December 21
Dewelke gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt.
1 Petrus 1:8a
Hoe spreekt dit tot onze harten! En zijn er niet enigen, zo niet velen van ons, die ook kunnen zeggen: „Dewelke wij niet gezien en nochtans liefhebben”? Hebben wij Hem niet lief, waarde lezers? Is Zijn naam ons niet kostbaar als de uitgegoten zalf? Maar wij hebben Hem niet gezien. Neen, niet door het oog des lichaams; maar wij hebben Hem gezien door het oog des geloofs, want Hij heeft Zich aan ons of aan enigen onzer geopenbaard, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid als van de eengeboren Zoon des Vaders, vol van genade en waarheid.
Het is dus door het geloof dat wij Jezus zien. Wij lezen van Mozes dat „hij door het geloof Egypte verlaten heeft, niet vrezende de toorn des konings; want hij hield zich vast als ziende de Onzienlijke”. Zo zien wij de Heere Jezus, Die onzichtbaar is, door het geloof; want daar „het geloof een vaste grond is der dingen die men hoopt”, zo is het ook „het bewijs der zaken die men niet ziet”. Dus zien wij dat wij Jezus zien als Hij tot de ziel komt en Zich aan haar openbaart.
En daar Hij altijd met Zijn liefde komt, en door Zich te openbaren Zich in Zijn liefde openbaart, zo doet die geopenbaarde liefde in het hart van de gelovige wederliefde ontbranden. Het is het bijzondere werk van de Heilige Geest van Christus te getuigen, Hem te verheerlijken, van de dingen te ontvangen die van Christus zijn en ze aan de ziel te vertonen. Zo omhelst en geniet de liefde wat zij gelooft van de Persoon en het werk van Christus, in het licht van Christus’ eigen openbaring van Zichzelf en door de gezegende werking en de getuigenis van de Heilige Geest.
Ik loof de Heer, mijn God,
mijn zang klimm’ op naar ’t hemelhof,
mijn mond zing’ eeuwig tot zijn lof
om mijn gelukkig lot.
Mijn ziel, loof d’ Opperheer!
’t Zachtmoedig volk zal ’t straks verstaan,
door vreugd met u zijn aangedaan
en juichen tot zijn eer.
Psalm 34:1
Aan de lezer…
Wanneer u gevraagd wordt of u Hem liefhebt, Die u nooit met het oog des lichaams hebt gezien, durft u het misschien nauwelijks te zeggen, omdat uw liefde u zo koud en zwak toeschijnt. Maar is Zijn naam u niet dierbaar? Verlangt u niet naar een woord van Hem, naar een blik van Zijn genade? Dat verlangen is niet uit uzelf; het is de wederliefde die ontbrandt waar Hij Zich in Zijn liefde geopenbaard heeft.
Want het is het werk van de Heilige Geest om van Christus te getuigen en de dingen van Christus aan de ziel te vertonen. Ziet u Hem nu niet, wacht dan op Hem door het geloof, zoals Mozes standhield als ziende de Onzienlijke. Hij komt nooit anders dan met Zijn liefde, en waar Hij komt, wordt een koud hart verwarmd. Zoek dan niet in uw eigen gevoelens de grond van uw hoop, maar in Hem, vol van genade en waarheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dewelke gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt.
1 Petrus 1:8a
Hoe spreekt dit tot onze harten! En zijn er niet sommigen, zo niet velen van ons, die ook kunnen zeggen: „Dewelke wij niet gezien en nochtans liefhebben”? Hebben wij Hem niet lief, waarde lezers? Is Zijn Naam ons niet kostbaar als een uitgegoten zalf? Maar wij hebben Hem niet gezien. Nee, niet met het oog van het lichaam; maar wij hebben Hem gezien met het oog van het geloof. Want Hij heeft Zich aan ons, of aan sommigen van ons, geopenbaard, en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, de heerlijkheid als van de eniggeboren Zoon van de Vader, vol van genade en waarheid.
Het is dus door het geloof dat wij Jezus zien. Wij lezen van Mozes dat „hij door het geloof Egypte verlaten heeft, niet vrezende de toorn des konings; want hij hield zich vast als ziende de Onzienlijke”. Zo zien wij de Heere Jezus, Die onzichtbaar is, door het geloof. Want zoals „het geloof een vaste grond is der dingen die men hoopt”, zo is het ook „het bewijs der zaken die men niet ziet”. Zo zien wij dus dat wij Jezus zien wanneer Hij tot de ziel komt en Zich aan haar openbaart.
En omdat Hij altijd met Zijn liefde komt, en Zich bij het openbaren in Zijn liefde openbaart, doet die geopenbaarde liefde in het hart van de gelovige wederliefde ontbranden. Het is het bijzondere werk van de Heilige Geest om van Christus te getuigen, Hem te verheerlijken, en te ontvangen van wat van Christus is en dat aan de ziel te tonen. Zo omhelst en geniet de liefde wat zij gelooft van de Persoon en het werk van Christus, in het licht van Christus’ eigen openbaring van Zichzelf en door de gezegende werking en het getuigenis van de Heilige Geest.
Ik loof de Heer, mijn God,
mijn zang klimm’ op naar ’t hemelhof,
mijn mond zing’ eeuwig tot zijn lof
om mijn gelukkig lot.
Mijn ziel, loof d’ Opperheer!
’t Zachtmoedig volk zal ’t straks verstaan,
door vreugd met u zijn aangedaan
en juichen tot zijn eer.
Psalm 34:1
Aan de lezer…
Wanneer u gevraagd wordt of u Hem liefhebt, Die u nooit met het oog van het lichaam hebt gezien, durft u het misschien nauwelijks te zeggen, omdat uw liefde u zo koud en zwak lijkt. Maar is Zijn Naam u niet dierbaar? Verlangt u niet naar een woord van Hem, naar een blik van Zijn genade? Dat verlangen komt niet uit uzelf; het is de wederliefde die ontbrandt waar Hij Zich in Zijn liefde geopenbaard heeft.
Want het is het werk van de Heilige Geest om van Christus te getuigen en wat van Christus is aan de ziel te tonen. Ziet u Hem nu niet, wacht dan op Hem door het geloof, zoals Mozes zich vasthield als ziende de Onzienlijke. Hij komt nooit anders dan met Zijn liefde, en waar Hij komt, wordt een koud hart verwarmd. Zoek de grond van uw hoop dan niet in uw eigen gevoelens, maar in Hem, vol van genade en waarheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Whom having not seen, ye love.
1 Peter 1:8
How this speaks to our hearts; and cannot some, if not many of us say too, “Whom having not seen, we love?” Do we not love Him, dear readers? Is not His Name precious to us as the ointment poured forth? But we have not seen Him. No, not by the eye of sense and nature; but we have seen Him by the eye of faith; for He has manifested Himself to us, or to some of us, and we have seen His glory, the glory as of the only-begotten of the Father, full of grace and truth.
It is, then, by faith that we see Jesus. We read of Moses that, “by faith he forsook Egypt, not fearing the wrath of the king; for he endured, as seeing Him Who is invisible.” So by faith we see Jesus Who is invisible; for as faith is “the substance of things hoped for,” so is it “the evidence of things not seen.”
Thus we see that it is by Jesus coming to the soul and manifesting Himself unto it that we see Him. And as He always comes with His love, and in manifesting Himself manifests Himself in His love, that manifested love kindles, raises, and draws up a corresponding love in the believer’s heart. It is the express, the special work of the Holy Spirit to testify of Christ, to glorify Him, to receive of the things which are Christ’s and to show them unto the soul; and thus in the light of Christ’s own manifestations of Himself and the blessed Spirit’s work and witness of Him, what faith believes of the Person and work of Christ love embraces and enjoys.
To the reader…
When you are asked whether you love Him, Whom you have never seen with the eye of the body, you perhaps hardly dare to say so, because your love seems so cold and weak to you. But is not His Name precious to you? Do you not long for a word from Him, for a glimpse of His grace? That longing does not come from yourself; it is the answering love that is kindled where He has revealed Himself in His love.
For it is the work of the Holy Spirit to testify of Christ and to show the things of Christ to the soul. If you do not see Him now, wait for Him by faith, as Moses endured as seeing Him Who is invisible. He never comes but with His love, and where He comes, a cold heart is warmed. Do not seek the ground of your hope, then, in your own feelings, but in Him, full of grace and truth.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Al cual, no habiendo visto, Le amáis.
1 Pedro 1:8
¡Cómo habla esto a nuestros corazones! ¿Y no pueden algunos, si no muchos de nosotros, decir también: “Al cual, no habiendo visto, Le amamos”? ¿No Le amamos, queridos lectores? ¿No es Su Nombre precioso para nosotros como ungüento derramado? Pero no Le hemos visto. No, no con el ojo de los sentidos y de la naturaleza; pero Le hemos visto con el ojo de la fe; porque Él se nos ha manifestado, o se ha manifestado a algunos de nosotros, y hemos visto Su gloria, gloria como del Unigénito del Padre, lleno de gracia y de verdad.
Es, pues, por la fe que vemos a Jesús. Leemos de Moisés que “por fe dejó a Egipto, no temiendo la ira del rey; porque se sostuvo como viendo al Invisible”. Así por la fe vemos a Jesús, que es invisible; porque así como la fe es “la sustancia de las cosas que se esperan”, así es “la demostración de las cosas que no se ven”.
Así vemos que es por la venida de Jesús al alma, y por Su manifestación a ella, que Le vemos. Y como Él siempre viene con Su amor, y al manifestarse se manifiesta en Su amor, ese amor manifestado enciende, levanta y atrae un amor correspondiente en el corazón del creyente. Es la obra expresa y especial del Espíritu Santo dar testimonio de Cristo, glorificarle, tomar de lo que es de Cristo y mostrarlo al alma; y así, a la luz de las propias manifestaciones de Cristo y de la obra y el testimonio del bendito Espíritu acerca de Él, lo que la fe cree de la Persona y la obra de Cristo, el amor lo abraza y lo disfruta.
Al lector…
Cuando se le pregunta si ama a Aquel a quien nunca ha visto con el ojo del cuerpo, quizá apenas se atreve a decirlo, porque su amor le parece tan frío y débil. Pero ¿no es Su Nombre precioso para usted? ¿No anhela una palabra de Él, un destello de Su gracia? Ese anhelo no viene de usted mismo; es el amor que responde, encendido allí donde Él se ha revelado en Su amor.
Porque es la obra del Espíritu Santo dar testimonio de Cristo y mostrar al alma las cosas de Cristo. Si ahora no Le ve, espérele por la fe, como Moisés se sostuvo como viendo al Invisible. Él nunca viene sino con Su amor, y donde Él viene, un corazón frío se calienta. No busque, pues, el fundamento de su esperanza en sus propios sentimientos, sino en Él, lleno de gracia y de verdad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl