Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 3 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

12 juli

Vandaag

4 min. lezen

Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon.
Mattheüs 14:33

Wat een schoonheid en gelukzaligheid is er in de Godheid van de Heere Jezus Christus, wanneer zij met het geestelijk oog wordt aanschouwd! Het is waar, ons redeneren kan wel struikelen over de leer van een vleesgeworden God. Mijn eigen gemoed is soms tot het uiterste gedreven door deze grote verborgenheid van de Godheid en de mensheid, verenigd in de Persoon van Christus. Want zij gaat alle menselijk begrip te boven en ligt buiten het bereik van al ons verstandelijk vermogen. Zij is niet tegen de rede, want er is niets in wat onmogelijk is of zichzelf tegenspreekt, maar zij gaat boven het bereik van de menselijke gedachten en van zijn tastbaar begrip uit.

Maar wanneer ons geleerd wordt te letten op de zekere en vreselijke gevolgen als de Heere Jezus Christus niet was wat Hij verklaart te zijn, namelijk zowel God als mens, dan zien wij ons door de diepe ernst van onze val genoodzaakt onszelf met het hele gewicht van onze zonden en smarten op een vleesgeworden God te werpen. Zoals een schipbreukeling zich met blijdschap op de rots in de oceaan werpt, als de enige toevlucht tegen de verslindende golven. Wanneer wij voelen wat voor zondaars wij zijn en geweest zijn, en in de diepte van de val kijken en enigszins zien wat de zonde is in de ogen van een heilig en rechtvaardig God, wat kan ons dan voor wanhoop bewaren? Alleen dit, dat ons oog gericht wordt op de Godheid van de Heere Jezus Christus. Die geeft aan Zijn arbeid aan het kruis en Zijn gehoorzaamheid een waarde die genoeg is om onze schuldige zielen te rechtvaardigen, ons van al onze zware ongerechtigheden te wassen, onze vreselijke misdaden te vergeven en ons bekwaam te maken om te verschijnen in de tegenwoordigheid van een rechtvaardig God. Dan zijn wij soms genoodzaakt, als mensen die op het punt staan om te komen, ons op de Godheid van Christus te werpen, omdat wij in zo’n Goddelijke Zaligmaker, in zulk dierbaar bloed, een toevlucht zien en nergens anders.

Dan voelen wij dat het met de kerk van God verloren is als de Godheid van Christus wordt weggenomen. Waar kunt u vergeving, waar rechtvaardiging, waar verzoening met God vinden? Waar verzoenend bloed, als er geen Zaligmaker is, Die het verdiende als God en leed als mens? Wij zouden met al onze zonden op ons hoofd net zo goed de hel in kunnen springen, als wij niet door een levend geloof geloofden in de Godheid van de Zoon van God. Net als een zeeman die, omdat hij op een brandend schip staat, over de voorsteven in de kolkende golven springt, waarin hij onmiddellijk de dood vindt, zonder daarop te wachten.

Maar soms worden wij lieflijk in deze heerlijke waarheid geleid, niet alleen en uitsluitend door de nood gedreven, maar op heilige wijze in deze verborgenheid getrokken, wanneer Christus door de kracht van God aan onze zielen wordt geopenbaard. Wanneer wij zo in Gods licht het licht zien, zien wij hoe de Godheid van Christus iedere gedachte, ieder woord en iedere daad van Zijn lijdende mensheid met een onuitsprekelijke verdienste bekleedt. Dan zien wij hoe die heerlijke vereniging van de Godheid en de mensheid in de Persoon van Immanuël in iedere behoefte voorziet, iedere zonde wegneemt, iedere wond heelt, iedere traan afwist en de ziel zoet laat rusten in de schoot van God.

Daarom houden wij vast aan de hoop die ons voorgesteld is in de wezenlijke Godheid en de lijdende mensheid van de Zoon van God: soms uit nood, wanneer wij door stormen van schuld en golven van verzoeking worden voortgedreven, en soms vriendelijk getrokken door de leidingen en onderwijzingen van de Heilige Geest. Want wij weten dat er in Hem een schuilplaats is voor de zonde, voor de dood, de hel en de wanhoop.

Aan de lezer…

Wanneer uw verstand soms struikelt over de grote verborgenheid van een vleesgeworden God, schaam u daar dan niet voor; zij gaat alle menselijk begrip te boven. Maar laat uw redeneringen u niet van de rots weghouden. Wanneer u voelt wat voor zondaar u bent, en iets ziet van wat de zonde is in de ogen van een heilig God, dan zult u merken dat er geen andere toevlucht is dan een Zaligmaker, Die het verdiende als God en leed als mens.

Werpt u zich dan op Hem, zoals een schipbreukeling op de rots in de oceaan, uit pure nood en met het hele gewicht van uw zonden? Dat is geen schande, dat is geloof. En soms zal Hij u ook vriendelijk trekken, zodat u met de discipelen in het schip aanbidt en zegt: „Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon.” In Hem is een schuilplaats voor de zonde, de dood, de hel en de wanhoop.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl