October 24
Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
Romeinen 7:24b
Zo de Heilige Geest deze angstkreet in onze ziel heeft gelegd: „O, ik ellendig mens!”, zal deze als een noodzakelijk gevolg volgen: „Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Waarheen zal ik zien naar verlossing? Vanwaar kan zij komen? Zal ik zien op de Wet? O neen! Die vervloekt en veroordeelt mij, omdat ik haar gedurig overtreed. Kan ik naar vrienden uitzien? Zij kunnen mij beklagen en medelijden met mij hebben, maar zij kunnen het lichaam der zonde en des doods niet wegnemen; het ligt te vastgeklonken dan dat zij het kunnen wegnemen.
Zal ik gaan tot de dienaren der Waarheid? Ik kan met goedkeuring horen wat zij zeggen, maar er is iets meer nodig om dit kille lichaam der zonde en des doods weg te nemen. Zal ik op de Schriften zien? Zij bevatten het geneesmiddel, maar dat geneesmiddel moet zachtkens worden toegediend. „Wie zal mij dan verlossen?” Naar welke schuilplaats kan ik heenzien? Waar kan ik gaan? Waarheen zal ik mij wenden? Vanwaar kan hulp en verlossing komen?
Zie de verlegenheid! Zie de wanhoop van een beproefde ziel, nu hier, dan daarheen ziende, zich wendende ter rechter- en ter linkerhand! Toch kan slechts van één kant verlossing komen. En toen de apostel tot hiertoe gebracht was – toen hij zo laag was neergekomen en angstig naar alle kanten de ogen wendde, vanwaar verlossing komen kon –, zegende God zijn ziel met een gezicht van Zijn geliefde Zoon. God de Heilige Geest werkte in zijn hart dat levende geloof waardoor een mededeling van het bloed en de liefde des Lams aan zijn geweten plaatshad.
O Heer, ontdek mijn levenseind aan mij,
mijn dagen zijn bij U geteld.
Ai, leer mij hoe vergankelijk ik zij,
een handbreed is mijn tijd gesteld,
ja, die is niets, want schoon de mens zich vleit,
de sterkst’ is enkel ijdelheid.
Ps. 39:3
Aan de lezer…
Herkent u dit? U zoekt naar alle kanten om verlossing en vindt haar nergens. De Wet veroordeelt u, vrienden kunnen u alleen beklagen, en zelfs het horen van de waarheid neemt het lichaam der zonde niet van u af. Wat een verlegenheid, wat een angst, als de ziel zich ter rechter- en ter linkerhand wendt en uitroept: „Wie zal mij verlossen?” Schaam u niet voor die kreet; hij is door de Heilige Geest Zelf in uw ziel gelegd.
Want hier, waar alle andere wegen afgesneden zijn, is juist de plaats waar God de apostel zegende met een gezicht van Zijn geliefde Zoon. Er is maar één kant vanwaar verlossing komen kan: het bloed en de liefde des Lams. Blijf dan niet zoeken bij wat u niet kan helpen, maar zie op Hem. Die de nood in u gewerkt heeft, kan ook dat levende geloof werken waardoor Zijn bloed uw geweten bereikt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
Romeinen 7:24b
Als de Heilige Geest deze angstkreet in onze ziel heeft gelegd: „O, ik ellendig mens!”, dan zal daar noodzakelijk deze kreet op volgen: „Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Waar moet ik zoeken naar verlossing? Waar kan zij vandaan komen? Moet ik op de Wet zien? O nee! Die vervloekt en veroordeelt mij, omdat ik haar voortdurend overtreed. Kan ik naar vrienden uitzien? Zij kunnen mij beklagen en medelijden met mij hebben, maar zij kunnen het lichaam van de zonde en de dood niet wegnemen; het zit te vast geklonken om door hen weggenomen te worden.
Moet ik naar de dienaren van de Waarheid gaan? Ik kan met instemming horen wat zij zeggen, maar er is meer nodig om dit kille lichaam van de zonde en de dood weg te nemen. Moet ik op de Schriften zien? Zij bevatten het geneesmiddel, maar dat geneesmiddel moet teder worden toegediend. „Wie zal mij dan verlossen?” Naar welke schuilplaats kan ik uitzien? Waar kan ik heen? Waarheen moet ik mij wenden? Waar kan hulp en verlossing vandaan komen?
Zie de verlegenheid! Zie de wanhoop van een beproefde ziel, die nu hierheen en dan daarheen kijkt en zich naar rechts en naar links wendt! Toch kan er maar van één kant verlossing komen. En toen de apostel zover gebracht was, toen hij zo diep was neergezonken en angstig naar alle kanten zijn ogen liet gaan om te zien waar verlossing vandaan kon komen, zegende God zijn ziel met een gezicht van Zijn geliefde Zoon. God de Heilige Geest werkte in zijn hart dat levende geloof waardoor het bloed en de liefde van het Lam aan zijn geweten werden meegedeeld.
O Heer, ontdek mijn levenseind aan mij,
mijn dagen zijn bij U geteld.
Ai, leer mij hoe vergankelijk ik zij,
een handbreed is mijn tijd gesteld,
ja, die is niets, want schoon de mens zich vleit,
de sterkst’ is enkel ijdelheid.
Ps. 39:3
Aan de lezer…
Herkent u dit? U zoekt naar alle kanten naar verlossing en vindt haar nergens. De Wet veroordeelt u, vrienden kunnen u alleen beklagen, en zelfs het horen van de waarheid neemt het lichaam der zonde niet van u weg. Wat een verlegenheid, wat een angst, als de ziel zich naar rechts en naar links wendt en uitroept: „Wie zal mij verlossen?” Schaam u niet voor die kreet; hij is door de Heilige Geest Zelf in uw ziel gelegd.
Want juist hier, waar alle andere wegen afgesneden zijn, is de plaats waar God de apostel zegende met een gezicht van Zijn geliefde Zoon. Er is maar één kant waar verlossing vandaan kan komen: het bloed en de liefde van het Lam. Blijf dan niet zoeken bij wat u niet kan helpen, maar zie op Hem. Hij Die de nood in u gewerkt heeft, kan ook dat levende geloof werken waardoor Zijn bloed uw geweten bereikt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who shall deliver me from the body of this death?
Romans 7:24
If the Lord the Spirit has implanted that piteous cry in our soul, “O wretched man that I am!” this will follow as a necessary consequence—“Who shall deliver me from the body of this death?” Where shall I look for deliverance? From what quarter can it come? Shall I look to the law? O no! that curses and condemns me, because I am continually breaking it. Can I look to friends? They may pity and sympathize; but they cannot remove the body of sin and death; it is too fast-linked on for them to remove.
Shall I go to ministers of truth? I may hear what they say with approbation; but there is something more needed to remove this chilling embrace of the body of sin and death. Shall I look to the Scriptures? They contain the remedy; but I need that remedy to be sweetly applied.
“Who then shall deliver me?” What refuge can I look to? Where can I go, or where shall I turn? From what quarter can help or deliverance come? See the bewilderment! view the perplexity of an exercised soul!—looking here, and looking there; turning to the right hand and turning to the left. Yet from one quarter only can the deliverance come.
And thus, when the Apostle was brought here—when he was sunk down to a low spot, and anxiously turning his eyes to every quarter to see whence deliverance could come—God blessed his soul with a view of His precious Son. God the Spirit wrought in his heart that living faith whereby he saw Jesus, and whereby there was a communication of the blood and love of the Lamb to his conscience.
To the reader…
Do you recognise this? You look in every direction for deliverance and find it nowhere. The law condemns you, friends can only pity you, and even hearing the truth does not take the body of sin away from you. What perplexity, what anguish, when the soul turns to the right hand and to the left and cries out, “Who shall deliver me?” Do not be ashamed of that cry; it has been put into your soul by the Holy Spirit Himself.
For it is right here, where every other way has been cut off, that God blessed the apostle with a view of His beloved Son. There is only one quarter from which deliverance can come: the blood and love of the Lamb. So do not keep looking to what cannot help you, but look to Him. He Who has wrought the need in you can also work that living faith by which His blood reaches your conscience.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Quién me librará del cuerpo de esta muerte?
Romanos 7:24
Si el Señor el Espíritu ha implantado en nuestra alma ese lastimero clamor: “¡Miserable hombre de mí!”, esto seguirá como consecuencia necesaria: “¿Quién me librará del cuerpo de esta muerte?” ¿Dónde buscaré liberación? ¿De qué parte puede venir? ¿Miraré a la ley? ¡Oh, no! Ella me maldice y me condena, porque la quebranto continuamente. ¿Puedo mirar a los amigos? Pueden compadecerse y simpatizar; pero no pueden quitar el cuerpo del pecado y de la muerte; está encadenado con demasiada firmeza para que ellos lo quiten.
¿Iré a los ministros de la verdad? Puedo oír con aprobación lo que dicen; pero se necesita algo más para quitar este abrazo helado del cuerpo del pecado y de la muerte. ¿Miraré a las Escrituras? Ellas contienen el remedio; pero necesito que ese remedio me sea aplicado dulcemente.
“¿Quién, pues, me librará?” ¿A qué refugio puedo mirar? ¿Adónde puedo ir, o hacia dónde me volveré? ¿De qué parte puede venir ayuda o liberación? ¡Vea el desconcierto! ¡Contemple la perplejidad de un alma ejercitada!, que mira aquí y mira allá, que se vuelve a la derecha y se vuelve a la izquierda. Y sin embargo, la liberación solo puede venir de una parte.
Y así, cuando el apóstol fue llevado hasta aquí, cuando estaba hundido en un lugar bajo y volvía ansiosamente los ojos hacia todas partes para ver de dónde podía venir la liberación, Dios bendijo su alma con una visión de Su precioso Hijo. Dios el Espíritu obró en su corazón esa fe viva por la cual vio a Jesús, y por la cual hubo una comunicación de la sangre y del amor del Cordero a su conciencia.
Al lector…
¿Reconoce usted esto? Busca liberación en todas direcciones y no la halla en ninguna parte. La ley le condena, los amigos solo pueden compadecerle, y aun el oír la verdad no le quita el cuerpo del pecado. ¡Qué perplejidad, qué angustia, cuando el alma se vuelve a la derecha y a la izquierda y clama: “¿Quién me librará?”! No se avergüence de ese clamor; lo ha puesto en su alma el mismo Espíritu Santo.
Porque es precisamente aquí, donde todo otro camino ha quedado cortado, donde Dios bendijo al apóstol con una visión de Su amado Hijo. Solo hay una parte de donde puede venir la liberación: la sangre y el amor del Cordero. No siga, pues, mirando a lo que no puede ayudarle, sino mire a Él. Aquel que ha obrado en usted la necesidad puede obrar también esa fe viva por la cual Su sangre llega a su conciencia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl