest gedreven werden”. De invloed des Heiligen Geestes werkte zodanig op hun zielen dat zij uit hun hart datgene tevoorschijn brachten wat paste aan het gehele volk Gods. Zo lezen wij in Psalm 51 Davids belijdenis van schuld; maar die belijdenis van zonde van David is van toepassing op iedere ziel die wegens haar zonde veroordeeld is. Toen Job zijn bittere klachten uitstortte, sprak hij, zonder het te weten, voor de kinderen Gods in de verste tijden.
Toen de Heere tot Jozua zeide: „Ik zal u niet begeven noch verlaten”, was het een belofte uitsluitend aan Jozua gegeven; zij scheen alleen tot hem gericht, alsof Jozua, en Jozua alleen, aanspraak had op die belofte. Maar wij zien de apostel Paulus diezelfde belofte aanhalen als het gemeenschappelijk eigendom van de gemeente Gods: „Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, noch Ik zal u niet verlaten” (Hebreeën 13:5). „Hij heeft gezegd.” Tot wie? Tot Jozua; maar toen Hij het tot Jozua zeide, zeide Hij het tot de gehele gemeente Gods. Door aan Jozua die belofte te geven, gaf Hij die belofte aan iedere ziel die met Jozua Zijn hulp nodig had, die met Jozua vreesde verlaten te zijn, die met Jozua Zijn ondersteunende hand nodig had. En daarom was deze belofte aan Jozua niet voor een bijzondere uitlegging vatbaar, maar, toegepast door de goede Geest, is zij geldig voor iedere levende ziel die in dezelfde omstandigheden geplaatst is als hij tot wie deze belofte kwam.
Nooddruftigen vergeet God niet,
noch laat hen eind’loos in ’t verdriet.
’t Ellendig volk mag op Hem wachten,
Hij zal hun hoop niet steeds verachten.
Ps. 9:18
Aan de lezer…
U die soms de beloften van de Schrift niet durft aan te nemen, omdat zij tot anderen gesproken schijnen en niet tot u, leest wat de Heere tot Jozua zeide, en denkt: dat was voor hem, niet voor zo één als ik. Maar zie hoe de Geest dezelfde belofte later aan heel de gemeente Gods schenkt: „Ik zal u niet begeven.”
Hebt u dan met Jozua Zijn hulp nodig? Vreest u met Jozua verlaten te worden, en hebt u Zijn ondersteunende hand nodig? Dan staat u in dezelfde omstandigheden als hij tot wie deze belofte kwam, en zij is ook voor u geldig. Vraag de goede Geest haar aan uw hart toe te passen. Nooddruftigen vergeet God niet; het ellendige volk mag op Hem wachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De Geest des Heeren heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.
2 Samuel 23:2
Wij lezen dat „geen profetie der Schrift voor bijzondere uitlegging vatbaar is”. Dat wil zeggen: zij is het gemeenschappelijk eigendom van al Jehova’s gunstgenoten, en „heilige mannen Gods spraken zoals zij door de Geest gedreven werden”. De invloed van de Heilige Geest werkte zo op hun zielen dat zij uit hun hart naar voren brachten wat paste bij het hele volk van God. Zo lezen wij in Psalm 51 Davids belijdenis van schuld, maar die belijdenis van zonde van David is van toepassing op iedere ziel die vanwege haar zonde veroordeeld is. Toen Job zijn bittere klachten uitstortte, sprak hij, zonder het te weten, voor de kinderen van God in de verste tijden.
Toen de Heere tegen Jozua zei: „Ik zal u niet begeven noch verlaten”, was het een belofte die alleen aan Jozua gegeven werd. Zij leek alleen tot hem gericht, alsof Jozua, en Jozua alleen, aanspraak had op die belofte. Maar wij zien dat de apostel Paulus diezelfde belofte aanhaalt als het gemeenschappelijk eigendom van de gemeente van God: „Uw wandel zij zonder geldgierigheid; en zijt vergenoegd met het tegenwoordige; want Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven, noch Ik zal u niet verlaten” (Hebreeën 13:5). „Hij heeft gezegd.” Tegen wie? Tegen Jozua; maar toen Hij het tegen Jozua zei, zei Hij het tegen de hele gemeente van God. Door Jozua die belofte te geven, gaf Hij die belofte aan iedere ziel die met Jozua Zijn hulp nodig had, die met Jozua vreesde verlaten te worden, die met Jozua Zijn ondersteunende hand nodig had. Daarom was deze belofte aan Jozua niet voor bijzondere uitlegging vatbaar. Integendeel, wanneer de goede Geest haar toepast, geldt zij voor iedere levende ziel die in dezelfde omstandigheden verkeert als hij tot wie deze belofte kwam.
Nooddruftigen vergeet God niet,
noch laat hen eind’loos in ’t verdriet.
’t Ellendig volk mag op Hem wachten,
Hij zal hun hoop niet steeds verachten.
Ps. 9:18
Aan de lezer…
U die soms de beloften van de Schrift niet durft aan te nemen, omdat zij tot anderen gesproken lijken en niet tot u, leest wat de Heere tegen Jozua zei, en denkt: dat was voor hem, niet voor iemand zoals ik. Maar zie hoe de Geest dezelfde belofte later aan de hele gemeente van God schenkt: „Ik zal u niet begeven.”
Hebt u dan met Jozua Zijn hulp nodig? Vreest u met Jozua verlaten te worden, en hebt u Zijn ondersteunende hand nodig? Dan verkeert u in dezelfde omstandigheden als hij tot wie deze belofte kwam, en zij geldt ook voor u. Vraag de goede Geest haar aan uw hart toe te passen. Nooddruftigen vergeet God niet; het ellendige volk mag op Hem wachten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The Spirit of the LORD spake by me, and his word was in my tongue.
2 Samuel 23:2
We read that “no prophecy of the Scripture is of any private interpretation;” that is to say, it is the public property of the whole family of Jehovah; and “holy men of God spoke as they were moved by the Holy Spirit;” the Holy Spirit so influencing and working upon their minds as to make them bring forth out of their hearts that which should be suitable to the whole family of God. For instance, we read in Psalm 51, David’s confession of sin; but David’s confession of sin applies to every soul that is condemned on account of sin. When Job, also, poured out his piteous complaints, he was speaking, though he might not know it, for the children of God to the remotest time.
So when the Lord said to Joshua, “I will never leave you, nor forsake you,” it was a promise specially given to Joshua; it seemed to be confined to that individual; it appeared to be of private interpretation, as though Joshua, and Joshua alone, was entitled to that promise. But we find the apostle Paul bringing forward this promise as the general property of the whole Church of God–“Let your life be without covetousness; and be content with such things as you have–for He has said, I will never leave you, nor forsake you” (Heb. 13:5). “He has said?” to whom? To Joshua; but in saying it to Joshua, He said it to the Church of God; in giving Joshua the promise, He gave that promise to every soul that needed with Joshua His help, that feared with Joshua to be forsaken, that wanted with Joshua His sustaining hand; and therefore this private promise to Joshua was not of private interpretation, but, when applied by the blessed Spirit, suits every living soul that is placed in similar circumstances with the individual to whom that promise was addressed.
To the reader…
You who sometimes dare not take hold of the promises of Scripture, because they seem to have been spoken to others and not to you, read what the Lord said to Joshua and think: that was for him, not for someone like me. But see how the Spirit later gives the same promise to the whole church of God: “I will never leave thee.”
Do you, then, need His help as Joshua did? Do you, like Joshua, fear being forsaken, and do you need His sustaining hand? Then you are in the same circumstances as the one to whom this promise came, and it applies to you as well. Ask the good Spirit to apply it to your heart. God does not forget the needy; the poor and afflicted may wait upon Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El Espíritu de Jehová ha hablado por mí, y Su palabra ha sido en mi lengua.
2 Samuel 23:2
Leemos que “ninguna profecía de la Escritura es de particular interpretación”; es decir, es propiedad pública de toda la familia de Jehová; y que “los santos hombres de Dios hablaron siendo inspirados del Espíritu Santo”; influyendo y obrando el Espíritu Santo de tal manera en sus mentes que les hacía sacar de sus corazones lo que convenía a toda la familia de Dios. Por ejemplo, leemos en el Salmo 51 la confesión de pecado de David; pero la confesión de pecado de David se aplica a toda alma que está condenada a causa del pecado. También cuando Job derramaba sus lastimeras quejas, hablaba, aunque quizá no lo supiera, por los hijos de Dios hasta los tiempos más remotos.
Así, cuando el Señor dijo a Josué: “No te dejaré, ni te desampararé”, era una promesa dada especialmente a Josué; parecía estar limitada a aquel individuo; parecía ser de particular interpretación, como si Josué, y solo Josué, tuviera derecho a esa promesa. Pero hallamos que el apóstol Pablo presenta esta promesa como propiedad general de toda la Iglesia de Dios: “Sean las costumbres vuestras sin avaricia; contentos de lo presente; porque Él dijo: No te desampararé, ni te dejaré” (Hebreos 13:5). “Él dijo”, ¿a quién? A Josué; pero al decirlo a Josué, lo dijo a la Iglesia de Dios; al dar a Josué la promesa, dio esa promesa a toda alma que, como Josué, necesitaba Su ayuda, que como Josué temía ser desamparada, que como Josué necesitaba Su mano sustentadora; y por tanto, esta promesa particular a Josué no era de particular interpretación, sino que, cuando es aplicada por el bendito Espíritu, conviene a toda alma viviente que se halla en circunstancias semejantes a las del individuo a quien fue dirigida esa promesa.
Al lector…
Usted que a veces no se atreve a asirse de las promesas de la Escritura, porque parecen haber sido dichas a otros y no a usted, lee lo que el Señor dijo a Josué y piensa: eso era para él, no para alguien como yo. Pero vea cómo el Espíritu da después la misma promesa a toda la iglesia de Dios: “No te desampararé”.
¿Necesita usted, pues, Su ayuda como Josué? ¿Teme, como Josué, ser desamparado, y necesita Su mano sustentadora? Entonces está en las mismas circunstancias que aquel a quien llegó esta promesa, y también se aplica a usted. Pida al buen Espíritu que la aplique a su corazón. Dios no se olvida del menesteroso; el pobre y afligido pueden esperar en Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl