April 29
De God aller genade.
1 Petrus 5:10
Al wat wij hebben en zijn, al wat wij kennen en gevoelen, komt van de God aller genade. Wij hebben niets geestelijk goeds in onszelf; alles wat wij derhalve hebben, is de vrije gift uit Zijn hand en komt ons toe van de altijd vloeiende Fontein der genade en waarheid. Het zal dan onze zaligheid zijn wanneer de Heere ons verwaardigt altijd of te allen tijde op Hem te zien, niet ons oog te laten vallen op boeken of Evangeliedienaren, daar zij slechts instrumenten zijn, en in zichzelf maar arme instrumenten. De ziel moet door alles en boven alles zien op de God aller genade. De Heere verwaardige u iedere waarheid te beproeven, zoals zij door het licht van de Geest van God in uw hart gebracht is, om alle dingen te beproeven en het goede te behouden.
Hoe diep gij ook de onreinheid van uw hart moogt gevoelen, houd dan in gedachten, dat er een God aller genade is, tot Wie gij de toevlucht moogt nemen. Indien gij uzelf bevindt de onreinste der zondaren te zijn, dan is Hij voor u te meer noodzakelijk als de God der genade. Bevindt gij u duister, somber, onvruchtbaar, er is te groter reden om u te wenden tot de God aller genade, om uw neergebogen ziel te verlevendigen. Indien iemand zijn even genoten genietingen is kwijtgeraakt en hij nu wandelt in duisternis en hij wordt dit gewaar, het is een oorzaak te meer om de God aller genade te zoeken, opdat Hij uit Christus’ volheid, als het Verbondshoofd, al zijn behoeften vervulle.
Ja, welke beproevingen, wederwaardigheden of verzoekingen uw ziel mogen afmatten, zij openen slechts de weg voor de God aller genade, om tot uw hulp te verschijnen. In welke bekommering gij u ook moogt bevinden, het zal uw wijsheid, zowel als uw genade zijn, op Hem te zien, opdat Hij uw ziel moge vertroosten, en dat gij afziende van de mens, gelijk Hiskia, uw aangezicht zoudt wenden tot de wand en uw zaken Hem aanbevelen en toevertrouwen.
Aan de lezer…
U die zich de onreinste der zondaren voelt, duister, somber en onvruchtbaar, hoor dit woord. Bent u de genietingen kwijtgeraakt die u eens gesmaakt hebt, en wandelt u nu in duisternis? Laat dat u niet van Hem wegdrijven. Het is juist een reden te meer om tot Hem te gaan, want Hij heet de God aller genade. Al wat wij geestelijk goeds hebben, komt als een vrije gift uit Zijn hand.
Zie dan niet blijvend op boeken of mensen, hoe nuttig zij ook zijn; zij zijn slechts arme instrumenten. Zie door alles en boven alles op Hem. Welke beproevingen, wederwaardigheden of verzoekingen uw ziel ook afmatten, zij openen slechts de weg voor de God aller genade om tot uw hulp te verschijnen. Keer dan uw aangezicht tot de wand, van de mens af, en vertrouw uw zaken Hem toe. Hij zal uw neergebogen ziel verlevendigen uit de volheid van Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De God aller genade.
1 Petrus 5:10
Alles wat wij hebben en zijn, alles wat wij kennen en voelen, komt van de God aller genade. Wij hebben niets geestelijk goeds in onszelf; alles wat wij hebben, is daarom een vrije gave uit Zijn hand en komt tot ons uit de altijd stromende Fontein van genade en waarheid. Het zal dan onze zaligheid zijn wanneer de Heere ons het voorrecht geeft altijd, te allen tijde, op Hem te zien, en ons oog niet te laten rusten op boeken of dienaren van het Evangelie, omdat zij slechts instrumenten zijn, en op zichzelf maar arme instrumenten. De ziel moet door alles heen en boven alles uit zien op de God aller genade. Moge de Heere u het voorrecht geven iedere waarheid te toetsen zoals zij door het licht van de Geest van God in uw hart is gebracht, om alle dingen te beproeven en het goede te behouden.
Hoe diep u de onreinheid van uw hart ook mag voelen, onthoud dan dat er een God aller genade is, bij Wie u mag schuilen. Als u merkt dat u de onreinste van de zondaren bent, dan hebt u Hem des te meer nodig als de God van de genade. Voelt u zich duister, somber en onvruchtbaar, dan is er des te meer reden om u te wenden tot de God aller genade, zodat Hij uw neergebogen ziel verlevendigt. Als iemand de genietingen kwijtgeraakt is die hij kort tevoren nog had, en hij nu in duisternis wandelt en dat merkt, dan is dat een reden te meer om de God aller genade te zoeken, zodat Hij uit de volheid van Christus als het Verbondshoofd in al zijn behoeften voorziet.
Ja, welke beproevingen, tegenslagen of verzoekingen uw ziel ook mogen uitputten, zij openen slechts de weg voor de God aller genade om u te hulp te komen. In welke zorg u zich ook bevindt, het zal uw wijsheid en ook uw genade zijn om op Hem te zien, zodat Hij uw ziel kan troosten. Dan zult u, wegziend van de mens, net als Hizkia uw gezicht naar de wand keren en uw zaken aan Hem opdragen en toevertrouwen.
Aan de lezer…
U die zich de onreinste van de zondaren voelt, duister, somber en onvruchtbaar: hoor dit woord. Bent u de genietingen kwijtgeraakt die u eens gesmaakt hebt, en wandelt u nu in duisternis? Laat dat u niet van Hem wegdrijven. Het is juist een reden te meer om naar Hem toe te gaan, want Hij heet de God aller genade. Alles wat wij geestelijk goeds hebben, komt als een vrije gave uit Zijn hand.
Kijk dan niet blijvend naar boeken of mensen, hoe nuttig zij ook zijn; zij zijn slechts arme instrumenten. Zie door alles heen en boven alles uit op Hem. Welke beproevingen, tegenslagen of verzoekingen uw ziel ook uitputten, zij openen slechts de weg voor de God aller genade om u te hulp te komen. Keer dan uw gezicht naar de wand, weg van de mens, en vertrouw uw zaken Hem toe. Hij zal uw neergebogen ziel verlevendigen uit de volheid van Christus.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“The God of all grace.”
1 Peter 5:10
All we have and are, everything we know and feel, comes from “the God of all grace.” We have nothing spiritually good in ourselves; all therefore that we have is the free gift of His hand, and comes from the ever-flowing Fountain of mercy and truth. It will be our mercy, then, as the Lord may enable us, to be ever looking to Him, not looking to books, not looking to ministers; these are only instruments, and in themselves but poor instruments. The soul must look through all and above all to “the God of all grace.” The Lord enable you to examine every truth as it is brought before you by the light of God’s Spirit in your heart, to “prove all things, and hold fast that which is good.”
And however deeply you may feel the vileness of your heart, remember this, there is “the God of all grace” to go to. If you feel yourself the vilest of sinners, He suits you the more as “the God of all grace.” If you feel dark, stupid, and barren, it is the greater reason that you should call on “the God of all grace” to revive your drooping soul. If any have lost past enjoyments, and are now “walking in darkness” that may be felt, it is the more reason they should seek “the God of all grace,” that He may supply their needs out of Christ’s fullness, as the covenant Head.
Yes, whatever trials, perplexities, and temptations may harass your soul, it is only to open the way for “the God of all grace” to appear. In whatever affliction you may be, it will be your wisdom, as it will be your mercy, to be looking up unto Him, that He may comfort your soul; and, turning from man, as Hezekiah turned his face to the wall, commit your case to Him.
To the reader…
You who feel yourself the vilest of sinners, dark, dull and barren: hear this word. Have you lost the enjoyments you once tasted, and are you now walking in darkness? Do not let that drive you away from Him. It is all the more reason to go to Him, for He is called the God of all grace. All the spiritual good we have comes as a free gift from His hand.
Do not keep looking, then, to books or to people, however useful they may be; they are but poor instruments. Look through everything and above everything to Him. Whatever trials, setbacks or temptations may wear out your soul, they only open the way for the God of all grace to come to your help. Turn your face to the wall, then, away from man, and commit your case to Him. He will revive your drooping soul out of the fullness of Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El Dios de toda gracia.
1 Pedro 5:10
Todo lo que tenemos y somos, todo lo que sabemos y sentimos, viene del “Dios de toda gracia”. No tenemos nada espiritualmente bueno en nosotros mismos; todo lo que tenemos, por lo tanto, es don gratuito de Su mano, y viene de la Fuente siempre manante de misericordia y verdad. Será, pues, nuestra misericordia, según el Señor nos capacite, estar siempre mirando a Él; no mirando a libros, no mirando a ministros; estos son solo instrumentos, y en sí mismos instrumentos pobres. El alma tiene que mirar a través de todo y por encima de todo al “Dios de toda gracia”. El Señor le capacite para examinar cada verdad, según se le presenta, a la luz del Espíritu de Dios en su corazón, para “examinarlo todo y retener lo bueno”.
Y por profundamente que sienta la vileza de su corazón, recuerde esto: está el “Dios de toda gracia” a Quien acudir. Si se siente el más vil de los pecadores, tanto más le conviene Él como “el Dios de toda gracia”. Si se siente oscuro, torpe y estéril, tanto mayor razón es para que invoque al “Dios de toda gracia” a fin de que reavive su alma decaída. Si alguno ha perdido goces pasados, y ahora “anda en tinieblas” que se pueden palpar, tanto más razón es para que busque al “Dios de toda gracia”, a fin de que Él supla sus necesidades de la plenitud de Cristo, como Cabeza del pacto.
Sí, cualesquiera que sean las pruebas, perplejidades y tentaciones que acosen su alma, solo sirven para abrir el camino a fin de que aparezca “el Dios de toda gracia”. En cualquier aflicción en que se encuentre, será su sabiduría, como será su misericordia, estar mirando a Él, para que consuele su alma; y, apartándose del hombre, como Ezequías volvió su rostro a la pared, encomendarle a Él su caso.
Al lector…
Usted que se siente el más vil de los pecadores, oscuro, torpe y estéril: oiga esta palabra. ¿Ha perdido los goces que una vez gustó, y ahora anda en tinieblas? No deje que eso le aleje de Él. Es tanto más razón para acudir a Él, porque se llama el Dios de toda gracia. Todo el bien espiritual que tenemos viene como don gratuito de Su mano.
No siga mirando, pues, a libros ni a personas, por útiles que sean; no son más que instrumentos pobres. Mire a través de todo y por encima de todo a Él. Cualesquiera que sean las pruebas, los contratiempos o las tentaciones que desgasten su alma, solo abren el camino para que el Dios de toda gracia venga en su ayuda. Vuelva, pues, su rostro a la pared, apartándose del hombre, y encomiéndele a Él su caso. Él reavivará su alma decaída de la plenitud de Cristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl