23 de mayo
Vertrouw op Hem te allen tijd, o gij volk! stort ulieder hart uit voor zijn aangezicht.
Psalm 62:9
Zijn wij niet somtijds in staat gesteld onze harten voor de troon der genade uit te storten en de Heere te zeggen wat wij werkelijk nodig hebben, waarom wij werkelijk vroegen, en Hem te zeggen dat wat Hij kan geven onze zielen zou bevredigen? Zulke tijden van toegang tot de God van genade zijn er geweest. En daarna hebben wij misschien de dingen vergeten waarvan wij tot Hem spraken; wij hebben geen acht gegeven op de gebeden die wij aan Zijn voeten hebben neergelegd; en ofschoon wij, in de tijd dat wij naar zekere zegeningen zochten, zeer ernstig waren, hebben wij ze alle aan ’s Heeren voeten laten liggen en ze vergeten. Maar de Heere vergeet ze niet; zij worden in Zijn hart en Zijn geheugen weggelegd; en te Zijner tijd brengt Hij ze weder aan het licht en brengt ze tot vervulling.
Maar vóór Hij dit doet, zal Hij ons daar ter plaatse brengen waar wij ze weer nodig hebben; en dan moeten wij het Hem weder zeggen en smeken en opnieuw vragen, misschien over onszelf beschaamd dat wij de Heere om die zegeningen gevraagd hebben en zo achteloos geweest zijn, als bekommerden wij er ons niet over ze uit Zijn hand te ontvangen; maar toch, onder moeite, onder zielsbehoeften, onder smart gaan wij weder tot Hem om ze Hem mede te delen. En dan brengt de Heere te Zijner tijd alle dingen te voorschijn die wij van Hem vroegen; opent wegen, verlost uit beproevingen, neemt lasten weg, baant een weg door de diepte, die geen ander oog dan het Zijne zien en geen hand dan de Zijne openen kan, leidt de ziel op en door die weg, en verbergt dan alle heerlijkheid van het schepsel door ons voor Zijn voeten te doen vallen en heerlijkheid, eer en macht en dankzegging en zaligheid te brengen aan God en het Lam.
Hij is, al treft u ’t felst verdriet,
uw wachter, die uw voet
voor wankelen behoedt.
Hij, Isrels Wachter, sluimert niet.
Geen kwaad zal u genaken:
de Heer zal u bewaken.
Ps. 121:2
Aan de lezer…
Misschien, lezer, hebt u eens met heel uw hart voor de Heere gelegen en Hem gezegd wat u werkelijk nodig had, en bent u het daarna vergeten, alsof het u niet meer aanging. Nu schaamt u zich over die achteloosheid. Ik ken dat; wij laten onze gebeden aan Zijn voeten liggen en gaan verder. Maar de Heere vergeet ze niet. Hij legt ze weg in Zijn hart en brengt ze te Zijner tijd tot vervulling.
Wonder dan niet als Hij u eerst weer in de nood brengt waar u die zegen opnieuw nodig hebt. Dan leert u het Hem weer zeggen, onder moeite en zielsbehoeften. Vertrouw op Hem te allen tijd en stort uw hart uit voor Zijn aangezicht. Hij baant een weg door de diepte die geen ander oog ziet, en eindelijk zult u aan Zijn voeten vallen om Hem alle eer te geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Vertrouw op Hem te allen tijd, o gij volk! stort ulieder hart uit voor zijn aangezicht.
Psalm 62:9
Zijn wij soms niet in staat gesteld om ons hart uit te storten voor de troon van de genade? Om de Heere te zeggen wat wij werkelijk nodig hebben en waarom wij werkelijk vroegen, en om Hem te zeggen dat wat Hij kan geven, onze zielen zou verzadigen? Zulke tijden van toegang tot de God van genade zijn er geweest. Daarna zijn wij misschien de dingen vergeten waarover wij met Hem spraken. Wij hebben niet meer gelet op de gebeden die wij aan Zijn voeten hebben neergelegd. En hoewel wij heel ernstig waren in de tijd dat wij bepaalde zegeningen zochten, hebben wij ze allemaal aan de voeten van de Heere laten liggen en zijn wij ze vergeten. Maar de Heere vergeet ze niet. Zij worden weggelegd in Zijn hart en in Zijn geheugen, en op Zijn tijd brengt Hij ze weer aan het licht en tot vervulling.
Maar voordat Hij dat doet, zal Hij ons op de plaats brengen waar wij ze opnieuw nodig hebben. Dan moeten wij het Hem weer zeggen, smeken en opnieuw vragen. Misschien schamen wij ons dan over onszelf, omdat wij de Heere om die zegeningen gevraagd hebben en toch zo achteloos geweest zijn, alsof het ons niet kon schelen of wij ze uit Zijn hand ontvingen. Maar toch gaan wij, onder moeite, onder nood van de ziel en onder smart, weer naar Hem toe om ze Hem voor te leggen.
En dan brengt de Heere op Zijn tijd alles tevoorschijn wat wij van Hem vroegen. Hij opent wegen, verlost uit beproevingen, neemt lasten weg en baant een weg door de diepte, die geen ander oog dan het Zijne kan zien en geen andere hand dan de Zijne kan openen. Hij leidt de ziel naar die weg en erdoorheen. En dan verbergt Hij alle heerlijkheid van het schepsel, doordat Hij ons aan Zijn voeten doet neervallen om heerlijkheid, eer, macht, dankzegging en zaligheid toe te brengen aan God en het Lam.
Hij is, al treft u ’t felst verdriet,
uw wachter, die uw voet
voor wankelen behoedt.
Hij, Isrels Wachter, sluimert niet.
Geen kwaad zal u genaken:
de Heer zal u bewaken.
Ps. 121:2
Aan de lezer…
Misschien, lezer, hebt u eens met heel uw hart voor de Heere gelegen en Hem gezegd wat u werkelijk nodig had, en bent u het daarna vergeten, alsof het u niet meer aanging. Nu schaamt u zich over die achteloosheid. Ik ken dat; wij laten onze gebeden aan Zijn voeten liggen en gaan verder. Maar de Heere vergeet ze niet. Hij legt ze weg in Zijn hart en brengt ze op Zijn tijd tot vervulling.
Verwonder u dan niet als Hij u eerst weer in de nood brengt waarin u die zegen opnieuw nodig hebt. Dan leert u het Hem weer zeggen, onder moeite en nood van de ziel. Vertrouw op Hem te allen tijd en stort uw hart uit voor Zijn aangezicht. Hij baant een weg door de diepte die geen ander oog ziet, en ten slotte zult u aan Zijn voeten vallen om Hem alle eer te geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Trust in him at all times; ye people, pour out your heart before him: God is a refuge for us.
Psalm 62:8
Have we not sometimes been enabled to pour out our hearts at a throne of grace, and tell the Lord what we really needed, what we really asked for, and tell Him that nothing but that which He alone could give would satisfy our souls? There have been such times of access to the God of grace. And afterwards perhaps we have forgotten the things we told Him of; we have been heedless of the prayers we laid at His feet; and though very earnest at the time in seeking after certain blessings, we left them at the Lord’s feet and forgot them all.
But the Lord does not forget them; they are treasured up in His heart and memory; and in His own time He brings them to light, and gives the fulfillment of them. But before He does it, He will bring us into the spot where we need them again; and then we have to tell Him, and supplicate and ask Him again, ashamed of ourselves perhaps that we should have asked the Lord for these blessings and been as heedless of them as though we did not care to receive them at His hand; but still, under trouble, under soul necessity, under grief, we go and tell Him again. And then the Lord, in His own time and way, brings about the very things we desired of Him; opens up ways, lifts out of trials, removes burdens, makes a way in the deep, which no eye but His could see, and no hand but His could open–leads the soul into it, brings the soul through it–and then hides all glory from the creature, by making us fall down before His feet, and ascribe glory and honor and power and thanksgiving and salvation unto God and the Lamb.
To the reader…
Perhaps you once lay before the Lord with all your heart and told Him what you really needed, and afterwards forgot it, as though it no longer concerned you. Now you are ashamed of that carelessness. I know it; we leave our prayers at His feet and go on our way. But the Lord does not forget them. He treasures them up in His heart and brings them to fulfilment in His own time.
Do not be surprised, then, if He first brings you back into the need in which you require that blessing again. Then you learn to tell Him once more, under trouble and soul necessity. Trust in Him at all times and pour out your heart before Him. He makes a way through the deep that no other eye can see, and in the end you will fall down at His feet to give Him all the glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Esperad en Él en todo tiempo, oh pueblos; derramad delante de Él vuestro corazón: Dios es nuestro amparo.
Salmo 62:8
¿No se nos ha concedido a veces derramar nuestro corazón ante el trono de la gracia, y decir al Señor lo que realmente necesitábamos, lo que realmente pedíamos, y decirle que nada sino aquello que solo Él podía dar satisfaría nuestras almas? Ha habido tales tiempos de acceso al Dios de toda gracia. Y después, quizá, hemos olvidado las cosas que Le dijimos; no hemos hecho caso de las oraciones que pusimos a Sus pies; y aunque fuimos muy fervientes en aquel momento al buscar ciertas bendiciones, las dejamos a los pies del Señor y las olvidamos todas.
Pero el Señor no las olvida; están guardadas como tesoro en Su corazón y en Su memoria; y a Su debido tiempo las saca a la luz y da su cumplimiento. Pero antes de hacerlo, nos llevará al lugar donde volvemos a necesitarlas; y entonces tenemos que decírselo, y suplicarle y pedirle otra vez, quizá avergonzados de nosotros mismos por haber pedido al Señor estas bendiciones y haber sido tan descuidados con ellas como si no nos importara recibirlas de Su mano; pero aun así, bajo la aflicción, bajo la necesidad del alma, bajo la pena, vamos y se lo decimos otra vez. Y entonces el Señor, a Su tiempo y a Su manera, lleva a cabo precisamente las cosas que deseábamos de Él; abre caminos, saca de las pruebas, quita cargas, hace un camino en lo profundo que ningún ojo sino el Suyo podía ver, y ninguna mano sino la Suya podía abrir; conduce al alma por él, la hace pasar a través de él; y luego esconde toda gloria de la criatura, haciéndonos caer a Sus pies y atribuir la gloria y la honra y el poder y la acción de gracias y la salvación a Dios y al Cordero.
Al lector…
Quizá usted estuvo una vez delante del Señor con todo su corazón y Le dijo lo que realmente necesitaba, y después lo olvidó, como si ya no le concerniera. Ahora se avergüenza de ese descuido. Lo conozco; dejamos nuestras oraciones a Sus pies y seguimos nuestro camino. Pero el Señor no las olvida. Él las guarda como tesoro en Su corazón y las lleva a cumplimiento a Su debido tiempo.
No se sorprenda, pues, si primero le lleva de nuevo a la necesidad en la que vuelve a requerir esa bendición. Entonces aprende a decírselo una vez más, bajo la aflicción y la necesidad del alma. Espere en Él en todo tiempo y derrame delante de Él su corazón. Él hace un camino a través de lo profundo que ningún otro ojo puede ver, y al final usted caerá a Sus pies para darle toda la gloria.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl