14 de diciembre
Die in de Zoon Gods gelooft, heeft het getuigenis in zichzelf.
1 Johannes 5:10
De grote zaak die in iemands gemoed tot klaarheid moet zijn gebracht, is of hij deel heeft aan Christus of niet; en dit is het grote vraagstuk dat niemand dan de Heere Zelf kan oplossen. Gelukzalig is hij die het getuigenis in zichzelf heeft, en dit kan hij slechts hebben wanneer hij gelooft in de Zoon van God, gelijk Johannes spreekt: „Die in de Zoon Gods gelooft, heeft het getuigenis in zichzelf.” Dit is het inwendige getuigenis van de Geest, gelijk ook de apostel verklaart: „De Geest Zelf getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.”
Wat getuigenis hebt gij ooit in uw ziel gehad dat gij een kind van God zijt? Of indien gij dit bijzonder getuigenis niet hadt, welke tekenen ten goede heeft de Heere u dan gegeven? Kunt gij u niet iets te binnen brengen wat de Heere voor u gedaan heeft in verleden dagen, toen Hij u enige belofte toepaste, een bewijs gaf van Zijn tegenwoordigheid, een blijkje van Zijn liefde, een zachte aanraking van Zijn genadige hand, hetwelk u in het stof deed buigen en een zoete vrede en verzekering in uw ziel met zich bracht? Het moge niet lang geduurd hebben, of ook niet zeer diep geweest zijn, maar het was, toen gij het beleefdet, een bewijs dat gij Christus toebehoordet.
Gij kunt u de tijd en de omstandigheden wel te binnen brengen, de duisternis, de ellende en dienstbaarheid die voorafgingen, en de zoete vrijheid die gij toen genoot; evenwel zijt gij niet voldaan. Gij hebt behoefte dat de Heere andermaal verschijnt; het is nodig dat Hij u bij vernieuwing toelacht, dat gij een woordje, een nieuwe blik, een nieuwe belofte, een ander bewijs van Zijn gunst ontvangt; en waar dit uitblijft, brengt het uw ziel dikwijls in twijfel en vrees.
Nu, dit is het pad waarin de meesten van Gods kinderen wandelen. Ik wil niet zeggen allen, omdat sommigen meer begunstigd worden met een bijblijvend getuigenis, ofschoon ook dezen grote inzinkingen en zware beproevingen kunnen hebben. Maar de meesten hebben een veelbewogen leven. Zo worden zij soms verrast met een toeknik, en dan weer worden zij overvallen met zulk een duisternis des geestes dat zij nauwelijks een enkel bewijs kunnen vaststellen. Dan schijnt de zon weer eens, doch de duisternis valt weer spoedig in en zij zinken bij vernieuwing in twijfel, schuld en vrees terneder.
Doch daarop verschijnt de Heere bij vernieuwing, en zij beminnen en hopen en verheugen zich wederom. En zo gaan zij voort; het toneel verandert menigmaal, evenals een dag in de maand april. Zo gaan zij zachtkens voort, totdat zij komen waar de tijd wordt afgesloten en de Heere gewoonlijk verschijnt, waarin Hij al hun twijfelingen en vrees en duisternis wegneemt en hun een gezegende ontvangst in Zijn boezem bereidt, alwaar zij eeuwig vrede en rust genieten zullen.
Aan de lezer…
Wanneer uw weg is als een dag in april, nu eens zonneschijn en dan weer duisternis, is dit woord voor u. Hebt u eens een zoete aanraking van Zijn genadige hand gevoeld, en zinkt u nu toch weer weg in twijfel, schuld en vrees? Verwerp dan niet wat de Heere eens aan u deed. Het moge kort geduurd hebben, het was toch een blijkje van Zijn liefde.
Dat u niet voldaan bent met een herinnering, maar uitziet naar een nieuwe blik en een nieuw woord, is geen teken van verwerping. Het is het pad waarin de meesten van Gods kinderen wandelen. Vraag dan dat de Heere andermaal verschijne en u bij vernieuwing toelache, en zie op de Zoon Gods; die in Hem gelooft, heeft het getuigenis in zichzelf. Eens zal Hij alle twijfel en duisternis wegnemen, en zult u eeuwig rust genieten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die in de Zoon Gods gelooft, heeft het getuigenis in zichzelf.
1 Johannes 5:10
De grote zaak die iemand voor zichzelf helder moet krijgen, is of hij deel heeft aan Christus of niet; en dat is de grote vraag die niemand dan de Heere Zelf kan beantwoorden. Gelukkig is hij die het getuigenis in zichzelf heeft, en dat kan hij alleen hebben wanneer hij gelooft in de Zoon van God, zoals Johannes zegt: „Die in de Zoon Gods gelooft, heeft het getuigenis in zichzelf.” Dit is het inwendige getuigenis van de Geest, zoals ook de apostel verklaart: „De Geest Zelf getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.”
Welk getuigenis hebt u ooit in uw ziel gehad dat u een kind van God bent? Of als u dit bijzondere getuigenis niet had, welke goede tekenen heeft de Heere u dan gegeven? Kunt u zich niet iets herinneren wat de Heere in vroegere dagen voor u gedaan heeft, toen Hij u een belofte toepaste, u een bewijs gaf van Zijn tegenwoordigheid, een blijk van Zijn liefde, een zachte aanraking van Zijn genadige hand, die u in het stof deed buigen en een zoete vrede en zekerheid in uw ziel bracht? Het mag niet lang geduurd hebben of niet zo diep gegaan zijn, maar toen u het beleefde, was het een bewijs dat u Christus toebehoorde.
U kunt u de tijd en de omstandigheden wel herinneren, de duisternis, de ellende en de dienstbaarheid die eraan voorafgingen, en de zoete vrijheid die u toen genoot; toch bent u niet voldaan. U hebt er behoefte aan dat de Heere opnieuw verschijnt; het is nodig dat Hij u opnieuw toelacht, dat u een woordje, een nieuwe blik, een nieuwe belofte, een ander bewijs van Zijn gunst ontvangt. En waar dat uitblijft, brengt het uw ziel vaak in twijfel en vrees.
Dit is nu het pad waarop de meeste kinderen van God gaan. Ik zeg niet allemaal, want sommigen worden meer begunstigd met een blijvend getuigenis, al kunnen ook zij grote inzinkingen en zware beproevingen hebben. Maar de meesten hebben een veelbewogen leven. Soms worden zij verrast met een vriendelijke wenk, en dan weer worden zij overvallen door zo’n duisternis van geest dat zij nauwelijks één enkel bewijs kunnen vasthouden. Dan schijnt de zon weer eens, maar al snel valt de duisternis opnieuw in en zinken zij weer weg in twijfel, schuld en vrees.
Maar daarna verschijnt de Heere opnieuw, en zij hebben weer lief, hopen weer en verheugen zich weer. En zo gaan zij verder; het toneel verandert vaak, net als op een dag in april. Zo gaan zij rustig verder, totdat zij komen waar de tijd wordt afgesloten en de Heere gewoonlijk verschijnt. Dan neemt Hij al hun twijfels, vrees en duisternis weg en bereidt Hij hun een gezegende ontvangst in Zijn boezem, waar zij eeuwig vrede en rust zullen genieten.
Aan de lezer…
Wanneer uw weg is als een dag in april, nu eens zonneschijn en dan weer duisternis, is dit woord voor u. Hebt u eens een zoete aanraking van Zijn genadige hand gevoeld, en zinkt u nu toch weer weg in twijfel, schuld en vrees? Verwerp dan niet wat de Heere eens aan u deed. Het mag kort geduurd hebben, het was toch een blijk van Zijn liefde.
Dat u niet tevreden bent met een herinnering, maar uitziet naar een nieuwe blik en een nieuw woord, is geen teken van verwerping. Het is het pad waarop de meeste kinderen van God gaan. Vraag dan of de Heere opnieuw wil verschijnen en u opnieuw wil toelachen, en zie op de Zoon van God; wie in Hem gelooft, heeft het getuigenis in zichzelf. Eens zal Hij alle twijfel en duisternis wegnemen, en zult u eeuwig rust genieten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“He that believeth on the Son of God hath the witness in himself.”
1 John 5:10
The grand point to have decided in a man’s bosom is, whether he is Christ’s or not; and this is a problem which none but the Lord Himself can solve. Blessed is he who has the witness in himself; and this he can only have by believing on the Son of God, as John speaks, “He who believes on the Son of God has the witness in himself.” This is the internal witness of the Spirit, as the Apostle declares, “The Spirit Himself bears witness with our spirit, that we are the children of God.”
What witness have you ever had in your bosom that you are a child of God? Or if you have not had this special witness, what marks or evidences, what tokens for good has the Lord bestowed upon you? Can you not remember something that the Lord has done for you in times past, some promise applied, some manifestation of His presence, some look of love, some softening touch of His gracious hand, which melted you into the dust, and brought sweet peace and assurance with it? It might not last long, or be very deep, but it was an evidence when felt that you belonged to Christ.
You remember the time and the circumstances, the darkness, distress and bondage before, and the deliverance into sweet liberty then enjoyed; but still you are dissatisfied. You want the Lord once more to appear; you want another smile, another word, another look, another promise, another testimony, and without it your soul often sinks down into doubt and fear.
Now this is the path in which most of God’s saints walk; I will not say all, because some are more favored with an abiding testimony, though even they have great sinkings and heavy trials. But with most it is a very chequered path. Thus, sometimes they are indulged with a smile, and then such darkness of mind falls upon them that they can scarcely see a single evidence. Then the sun shines again; but darkness once more covers the scene, and down they sink again into doubt, guilt, and fear.
Then the Lord appears again, and then they love, and hope, and rejoice again; and so they go on, the scene ever changing, like an April day. Still on they go until they come at last to the closing scene, when the Lord usually appears, scatters all their doubts and fears and darkness, and gives them a blessed dismissal into His own bosom of eternal rest and peace.
To the reader…
When your path is like an April day, now sunshine and then darkness again, this word is for you. Did you once feel a sweet touch of His gracious hand, and do you nevertheless sink away again into doubt, guilt and fear? Then do not throw away what the Lord once did for you. It may have lasted only a short while, yet it was a token of His love.
That you are not satisfied with a memory, but long for a new look and a new word, is no sign of rejection. It is the path in which most of the children of God walk. Ask, then, whether the Lord will appear again and smile on you again, and look to the Son of God; whoever believes on Him has the witness in himself. One day He will take away all doubt and darkness, and you will enjoy rest forever.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“El que cree en el Hijo de Dios, tiene el testimonio en sí mismo.”
1 Juan 5:10
El gran asunto que ha de quedar decidido en el pecho de un hombre es si es de Cristo o no; y este es un problema que nadie sino el Señor mismo puede resolver. Bienaventurado el que tiene el testimonio en sí mismo; y esto solo puede tenerlo creyendo en el Hijo de Dios, como dice Juan: “El que cree en el Hijo de Dios, tiene el testimonio en sí mismo.” Este es el testimonio interior del Espíritu, como declara el Apóstol: “Porque el mismo Espíritu da testimonio a nuestro espíritu que somos hijos de Dios.”
¿Qué testimonio ha tenido usted jamás en su pecho de que es hijo de Dios? O, si no ha tenido este testimonio especial, ¿qué marcas o evidencias, qué señales para bien le ha concedido el Señor? ¿No puede recordar algo que el Señor hizo por usted en tiempos pasados, alguna promesa aplicada, alguna manifestación de Su presencia, alguna mirada de amor, algún toque enternecedor de Su mano llena de gracia, que le derritió hasta el polvo y trajo consigo dulce paz y seguridad? Quizá no duró mucho, o no fue muy profundo, pero mientras se sintió fue una evidencia de que usted pertenecía a Cristo.
Usted recuerda el tiempo y las circunstancias, las tinieblas, la angustia y la servidumbre de antes, y la liberación a la dulce libertad que entonces disfrutó; pero aun así está insatisfecho. Quiere que el Señor aparezca una vez más; quiere otra sonrisa, otra palabra, otra mirada, otra promesa, otro testimonio, y sin ello su alma se hunde a menudo en la duda y el temor.
Ahora bien, este es el camino por el que anda la mayoría de los santos de Dios; no diré todos, porque algunos son más favorecidos con un testimonio permanente, aunque aun ellos tienen grandes decaimientos y pesadas pruebas. Pero para la mayoría es un camino muy variado. Así, a veces se les concede una sonrisa, y luego cae sobre su mente tal oscuridad que apenas pueden ver una sola evidencia. Después el sol vuelve a brillar; pero las tinieblas cubren otra vez la escena, y de nuevo se hunden en la duda, la culpa y el temor.
Luego el Señor aparece de nuevo, y entonces vuelven a amar, a esperar y a regocijarse; y así siguen, con la escena siempre cambiante, como un día de abril. Aun así prosiguen hasta que llegan por fin a la escena final, cuando el Señor suele aparecer, disipa todas sus dudas, temores y tinieblas, y les da una bendita despedida hacia Su propio seno de eterno descanso y paz.
Al lector…
Cuando su camino es como un día de abril, ahora sol y luego otra vez tinieblas, esta palabra es para usted. ¿Sintió una vez un dulce toque de Su mano llena de gracia, y aun así vuelve a hundirse en la duda, la culpa y el temor? Entonces no deseche lo que el Señor hizo una vez por usted. Quizá duró solo un breve tiempo, pero fue una señal de Su amor.
Que no se contente con un recuerdo, sino que anhele una nueva mirada y una nueva palabra, no es señal de rechazo. Es el camino por el que anda la mayoría de los hijos de Dios. Pida, pues, que el Señor aparezca de nuevo y le sonría otra vez, y mire al Hijo de Dios; el que cree en Él tiene el testimonio en sí mismo. Un día Él quitará toda duda y oscuridad, y usted gozará de descanso para siempre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl