2 de agosto
En van onder eeuwige armen.
Deuteronomium 33:27
Ziet hoe Mozes het volk de eeuwigheid van God voor ogen stelt. Hij wil van de tijd niet spreken. Wat is de tijd? Een stukje, of als het schuim der zee vergeleken met de machtige oceaan. De oceaan is de eeuwigheid; de tijd is slechts het schuim op de golven. „En van onder eeuwige armen.” En gelooft het: indien de eeuwige armen onder Gods kinderen zijn — want het is van hen en tot hen dat deze woorden gesproken zijn — dan zijn ze daar niet doelloos.
God brengt droefheid op droefheid over de ziel om haar omlaag te krijgen, opdat zij in en op de eeuwige armen vallen zal en ervaren hoe sterk en krachtig deze zijn. En hebt gij het niet menigmaal alzo bevonden? Liegt niet tegen uw recht. Door hoeveel beproevingen in de weg der voorzienigheid zijt gij heengeholpen? Hoe klaarblijkelijk is de Heere in deze en gene toestand verschenen, zodat uw ongeloof en wantrouwen, voor die tijd althans, de mond geheel gesloten werd en het geloof Gods hand zo klaar bemerkte, dat u het gevoelde alsof u er nooit meer aan kon twijfelen.
Hebt ge niet menige zoete ondersteuning gehad toen u op uw bed van smart, pijn en droefenis lag? En kon u God danken dat Hij Zijn drukkende hand op u gelegd had? En hebt ge niet bevonden dat u sterkte en kracht gegeven werd overeenkomstig uw dagen; dat bij elke beproeving u kracht verleend werd om ze te kunnen dragen; en dat uit uw grootste verdrukkingen uw grootste zegeningen zijn voortgekomen?
Waarom zijt ge nog niet in de hel? Verdiende u het niet om daar te zijn? Waarom bevindt gij u nog in een staat dat ge bidden moogt, vergezeld van een goede hoop door genade, en is uw ziel nog wachtende op de Heere, meer dan de wachters op de morgen? Indien deze armen u eens ondersteund hebben, zouden zij u dan voortaan niet ondersteunen? Zouden het eeuwige armen zijn als zij zich vaneen zouden scheiden en u lieten vallen? Rust erop, en gij zult bevinden hoe sterk zij zijn.
Aan de lezer…
Kent u dat? U voelt zich omlaaggebracht, droefheid op droefheid, totdat er niets meer onder u schijnt te zijn. Denk dan niet dat de Heere u heeft losgelaten. Juist zo brengt Hij Zijn kinderen omlaag, opdat zij in en op de eeuwige armen vallen en ervaren hoe sterk die zijn. Wat u als een val voelt, is in Zijn hand het neerleggen op een fundament dat niet wankelt.
Zie eens terug, en liegt niet tegen uw recht. Hebt u niet, op uw bed van smart of in uw zwaarste beproeving, ondersteuning gekend die niet van uzelf kwam? Waarom bent u nog niet in de hel, die u verdiend hebt? Waarom mag u nog bidden en wachten op de Heere, meer dan de wachters op de morgen? Zouden het eeuwige armen zijn als zij u nu zouden laten vallen? Rust er dan op; niet op uw gevoel, maar op die armen, en u zult bevinden hoe sterk zij zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En van onder eeuwige armen.
Deuteronomium 33:27
Zie hoe Mozes het volk de eeuwigheid van God voor ogen stelt. Over de tijd wil hij niet spreken. Wat is de tijd? Een stukje, of als het schuim van de zee vergeleken met de machtige oceaan. De oceaan is de eeuwigheid; de tijd is slechts het schuim op de golven. „En van onder eeuwige armen.” En geloof het: als de eeuwige armen onder Gods kinderen zijn — want het is over hen en tot hen dat deze woorden gesproken zijn — dan zijn ze daar niet zonder doel.
God brengt droefheid op droefheid over de ziel om haar omlaag te brengen, zodat zij in en op de eeuwige armen zal vallen en zal ervaren hoe sterk en krachtig die zijn. En hebt u het niet vaak zo ervaren? Lieg niet tegen uw recht. Door hoeveel beproevingen op de weg van de voorzienigheid bent u heen geholpen? Hoe duidelijk is de Heere in deze en die omstandigheid verschenen, zodat uw ongeloof en wantrouwen, in elk geval voor die tijd, helemaal de mond werd gesloten. Het geloof zag Gods hand toen zo duidelijk, dat u voelde alsof u er nooit meer aan zou kunnen twijfelen.
Hebt u niet menige zoete ondersteuning gehad toen u op uw bed van smart, pijn en droefheid lag? En kon u God danken dat Hij Zijn drukkende hand op u had gelegd? En hebt u niet ervaren dat u sterkte en kracht kreeg naar uw dagen; dat u bij elke beproeving kracht ontving om die te kunnen dragen; en dat uit uw grootste verdrukkingen uw grootste zegeningen zijn voortgekomen?
Waarom bent u nog niet in de hel? Verdiende u het niet om daar te zijn? Waarom bent u nog in een staat dat u mag bidden, met een goede hoop door genade, en waarom wacht uw ziel nog op de Heere, meer dan de wachters op de morgen? Als deze armen u eens ondersteund hebben, zouden zij u dan voortaan niet ondersteunen? Zouden het eeuwige armen zijn als zij van elkaar zouden gaan en u lieten vallen? Rust erop, en u zult ervaren hoe sterk zij zijn.
Aan de lezer…
Kent u dat? U voelt zich omlaaggebracht, droefheid op droefheid, totdat er niets meer onder u lijkt te zijn. Denk dan niet dat de Heere u heeft losgelaten. Juist zo brengt Hij Zijn kinderen omlaag, zodat zij in en op de eeuwige armen vallen en ervaren hoe sterk die zijn. Wat voor u voelt als een val, is in Zijn hand het neerleggen op een fundament dat niet wankelt.
Kijk eens terug, en lieg niet tegen uw recht. Hebt u niet, op uw bed van smart of in uw zwaarste beproeving, ondersteuning gekend die niet uit uzelf kwam? Waarom bent u nog niet in de hel, die u verdiend hebt? Waarom mag u nog bidden en wachten op de Heere, meer dan de wachters op de morgen? Zouden het eeuwige armen zijn als zij u nu zouden laten vallen? Rust er dan op; niet op uw gevoel, maar op die armen, en u zult ervaren hoe sterk zij zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“Underneath are the everlasting arms.”
Deuteronomy 33:27
How Moses brought before the people the eternity of God! He will have nothing to do with time. What is time? A fragment, merely like the foam of the sea compared with the mighty ocean. The ocean is eternity; time is merely the foam upon the wave. “Underneath are the everlasting arms.” And depend upon it, if the everlasting arms are underneath the saints of God, for it is of and to those whom the words are spoken, they are there for some purpose. God puts affliction upon affliction to bring the soul down, that it may fall into and upon the everlasting arms, and find how firm and strong they are.
And have you not often found it so? Do not lie against your right. How many trials in providence you have been brought through. How conspicuously the Lord has appeared in this and that instance, so that your unbelief and infidelity were, for the time at least, thoroughly silenced, and faith saw the hand of God so clearly that you felt as if you could never doubt again. Have you not had many sweet supports on your bed of languishing, many precious seasons when you could bless God for laying upon you His afflicting hand? And have you not found that strength was always given to you according to your day, that with every trial power was given you to bear it, and that out of your deepest afflictions came your greatest blessings?
Why are you not in hell? Do you not deserve to be there? Why still upon praying ground, with a good hope through grace, and your soul waiting for the Lord to appear, more than those that watch for the morning? If these arms have once supported you, will they not support you again? Would they be everlasting if they could part asunder and let you fall through? Rest upon them and you will find how strong they are.
To the reader…
Do you know this? You feel brought low, sorrow upon sorrow, until there seems to be nothing left beneath you. Do not think, then, that the Lord has let you go. It is precisely in this way that He brings His children down, so that they fall into and upon the everlasting arms and find how strong they are. What feels to you like a fall is, in His hand, a laying down upon a foundation that does not give way.
Look back for a moment, and do not lie against your right. Have you not, on your bed of languishing or in your heaviest trial, known support that did not come from yourself? Why are you not yet in hell, which you have deserved? Why may you still pray and wait for the Lord, more than they that watch for the morning? Would they be everlasting arms if they let you fall now? Rest upon them, then; not upon your feelings, but upon those arms, and you will find how strong they are.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y acá abajo los brazos eternos.”
Deuteronomio 33:27
¡Cómo puso Moisés ante el pueblo la eternidad de Dios! No quiere tener nada que ver con el tiempo. ¿Qué es el tiempo? Un fragmento, como la mera espuma del mar comparada con el poderoso océano. El océano es la eternidad; el tiempo es solo la espuma sobre la ola. “Y acá abajo los brazos eternos.” Y téngalo por seguro: si los brazos eternos están debajo de los santos de Dios —pues es de ellos y a ellos de quienes se dicen estas palabras—, están allí con algún propósito. Dios pone aflicción sobre aflicción para abatir al alma, para que caiga en los brazos eternos y sobre ellos, y descubra cuán firmes y fuertes son.
¿Y no lo ha hallado usted así muchas veces? No mienta contra su derecho. ¡Por cuántas pruebas en la providencia ha sido llevado! ¡Cuán notablemente ha aparecido el Señor en este y en aquel caso, de modo que su incredulidad y su infidelidad quedaron, al menos por un tiempo, del todo acalladas, y la fe vio la mano de Dios tan claramente que usted sintió como si nunca más pudiera dudar! ¿No ha tenido muchos dulces sostenes en su lecho de dolor, muchos momentos preciosos en que podía bendecir a Dios por poner sobre usted Su mano afligidora? ¿Y no ha hallado que siempre se le dio fuerza conforme a sus días, que con cada prueba se le dio poder para llevarla, y que de sus más hondas aflicciones salieron sus mayores bendiciones?
¿Por qué no está usted en el infierno? ¿No merece estar allí? ¿Por qué sigue aún en terreno de oración, con una buena esperanza por gracia, y su alma esperando que el Señor aparezca, más que los centinelas a la mañana? Si estos brazos le han sostenido una vez, ¿no le sostendrán otra vez? ¿Serían eternos si pudieran separarse y dejarle caer a través de ellos? Descanse sobre ellos y hallará cuán fuertes son.
Al lector…
¿Conoce usted esto? Se siente abatido, dolor sobre dolor, hasta que parece no quedar nada debajo de usted. No piense, entonces, que el Señor le ha soltado. Es precisamente así como Él abate a Sus hijos, para que caigan en los brazos eternos y sobre ellos, y descubran cuán fuertes son. Lo que a usted le parece una caída es, en Su mano, un ser depositado sobre un fundamento que no cede.
Mire atrás un momento, y no mienta contra su derecho. ¿No ha conocido, en su lecho de dolor o en su prueba más pesada, un sostén que no venía de usted mismo? ¿Por qué no está aún en el infierno, que ha merecido? ¿Por qué puede todavía orar y esperar al Señor, más que los centinelas a la mañana? ¿Serían brazos eternos si ahora le dejaran caer? Descanse, pues, sobre ellos; no sobre sus sentimientos, sino sobre esos brazos, y hallará cuán fuertes son.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl