16 de octubre
Als Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap mijns harten: want ik ben naar Uw naam genoemd, o Heere! God der heirscharen!
Jeremia 15:16
Er is een zoetheid in de belofte welke het hart boeit; een schoonheid in Christus welke de ziel wint; een zaligende zalving en kracht in het toegepaste Woord van God, hetwelk elke geheime en gewijde liefde tot zich trekt. Kunt gij niet somtijds omhoog zien en zeggen: „Gezegende Jezus, ik heb U lief!”? En wanneer het Woord van God is geopenbaard, toegepast en liefelijk en kostelijk is voorgesteld, hebt gij u dan niet somtijds gevoeld alsof gij de gewijde bladzijde kondet kussen, die zo iets liefelijks aan uw ziel mededeelde?
Dit is een belofte in liefde aannemen: als men haar met beide armen omvat, haar aan onze borst brengt, haar bij herhaling kust met kussen der liefde en der genegenheid, en in haar datzelfde zoete genoegen smaakt waarmede de bruidegom zich over zijn bruid verheugt, daar nu alles het zijne is, somtijds bijna verloren, maar nu haar geheel bezittende, om nimmermeer te scheiden. Dat is zich in het Woord Gods verblijden; zich in een gezegende Jezus en in de beloften die van Hem getuigen en zich om Hem als om een middelpunt verenigen, verheugen.
Hebt gij in uw ziel die zoete omarming der Waarheid niet gevoeld, daar zij in Jezus zo kostbaar, zo gepast, zo bemoedigend en zo geschikt is voor elke nood en elke smart? Dan zijt gij een gelovige, dan zijt gij een kind van God; dan is er een arbeid van genade in uw hart; dan verstaat gij de Waarheid voor uzelf door goddelijke lering en goddelijk getuigenis. En zo gij dit kenteken aan u verzegeld hebt gezien, dat gij de belofte van verre hebt gezien en ervan overtuigd zijt geworden, en haar in geloof, hoop en liefde hebt omhelsd, dan draagt gij het waarmerk van een deelgenoot aan het geloof van Gods uitverkorenen.
Des Heeren wet nochtans
verspreidt volmaakter glans,
dewijl zij ’t hart bekeert.
’t Is Gods getuigenis
dat eeuwig zeker is
en slechten wijsheid leert.
Ps. 19:4
Aan de lezer…
Wie ooit een woord uit de Schrift zo zoet heeft bevonden dat hij het wel kon kussen, weet waarvan hier gesproken wordt. Was er ook voor u een uur waarin een belofte uw hart boeide, waarin u omhoog zag en, met tranen misschien, zeggen mocht: „Gezegende Jezus, ik heb U lief”? Veracht zulke ogenblikken niet, ook al zijn zij voorbij en lijkt uw ziel nu dor. Zij waren geen inbeelding, maar een omarming der Waarheid, die u niet uit uzelf hebt kunnen opwekken.
Die liefde tot het Woord, die vreugde en blijdschap des harten wanneer het u gevonden werd, is een kenteken van genade. Wie de belofte van verre heeft gezien en haar in geloof, hoop en liefde heeft omhelsd, draagt het waarmerk van Gods uitverkorenen. Bent u arm en verlegen, zoek dan opnieuw de bladzijde waar Hij eens tot u sprak. Hij is dezelfde gebleven, en Zijn woord is nog even zoet voor een hongerige ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Als Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap mijns harten: want ik ben naar Uw naam genoemd, o Heere! God der heirscharen!
Jeremia 15:16
Er is een zoetheid in de belofte die het hart boeit, een schoonheid in Christus die de ziel wint, een zaligende zalving en kracht in het toegepaste Woord van God, die elke verborgen en gewijde liefde naar zich toe trekt. Kunt u soms niet omhoog zien en zeggen: „Gezegende Jezus, ik heb U lief!”? En wanneer het Woord van God geopenbaard en toegepast werd, en u lieflijk en kostbaar werd voorgesteld, hebt u dan niet soms het gevoel gehad dat u de gewijde bladzijde wel kon kussen die zoiets lieflijks aan uw ziel meedeelde?
Dat is een belofte in liefde aannemen: haar met beide armen omvatten, haar aan onze borst drukken, haar telkens weer kussen met kussen van liefde en genegenheid, en in haar datzelfde zoete genoegen smaken waarmee de bruidegom zich over zijn bruid verheugt. Want nu is alles van hem; soms was zij bijna verloren, maar nu bezit hij haar helemaal, om nooit meer te scheiden. Dat is zich verblijden in het Woord van God: zich verheugen in een gezegende Jezus en in de beloften die van Hem getuigen en die zich om Hem heen verenigen als om een middelpunt.
Hebt u in uw ziel die zoete omarming van de Waarheid niet gevoeld, omdat zij in Jezus zo kostbaar is, zo passend, zo bemoedigend en zo geschikt voor elke nood en elke smart? Dan bent u een gelovige, dan bent u een kind van God. Dan is er een werk van genade in uw hart, en dan verstaat u de Waarheid voor uzelf door Goddelijk onderwijs en Goddelijk getuigenis. En als u dit kenmerk op u verzegeld hebt gezien, dat u de belofte van verre hebt gezien, ervan overtuigd bent geworden en haar in geloof, hoop en liefde hebt omhelsd, dan draagt u het waarmerk van iemand die deel heeft aan het geloof van Gods uitverkorenen.
Des Heeren wet nochtans
verspreidt volmaakter glans,
dewijl zij ’t hart bekeert.
’t Is Gods getuigenis
dat eeuwig zeker is
en slechten wijsheid leert.
Ps. 19:4
Aan de lezer…
Wie ooit een woord uit de Schrift zo zoet heeft gevonden dat hij het wel kon kussen, weet waarover hier gesproken wordt. Was er ook voor u een uur waarin een belofte uw hart boeide, waarin u omhoog zag en, misschien met tranen, mocht zeggen: „Gezegende Jezus, ik heb U lief”? Veracht zulke ogenblikken niet, ook al zijn zij voorbij en lijkt uw ziel nu dor. Zij waren geen inbeelding, maar een omarming van de Waarheid, die u niet uit uzelf had kunnen opwekken.
Die liefde tot het Woord, die vreugde en blijdschap van het hart toen het u gevonden werd, is een kenmerk van genade. Wie de belofte van verre heeft gezien en haar in geloof, hoop en liefde heeft omhelsd, draagt het waarmerk van Gods uitverkorenen. Bent u arm en verlegen, zoek dan opnieuw de bladzijde waar Hij eens tot u sprak. Hij is dezelfde gebleven, en Zijn Woord is nog even zoet voor een hongerige ziel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thy words were found, and I did eat them; and Thy Word was unto me the joy and rejoicing of mine heart: for I am called by Thy Name, O LORD God of hosts.
Jeremiah 15:16
There is a sweetness in the promises which captivates the heart; a beauty in Christ which wins the soul; a saving unction and power in the Word of God, when applied, which draws forth toward it every secret and sacred affection. Can you not sometimes look up and say, “Blessed Jesus, I do love You?” And when the Word of God is opened up, applied, and made sweet and precious, have you not felt sometimes as if you could kiss the sacred page, as conveying such sweetness into your soul?
This is embracing a promise in love—throwing our arms round it, drawing it near to our breast, kissing it again and again with kisses of love and affection, and taking that sweet delight in it with which the bridegroom rejoices over the bride, as now all his own—at times almost lost, but now wooed and won, no more to be parted. This is rejoicing in the Word of God, delighting in a blessed Jesus and in the promises which testify of, and center in Him.
Have you not felt these sweet embracements in your soul of the truth as it is in Jesus as so precious, so suitable, so encouraging, and so adapted to every need and woe? Then you are a believer; then you are a child of God; then there is a work of grace upon your heart; then you know the truth for yourself by divine teaching and divine testimony.
You may still not have had that full deliverance, that blessed revelation, that overpowering manifestation whereby all your doubts and fears have been swept away, and your soul settled in a firm enjoyment of the liberty of the gospel. You may have had it or may have had it not. But if you have this character stamped upon you that you have seen the promises afar off and been persuaded of them, and embraced them in faith, hope, and love, you have a mark of being a partaker of the faith of God’s elect.
To the reader…
Whoever has ever found a word of Scripture so sweet that he could almost kiss it knows what is spoken of here. Was there for you too an hour when a promise captivated your heart, when you looked up and, perhaps with tears, could say, “Blessed Jesus, I do love Thee”? Do not despise such moments, even though they are past and your soul now seems dry. They were not imagination, but an embracing of the truth that you could never have stirred up of yourself.
That love to the Word, that joy and rejoicing of heart when it was found by you, is a mark of grace. Whoever has seen the promise afar off and embraced it in faith, hope, and love bears the stamp of God’s elect. If you are poor and needy, seek once more the page where He once spoke to you. He has remained the same, and His Word is still just as sweet to a hungry soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Halláronse Tus palabras, y yo las comí; y Tu palabra me fue por gozo y por alegría de mi corazón: porque Tu nombre se llamó sobre mí, oh Jehová Dios de los ejércitos.
Jeremías 15:16
Hay una dulzura en las promesas que cautiva el corazón; una hermosura en Cristo que gana el alma; una unción y un poder salvadores en la Palabra de Dios, cuando es aplicada, que atraen hacia ella todo afecto secreto y sagrado. ¿No puede usted a veces alzar la vista y decir: “Bendito Jesús, yo Te amo”? Y cuando la Palabra de Dios es abierta, aplicada y hecha dulce y preciosa, ¿no ha sentido a veces como si pudiera besar la página sagrada, por traer tal dulzura a su alma?
Esto es abrazar una promesa con amor: rodearla con los brazos, estrecharla contra el pecho, besarla una y otra vez con besos de amor y afecto, y tener en ella ese dulce deleite con que el esposo se goza sobre la esposa, ahora toda suya; en ocasiones casi perdida, pero ahora cortejada y ganada, para no separarse más. Esto es gozarse en la Palabra de Dios, deleitarse en un bendito Jesús y en las promesas que dan testimonio de Él y se centran en Él.
¿No ha sentido en su alma estos dulces abrazos de la verdad tal como está en Jesús, como algo tan precioso, tan adecuado, tan alentador y tan apropiado para toda necesidad y aflicción? Entonces usted es creyente; entonces es hijo de Dios; entonces hay una obra de gracia en su corazón; entonces conoce la verdad por sí mismo, por enseñanza divina y testimonio divino.
Puede que todavía no haya tenido esa liberación plena, esa bendita revelación, esa manifestación abrumadora por la cual todas sus dudas y temores han sido barridos y su alma ha quedado asentada en un firme gozo de la libertad del evangelio. Puede haberla tenido o puede no haberla tenido. Pero si lleva grabado este carácter, que ha visto las promesas de lejos, ha sido persuadido de ellas y las ha abrazado con fe, esperanza y amor, tiene una señal de ser participante de la fe de los escogidos de Dios.
Al lector…
Quien alguna vez ha hallado una palabra de la Escritura tan dulce que casi podría besarla, sabe de qué se habla aquí. ¿Hubo también para usted una hora en que una promesa cautivó su corazón, en que alzó la vista y, quizá con lágrimas, pudo decir: “Bendito Jesús, yo Te amo”? No menosprecie tales momentos, aunque hayan pasado y su alma parezca ahora seca. No fueron imaginación, sino un abrazar la verdad que usted nunca habría podido suscitar por sí mismo.
Ese amor a la Palabra, ese gozo y alegría del corazón cuando usted la halló, es una señal de gracia. Quien ha visto la promesa de lejos y la ha abrazado con fe, esperanza y amor lleva el sello de los escogidos de Dios. Si usted está pobre y necesitado, busque otra vez la página donde Él le habló una vez. Él sigue siendo el mismo, y Su Palabra sigue siendo igual de dulce para un alma hambrienta.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl