12 de abril
Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.
Psalm 91:1
Wat is „de schuilplaats des Allerhoogsten”? Het is dezelfde plaats waarvan David spreekt in de 73e Psalm: „Totdat ik in Gods heiligdommen inging; en op hun einde merkte.” Het is de plaats waarvan de Heere spreekt in Ezechiël: „Ik zal hun zijn tot een klein heiligdom in de landen waar zij zullen komen.” Want deze „schuilplaats” is de geheime boezem Gods. Het is een ingaan door het geloof in Jehova, door een geestelijke openbaring van Hem, ons tot een geestelijke kennismaking met Hem leidende.
„De schuilplaats of geheime plaats des Allerhoogsten” is die gewijde plaats waar Jehova de zondaar in Christus tegemoet gaat, hem de rijkdommen Zijner barmhartigheid opent en hem in Zijn boezem binnenleidt, om daarin de geheimen van Zijn liefhebbend hart te lezen. Het wordt genoemd „schuil- of geheime” plaats, als alleen bekend aan hen die er bijzondere mededeling van hebben ontvangen. Het wordt genoemd een „geheime” plaats, omdat niemand er kan binnengaan — ook niet verlangt binnen te gaan — behalve wanneer de Heere Zelf, met Zijn geheimzinnige hand, een gedeelte ervan voor hen opent, hun er een plaats in verleent en hen erin zegent. „In de schuilplaats des Allerhoogsten te zijn” is gebracht te worden tot een soort van gemeenschap en bekendheid met God, iets gelijk aan geestelijke aanbidding, Goddelijke omgang; dan weet men iets bij ervaring van Hem, en men „kan op Hem aanlopen als op een sterke toren”, om daar zich gans verlost te gevoelen.
De Heer zal u steeds gadeslaan,
opdat Hij in gevaar
uw ziel voor ramp bewaar’.
De Heer, ’t zij g’in of uit moogt gaan,
en waar g’ u heen moogt spoeden,
zal eeuwig u behoeden.
Ps. 121:4
Aan de lezer…
Wanneer u aan die schuilplaats denkt, kent u haar dan, of staat u er nog buiten en ziet u de deur gesloten? Misschien leest u van gemeenschap met God en Goddelijke omgang, en uw hart zegt: daar weet ik zo weinig van. Wees dan niet verbaasd. Het is een geheime plaats, en niemand gaat er binnen dan wie de Heere Zelf met Zijn eigen hand een opening geeft. U kunt die deur niet openbreken, maar u mag er wel aan kloppen.
En is het niet al iets van Zijn werk, dat u ernaar verlangt? Want van nature verlangt niemand daarbinnen te komen. De Heere gaat de zondaar in Christus tegemoet, niet de vrome, niet de sterke. Daar opent Hij de rijkdommen Zijner barmhartigheid voor de arme en schuldige. Loop dan op Hem aan als op een sterke toren, met al uw nood, en zoek uw rust niet buiten Hem. Wie Hij eenmaal in Zijn boezem binnenleidt, die vernacht veilig in de schaduw des Almachtigen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.
Psalm 91:1
Wat is „de schuilplaats des Allerhoogsten”? Het is dezelfde plaats waarover David spreekt in Psalm 73: „Totdat ik in Gods heiligdommen inging; en op hun einde merkte.” Het is de plaats waarover de Heere spreekt in Ezechiël: „Ik zal hun zijn tot een klein heiligdom in de landen waar zij zullen komen.” Want deze „schuilplaats” is de verborgen boezem van God. Het is een ingaan door het geloof in Jehovah, door een geestelijke openbaring van Hem, die ons tot een geestelijke kennis van Hem leidt.
„De schuilplaats of geheime plaats des Allerhoogsten” is die gewijde plaats waar Jehovah de zondaar in Christus tegemoet gaat. Daar opent Hij voor hem de rijkdommen van Zijn barmhartigheid en leidt Hij hem binnen in Zijn boezem, om daar de geheimen van Zijn liefhebbend hart te lezen. Zij wordt een „schuil- of geheime” plaats genoemd, omdat zij alleen bekend is aan hen die er een bijzondere mededeling van ontvangen hebben. Zij heet een „geheime” plaats, omdat niemand er kan binnengaan, of er zelfs maar naar verlangt binnen te gaan, behalve wanneer de Heere Zelf met Zijn verborgen hand er iets van voor hen opent, hun er een plaats in geeft en hen erin zegent.
„In de schuilplaats des Allerhoogsten te zijn” is: gebracht worden tot een zekere gemeenschap en vertrouwdheid met God, iets wat lijkt op geestelijke aanbidding, Goddelijke omgang. Dan weet men iets van Hem bij ervaring, en men „kan op Hem aanlopen als op een sterke toren”, om zich daar volkomen verlost te voelen.
De Heer zal u steeds gadeslaan,
opdat Hij in gevaar
uw ziel voor ramp bewaar’.
De Heer, ’t zij g’in of uit moogt gaan,
en waar g’ u heen moogt spoeden,
zal eeuwig u behoeden.
Ps. 121:4
Aan de lezer…
Wanneer u aan die schuilplaats denkt, kent u haar dan, of staat u er nog buiten en ziet u de deur gesloten? Misschien leest u over gemeenschap met God en Goddelijke omgang, en zegt uw hart: daar weet ik zo weinig van. Wees dan niet verbaasd. Het is een geheime plaats, en niemand gaat er binnen dan wie de Heere Zelf met Zijn eigen hand een opening geeft. U kunt die deur niet openbreken, maar u mag er wel aan kloppen.
En is het niet al iets van Zijn werk dat u ernaar verlangt? Want van nature verlangt niemand daar binnen te komen. De Heere gaat de zondaar in Christus tegemoet, niet de vrome, niet de sterke. Daar opent Hij de rijkdommen van Zijn barmhartigheid voor de arme en schuldige. Loop dan op Hem aan als op een sterke toren, met al uw nood, en zoek uw rust niet buiten Hem. Wie Hij eens in Zijn boezem binnenleidt, vernacht veilig in de schaduw des Almachtigen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He that dwelleth in the secret place of the most High shall abide under the shadow of the Almighty.
Psalm 91:1
What is “the secret place of the most High?” It is the same spot, of which Asaph speaks in the seventy-third Psalm—“Until I went into the sanctuary of God, then understood I their end.” It is the spot, of which the Lord speaks in Ezekiel—“I will be to them as a little sanctuary in the countries where they shall come.” Then this “secret place” is the secret bosom of God. It is an entrance by faith into Jehovah, by a spiritual manifestation of Him, leading us into a spiritual acquaintance with Him. “The secret place of the most High” is that solemn spot, where Jehovah meets with the sinner in Christ, and where He opens up to him the riches of His mercy, and leads him into His bosom, so as to read the secrets of His loving heart.
It is called a “secret” place, as only known to those to whom it is especially communicated. It is called a “secret” place, because none can get into it—no, nor desire to get into it—except the Lord Himself, with His own mysterious hand, opens up to them a part in it, sets them down in it, and sweetly blesses them in it. Then to be in “the secret place of the most High” is to be brought into something like fellowship and acquaintance with God—something like communion, spiritual worship, divine communion; so as to know something of Him experimentally, and “run into” Him, as “a strong tower,” and there feel solemn safety.
To the reader…
When you think of that secret place, do you know it, or are you still standing outside and seeing the door shut? Perhaps you read of fellowship with God and divine communion, and your heart says: I know so little of that. Then do not be surprised. It is a secret place, and no one enters it except those to whom the Lord Himself, with His own hand, gives an opening. You cannot break that door open, but you may knock at it.
And is it not already something of His work that you long for it? For by nature no one longs to enter there. The Lord meets the sinner in Christ, not the pious, not the strong. There He opens the riches of His mercy to the poor and guilty. So run to Him as to a strong tower, with all your need, and do not seek your rest outside of Him. Whoever He once leads into His bosom abides safely under the shadow of the Almighty.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El que habita al abrigo del Altísimo, morará bajo la sombra del Omnipotente.
Salmo 91:1
¿Qué es “el abrigo”, el lugar secreto, “del Altísimo”? Es el mismo lugar del que habla Asaf en el Salmo setenta y tres: “Hasta que venido al santuario de Dios, entenderé la postrimería de ellos”. Es el lugar del que habla el Señor en Ezequiel: “Les seré por un pequeño santuario en las tierras adonde llegaren”. Este “lugar secreto” es, pues, el seno secreto de Dios. Es una entrada por la fe en Jehová, mediante una manifestación espiritual de Él, que nos conduce a un conocimiento espiritual de Él. “El lugar secreto del Altísimo” es aquel lugar solemne donde Jehová se encuentra con el pecador en Cristo, y donde le abre las riquezas de Su misericordia y le conduce a Su seno, para que lea los secretos de Su corazón amoroso.
Se le llama lugar “secreto” porque solo lo conocen aquellos a quienes les es comunicado de un modo especial. Se le llama lugar “secreto” porque nadie puede entrar en él, ni siquiera desear entrar en él, a menos que el Señor mismo, con Su propia mano misteriosa, les abra una parte en él, los ponga allí y los bendiga dulcemente en él. Estar, pues, en “el lugar secreto del Altísimo” es ser llevado a algo semejante a la comunión y el trato con Dios, algo semejante a la comunión, la adoración espiritual, la comunión divina; de modo que se conozca algo de Él por experiencia, y se “corra” a Él como a “torre fuerte”, y se sienta allí una solemne seguridad.
Al lector…
Cuando piensa en ese lugar secreto, ¿lo conoce usted, o está todavía afuera viendo la puerta cerrada? Quizá lee acerca de la comunión con Dios y del trato divino, y su corazón dice: sé tan poco de eso. Entonces no se sorprenda. Es un lugar secreto, y nadie entra en él sino aquellos a quienes el Señor mismo, con Su propia mano, abre la entrada. Usted no puede forzar esa puerta, pero sí puede llamar a ella.
¿Y no es ya algo de Su obra que usted lo anhele? Porque por naturaleza nadie anhela entrar allí. El Señor se encuentra con el pecador en Cristo, no con el piadoso, no con el fuerte. Allí abre las riquezas de Su misericordia al pobre y al culpable. Corra, pues, a Él como a una torre fuerte, con toda su necesidad, y no busque su descanso fuera de Él. Aquel a quien Él lleva una vez a Su seno mora seguro bajo la sombra del Omnipotente.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl