10 de abril
Zo zal ik nochtans in de Heere van vreugde opspringen; ik zal mij verheugen in de God mijns heils.
Habakuk 3:18
Zo wij ooit, wanneer wij door deze woestenij gaan, een droppel ware vreugde, waar geluk gevoelen, moet en kan hij slechts uit één bron vloeien — de openbaring van Christus aan onze ziel. Die vreugde moge ras voorbijgaande zijn; wij mogen op haar zien door een vergezicht van vele jaren; en twijfel en vrees kunnen onze geest zodanig aangrijpen, dat wij vragen of wij ons wel ooit oprecht in Christus hebben verblijd, of onze vreugde de vreugde niet geweest is van de huichelaar, die vergaat. En nu zijn wij gebracht tot dit punt — wij kunnen in Hem alleen vreugde en vrede vinden.
De zonde, de wereld, tijdelijke en zinnelijke zaken, bezigheden, dusgenaamde vermaken geven nu geen vreugde meer; er is een pijnlijk ledig, een gevoel van verlatenheid en ellende verbonden aan alles waarbij geen sprake is van genade, gunst en liefde. Zodat, ofschoon wij niet in staat zijn te zeggen dat wij altijd, overal, in alle omstandigheden van vreugde in de Heere opspringen, toch kunnen wij zover komen — wij kunnen ons in niemand anders verheugen; wij kunnen geen ware blijdschap hebben in iets anders. Eén glimlach van de Heere, één woord van Zijn lippen, één genadig doorbreken van het licht Zijns aanschijns, deelt, zolang het duurt, vreugde mede, en van nergens elders, uit geen andere bron kan een ogenblik van blijdschap geput worden.
Ik zal in U, mijn God, van vreugd
opspringen, in de geest verheugd!
Uw naam zal, door mijn psalmgezangen,
o Allerhoogste, lof ontvangen.
Zingt, zingt de Heer, die eeuwig leeft,
die Sion tot zijn woning heeft,
en laat voor aller volken oren
met psalmgezang zijn daden horen!
Ps. 9:2, 11
Aan de lezer…
Wie Christus heeft leren kennen, vraagt zich soms af of zijn vroegere vreugde in Hem wel echt was, of dat het de vreugde van de huichelaar was, die vergaat. Ligt die tijd ver achter u, en grijpen twijfel en vrees uw geest aan? Ik ken die strijd. Maar zie eens eerlijk naar uw eigen hart: geeft de wereld u nog werkelijk vreugde? Of is er een pijnlijk ledig aan alles waarin geen genade en liefde is?
Kunt u zich in niemand anders verheugen, en verlangt u naar één glimlach van de Heere, één woord van Zijn lippen? Dan is dat geen klein teken. U kunt misschien niet altijd van vreugde opspringen, maar uw hart weet waar de enige bron is. Houd u daar dan aan vast. Eén genadig doorbreken van Zijn aangezicht is genoeg om ook u te doen zeggen: ik zal mij verheugen in de God mijns heils.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo zal ik nochtans in de Heere van vreugde opspringen; ik zal mij verheugen in de God mijns heils.
Habakuk 3:18
Als wij op onze reis door deze woestijn ooit een druppel ware vreugde of waar geluk voelen, dan moet en kan die maar uit één bron komen: de openbaring van Christus aan onze ziel. Die vreugde mag snel voorbijgaan. Wij kunnen er misschien op terugzien door een vergezicht van vele jaren. En twijfel en vrees kunnen onze geest zo aangrijpen dat wij ons afvragen of wij ons ooit oprecht in Christus verblijd hebben, of dat onze vreugde de vreugde van de huichelaar was, die vergaat. Maar nu zijn wij op dit punt gebracht: wij kunnen alleen in Hem vreugde en vrede vinden.
De zonde, de wereld, tijdelijke en zinnelijke zaken, bezigheden en zogenaamde vermaken geven nu geen vreugde meer. Aan alles waarin geen sprake is van genade, gunst en liefde kleeft een pijnlijke leegte, een gevoel van verlatenheid en ellende. Wij kunnen dus wel niet zeggen dat wij altijd, overal en in alle omstandigheden van vreugde in de Heere opspringen. Toch kunnen wij zover komen: wij kunnen ons in niemand anders verheugen, en wij kunnen in niets anders ware blijdschap vinden. Eén glimlach van de Heere, één woord van Zijn lippen, één genadig doorbreken van het licht van Zijn aangezicht geeft vreugde zolang het duurt. Nergens anders, uit geen enkele andere bron, kan ook maar een ogenblik van blijdschap geput worden.
Ik zal in U, mijn God, van vreugd
opspringen, in de geest verheugd!
Uw naam zal, door mijn psalmgezangen,
o Allerhoogste, lof ontvangen.
Zingt, zingt de Heer, die eeuwig leeft,
die Sion tot zijn woning heeft,
en laat voor aller volken oren
met psalmgezang zijn daden horen!
Ps. 9:2, 11
Aan de lezer…
Wie Christus heeft leren kennen, vraagt zich soms af of zijn vroegere vreugde in Hem wel echt was, of dat het de vreugde van de huichelaar was, die vergaat. Ligt die tijd ver achter u, en grijpen twijfel en vrees uw geest aan? Ik ken die strijd. Maar kijk eens eerlijk naar uw eigen hart: geeft de wereld u nog werkelijk vreugde? Of kleeft er een pijnlijke leegte aan alles waarin geen genade en liefde is?
Kunt u zich in niemand anders verheugen, en verlangt u naar één glimlach van de Heere, één woord van Zijn lippen? Dan is dat geen klein teken. Misschien kunt u niet altijd van vreugde opspringen, maar uw hart weet waar de enige bron is. Houd u daar dan aan vast. Eén genadig doorbreken van Zijn aangezicht is genoeg om ook u te laten zeggen: ik zal mij verheugen in de God mijns heils.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Yet I will rejoice in the LORD, I will joy in the God of my salvation.
Habakkuk 3:18
If ever, as we pass through this wilderness, we feel one drop of solid joy, of true happiness, it must flow, it can flow only from one source—the manifestation of Christ to our souls. This joy may be very transient—we may have to look upon it through a vista of many years; and doubts and fears may becloud the mind whether we ever rejoiced truly in Christ, or whether our joy might not have been “the joy of the hypocrite” that perishes. And yet we are brought to this point—we can find true joy and peace in Him alone.
Sin, the world, the things of time and sense, business, amusement, pleasure so called, afford now no lasting joy; there is an aching void, a feeling of dreariness and misery connected with everything short of divine communications of mercy, favor, and love. So that though we may not be enabled to say, ‘we greatly rejoice at all times, in all places, at all seasons, in the Lord;’ yet we can come to this point—we can rejoice in no other; we can take real pleasure in nothing else. One smile from the Lord, one word from His lips, one gracious breaking in of the light of His countenance does, while it lasts, communicate joy; and from no other quarter, from no other source can a moment’s true joy be drawn.
To the reader…
Whoever has come to know Christ sometimes wonders whether his earlier joy in Him was real, or whether it was the joy of the hypocrite, which perishes. Does that time lie far behind you, and do doubt and fear take hold of your mind? I know that struggle. But look honestly at your own heart: does the world still truly give you joy? Or is there a painful emptiness about everything in which there is no grace and love?
Can you rejoice in no one else, and do you long for one smile from the Lord, one word from His lips? Then that is no small sign. Perhaps you cannot always leap for joy, but your heart knows where the only source is. Hold fast to it, then. One gracious breaking in of His countenance is enough to make you too say: I will joy in the God of my salvation.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Con todo yo me alegraré en Jehová, y me gozaré en el Dios de mi salud.
Habacuc 3:18
Si alguna vez, al pasar por este desierto, sentimos una sola gota de gozo sólido, de verdadera felicidad, debe brotar, y solo puede brotar, de una fuente: la manifestación de Cristo a nuestras almas. Este gozo puede ser muy pasajero; quizá tengamos que contemplarlo a través de una larga perspectiva de muchos años; y las dudas y los temores pueden nublar la mente acerca de si alguna vez nos regocijamos verdaderamente en Cristo, o si nuestro gozo no habrá sido “el gozo del hipócrita” que perece. Y sin embargo, somos llevados a este punto: podemos hallar verdadero gozo y paz solo en Él.
El pecado, el mundo, las cosas del tiempo y de los sentidos, los negocios, las diversiones, los así llamados placeres, no dan ya ningún gozo duradero; hay un vacío doloroso, un sentimiento de desolación y miseria unido a todo lo que no sea comunicación divina de misericordia, favor y amor. De modo que, aunque no se nos conceda decir: ‘nos regocijamos grandemente en el Señor en todo tiempo, en todo lugar, en toda estación’, sin embargo podemos llegar a este punto: no podemos regocijarnos en ningún otro; no podemos hallar verdadero placer en ninguna otra cosa. Una sonrisa del Señor, una palabra de Sus labios, un misericordioso resplandor de la luz de Su rostro comunica gozo mientras dura; y de ninguna otra parte, de ninguna otra fuente, puede sacarse un solo momento de verdadero gozo.
Al lector…
Quien ha llegado a conocer a Cristo a veces se pregunta si su gozo anterior en Él fue real, o si fue el gozo del hipócrita, que perece. ¿Queda aquel tiempo muy atrás, y se apoderan de su mente la duda y el temor? Conozco esa lucha. Pero mire con sinceridad su propio corazón: ¿le da todavía el mundo verdadero gozo? ¿O hay un vacío doloroso en todo aquello en que no hay gracia ni amor?
¿No puede regocijarse en ningún otro, y anhela una sonrisa del Señor, una palabra de Sus labios? Entonces esa no es una señal pequeña. Quizá no siempre pueda saltar de gozo, pero su corazón sabe dónde está la única fuente. Aférrese, pues, a ella. Un solo resplandor misericordioso de Su rostro basta para hacerle decir también a usted: me gozaré en el Dios de mi salud.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl