14 de diciembre
Zo zegt de Heere: een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom; maar die zich beroemt, beroeme zich hierin, dat hij verstaat, en Mij kent.
Jeremia 9:23-24
Zo is het ons geoorloofd te roemen. Maar waarin en in wie? Niet in onszelf; die roem is voor eeuwig uitgesloten. De Heere heeft voorgenomen over alle menselijke roem Zijn verachting uit te storten, opdat niemand zoude roemen in zichzelf, wie hij ook zij of wat hij ook hebbe. Maar wanneer een mens ziet op de Zone Gods in Zijn schoonheid, in Zijn algenoegzaamheid, in Zijn hemelse genade en goddelijke heerlijkheid, dan kan en mag hij roemen in de Heere.
Hij kan zeggen: „O welk een Heere is daarboven! Hoe heerlijk is Hij in Zijn majesteit, in Zijn algenoegzaamheid, in Zijn volzaligheid; hoe heerlijk Zijn wijsheid, Zijn gerechtigheid, Zijn heiligmaking en Zijn verlossing! Dat al mijn roem zich tot Hem bepale; dat ik geen enkel stofje ervan voor mijzelf neme. Zo ik wijs ben, Hem dan de eer, Die mijn wijsheid is; zo ik rechtvaardig ben, Hem dan de eer, Die mijn gerechtigheid is; zo ik enige vrucht des Geestes heb, Hem dan de eer, Die mijn heiligmaking is; indien ik verlost ben van dood en hel, Hem dan de eer, Die mijn verlossing is.” Zodoende doen wij wat God wil: wij roemen in Zijn lieve Zoon.
En de Heere zal vroeg of laat al Zijn volk op die plaats brengen. Hij zal hun zulk een gezicht geven op de uitwerkselen van de val, van de ellende der zonde en van hun eigen onmacht, en zal hun zulk een heerlijk gezicht geven op Zijn lieve Zoon, en hen spenen van te roemen in het schepsel, en hen leren roemen in de Heere als al hun zaligheden, hun enig verlangen. Het zal wel een lange leertijd zijn, maar de Heere zal al Zijn volk daarheen brengen, want Hij wil dat Zijn Zoon verheerlijkt worde; en als wij Hem zo kunnen verheerlijken, dan hebben wij de Geest van Christus en doen wij de wil van God.
Daarom, o Heer, zal ik U eer bewijzen,
bij ’t heidendom uw naam eerbiedig prijzen
met psalmgezang, waar ’t hart door wordt geraakt.
Hij heeft het heil zijns Konings groot gemaakt.
Hij wil zijn gunst aan zijn Gezalfde schenken,
aan David en zijn nakroost eeuwig denken.
Psalm 18:15
Aan de lezer…
Deze woorden vragen ook u: waarin roemt u? Misschien niet in rijkdom of sterkte, maar wellicht stilletjes in uw eigen inzicht, uw vroomheid of de vrucht die u meent voort te brengen. De Heere heeft voorgenomen over alle menselijke roem Zijn verachting uit te storten, en wie Hij liefheeft, die speent Hij daarvan, ook al is het een lange en pijnlijke leertijd.
Wordt u nu ontdekt aan de ellende der zonde en aan uw eigen onmacht? Dat is niet om u terneder te laten liggen, maar om u een heerlijk gezicht te geven op Zijn lieve Zoon. Hebt u enige wijsheid, gerechtigheid of vrucht des Geestes, geef Hem dan de eer, want Hij is het alles voor u. Bid dat Hij u leren moge geen stofje roem voor uzelf te nemen, maar te roemen in de Heere alleen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo zegt de Heere: een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom; maar die zich beroemt, beroeme zich hierin, dat hij verstaat, en Mij kent.
Jeremia 9:23-24
Zo is het ons toegestaan te roemen. Maar waarin en in wie? Niet in onszelf; die roem is voor eeuwig uitgesloten. De Heere heeft Zich voorgenomen Zijn verachting over alle menselijke roem uit te storten, opdat niemand in zichzelf zou roemen, wie hij ook is of wat hij ook heeft. Maar wanneer een mens ziet op de Zoon van God in Zijn schoonheid, in Zijn algenoegzaamheid, in Zijn hemelse genade en Goddelijke heerlijkheid, dan kan en mag hij roemen in de Heere.
Hij kan zeggen: „O, wat een Heere is daarboven! Hoe heerlijk is Hij in Zijn majesteit, in Zijn algenoegzaamheid, in Zijn volzaligheid; hoe heerlijk zijn Zijn wijsheid, Zijn gerechtigheid, Zijn heiligmaking en Zijn verlossing! Laat al mijn roem alleen op Hem gericht zijn; laat ik er geen enkel stofje van voor mijzelf nemen. Als ik wijs ben, dan komt Hem de eer toe, Die mijn wijsheid is; als ik rechtvaardig ben, dan komt Hem de eer toe, Die mijn gerechtigheid is; als ik enige vrucht van de Geest heb, dan komt Hem de eer toe, Die mijn heiligmaking is; als ik verlost ben van dood en hel, dan komt Hem de eer toe, Die mijn verlossing is.” Zo doen wij wat God wil: wij roemen in Zijn lieve Zoon.
En de Heere zal vroeg of laat heel Zijn volk op die plaats brengen. Hij zal hun zo’n gezicht geven op de gevolgen van de val, op de ellende van de zonde en op hun eigen onmacht, en Hij zal hun zo’n heerlijk gezicht geven op Zijn lieve Zoon, dat Hij hen afleert te roemen in het schepsel. Hij zal hen leren roemen in de Heere als al hun zaligheid en hun enige verlangen. Het zal wel een lange leertijd zijn, maar de Heere zal heel Zijn volk daar brengen, want Hij wil dat Zijn Zoon verheerlijkt wordt. En als wij Hem zo kunnen verheerlijken, dan hebben wij de Geest van Christus en doen wij de wil van God.
Daarom, o Heer, zal ik U eer bewijzen,
bij ’t heidendom uw naam eerbiedig prijzen
met psalmgezang, waar ’t hart door wordt geraakt.
Hij heeft het heil zijns Konings groot gemaakt.
Hij wil zijn gunst aan zijn Gezalfde schenken,
aan David en zijn nakroost eeuwig denken.
Psalm 18:15
Aan de lezer…
Deze woorden vragen ook u: waarin roemt u? Misschien niet in rijkdom of sterkte, maar wellicht stilletjes in uw eigen inzicht, uw vroomheid of de vrucht die u meent voort te brengen. De Heere heeft Zich voorgenomen Zijn verachting over alle menselijke roem uit te storten, en wie Hij liefheeft, die leert Hij dat af, ook al is het een lange en pijnlijke leertijd.
Wordt u nu ontdekt aan de ellende van de zonde en aan uw eigen onmacht? Dat is niet om u terneergeslagen te laten liggen, maar om u een heerlijk gezicht te geven op Zijn lieve Zoon. Hebt u enige wijsheid, gerechtigheid of vrucht van de Geest, geef Hem dan de eer, want Hij is dat alles voor u. Bid dat Hij u wil leren geen stofje roem voor uzelf te nemen, maar te roemen in de Heere alleen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thus saith the Lord, Let not the wise man glory in his wisdom, neither let the mighty man glory in his might, let not the rich man glory in his riches: but let him that glorieth glory in this, that he understandeth and knoweth me.
Jeremiah 9:23-24
So we are allowed to glory. But in what and in whom? Not in ourselves; that is forever disannulled. The Lord has purposed to pour contempt upon all human glory, that none should glory in himself, whatever he be or whatever he has. But when a man has a view of the Son of God in His beauty, in His suitability, in His heavenly grace and divine glory, then he can and may glory in the Lord.
He can say, “O what a Lord there is above! How glorious is He in His excellency, in His suitability, and in His blessedness; how glorious His wisdom, His righteousness, His sanctification, and His redemption. Let my whole glory be there; let me not take to myself a single atom of it. If I am wise, let me give Him the glory of being my wisdom; if righteous, let me give Him the glory of being my righteousness; if I have any fruit of the Spirit, let me give Him the glory of being my sanctification; if I am redeemed from death and hell, let the glory of my redemption be His.” This is doing as God would have us to do, glorying in His dear Son.
And the Lord will bring all His people to this spot sooner or later. He will give them such views of the effects of the fall, of the misery of sin, and of their own helplessness; and will give them such gracious views of His dear Son, as shall wean them from glorying in the creature and make them glory in the Lord as all their salvation and all their desire. It may be by a long course of severe discipline, but the Lord will eventually bring all His people there; for He has determined to glorify His dear Son, and when we can thus glorify Him, then we have the mind of Christ, and are doing the will of God.
To the reader…
These words ask you too: what do you glory in? Perhaps not in riches or might, but perhaps quietly in your own insight, your piety or the fruit you think you bear. The Lord has purposed to pour contempt upon all human glory, and those whom He loves He teaches to unlearn it, even if it is a long and painful schooling.
Are you now being shown the misery of sin and your own helplessness? That is not to leave you lying cast down, but to give you a glorious view of His dear Son. If you have any wisdom, righteousness or fruit of the Spirit, give Him the glory, for He is all that for you. Pray that He will teach you not to take a single atom of glory for yourself, but to glory in the Lord alone.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Así dijo Jehová: No se alabe el sabio en su sabiduría, ni en su valentía se alabe el valiente, ni el rico se alabe en sus riquezas. Mas alábese en esto el que se hubiere de alabar: en entenderme y conocerme.
Jeremías 9:23-24
Así pues, se nos permite gloriarnos. Pero ¿en qué y en quién? No en nosotros mismos; eso queda anulado para siempre. El Señor se ha propuesto echar menosprecio sobre toda gloria humana, para que nadie se gloríe en sí mismo, sea lo que sea o tenga lo que tenga. Pero cuando un hombre tiene una visión del Hijo de Dios en Su hermosura, en Su idoneidad, en Su gracia celestial y en Su gloria divina, entonces puede y le es lícito gloriarse en el Señor.
Puede decir: “¡Oh, qué Señor hay en lo alto! ¡Cuán glorioso es en Su excelencia, en Su idoneidad y en Su bienaventuranza; cuán gloriosas Su sabiduría, Su justicia, Su santificación y Su redención! Esté allí toda mi gloria; no tome yo para mí ni un solo átomo de ella. Si soy sabio, déjeme darle la gloria de ser mi sabiduría; si soy justo, déjeme darle la gloria de ser mi justicia; si tengo algún fruto del Espíritu, déjeme darle la gloria de ser mi santificación; si soy redimido de la muerte y del infierno, sea Suya la gloria de mi redención”. Esto es hacer como Dios quiere que hagamos: gloriarnos en Su amado Hijo.
Y el Señor llevará a todo Su pueblo a este punto, tarde o temprano. Les dará tales visiones de los efectos de la caída, de la miseria del pecado y de su propia impotencia, y les dará tales visiones llenas de gracia de Su amado Hijo, que los desteten de gloriarse en la criatura y les hagan gloriarse en el Señor como toda su salvación y todo su deseo. Puede ser por un largo curso de severa disciplina, pero el Señor llevará finalmente allí a todo Su pueblo; porque ha determinado glorificar a Su amado Hijo, y cuando podemos glorificarle así, entonces tenemos la mente de Cristo y hacemos la voluntad de Dios.
Al lector…
Estas palabras le preguntan también a usted: ¿en qué se gloría? Quizá no en riquezas ni en valentía, pero tal vez calladamente en su propio entendimiento, en su piedad o en el fruto que cree llevar. El Señor se ha propuesto echar menosprecio sobre toda gloria humana, y a los que ama les enseña a desaprenderla, aunque sea una escuela larga y dolorosa.
¿Se le está mostrando ahora la miseria del pecado y su propia impotencia? No es para dejarle abatido, sino para darle una visión gloriosa de Su amado Hijo. Si tiene alguna sabiduría, justicia o fruto del Espíritu, dele a Él la gloria, porque Él es todo eso para usted. Pida que Él le enseñe a no tomar para sí ni un solo átomo de gloria, sino a gloriarse solo en el Señor.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl