18 de agosto
Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk.
Jacobus 1:4
De lijdzaamheid heeft haar werk; en wat is dit? Tweevoudig, overeenkomstig mijn verklaring van het woord. Ten eerste: alle beproevingen te verdragen, stand te houden in alle verzoekingen, alle kruisen en lasten te dragen, alle strijd te weerstaan, niet slaphandig te zijn onder alle moeilijkheden, en alle vijanden te overwinnen. Ten tweede: zich te onderwerpen aan de wil van God, te erkennen dat Hij de Heere en Koning is, geen eigen wil of weg te verkiezen, noch een ontwerp of plan om het vlees te behagen, noch het kruis te mijden of de roede te ontlopen, doch ons eenvoudig te onderwerpen aan des Heeren rechtvaardige handelingen, beide in de voorzienigheid en in de genade, gelovende dat Hij alle dingen wel doet, dat Hij een Soeverein is, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil. Nu, tenzij de ziel in deze gestalte gebracht is, is het werk der lijdzaamheid niet volmaakt; het moge zoetjes voortgaan, maar het is niet volkomen.
Gij kunt thans in de oven der verzoeking verkeren en door een vurige beproeving heen moeten. Zijt gij wederstrevig of onderworpen? Indien gij opstandig zijt, dan moet gij in de oven blijven tot gij tot onderwerping zijt gebracht; en dat niet alleen, maar het moet een algehele onderwerping zijn, anders heeft de lijdzaamheid niet haar volmaakt werk. Het vuil en het schuim der wederstreving moet uitgezuiverd worden en het zuivere metaal moet bezinken. Het is geheel de genade Gods om dit een ogenblik te beleven. Doch zijn of waren er in uw ziel geen ogenblikken dat gij stil kondt zijn en kondt weten dat Hij God is? Wanneer gij u alstoen kondt onderwerpen aan Zijn wil, gelovende dat Hij naar Zijn wijsheid niet anders handelen kon? Als deze onderwerping wordt waargenomen, dan heeft de lijdzaamheid haar volmaakt werk.
Zie op Jezus, ons grote Voorbeeld; zie Hem in de donkere hof, met in het vooruitzicht het kruis op de volgende morgen. Hij kon zeggen: „Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede!” Daar was het volmaakte werk der lijdzaamheid in de volmaakte ziel van de Verlosser. Nu, gij en ik moeten een werk in ons hebben dat daarmede overeenkomt, of anders kunnen wij niet den beelde van onze gekruisigde Heere in Zijn lijden gelijkvormig worden. De lijdzaamheid in ons moet haar volmaakt werk hebben, en de Heere slaat er acht op of dit zo is.
Vergelijken wij dit met een machine. Ziet de machinist in een mooie en degelijke machine een boutje loszitten of een rad niet goed functioneren, dan herstelt hij dit defect om het geheel weer als een goede machine te doen werken. Zo is het ook als de God onzer zaligheid een bijzondere genade niet in orde ziet of niet behoorlijk in oefening overeenkomstig haar aangewezen werking. Dan beïnvloedt Hij door Zijn Geest het hart zodanig, dat deze genade weer gebracht wordt tot de oefening die zij behoort te hebben. Meet uw geloof en lijdzaamheid aan deze maatstaf, doch onderscheid ze wel en verwar ze niet met de werkingen van uw vleselijk gemoed. Hier gaan wij dikwijls fout.
Wij kunnen onderworpen zijn in ons gemoed, zachtmoedig en lijdzaam, bedaard en gelaten naar de inwendige mens, en toch menige opritseling en opstandige beweging van het vlees gewaarworden, en zo schijnt de lijdzaamheid haar volmaakt werk niet te hebben. Doch uit te zien naar een volkomen onderwerping in het vlees, is uit te zien naar de volmaaktheid van het vlees, hetgeen nooit beloofd en nooit gegeven is. Zie maar waartoe de Geest u bewerkt; niet voor het vleselijk gemoed, dat zich de wet Gods niet onderwerpt, en het kan dit inderdaad ook niet, en daarom kent het geen onderwerping noch vernedering. Let maar op het bijzondere werk waarvan de Vorst des vredes Heere en Regeerder is, en zie of er in de kalme diepte van uw ziel, waar Hij leeft en regeert, de onderwerping gevonden wordt aan de wil van God.
Aan de lezer…
U die in de oven der verzoeking ligt, voelt u hoe het vlees zich daartegen opwerpt? Wordt u moedeloos omdat er telkens weer opstandige bewegingen in u opkomen, en denkt u daarom dat er van lijdzaamheid bij u geen sprake is? Zie dan niet naar een volkomen onderwerping in het vlees; die is nooit beloofd en nooit gegeven. Zie liever of er in de stille diepte van uw ziel, waar de Vorst des vredes regeert, iets is dat zegt: „Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.”
Het is geheel genade om dat ook maar een ogenblik te beleven. Maar heeft de Heere u zulke ogenblikken gegeven, dat u stil kon zijn en weten dat Hij God is, dan werkt Zijn Geest in u. Hij laat u niet langer in de oven dan nodig is om het schuim uit te zuiveren. Zie op Jezus in de donkere hof; Zijn lijdzaamheid was volmaakt, en naar Zijn beeld wil Hij u gelijkvormig maken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doch de lijdzaamheid hebbe een volmaakt werk.
Jacobus 1:4
De lijdzaamheid heeft haar werk; en wat is dat? Het is tweevoudig, overeenkomstig mijn uitleg van het woord. Ten eerste: alle beproevingen verdragen, standhouden in alle verzoekingen, alle kruisen en lasten dragen, alle strijd weerstaan, niet de handen laten zakken onder alle moeilijkheden, en alle vijanden overwinnen. Ten tweede: zich onderwerpen aan de wil van God en erkennen dat Hij de Heere en Koning is. Dat betekent: geen eigen wil of weg kiezen, geen ontwerp of plan maken om het vlees te behagen, het kruis niet mijden en de roede niet ontlopen, maar ons eenvoudig onderwerpen aan de rechtvaardige handelingen van de Heere, zowel in de voorzienigheid als in de genade, in het geloof dat Hij alle dingen goed doet en dat Hij een Soeverein is, Die alle dingen werkt naar de raad van Zijn wil. Welnu, tenzij de ziel in deze gesteldheid gebracht is, is het werk van de lijdzaamheid niet volmaakt; het mag rustig voortgaan, maar het is niet volkomen.
Het kan zijn dat u op dit moment in de oven van de verzoeking bent en door een vurige beproeving heen moet. Bent u weerspannig of onderworpen? Als u opstandig bent, dan moet u in de oven blijven totdat u tot onderwerping gebracht bent; en niet alleen dat, maar het moet een volledige onderwerping zijn, anders heeft de lijdzaamheid niet haar volmaakt werk. Het vuil en het schuim van de weerspannigheid moeten uitgezuiverd worden en het zuivere metaal moet bezinken. Het is helemaal Gods genade om dit ook maar een ogenblik te beleven. Maar zijn of waren er in uw ziel geen ogenblikken dat u stil kon zijn en kon weten dat Hij God is? Momenten waarop u zich toen kon onderwerpen aan Zijn wil, in het geloof dat Hij naar Zijn wijsheid niet anders kon handelen? Wanneer deze onderwerping wordt opgemerkt, dan heeft de lijdzaamheid haar volmaakt werk.
Zie op Jezus, ons grote Voorbeeld. Zie Hem in de donkere hof, met het kruis van de volgende morgen voor ogen. Hij kon zeggen: „Niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede!” Daar was het volmaakte werk van de lijdzaamheid in de volmaakte ziel van de Verlosser. Welnu, u en ik moeten een werk in ons hebben dat daarmee overeenkomt, anders kunnen wij niet gelijkvormig worden aan het beeld van onze gekruisigde Heere in Zijn lijden. De lijdzaamheid in ons moet haar volmaakt werk hebben, en de Heere let erop of dat zo is.
Laten we dit vergelijken met een machine. Ziet de machinist in een mooie en degelijke machine een boutje loszitten of een rad niet goed werken, dan herstelt hij dit defect, zodat het geheel weer als een goede machine werkt. Zo is het ook wanneer de God van onze zaligheid ziet dat een bepaalde genade niet in orde is, of niet goed in oefening is overeenkomstig de werking die haar is toegewezen. Dan beïnvloedt Hij door Zijn Geest het hart zo, dat deze genade weer tot de oefening gebracht wordt die zij behoort te hebben. Meet uw geloof en lijdzaamheid aan deze maatstaf, maar onderscheid ze goed en verwar ze niet met de werkingen van uw vleselijke gezindheid. Hier gaan wij vaak de fout in.
Wij kunnen in ons gemoed onderworpen zijn, zachtmoedig en lijdzaam, kalm en gelaten naar de inwendige mens, en toch menige opwelling en opstandige beweging van het vlees opmerken, zodat het lijkt alsof de lijdzaamheid haar volmaakt werk niet heeft. Maar uitzien naar een volkomen onderwerping in het vlees is uitzien naar de volmaaktheid van het vlees, en die is nooit beloofd en nooit gegeven. Let alleen op waartoe de Geest u bewerkt; niet op de vleselijke gezindheid, die zich niet aan de wet van God onderwerpt en dat ook werkelijk niet kan, en daarom geen onderwerping of vernedering kent. Let alleen op het bijzondere werk waarover de Vorst des vredes Heere en Regeerder is, en zie of er in de kalme diepte van uw ziel, waar Hij leeft en regeert, onderwerping aan de wil van God te vinden is.
Aan de lezer…
U die in de oven van de verzoeking ligt, voelt u hoe het vlees zich daartegen verzet? Wordt u moedeloos omdat er telkens weer opstandige bewegingen in u opkomen, en denkt u daarom dat er bij u van lijdzaamheid geen sprake is? Zie dan niet uit naar een volkomen onderwerping in het vlees; die is nooit beloofd en nooit gegeven. Zie liever of er in de stille diepte van uw ziel, waar de Vorst des vredes regeert, iets is dat zegt: „Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.”
Het is helemaal genade om dat ook maar een ogenblik te beleven. Maar heeft de Heere u zulke ogenblikken gegeven, dat u stil kon zijn en weten dat Hij God is, dan werkt Zijn Geest in u. Hij laat u niet langer in de oven dan nodig is om het schuim uit te zuiveren. Zie op Jezus in de donkere hof; Zijn lijdzaamheid was volmaakt, en aan Zijn beeld wil Hij u gelijkvormig maken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But let patience have her perfect work.”
James 1:4
Patience then has its work; and what is that?
1. To ENDURE all trials, live through all temptations, bear all crosses, carry all loads, fight all battles, toil through all difficulties, and overcome all enemies.
2. To SUBMIT to the will of God, to own that He is Lord and King, to have no will or way of its own, no scheme or plan to please the flesh, avoid the cross, or escape the rod; but to submit simply to God’s righteous dealings, both in providence and grace, believing that He does all things well, that He is a Sovereign, “and works all things according to the counsel of His own will.”
Now until the soul is brought to this point, the work of patience is not perfect; it may be going on, but it is not consummated. You may be in the furnace of temptation now, passing through the fiery trial. Are you rebellious or submissive? If still rebellious, you must abide in the furnace until you are brought to submission; and not only so, but it must be thorough submission, or else patience has not its perfect work. The dross and slag of rebellion must be scummed off, and the pure metal flow down. It is all of God’s grace to feel this for a single moment.
But are there not, and have there not been, times and seasons, in your soul, when you could be still and know that He is God? when you could submit to His will, believing that He is too wise to err, too good to be unkind? When this submission is felt, patience has its perfect work. Look at Jesus, our great example—see Him in the gloomy garden, with the cross in prospect before Him on the coming morn. How He could say, “Not My will, but Yours be done!” There was the perfect work of patience in the perfect soul of the Redeemer. Now you and I must have a work in our soul corresponding to this, or else we are not conformed to the suffering image of our crucified Lord.
Patience in us must have its perfect work; and God will take care that it shall be so. As in a beautiful piece of machinery, if the engineer sees a cog loose or a wheel out of gear, he must adjust the defective part, that it may work easily and properly, and in harmony with the whole machine; so if the God of all our salvation sees a particular grace not in operation or not properly performing its appointed work, He by His Spirit so influences the heart that it is again brought to work as He designed it should do.
Measure your faith and patience by this standard; but do not take in conjunction, or confound with them the workings of your carnal mind. Here we often mistake—we may be submissive as regards our spirit, meek and patient, quiet and resigned, in the inward man, yet feel many uprisings and rebellings of the flesh; and thus patience may not seem to have her perfect work. But to look for perfect submission in the flesh is to look for perfection in the flesh, which was never promised and is never given.
Look to what the Spirit is working in you—not to the carnal mind, which is not subject to the law of God, neither indeed can be, and therefore knows neither subjection nor submission. Look at that inward principality of which the Prince of peace is Lord and Ruler, and see whether in the still depths of your soul, and where He lives and reigns, there is submission to the will of God.
To the reader…
You who lie in the furnace of temptation, do you feel how the flesh resists it? Are you discouraged because rebellious stirrings keep rising up in you, and do you therefore think there is no patience in you at all? Then do not look for a perfect submission in the flesh; that was never promised and is never given. Look rather whether, in the still depths of your soul, where the Prince of peace reigns, there is something that says, “Not my will, but Thine be done.”
It is all of grace to experience that for even a single moment. But if the Lord has given you such moments, when you could be still and know that He is God, then His Spirit is at work in you. He does not leave you in the furnace any longer than is needed to scum off the dross. Look to Jesus in the dark garden; His patience was perfect, and it is to His image that He would conform you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas tenga la paciencia perfecta su obra.
Santiago 1:4
La paciencia, pues, tiene su obra; ¿y cuál es?
1. SOPORTAR todas las pruebas, sobrevivir a todas las tentaciones, llevar todas las cruces, cargar con todos los pesos, pelear todas las batallas, abrirse paso a través de todas las dificultades y vencer a todos los enemigos.
2. SOMETERSE a la voluntad de Dios, reconocer que Él es Señor y Rey, no tener voluntad ni camino propios, ningún plan ni proyecto para agradar a la carne, evitar la cruz o escapar de la vara; sino someterse sencillamente a los justos tratos de Dios, tanto en la providencia como en la gracia, creyendo que Él lo hace todo bien, que es Soberano, “y hace todas las cosas según el consejo de Su voluntad”.
Ahora bien, hasta que el alma es llevada a este punto, la obra de la paciencia no es perfecta; puede estar en curso, pero no está consumada. Quizá esté usted ahora en el horno de la tentación, pasando por la prueba de fuego. ¿Es usted rebelde o sumiso? Si todavía es rebelde, debe permanecer en el horno hasta que sea llevado a la sumisión; y no solo eso, sino que ha de ser una sumisión completa, o de lo contrario la paciencia no tiene su obra perfecta. La escoria y los desechos de la rebelión han de ser espumados, y el metal puro ha de fluir. Es todo de la gracia de Dios sentir esto aunque sea por un solo momento.
Pero ¿no hay, y no ha habido, tiempos y ocasiones en su alma en que usted podía estar quieto y conocer que Él es Dios? ¿En que podía someterse a Su voluntad, creyendo que Él es demasiado sabio para errar y demasiado bueno para ser duro? Cuando se siente esta sumisión, la paciencia tiene su obra perfecta. Mire a Jesús, nuestro gran ejemplo; véale en el sombrío huerto, con la cruz delante de Él para la mañana siguiente. ¡Cómo pudo decir: “No sea como Yo quiero, sino como Tú”! Allí estaba la obra perfecta de la paciencia en el alma perfecta del Redentor. Ahora bien, usted y yo hemos de tener en nuestra alma una obra que corresponda a esta, o de lo contrario no somos conformados a la imagen sufriente de nuestro Señor crucificado.
La paciencia en nosotros ha de tener su obra perfecta; y Dios cuidará de que así sea. Como en una hermosa maquinaria, si el ingeniero ve un diente flojo o una rueda desencajada, debe ajustar la pieza defectuosa para que funcione con facilidad y como es debido, en armonía con toda la máquina; así, si el Dios de toda nuestra salvación ve que una gracia particular no está en operación o no cumple debidamente su obra señalada, Él por Su Espíritu influye de tal manera en el corazón que esta vuelve a obrar como Él dispuso que obrara.
Mida usted su fe y su paciencia por esta norma; pero no junte con ellas ni las confunda con las operaciones de su mente carnal. Aquí nos equivocamos a menudo: podemos ser sumisos en cuanto a nuestro espíritu, mansos y pacientes, quietos y resignados en el hombre interior, y sin embargo sentir muchos levantamientos y rebeliones de la carne; y así puede parecer que la paciencia no tiene su obra perfecta. Pero buscar una sumisión perfecta en la carne es buscar perfección en la carne, la cual nunca fue prometida y nunca se da.
Mire lo que el Espíritu está obrando en usted, no a la mente carnal, que no se sujeta a la ley de Dios, ni tampoco puede, y por tanto no conoce ni sujeción ni sumisión. Mire aquel principado interior del cual el Príncipe de paz es Señor y Gobernante, y vea si en las quietas profundidades de su alma, allí donde Él vive y reina, hay sumisión a la voluntad de Dios.
Al lector…
Usted que yace en el horno de la tentación, ¿siente cómo la carne se resiste? ¿Está desanimado porque se siguen levantando en usted impulsos rebeldes, y piensa por ello que no hay en usted paciencia alguna? Entonces no busque una sumisión perfecta en la carne; eso nunca fue prometido y nunca se da. Mire más bien si en las quietas profundidades de su alma, donde reina el Príncipe de paz, hay algo que dice: “No sea mi voluntad, sino la Tuya.”
Es todo de gracia experimentar eso aunque sea por un solo momento. Pero si el Señor le ha dado tales momentos, en que usted podía estar quieto y conocer que Él es Dios, entonces Su Espíritu está obrando en usted. Él no le deja en el horno más tiempo del necesario para espumar la escoria. Mire a Jesús en el oscuro huerto; Su paciencia fue perfecta, y es a Su imagen a la que Él quiere conformarle.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl