June 3
In Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte.
Efeze 1:13
Verzegeling volgt op het geloof. „In Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt.” In wettelijke stukken gaat het schrijven daarvan altijd vóór de verzegeling. Dit is de laatste handeling, en volgt op de ondertekening van het stempel der getuigen, van het gehele document, van het eerste woord tot de laatste ondertekening. Alzo in de genade. De Geest begint het werk. Hij schrijft de eerste regels van de Goddelijke waarheid in de ziel; Hij maakt de eerste indruk in het stenen hart, dat onder Zijn bearbeiding een vlezen hart wordt. Hij schrijft iedere waarheid die Hij aldus bekendmaakt, op de vlezen tafelen des harten.
Op die wijze werkt Hij geloof en hoop; dan komt Hij met Zijn bijzonder, inwendig getuigenis en verzegelt de waarheid en de wezenlijkheid van Zijn eigen werk; niet alleen dat Hij dit duidelijk en klaar voorstelt, maar Hij bekrachtigt en bevestigt dit, zodat twijfel en vrees wegvallen, of bij onszelf, of bij anderen. Het werk van God in de ziel schijnt somtijds alsof het dood of slapende is; er gaat zo geen gebed op en geen antwoord wordt vernomen. Twijfelingen en vrezen komen op of het werk wel oprecht is, en dienstbaarheid en duisternis komen tastbaar over de ziel als een donkere, zwarte wolk, die het handschrift der Goddelijke vinger zeer onleesbaar maakt.
Welnu, de gezegende Geest verlevendigt Zijn werk door enige toepassing van het Woord met kracht, enige vernedering en smelting van het harde hart door Zijn Goddelijke invloed, door enige mededeling van de Geest des gebeds, enige ontdekking van de ontfermende Heere, enige versterking des geloofs, verlevendiging van de hoop en uithaling der liefde. Hij zet het zegel op Zijn eigen werk en bestempelt het als oprecht. Onder de aangenaamheid en zoete indrukken van dit verzegelend werk mag menig kind van God terugblikken op dit of dat getuigenis, dit en dat Eben-Haëzer, deze of die heuvel Mizar, deze of die uitredding, zegen, openbaring, antwoord op het gebed, bijzondere tijden onder de bediening des Woords of op zijn knieën, tijden die verdonkerd, bijna verloren en begraven waren door ongeloof en verwarring.
Doch meer bijzonder wanneer Hij met hun geest getuigt dat zij kinderen Gods zijn, en de liefde Gods in hun hart uitstort, Die in hen wordt „de Geest der aanneming, waardoor zij roepen: Abba, Vader”. Dan is Zijn verzegeling duidelijk en voltooid.
Aan de lezer…
Wanneer het werk van God in uw ziel soms dood of slapende schijnt, gaat er geen gebed op en wordt er geen antwoord vernomen, en ligt er een zwarte wolk over het handschrift van de Goddelijke vinger, zodat u het nauwelijks meer lezen kunt. Ik ken die tijden en verzwijg ze niet. Maar ik leer u ook dat de Geest Die het werk begon, het niet laat liggen. Hij schreef de eerste regels in uw hart; Hij zet er ook Zijn zegel op.
Soms doet Hij dat door een woord met kracht, door een smelten van het harde hart, door een nieuwe geest des gebeds. Dan komen ook de oude Eben-Haëzers weer boven, die door ongeloof bijna begraven waren. Wacht dan op Hem, Die verzegelt, nadat u geloofd hebt. Het zal een zalig uur zijn wanneer Hij met uw geest getuigt dat u een kind van God bent, en u mag roepen: Abba, Vader.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte.
Efeze 1:13
Verzegeling volgt op het geloof. „In Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt.” Bij wettelijke stukken gaat het schrijven altijd vóór de verzegeling. Die is de laatste handeling en volgt op de ondertekening en het stempel van de getuigen, op het gehele document, van het eerste woord tot de laatste handtekening. Zo is het ook in de genade. De Geest begint het werk. Hij schrijft de eerste regels van de Goddelijke waarheid in de ziel; Hij maakt de eerste indruk in het stenen hart, dat onder Zijn bewerking een vlezen hart wordt. Iedere waarheid die Hij zo bekendmaakt, schrijft Hij op de vlezen tafelen van het hart.
Op die manier werkt Hij geloof en hoop. Dan komt Hij met Zijn bijzonder, inwendig getuigenis en verzegelt Hij de waarheid en de echtheid van Zijn eigen werk. Hij stelt het niet alleen duidelijk en helder voor, maar Hij bekrachtigt en bevestigt het, zodat twijfel en vrees wegvallen, bij onszelf of bij anderen. Het werk van God in de ziel lijkt soms dood of slapend; er gaat dan geen gebed op en er wordt geen antwoord gehoord. Er komen twijfels en vrezen op of het werk wel oprecht is, en dienstbaarheid en duisternis komen voelbaar over de ziel als een donkere, zwarte wolk, die het handschrift van de Goddelijke vinger bijna onleesbaar maakt.
Maar dan verlevendigt de gezegende Geest Zijn werk. Hij doet dat door een toepassing van het Woord met kracht, door een vernedering en smelting van het harde hart door Zijn Goddelijke invloed, door een mededeling van de Geest van het gebed, een ontdekking van de ontfermende Heere, een versterking van het geloof, een verlevendiging van de hoop en het uitgaan van de liefde. Hij zet het zegel op Zijn eigen werk en stempelt het als oprecht. Onder de aangenaamheid en de zoete indrukken van dit verzegelend werk mag menig kind van God terugblikken op dit of dat getuigenis, dit of dat Eben-Haëzer, deze of die heuvel Mizar, deze of die uitredding, zegen, openbaring of gebedsverhoring, bijzondere tijden onder de bediening van het Woord of op de knieën. Het waren tijden die verduisterd, bijna verloren en begraven waren door ongeloof en verwarring.
Maar dit geldt vooral wanneer Hij met hun geest getuigt dat zij kinderen van God zijn, en de liefde van God in hun hart uitstort, Hij Die in hen wordt „de Geest der aanneming, waardoor zij roepen: Abba, Vader”. Dan is Zijn verzegeling duidelijk en voltooid.
Aan de lezer…
Wanneer het werk van God in uw ziel soms dood of slapend lijkt, gaat er geen gebed op en wordt er geen antwoord gehoord. Dan ligt er een zwarte wolk over het handschrift van de Goddelijke vinger, zodat u het nauwelijks meer kunt lezen. Ik ken die tijden en verzwijg ze niet. Maar ik leer u ook dat de Geest Die het werk begon, het niet laat liggen. Hij schreef de eerste regels in uw hart, en Hij zet er ook Zijn zegel op.
Soms doet Hij dat door een woord met kracht, door het smelten van het harde hart, of door een nieuwe geest van gebed. Dan komen ook de oude Eben-Haëzers weer boven, die door ongeloof bijna begraven waren. Wacht dan op Hem, Die verzegelt nadat u geloofd hebt. Het zal een zalig uur zijn wanneer Hij met uw geest getuigt dat u een kind van God bent, en u mag roepen: Abba, Vader.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In whom also after that ye believed, ye were sealed with that Holy Spirit of promise.
Ephesians 1:13
Sealing is subsequent to believing—“In whom after you believed, you were sealed.” In legal documents the writing always precedes the sealing. That is the last act, and follows even the signing, putting an attesting stamp on the whole document, from the first word to the last signature. So in grace. The Spirit begins the work. He writes the first lines of divine truth on the soul; He makes the first impression on the heart of stone, which under His operation becomes a heart of flesh; He writes every truth that He thus makes known on the fleshy tables of the heart. He thus gives faith and hope, and then He comes with His special inward witness, and seals the truth and reality of His own work, so as not only to make it plain and clear, but to ratify and confirm it beyond all doubt and fear, questioning or dispute, either by our self or others.
The work of God on the soul sometimes seems to lie as if dead and dormant; little prayer goes up, little answer comes down. Then doubts and fears arise whether the work be genuine, and much bondage and darkness sensibly gather over the mind like a dark and gloomy cloud, which much obscures the handwriting of the divine finger. Now the blessed Spirit revives His work by some application of the Word with power, some softening and melting of the hard heart by His divine influence, some communication of a spirit of prayer, some discovery of the gracious Lord, some strengthening of faith, reviving of hope, and drawing forth of love. He thus puts the seal on His own work, and stamps it as genuine.
Under the sweetness and blessedness of this attesting seal many a poor child of God can look back to this and that testimony, this and that Ebenezer, this and that hill Mizar, this and that deliverance, blessing, manifestation, answer to prayer, special season under the Word or on his knees, which were almost lost and buried in unbelief and confusion. But especially when He bears witness with their spirit that they are the children of God, and shedding abroad the love of God in their heart becomes in them the Spirit of adoption, whereby they cry, “Abba, Father,” is His sealing manifest and complete.
To the reader…
When the work of God in your soul sometimes seems dead or asleep, no prayer goes up and no answer is heard. Then a dark cloud lies over the handwriting of the divine finger, so that you can hardly read it any more. I know those times and do not keep silent about them. But I also tell you that the Spirit Who began the work does not leave it lying. He wrote the first lines in your heart, and He also sets His seal upon it.
Sometimes He does this by a word with power, by melting the hard heart, or by a fresh spirit of prayer. Then the old Ebenezers come to light again, which had almost been buried by unbelief. Wait, then, for Him Who seals after you have believed. It will be a blessed hour when He bears witness with your spirit that you are a child of God, and you may cry: Abba, Father.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En el cual también desde que creísteis, fuisteis sellados con el Espíritu Santo de la promesa.
Efesios 1:13
El sellar es posterior al creer: “En el cual también desde que creísteis, fuisteis sellados.” En los documentos legales la escritura precede siempre al sellado. Este es el último acto, y sigue incluso a la firma, poniendo un sello que da fe de todo el documento, desde la primera palabra hasta la última firma. Así es en la gracia. El Espíritu comienza la obra. Él escribe las primeras líneas de la verdad divina en el alma; hace la primera impresión en el corazón de piedra, que bajo Su operación se convierte en corazón de carne; escribe cada verdad que así da a conocer en las tablas de carne del corazón. Así da fe y esperanza, y luego viene con Su testimonio interior especial y sella la verdad y realidad de Su propia obra, no solo para hacerla clara y manifiesta, sino para ratificarla y confirmarla más allá de toda duda y temor, cuestionamiento o disputa, ya sea por nosotros mismos o por otros.
La obra de Dios en el alma parece a veces yacer como muerta y dormida; poca oración sube, poca respuesta baja. Entonces surgen dudas y temores sobre si la obra es genuina, y mucha servidumbre y oscuridad se juntan sensiblemente sobre la mente como una nube oscura y sombría, que oscurece mucho la escritura del dedo divino. Entonces el bendito Espíritu aviva Su obra por alguna aplicación de la Palabra con poder, algún ablandar y derretir del corazón duro por Su influencia divina, alguna comunicación de un espíritu de oración, algún descubrimiento del Señor lleno de gracia, algún fortalecimiento de la fe, avivamiento de la esperanza y despertar del amor. Así pone el sello sobre Su propia obra y la marca como genuina.
Bajo la dulzura y bienaventuranza de este sello que da fe, más de un pobre hijo de Dios puede mirar atrás a este y aquel testimonio, a este y aquel Ebenezer, a este y aquel monte Mizhar, a esta y aquella liberación, bendición, manifestación, respuesta a la oración, tiempo especial bajo la Palabra o de rodillas, que casi se habían perdido y quedado sepultados en la incredulidad y la confusión. Pero especialmente cuando Él da testimonio a su espíritu de que son hijos de Dios y, derramando el amor de Dios en su corazón, se convierte en ellos en el Espíritu de adopción, por el cual claman: “Abba, Padre”, es Su sellar manifiesto y completo.
Al lector…
Cuando la obra de Dios en su alma parece a veces muerta o dormida, no sube ninguna oración y no se oye ninguna respuesta. Entonces una nube oscura cubre la escritura del dedo divino, de modo que apenas puede leerla ya. Conozco esos tiempos y no los callo. Pero también le digo que el Espíritu que comenzó la obra no la deja abandonada. Él escribió las primeras líneas en su corazón, y también pone Su sello sobre ella.
A veces lo hace por una palabra con poder, derritiendo el corazón duro o por un espíritu de oración renovado. Entonces vuelven a salir a la luz los antiguos Ebenezer, que casi habían quedado sepultados por la incredulidad. Espere, pues, a Aquel que sella después de haber creído. Será una hora bendita cuando Él dé testimonio a su espíritu de que es usted hijo de Dios, y pueda clamar: Abba, Padre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl