June 26
De Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.
1 Korinthe 2:10
De Geest van God, Die in een mens woont en diens lichaam tot een tempel maakt, onderzoekt de diepten Gods; want in die diepten is een hemelse schat, naar welke gezocht moet worden tot hij gevonden is. Welke diepten zien wij somtijds in een enkele tekst der Schrift, als Hij het verstand opent of tot het hart spreekt; welk een diepte in het bloed van Christus; hoe het „van alle zonden reinigt”, en zo het van alle zonden reinigt, moet het miljoenen maal miljoenen van de vuilste zonden der vuilste zondaars reinigen. Welk een diepte in Zijn bloedende, stervende liefde, die zich zo diep kan overbuigen om ons zo hoog op te heffen! Welk een liefde in Zijn erbarming en Zijn medelijden, om Zich te geven aan zulke schuldige, lage overtreders als wij zijn! Welk een diepte in de eeuwige raad en de onuitsprekelijke wijsheid Gods, om zulk een plan te beramen als volbracht en aan het licht gebracht werd in de vleeswording en het sterven van Zijn lieve Zoon, opdat aldus genade en recht elkander zouden tegemoetkomen zonder botsing of twist; opdat elke eigenschap Gods ten volle zou worden geëerd, en zij die de hel verdienden toch zouden worden overgebracht in de vreugde des hemels.
Welke diepten zijn er ook in ons eigen hart, niet alleen van zonde, maar ook van genade, want ware godsdienst heeft zijn diepte, welke de Geest opspoort en aan het licht brengt. Zo wij dus enig geloof hebben, ligt het zeer diep, want het is verborgen in het hart, en somtijds zó verborgen dat het bijna, zo niet geheel, buiten het gezicht is. De Geest dan zoekt het op en brengt het tevoorschijn. Zo wij dus enige liefde hebben, schiet zij haar wortels in de binnenste schuilhoeken onzer genegenheden en moet daarin gezocht worden; of hebben wij enige hoop, ook zij ligt, gelijk het anker, op de bodem der zee. Daarom moet zij gezocht worden, opdat zij moge bewezen worden vast en zeker en binnen de voorhang bevestigd te zijn.
Waar zou ik uwen Geest ontvliên,
waar zou m’, o Heer, uw oog niet zien?
Al voer ik op naar ’s hemels trans,
daar zijt Gij, daar vertoont G’ uw glans;
al daald’ ik zelfs ter helle neder,
daar vond ik ook uw aanschijn weder.
Ps. 139:4
Aan de lezer…
Dat woord over „de diepten” mag u bedenken als uw geloof zo diep verborgen in uw hart ligt dat u het bijna niet meer ziet. Zoekt u uw liefde en vindt u haar niet, en ligt uw hoop als een anker zo ver op de bodem der zee dat u twijfelt of zij nog vastzit? Dat het verborgen ligt, bewijst niet dat het er niet is. De Geest Gods onderzoekt alle dingen, en Hij weet wat Hij Zelf in u gewerkt heeft.
Smeek dan of Hij het wil opzoeken en tevoorschijn brengen. Laat Hij u ook de diepten van Christus’ bloed tonen, dat van alle zonden reinigt, en van Zijn bloedende, stervende liefde, die zich zo diep overboog om zulke schuldige overtreders zo hoog op te heffen. Al voelt u zich laag en arm: in die diepte is een hemelse schat, en die wordt gevonden door wie hem door de Geest zoekt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De Geest onderzoekt alle dingen, ook de diepten Gods.
1 Korinthe 2:10
De Geest van God, Die in een mens woont en zijn lichaam tot een tempel maakt, onderzoekt de diepten van God. Want in die diepten ligt een hemelse schat, waarnaar gezocht moet worden totdat hij gevonden is. Wat een diepten zien wij soms in één enkele tekst uit de Schrift, wanneer Hij het verstand opent of tot het hart spreekt! Wat een diepte in het bloed van Christus: dat het „van alle zonden reinigt”! En als het van alle zonden reinigt, dan moet het miljoenen maal miljoenen van de vuilste zonden van de vuilste zondaars reinigen. Wat een diepte in Zijn bloedende, stervende liefde, die zich zo diep kan neerbuigen om ons zo hoog te verheffen! Wat een liefde in Zijn ontferming en Zijn medelijden, dat Hij Zich geeft aan zulke schuldige, lage overtreders als wij zijn! Wat een diepte in de eeuwige raad en de onuitsprekelijke wijsheid van God, om zo’n plan te beramen als volbracht en aan het licht gebracht werd in de vleeswording en het sterven van Zijn lieve Zoon. Zo konden genade en recht elkaar ontmoeten zonder botsing of strijd, zo kon elke eigenschap van God volledig geëerd worden, en zo konden zij die de hel verdienden toch worden overgebracht in de vreugde van de hemel.
Wat een diepten zijn er ook in ons eigen hart, niet alleen van zonde, maar ook van genade. Want ware godsdienst heeft zijn diepte, die de Geest opspoort en aan het licht brengt. Als wij dus enig geloof hebben, ligt dat heel diep, want het is verborgen in het hart, en soms zo verborgen dat het bijna of zelfs helemaal uit het zicht is. De Geest zoekt het dan op en brengt het tevoorschijn. Als wij enige liefde hebben, slaat die haar wortels in de binnenste schuilhoeken van onze genegenheden en moet daar gezocht worden. En als wij enige hoop hebben, ligt ook die, zoals het anker, op de bodem van de zee. Daarom moet ook zij gezocht worden, opdat bewezen wordt dat zij vast en zeker is en binnen het voorhangsel verankerd ligt.
Waar zou ik uwen Geest ontvliên,
waar zou m’, o Heer, uw oog niet zien?
Al voer ik op naar ’s hemels trans,
daar zijt Gij, daar vertoont G’ uw glans;
al daald’ ik zelfs ter helle neder,
daar vond ik ook uw aanschijn weder.
Ps. 139:4
Aan de lezer…
Dat woord over „de diepten” mag u bedenken wanneer uw geloof zo diep verborgen in uw hart ligt dat u het bijna niet meer ziet. Zoekt u uw liefde en vindt u haar niet, en ligt uw hoop als een anker zo ver op de bodem van de zee dat u twijfelt of zij nog vastzit? Dat het verborgen ligt, bewijst niet dat het er niet is. De Geest van God onderzoekt alle dingen, en Hij weet wat Hij Zelf in u gewerkt heeft.
Smeek dan of Hij het wil opzoeken en tevoorschijn brengen. Laat Hij u ook de diepten tonen van Christus’ bloed, dat van alle zonden reinigt, en van Zijn bloedende, stervende liefde, die zich zo diep neerboog om zulke schuldige overtreders zo hoog te verheffen. Al voelt u zich laag en arm: in die diepte ligt een hemelse schat, en die wordt gevonden door wie hem door de Geest zoekt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The Spirit searcheth all things, yea, the deep things of God.
1 Corinthians 2:10
The Spirit of God Who dwells in a man, making his body His temple, searches the deep things of God; for there is in these deep things a most heavenly treasure, which is to be searched into, that it may be found. What depths do we sometimes see in a single text of Scripture as opened to the understanding, or applied to the heart; what a depth in the blood of Christ–how it “cleanses from all sin,” and if from all sin, it must cleanse away millions of millions of the foulest sins of the foulest sinners. What a depth in His bleeding, dying love that could stoop so low to lift us so high! What a depth in His pity and compassion to extend itself to such guilty, vile transgressors as we are! What depth in the eternal counsels and unspeakable wisdom of God to contrive such a plan as was accomplished and brought to light in the incarnation and death of His dear Son, that thus mercy and justice might meet together without jar or discord, every attribute of God be fully honored, and yet that those who deserved hell should be lifted up into the enjoyment of heaven.
What depths, also, there are in our own heart, not merely of sin but of grace, for true religion has its depths which the Spirit searches and brings to view. Thus if we have any faith, it lies very deep, for it is hidden in the heart, and sometimes so hidden as to be almost, if not altogether, out of sight. The Spirit then searches for it, and brings it out and up. So if we have any love, it strikes its root into the inmost recesses of our affections, and therefore needs to be searched into; or any hope, it lies like the anchor at the bottom of the sea. It therefore has to be searched into that it may be made manifest that it is sure and steadfast and enters within the veil.
To the reader…
You may think of this word about “the deep things” when your faith lies so deeply hidden in your heart that you can hardly see it any more. Do you look for your love and not find it, and does your hope lie like an anchor so far down at the bottom of the sea that you doubt whether it still holds? That it lies hidden does not prove that it is not there. The Spirit of God searches all things, and He knows what He Himself has worked in you.
Plead with Him, then, that He would search it out and bring it to light. Let Him also show you the depths of Christ’s blood, which cleanses from all sin, and of His bleeding, dying love, which stooped so low to lift such guilty transgressors so high. Though you feel low and poor: in that depth lies a heavenly treasure, and it is found by those who search for it by the Spirit.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque el Espíritu todo lo escudriña, aun lo profundo de Dios.
1 Corintios 2:10
El Espíritu de Dios, que mora en el hombre haciendo de su cuerpo Su templo, escudriña lo profundo de Dios; porque en estas cosas profundas hay un tesoro celestial en sumo grado, que ha de ser escudriñado para que sea hallado. ¡Qué profundidades vemos a veces en un solo texto de la Escritura cuando es abierto al entendimiento o aplicado al corazón! ¡Qué profundidad en la sangre de Cristo: cómo “limpia de todo pecado”; y si de todo pecado, ha de limpiar millones de millones de los pecados más inmundos de los pecadores más inmundos! ¡Qué profundidad en Su amor sangrante y moribundo, que pudo inclinarse tan bajo para levantarnos tan alto! ¡Qué profundidad en Su piedad y compasión, que se extienden a transgresores tan culpables y viles como nosotros! ¡Qué profundidad en los consejos eternos y en la inefable sabiduría de Dios, al trazar un plan como el que fue cumplido y sacado a la luz en la encarnación y muerte de Su amado Hijo, para que así la misericordia y la justicia se encontrasen sin choque ni discordia, cada atributo de Dios fuese plenamente honrado, y sin embargo los que merecían el infierno fuesen levantados al gozo del cielo!
¡Qué profundidades hay también en nuestro propio corazón, no solo de pecado sino de gracia! Porque la verdadera religión tiene sus profundidades, que el Espíritu escudriña y saca a la vista. Así, si tenemos alguna fe, esta yace muy hondo, porque está escondida en el corazón, y a veces tan escondida que está casi, si no del todo, fuera de la vista. El Espíritu la busca entonces, y la saca afuera y arriba. Así también, si tenemos algún amor, este echa su raíz en los más íntimos rincones de nuestros afectos, y por eso necesita ser escudriñado; o alguna esperanza, esta yace como el ancla en el fondo del mar. Por tanto, tiene que ser escudriñada para que se haga manifiesto que es segura y firme, y que entra hasta dentro del velo.
Al lector…
Puede usted pensar en esta palabra sobre “lo profundo” cuando su fe yace tan hondamente escondida en su corazón que apenas puede verla ya. ¿Busca su amor y no lo encuentra, y yace su esperanza como un ancla tan abajo en el fondo del mar que duda si todavía sostiene? Que esté escondida no prueba que no esté allí. El Espíritu de Dios todo lo escudriña, y Él conoce lo que Él mismo ha obrado en usted.
Ruéguele, pues, que lo escudriñe y lo saque a la luz. Déjele mostrarle también las profundidades de la sangre de Cristo, que limpia de todo pecado, y de Su amor sangrante y moribundo, que se inclinó tan bajo para levantar tan alto a transgresores tan culpables. Aunque usted se sienta bajo y pobre: en esa profundidad yace un tesoro celestial, y lo hallan los que lo buscan por el Espíritu.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl