21 de noviembre
Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze, in heiligheid en gerechtigheid voor Hem, alle de dagen onzes levens.
Lucas 1:74, 75
Heiligheid bestaat hoofdzakelijk uit twee punten. 1°. Dat men deelgenoot gemaakt is van de Geest der heiligheid, waardoor wij, als uit God geboren, bekwaam gemaakt worden deelgenoot te zijn van de erfenis der heiligen in het licht; dat ons verlangen gericht is naar de dingen daarboven, waar Christus zit aan de rechterhand Gods; dat onze omgang is in de hemel; dat wij de nieuwe mens hebben aangedaan, welke vernieuwd is in kennis naar het beeld van Hem, Die hem geschapen heeft; dat wij een leven leiden van geloof in de Zoon van God, en, als in een spiegel de heerlijkheid des Heeren aanschouwende, veranderd zijn in hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door des Heeren Geest.
Zo tot God gebracht te zijn, door Zijn lieve Zoon, zo geestelijk gezind te zijn, voor Hem te wandelen in het licht Zijns aanschijns, en iets te kennen van geestelijke gemeenschap met de Heere des levens en der heerlijkheid, gezeten op Zijn genadetroon in de volheid Zijner opstandingskracht, en in de hoogte, diepte, lengte en breedte Zijner stervende liefde, is te smaken, te tasten, te ervaren en te genieten; is deelgenoot gemaakt te zijn van Zijn heiligheid, en geheiligd te zijn door de Geest Gods als een inwonend Leermeester, Leidsman, Voorspraak en Trooster. En zo wij niets van deze dingen verstaan, ten minste in enige kleine mate, of er niet naar uitzien en verlangen dat zij door een Goddelijke kracht in ons hart gebracht worden, geven wij maar weinig bewijs dat de genade Gods ons hart heeft bereikt en ons vernieuwd heeft in de geest van ons gemoed.
2°. Het tweede punt van heiligheid is een leven, een gedrag en een wandel naar de voorschriften des Evangelies; en het ene ontstaat uit het andere. „Maak de boom goed,” zegt onze gezegende Heere, „en zijn vrucht is ook goed; want men kent de boom aan zijn vruchten.” De vrucht des Evangelies moet groeien op de boom des Evangelies; dus moeten de vruchten van een heilig en Goddelijk leven voortkomen uit die Goddelijke werkingen van de Heilige Geest op het hart, waarvan wij zoëven gesproken hebben.
Leven en handelen is, om zo te zeggen, „heilig zijn in alle wandel”, dat is: in onze dagelijkse wandel; een nakomen van het voorschrift dat God weleer aan Zijn volk Israël gaf en dat in het Nieuwe Testament is aangehaald, om te doen zien dat het geestelijk vervuld is in dat uitverkoren volk dat Hij door Zijn grote genade onder het Evangelie geroepen heeft.
Ps. 84:5
Aan de lezer…
Deze woorden spreken van dienen „in heiligheid en gerechtigheid”; maar wat verstaat u onder heiligheid? Is het voor u alleen een stelsel van regels, een uiterlijke wandel die u met moeite volhoudt? Hier wordt u een andere weg gewezen. De boom moet eerst goed gemaakt worden, eer de vrucht goed kan zijn. Ware heiligheid begint daar waar de Geest der heiligheid in het hart komt wonen als Leermeester, Leidsman, Voorspraak en Trooster, en waar de ziel, de heerlijkheid des Heeren aanschouwende, veranderd wordt naar Zijn beeld.
Verstaat u daar weinig van, en ziet u met droefheid hoe weinig vrucht er in uw dagelijkse wandel is? Zoek het dan niet in uw eigen kracht, maar bij Hem, Die verlost uit de hand der vijanden, opdat wij Hem dienen zouden zonder vreze. Wat de Geest in het hart werkt, zal ook in de wandel openbaar worden. Bid dan dat Hij u door Zijn grote genade zo tot God brengt, dat u Hem dient alle de dagen uws levens.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dat wij, verlost zijnde uit de hand onzer vijanden, Hem dienen zouden zonder vreze, in heiligheid en gerechtigheid voor Hem, alle de dagen onzes levens.
Lucas 1:74, 75
Heiligheid bestaat hoofdzakelijk uit twee punten. 1°. Dat men deelgenoot gemaakt is van de Geest van heiligheid, door Wie wij, als uit God geboren, bekwaam gemaakt worden om deel te hebben aan de erfenis van de heiligen in het licht. Dat ons verlangen gericht is op de dingen daarboven, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en dat onze omgang in de hemel is. Dat wij de nieuwe mens hebben aangedaan, die vernieuwd wordt tot kennis naar het beeld van Hem Die hem geschapen heeft. Dat wij een leven leiden van geloof in de Zoon van God, en, terwijl wij als in een spiegel de heerlijkheid van de Heere aanschouwen, veranderd worden naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Geest van de Heere.
Zo geestelijk gezind te zijn, zo door Zijn geliefde Zoon tot God gebracht te zijn, voor Hem te wandelen in het licht van Zijn aangezicht, en iets te kennen van geestelijke gemeenschap met de Heere van leven en heerlijkheid, Die op Zijn genadetroon zit in de volle kracht van Zijn opstanding, en van de hoogte, diepte, lengte en breedte van Zijn stervende liefde: dat betekent smaken, tasten, ervaren en genieten. Het betekent deelgenoot gemaakt te zijn van Zijn heiligheid, en geheiligd te zijn door de Geest van God als inwonende Leermeester, Leidsman, Voorspraak en Trooster. En als wij niets van deze dingen begrijpen, in elk geval in enige kleine mate, of er niet naar uitzien en verlangen dat zij door Goddelijke kracht in ons hart gebracht worden, geven wij maar weinig bewijs dat de genade van God ons hart heeft bereikt en ons heeft vernieuwd in de geest van ons gemoed.
2°. Het tweede punt van heiligheid is een leven, een gedrag en een wandel naar de voorschriften van het Evangelie; en het een komt voort uit het ander. „Maak de boom goed,” zegt onze gezegende Heere, „en zijn vrucht is ook goed; want men kent de boom aan zijn vruchten.” De vrucht van het Evangelie moet groeien aan de boom van het Evangelie. Zo moeten de vruchten van een heilig en Goddelijk leven voortkomen uit de Goddelijke werkingen van de Heilige Geest op het hart, waarover wij zojuist gesproken hebben.
Zo leven en handelen is als het ware „heilig zijn in alle wandel”, dat wil zeggen: in onze dagelijkse wandel. Het is het opvolgen van het voorschrift dat God vroeger aan Zijn volk Israël gaf, en dat in het Nieuwe Testament wordt aangehaald om te laten zien dat het geestelijk vervuld wordt in het uitverkoren volk dat Hij door Zijn grote genade onder het Evangelie geroepen heeft.
Ps. 84:5
Aan de lezer…
Deze woorden spreken over dienen „in heiligheid en gerechtigheid”; maar wat verstaat u onder heiligheid? Is het voor u alleen een stelsel van regels, een uiterlijke wandel die u met moeite volhoudt? Hier wordt u een andere weg gewezen. De boom moet eerst goed gemaakt worden, voordat de vrucht goed kan zijn. Ware heiligheid begint waar de Geest van heiligheid in het hart komt wonen als Leermeester, Leidsman, Voorspraak en Trooster, en waar de ziel, terwijl zij de heerlijkheid van de Heere aanschouwt, veranderd wordt naar Zijn beeld.
Begrijpt u daar weinig van, en ziet u met droefheid hoe weinig vrucht er in uw dagelijkse wandel is? Zoek het dan niet in uw eigen kracht, maar bij Hem Die verlost uit de hand van de vijanden, opdat wij Hem zonder vrees zouden dienen. Wat de Geest in het hart werkt, zal ook in de wandel zichtbaar worden. Bid dan dat Hij u door Zijn grote genade zo tot God brengt, dat u Hem dient al de dagen van uw leven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
That He would grant unto us, that we being delivered out of the hand of our enemies might serve Him without fear, in holiness and righteousness before Him, all the days of our life.
Luke 1:74-75
Holiness consists mainly of two points—
1. being made a partaker of the spirit of holiness whereby, as born of God, we are made fit to be partakers of the inheritance of the saints in light; set our affections on things above, where Christ sits on the right hand of God; have our conversation in heaven; put on the new man which is renewed in knowledge after the image of Him which created him; live a life of faith in the Son of God, and beholding, as in a mirror, the glory of the Lord, are changed into the same image from glory to glory, even as by the Spirit of the Lord.
To be thus spiritually-minded, to be thus brought near unto God through His dear Son, to walk before Him in the light of His countenance, and to know something of spiritual communion with the Lord of life and glory as sitting on His mercy-seat in the fullness of His risen power, and in the heights, depths, lengths, and breadths of His dying love—thus to taste, to handle, to experience, and to enjoy is to be made a partaker of true holiness, and to be sanctified by the Spirit of God as an indwelling Teacher, Guide, Advocate, and Comforter. And if we know nothing of these things, at least in some small measure, or are not looking after and longing for them to be brought into our heart by a divine power, we give but little evidence that the grace of God has reached our heart and renewed us in the spirit of our mind.
2. The second branch of holiness is a life, conduct, and conversation agreeable to the precepts of the gospel; and the one springs out of the other. “Make the tree good,” said our blessed Lord, “and his fruit good, for the tree is known by his fruit.” Gospel fruit must grow upon a gospel tree, and thus the fruits of a holy and godly life must spring out of those divine operations of the Holy Spirit upon the heart of which we have just spoken. Thus to speak, live, and act is to be “holy in all manner of conversation,” that is in our daily walk; and is a fulfilling of the precept which God gave of old to His typical people Israel, and quoted in the New Testament to show that it is spiritually fulfilled in that peculiar people whom He calls by His distinguishing grace under the gospel.
To the reader…
These words speak of serving “in holiness and righteousness”; but what do you understand by holiness? Is it for you only a system of rules, an outward walk that you keep up with great effort? Here you are shown another way. The tree must first be made good before the fruit can be good. True holiness begins where the Spirit of holiness comes to dwell in the heart as Teacher, Guide, Advocate and Comforter, and where the soul, beholding the glory of the Lord, is changed into His image.
Do you understand little of that, and do you see with sorrow how little fruit there is in your daily walk? Then do not seek it in your own strength, but with Him Who delivers out of the hand of our enemies, that we might serve Him without fear. What the Spirit works in the heart will also become visible in the walk. Pray, then, that by His great grace He will so bring you to God that you serve Him all the days of your life.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Que nos había de dar, que sin temor librados de nuestros enemigos, Le serviríamos en santidad y en justicia delante de Él, todos los días nuestros.
Lucas 1:74-75
La santidad consiste principalmente en dos puntos:
1. ser hechos partícipes del espíritu de santidad, por el cual, como nacidos de Dios, somos hechos aptos para participar de la herencia de los santos en luz; ponemos la mira en las cosas de arriba, donde está Cristo sentado a la diestra de Dios; tenemos nuestra conversación en los cielos; nos vestimos del nuevo hombre, que se renueva para conocimiento conforme a la imagen del que lo creó; vivimos una vida de fe en el Hijo de Dios, y mirando como en un espejo la gloria del Señor, somos transformados de gloria en gloria en la misma semejanza, como por el Espíritu del Señor.
Ser así espiritualmente de mente, ser así acercados a Dios por medio de Su amado Hijo, andar delante de Él a la luz de Su rostro, y saber algo de la comunión espiritual con el Señor de la vida y de la gloria, sentado en Su propiciatorio en la plenitud de Su poder de resucitado, y en las alturas, profundidades, longitudes y anchuras de Su amor que muere: así gustar, palpar, experimentar y gozar es ser hechos partícipes de la verdadera santidad, y ser santificados por el Espíritu de Dios como Maestro, Guía, Abogado y Consolador que mora en nosotros. Y si no sabemos nada de estas cosas, al menos en alguna pequeña medida, o no las buscamos ni anhelamos que sean traídas a nuestro corazón por un poder divino, damos poca evidencia de que la gracia de Dios ha llegado a nuestro corazón y nos ha renovado en el espíritu de nuestra mente.
2. La segunda rama de la santidad es una vida, una conducta y una conversación conformes a los preceptos del evangelio; y la una brota de la otra. “O haced el árbol bueno, y su fruto bueno”, dijo nuestro bendito Señor, “porque por el fruto es conocido el árbol”. El fruto del evangelio tiene que crecer en un árbol del evangelio, y así los frutos de una vida santa y piadosa tienen que brotar de aquellas operaciones divinas del Espíritu Santo en el corazón de las que acabamos de hablar. Hablar, vivir y obrar así es ser “santos en toda conversación”, es decir, en nuestro andar diario; y es el cumplimiento del precepto que Dios dio antiguamente a Su pueblo típico Israel, y que se cita en el Nuevo Testamento para mostrar que se cumple espiritualmente en aquel pueblo peculiar al que Él llama por Su gracia distintiva bajo el evangelio.
Al lector…
Estas palabras hablan de servir “en santidad y en justicia”; pero ¿qué entiende usted por santidad? ¿Es para usted solo un sistema de reglas, un andar exterior que mantiene con gran esfuerzo? Aquí se le muestra otro camino. Primero hay que hacer bueno el árbol para que el fruto pueda ser bueno. La verdadera santidad comienza donde el Espíritu de santidad viene a morar en el corazón como Maestro, Guía, Abogado y Consolador, y donde el alma, mirando la gloria del Señor, es transformada en Su imagen.
¿Entiende usted poco de esto, y ve con tristeza cuán poco fruto hay en su andar diario? Entonces no lo busque en sus propias fuerzas, sino en Aquel que libra de la mano de nuestros enemigos, para que Le sirvamos sin temor. Lo que el Espíritu obra en el corazón se hará visible también en el andar. Ore, pues, para que por Su gran gracia Él le acerque de tal manera a Dios que Le sirva todos los días de su vida.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl