Probeer het maar – ga erin. Zolang u zich laat meedrijven, merkt u niets van haar kracht. Keer u echter om en zwem of roei ertegenin – dan ontdekt u spoedig hoeveel kracht er is in de stroom die zo rustig leek voort te glijden.
Zo is het met de macht van de zonde. Zolang een mens meedrijft op de stroom van de zonde, is hij zich niet bewust van de macht die zij over hem uitoefent. Hij geeft eraan toe en kent dus haar kracht niet, al sleept zij hem mee naar een afgrond van eeuwig wee. Laat hem zich verzetten. Of laat een dam worden gebouwd over de rivier die zo kalm leek voort te stromen. Zie hoe de stroom begint te stijgen! Zie hoe hij begint te razen en te bulderen! En zie hoe spoedig zijn kracht de barrière overspoelt of wegsleurt die erdoor werd opgeworpen!
Zo is het met de kracht van de zonde. Dien de zonde – gehoorzaam haar – en zij lijkt geen kracht te hebben. Weersta haar – dan ontdekt u haar verborgen macht. Zonder de kracht van God zou zij u volkomen met zich meesleuren.
Een gezonde geest
Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid (2 Timotheüs 1:7)
Wat een barmhartigheid is het om van nature een gezonde geest te hebben! Het is een van de grootste tijdelijke zegeningen die God een mens kan schenken. Het is veel beter dan verstand, verbeelding, dichterlijke gaven of redeneervermogen. En wat is het ellendig om een ongezonde geest te hebben! Een geest die ook maar enigszins ziek is, zonderling of op enigerlei wijze besmet met die misleidende fantasieën die alle rust verstoren en vaak tot de ergste gevolgen leiden.
Hoe groot de zegen van een gezond lichaam ook is, een gezonde geest gaat er in waarde net zozeer bovenuit als zij het in aard overtreft. Wat ziet u mensen zich dagelijks te gronde richten door gebrek aan een gezonde geest! Welke verkwisting en welke dwaasheid bedrijven zij dagelijks! Welke wanorde brengen zij over hun gezin, hun bezit en ook over anderen. Welke verwoesting en ondergang door bezeten te zijn van een of andere fantasie of wilde waan!
Een gezonde geest bezitten is dus een gezond oordeel hebben in de dingen van God. Het is niet afgeleid worden door elke voorbijgaande mening – niet verlokt worden door elke nieuwe leer – niet bekoord worden door elke nieuwe list van de boze – niet gevangen worden door een van zijn vleesbehagende strikken. Het is nuchterheid van oordeel en heilige wijsheid hebben in de dingen van God – met een vast hart op de Heere Jezus en een degelijke bevinding van Zijn Geest en genade die ons bewaart voor dwalingen en misleidingen ter rechter- en ter linkerhand.
Hebben wij deze geestelijke nuchterheid niet – dit rijpe en volgroeide oordeel – en deze vaste gegrondheid in de waarheid van God – dan worden wij bijna zeker in de een of andere dwaling meegetrokken. Satan zal ons op de een of andere manier misleiden als een engel des lichts. Hij zal ons opblazen met hoogmoed en aanmatiging. Hij zal ons verstrikken in een doolhof van verwarring en dwaling. Hij zal onze geest verleiden met enkele van zijn subtiele bedriegerijen.
Maar waar een gezonde geest is, zal een gezond geloof zijn – een gezonde hoop – een gezonde liefde – een gezond berouw – en een gezond genadewerk in het hart van begin tot einde.
Een gezonde geest hebben is een geest hebben die diep doortrokken is van de waarheid van God en er levend mee is doordrenkt. Die waarheid is het enige werkelijk vaste en blijvende wezen onder de zon. Daaruit volgt dat zij die haar uit eigen bevinding kennen de enige mensen zijn die werkelijk een gezonde geest bezitten. Alleen zij hebben een juiste en gezonde kijk op alle dingen en gebeurtenissen – natuurlijke en geestelijke – en hebben, zoals de apostel zegt, den zin van Christus.
De ziel smelt bij de aanblik!
Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft (1 Johannes 4:19)
Onze genegenheden stromen nooit naar Jezus uit voordat wij een goddelijke ontdekking van Hem aan ons hart en geweten hebben gehad. Wij kunnen proberen Hem lief te hebben – wij kunnen denken dat het onze plicht is – wij kunnen ons in het geheim schamen voor onze ellendige koudheid en onze onvruchtbaarheid in de liefde tot Jezus betreuren. Maar geen kracht van onszelf kan ware liefde tot Jezus opwekken.
Wij kunnen de Heere niet liefhebben voordat wij weten dat de Heere ons liefheeft. Wij kunnen Hem ook niet liefhebben met ons hele hart en onze hele ziel voordat Hij ons zegt dat Hij ons liefheeft met Zijn hele hart.
Zegt Hij: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde en stort Hij Zijn liefde uit in de ziel – dan geeft dat kracht om Hem lief te hebben. Stelt Hij Zichzelf ook voor onze ogen in Zijn goddelijke schoonheid en zaligheid – dan doet dat ons op Hem verliefd worden. Want schoonheid wekt liefde op. Zo is het vaak bij natuurlijke liefde – en altijd bij goddelijke liefde. Jezus hoeft het hart maar aan te raken en het wordt zacht. Hij hoeft maar te verschijnen – en de ziel smelt bij de aanblik!
Onze beste werken?
Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn? Zie, op Zijn heiligen zou Hij niet vertrouwen, en de hemelen zijn niet zuiver in Zijn ogen. Hoeveel te meer is een man gruwelijk en stinkende, die het onrecht indrinkt als water? (Job 15:14-16)
Wat zijn onze werken – onze beste werken? Onvolmaakt – bezoedeld en bevlekt met zonde. Is er ooit een goede gedachte, een goed woord of een goed werk van u uitgegaan dat de zonde niet, in het ontstaan of in de uitvoering, min of meer heeft bezoedeld? Ieder mens die de bewegingen van de zonde in zijn eigen hart kent, zal mij getuigen dat hij nooit een gedachte heeft gehad, een woord heeft gesproken of een daad heeft verricht waarin de zonde zich niet in enige mate heeft gemengd. En door zich ermee te vermengen heeft zij die gedachte, dat woord of dat werk bezoedeld en verontreinigd.
Verleiders en verderfsters
Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht (Deuteronomium 32:5)
De Schrift spaart het schepsel niet – noch de menselijke hoogmoed of eigengerechtigheid. Zij verklaart vrijuit het verderf van de mens en legt zo de bijl aan de wortel van de boom. Deze leer – van het menselijk verderf – van de totale val van de mens – van de aangeboren goddeloosheid en verkeerdheid van zijn hart – zal altijd aanvaardbaar zijn voor het kind van God. Hij heeft in zijn geweten immers een innerlijke getuige van haar waarheid.
Hij weet dat hij zichzelf heeft verdorven. Hij voelt dat niet alleen onreine gedachten in hem huizen – maar dat hij eraan heeft toegegeven en ze heeft gekoesterd. Sinds hij licht had om te zien, leven om te voelen en een geweten om te getuigen, weet hij dat hij zichzelf in vele flagrante gevallen heeft verdorven.
Wij spreken van verleiders en verderfsters met rechtvaardige afschuw – maar de ergste verderver van een mens is zijn eigen hart! Er is geen grotere bron van innerlijke veroordeling en schuld dan wanneer een mens verplicht is te belijden dat hij zichzelf heeft verdorven. Hij heeft zijn eigen hart slechter gemaakt dan het in werkelijkheid is door zijn lusten te bevredigen en brandstof te werpen op zijn smeulende vlam!
Opklimmend uit de woestijn
Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste? (Hooglied 8:5)
Dat is iemand die levend is gemaakt voor God door wedergeboortegenade. Hij weet iets van de intocht van het woord in zijn geweten dat de geheimen van zijn hart blootlegt en de schuld, het vuil, het kwaad en de ellendige gevolgen van de zonde aan het licht brengt. Hij weet iets van de bedrieglijkheid, de huichelarij en de goddeloosheid van zijn eigen gevallen natuur. Hij is door een soevereine genadewerking in zijn hart gescheiden van de wereld – of die nu dood is in zonde of dood in een belijdenis.
Hij heeft geleerd hoe leeg een louter “verstandelijke kennis” van de waarheid is zonder uit eigen bevinding de helende kracht van de liefde en het bloed van Jezus te kennen. Hij is ontdaan van schepselwijsheid, menselijke kracht en een gerechtigheid van vijgenbladeren. Hij is ertoe gebracht te zien dat hij in zijn zonden moet omkomen als hij geen levend, zaligmakend aandeel heeft in het bloed en de gehoorzaamheid van Jezus.
Dat is iemand die door God de Geest is gezegend met een levend geloof. Dat geloof werkt door de liefde – reinigt het hart – maakt los van de wereld – verlost van de macht en de praktijk van de zonde – overwint de boze – ontvangt genade en kracht, leven en macht uit de volheid van Christus – en het einde ervan is de zaligheid van de ziel.
Hij is ook gezegend met een goede hoop door genade. Hij heeft enige ontdekking van de Heere Jezus voor zijn ziel gehad en daardoor is er in zijn hart een hoop opgewekt op Zijn barmhartigheid. Die stelt hem in staat het anker uit te werpen hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel. Daar ligt hij veilig voor dood en hel en daar zal hij door onderhoudende genade elke storm doorstaan.
Hij is gezegend met een levende vereniging met de Heere Jezus. Want hij wordt in de tekst genoemd als iemand die op Hem leunt. Dat houdt in dat hij zo met Jezus verenigd is dat hij volkomen en uitsluitend op Hem kan rusten en op wat Hij voor hem is geworden.
Hij wordt ook van tijd tot tijd gezegend en begunstigd met een mate van zoete en heilige gemeenschap met de Heere van leven en heerlijkheid. Want op Jezus leunen houdt in dat hij zo’n heilige nabijheid mag genieten als Johannes toen hij aan Zijn borst lag. Hij is ook niet onkundig van beproeving of verzoeking, want de woestijn bezorgt hem er genoeg van. Evenmin is hij onbekend met lijden, ellende en smart – want dat is het kenmerkende van de tegenwoordige woestijntoestand. Hij is niet onbekend met geestelijke honger en dorst – want de woestijn zelf biedt geen voedsel noch water.
Ook is hij geen vreemdeling voor de vurige vliegende slangen die de woestijn teisteren. En hij kent de gevaren die de reiziger daar omringen van de verpestende wind, de rondtrekkende Arabier en de bewegende zuilen van zand.
Wie is dit?
Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste? (Hooglied 8:5)
Een behouden zondaar is een schouwspel voor engelen om te aanschouwen!
Dat een zondig mens die niets anders verdient dan de eeuwige toorn van God, opgetild wordt uit de rechtvaardig verdiende ondergang tot een zaligheid waarop hij geen enkel recht heeft – dat moet voorwaar altijd een heilig wonder zijn! Dat u of ik ooit zijn uitgekozen in de uitverkiezende liefde van God is een zaak van heilige verbazing. Hetzelfde geldt ervoor dat wij ooit aan Jezus zijn gegeven om te verlossen – ooit door de Geest levend gemaakt om onze verloren en verwoeste staat te voelen – ooit gezegend met enige ontdekking van de Heere Jezus Christus en van Zijn zaligmakende genade. Dit is en blijft hier een zaak van heilige verbazing en zal hierna een thema zijn voor eindeloze lof!
Een mens geheel anders te zien dan hij vroeger was – eens zo zorgeloos, vleselijk, onwetend en onbekommerd om zijn ziel – die man nu te zien op zijn knieën smekend om genade – met tranen over zijn gezicht – zijn borst zwoegend van krampachtige zuchten – en zijn ogen omhoog gericht opdat vergeving hem in zijn wanhopige toestand mag bereiken. Is dat niet een man om met verwondering en bewondering naar te kijken?
Een ander te zien die zich een weg had kunnen banen in het drukke, bonzende gewoel van het leven, die eer, rijkdom en alles wat de wereld te bieden had op zijn hoofd gestapeld had kunnen krijgen – maar alles verlaat om Jezus’ wil en de smaad van Christus voor grotere rijkdom houdt dan de schatten van Egypte (Hebreeën 11:26). Is die man geen wonder?
Hier op aarde te leven in vereniging en gemeenschap met een onzichtbare God – te spreken met Jezus die het zintuiglijke oog nooit heeft gezien en Wiens stem het zintuiglijke oor nooit heeft gehoord. En Hem toch even duidelijk met het oog van het geloof te zien alsof het natuurlijke oog op Zijn heerlijke Persoon rustte en Zijn stem tot in het binnenste hart te horen even duidelijk alsof het geluid van Zijn lippen het natuurlijke oor bereikte. Is ook dat geen wonder?
Een mens te zien die één glimlach van het aangezicht van Jezus en één woord van Zijn vredesprekende lippen verkiest boven alle titels, eer, genoegens en macht die de wereld kan geven. Wel, als er een wonder is op aarde, dan is die man het!
Mogen wij dan niet met bewonderende en verwonderde ogen zeggen: “Wie is dit? Wel, deze man ken ik – wereldlijk, hoogmoedig, eerzuchtig, zelfzuchtig. Die man ken ik – overgegeven aan ijdelheid en hoogmoed. Een ander ken ik – verzonken in de politiek, verzwolgen in genot en vrolijkheid, overgegeven aan alles wat gemeen en zinnelijk is. Maar nu is hij biddend geworden – waakzaam – teerhartig. Hij kiest het gezelschap van Gods volk – geeft alles op wat zijn vleselijke gezindheid ooit goedkeurde en waarin zij behagen schepte – en toont in zijn wandel, gesprek en hele gedrag dat hij geheel een nieuw schepsel is.”
Zien wij iemand van onze naasten en dierbaren aangeraakt door de vinger van deze alles overwinnende Heere – onderworpen door Zijn genade – en bewerkt door Zijn Geest? Dan kijken wij zo iemand niet alleen met heilige verwondering aan maar ook met de teerste genegenheid vermengd met tranen van dankbare lof aan de God van al onze barmhartigheden. Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste?
Hemelse wijsheid
Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt! Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud. Zij is kostelijker dan robijnen en al; wat u lusten mag, is met haar niet te vergelijken (Spreuken 3:13-15)
Weinigen echter schijnen deze hemelse wijsheid te kennen en weinigen waarderen haar – dit goddelijke onderwijs – deze zalving van de Heilige die alle dingen leert. Vormen en plechtigheden stellen sommigen tevreden – een naam dat men leeft bevredigt anderen – een gezonde geloofsbelijdenis met een redelijk consequent leven is genoeg voor deze belijder – de goedkeuring van mensen en de vleierij van het eigen hart volstaan voor weer anderen.
Maar o, het onvoldoende, het lege en het bedrieglijke van al deze vormen en schaduwen wanneer wij zien en voelen wie en wat wij zijn! Wanneer onze geestelijke armoede als een gewapend man over ons komt – wanneer onze ellendige behoeftigheid, naaktheid, bedelarij en volledige insolventie met al hun bijbehorende nood en wee ons in het gezicht staren. Wanneer wij voor de troon van de Allerhoogste staan zonder een lap om ons te bedekken, een toevlucht om ons te verbergen of een pleidooi dat ons baat!
Het is dit zien van onszelf van binnen en van buiten – dit wegzinken voor God als de grote Onderzoeker van de harten – dit diepe en gevoelde besef van de erbarmelijke staat waarin de zonde – erfzonde en dadelijke zonde – ons heeft gebracht – dat in de handen van de gezegende Geest onze ogen opent om te zien wat ons alleen kan baten.
Eén straal van goddelijk licht die in de ziel schijnt, is genoeg om ons niet alleen te tonen wat wij zijn maar ook wat ons alleen goed kan doen. Eén druppel van de zalving van de Heilige die op de oogleden valt, is genoeg om de ogen te openen en te zien in wie alle zaligheid is en van wie alle zaligheid komt. Zo jaagt zij voorgoed die ijdele dromen weg – die waan en die bedrieglijke hoop waarop duizenden vertrouwen.
Wij kunnen een gezonde geloofsbelijdenis hebben
Wij kunnen een gezonde geloofsbelijdenis hebben – een vorm van woorden die volkomen overeenstemt met de waarheid in de Schriften – maar dit zal ons noch heiligen noch redden. De waarheid in de blote letter brengt geen verlossing van de schuld, het vuil, de liefde, de macht en de praktijk van de zonde. Zij brengt de ziel niet dicht bij God – en verdrijft Satan niet – en richt het koninkrijk van God niet met kracht op in het hart. Wij hebben beter onderwijs nodig!
Wij hebben den Geest der waarheid nodig. Het is Zijn bijzondere taak om de waarheid van God te nemen en haar te ontsluiten, te openbaren, bekend te maken, toe te passen en te verzegelen met Zijn eigen genadige werking, goddelijke invloed en heilige kracht op het hart en het geweten.
Door rijke en onuitsprekelijke barmhartigheid zijn er tijden en gelegenheden waarop een geestelijk licht op de heilige bladzijde lijkt te schijnen. U leest de Bijbel met verlichte ogen. Kracht en zoetheid lijken als het ware in rijke zalving door het Woord van de waarheid te stromen. Leest u het met een verzacht hart en tranende ogen, dan schijnt de waarheid van God er zo helder en duidelijk uit in uw verstand als de zon aan de middaghemel.
En waarom? Omdat den Geest der waarheid het voor uw verstand opent en met kracht toepast op uw hart! Hij verlicht uw geest – straalt licht uit de Schriften in uw ziel – en ontsluit de waarheid van God met goddelijke kracht voor uw hart!
Zij houden ervan bedrogen te worden
Wij zijn omringd door dwaling – het vleselijke hart is er vol van. Want waar de waarheid niet is, daar moet dwaling zijn. Van nature ligt er een dichte sluier van onwetendheid over de geest waardoor geen straal van goddelijk licht doordringt. Mensen houden van dwaling – godsdienstige dwaling – want het getuigenis van God Zelf is dat zij de duisternis liefhebben boven het licht omdat hun werken boos zijn (Johannes 3:19). Zij houden ervan bedrogen te worden – zij haten de hand die de waan wil wegscheuren.
Terwijl zij dan omhuld zijn met de nevels van de dwaling, hoe kunnen zij de weg naar de waarheid vinden? Alleen de Geest kan deze wolken verdrijven, deze nevels verspreiden en deze sluier van ongeloof en onwetendheid over het hart wegnemen. En dit is Zijn heilige taak, want Hij is den Geest der waarheid.
Blootgelegd in al haar vuil en bloed
Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde (Johannes 16:8)
Onder de heilige en geestelijke invloed van de Geest zijn er tijden en gelegenheden waarop uw geweten bijzonder wordt bewerkt. Het kwaad van de zonde wordt u voorgehouden zoals u het misschien nooit eerder zag. Uw geweten bloedt van de schuld en het gewicht ervan. U ziet wat een vreselijk en kwaad ding de zonde is – hoe weerzinwekkend – hoe verfoeilijk! U zou bijna tranen van bloed kunnen wenen dat u zo’n zondaar bent geweest. Uw afvalligheden rijzen voor u op als zoveel bergen van ongerechtigheid.
De goddeloosheid van uw hart ligt bloot en u voelt dat er op aarde geen ander zo’n ellendeling kan zijn. Uw verdorven natuur wordt blootgelegd in al haar vuil en bloed – u vraagt zich af hoe de lankmoedigheid van God u zo vele jaren heeft kunnen dragen. En niet alleen dat, maar de tranen stromen over uw wang – zuchten van berouw komen op uit uw borst – u zou bijna uw leven lang kunnen wenen omdat u zo diep hebt gezondigd tegen zo’n verlossende liefde!
De zwakheden van christelijke broeders
Met alle ootmoedigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, verdragende elkander in liefde (Efeze 4:2)
Leer geduldig te zijn en de zwakheden van christelijke broeders zachtmoedig te dragen. Er is een tijd in ons christelijke leven waarin wij iedereen willen rechtzetten en alles in orde willen brengen. Maar na een tijd beginnen wij te merken dat wij onszelf niet kunnen rechtzetten en onze eigen geest en wandel niet in overeenstemming kunnen brengen met het woord van de waarheid.
Deze overtuiging, die zich steeds sterker aan ons opdringt, maakt ons minder scherp om de splinter in andermans oog te zien en gewilliger om de balk uit ons eigen oog te nemen. Zij maakt ons minder verlangend om anderen te veroordelen en gewilliger om onszelf te veroordelen – minder zeker van de zonden van onze vrienden en zekerder van onze eigen zonden.
Vroeg of laat leren wij dat het één ding is de ogen te sluiten voor de zonden van onze broeders en iets anders hun zwakheden te dragen.
Wij zien dat wij van nature van elkaar verschillen en dat de genade weliswaar het hart verandert maar de “natuurlijke aanleg” meer door de genade wordt bedwongen dan radicaal veranderd. Wij verschillen in onze natuurlijke gemoedsaard – in positie en beroep – in opleiding en opvoeding – in denk- en gevoelswijzen – in kijk op mensen en dingen – in familie- en zakelijke betrekkingen – in vooroordelen en vooropgezette meningen – in hardnekkige zonden en zwakheden – in onze kennis en bevinding van de waarheid van God – in onze verschillende stadia in het goddelijke leven – in onze verdrukkingen, beproevingen en verzoekingen – en in vele andere omstandigheden die wij nu niet kunnen opsommen.
Wij verschillen allemaal zo sterk dat u nauwelijks twee christenen vindt die gelijk zijn. Ieder heeft zijn eigen bijzondere zwakheden.
Verwachten wij dus dat anderen onze zwakheden dragen – laten wij dan leren de hunne te dragen en hen lief te hebben om de genade die wij in hen zien.
Verwacht geen gemakkelijke weg
dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods (Handelingen 14:22)
Verwacht een pad van toenemende in plaats van afnemende verdrukking. Verbaas u niet over uw dagelijkse kruis van binnen of van buiten – met lichamelijke kwalen, scherpe beproevingen en pijnlijke strijd. Verwacht geen gemakkelijke weg in de voorzienigheid of in de genade – in de gemeente of in de wereld – in het gezin of in de zaak – in uw omgang met zondaars of in uw omgang met heiligen.
God wil ons grondig ziek maken van deze wereld en van alles wat erin is – opdat wij, afgemat en uitgeput door beproevingen, verzoekingen en strijd, al onze rust in Hem vinden. En zoals wij door vele verdrukkingen ingaan in Zijn koninkrijk van genade – zo mogen wij door vele verdrukkingen ingaan in Zijn koninkrijk van heerlijkheid.
Onze enige bewaring
Onze enige bewaring tegen de winden van dwaling die aan alle kanten waaien – onze enige veiligheid te midden van de gevaren en kwaden die ons dagelijks van buiten of van binnen bestoken – is een persoonlijke, bevindelijke kennis van de waarheid zoals die in Jezus is!
Verdrukkingen, kruisen, verliezen, sterfgevallen
Als onze verdrukkingen – kruisen – verliezen – sterfgevallen – gezinszorgen en gemeentelijke beproevingen een middel zijn geweest om onze trotse harten te verootmoedigen en ons te brengen tot eerlijke belijdenis van onze zonden en afvalligheden en godzalige droefheid erover – en als zij ons als middel doeltreffender hebben gescheiden van de wereld – haar gezelschap – haar wegen – haar stelregels – en haar geest – dan zijn zij niet nutteloos of ontijdig geweest.
Hebben zij in de goede hand van God het gebed in ons hart opgewekt – ons geleid in gedeelten van het woord van de waarheid die tevoren verborgen waren – ons gevoeliger en voortdurender aan de voetbank van de genade gelegd – de barmhartigheid dierbaarder en de genade zoeter gemaakt – dan zijn deze beproevingen en verdrukkingen evenmin nutteloos of ontijdig geweest.
De invloed van wereldse belijders
Hebbende een gedaante van godzaligheid, maar die de kracht derzelve verloochend hebben. Heb ook een afkeer van dezen (2 Timotheüs 3:5)
Niets is gevaarlijker dan een belijdenis van de waarheid zonder bevinding van haar kracht. Want niets verhardt het hart en schroeit het geweten meer dan een roekeloos omgaan met heilige dingen. Laten wij de invloed van wereldse belijders vrezen. Hoe meer wij in hun gezelschap zijn, des te meer beroven zij ons van elk teder, nederig, genadig en geestelijk gevoel.
Stervende mannen en vrouwen in een stervende wereld
Wij zijn allemaal arme stervende mannen en vrouwen in een stervende wereld. Over enkele jaren, hooguit, zal de lof of de afkeuring van mensen ons niet meer zijn dan de zon die op ons graf schijnt of de storm die over ons graf raast!
Zij moeten een dagelijkse en zichtbare invloed uitoefenen
Velen houden vast aan de inspiratie van de Bijbel – meer uit overlevering dan uit enige bevinding van haar kracht. Het blote feit van haar inspiratie kan beleden worden – en toch in het hart liggen als een steen in een veld. De Bijbel wordt veel gelezen – maar de sluier blijft over het hart van duizenden van haar lezers. Over godsdienst werd nooit meer gesproken – maar zij was nooit minder bekend als een innerlijke geestelijke werkelijkheid. De belijdenis was nooit groter – en de praktijk nooit geringer. Bijbelkennis was nooit meer verspreid – en geloof, hoop en liefde werden minder openbaar.
Maar wanneer Jezus met kracht in het hart van een zondaar komt, kan Hij niet verborgen blijven. Zijn overvloedige genade, Zijn dwingende liefde, Zijn weergaloze schoonheid en zaligheid, Zijn hemelse heerlijkheid – wanneer zij uit eigen bevinding gezien en gekend worden – moeten openbaar worden in de gelovige lip en het gelovige leven. Wanneer zij slechts in het Woord van God worden gezien – wanneer zij slechts als geloofsbelijdenis worden vastgehouden – zijn de gezegendste waarheden krachteloos en vruchteloos. Helaas zijn daarvan overal voor onze ogen voortdurend voorbeelden. Maar als zij uit eigen bevinding gekend en gevoeld worden, moeten zij een dagelijkse en zichtbare invloed uitoefenen.
Alleen Jezus kan
want zonder Mij kunt gij niets doen (Johannes 15:5)
Alleen Jezus kan ons ondersteunen in onze beproevingen – ons troosten in onze verdrukkingen – ons verlossen uit onze verzoekingen – onze zonden bedwingen – onze vrezen wegglimlachen – ons opvrolijken in het leven – ons zegenen in de dood – en ons in de eeuwigheid voor de troon van Zijn Vader stellen, heilig en onberispelijk en onbeschuldigbaar in Zijn ogen!
Wij liggen allen in het ziekenhuis
Een zicht en besef van het kwaad in onszelf en in anderen zou ons wederzijdse verdraagzaamheid moeten leren. Wij liggen allen in het ziekenhuis – en zullen wij dan ruziën met onze medepatiënten? Moeten wij niet veeleer meevoelen met elkaars zwakheden – en uitzien naar de komst van de Arts die alleen elk en allen kan genezen? Maar kunnen wij ons niet buiten twist houden en verlangen wij een geschilpunt met de broeders – laat dit dan onze grond van geschil zijn: Wie is de grotere zondaar? Wie heeft de Zaligmaker het meest te danken? Wie zal het meest tot Zijn eer leven?
Wanneer de kinderen van God samenkomen
Wanneer de kinderen van God samenkomen, is er weinig werkelijk geestelijk gesprek. Wereldse onderwerpen, de loutere kleinigheden van de dag, het weer, de markten en de oogsten, politiek en roddel – verdringen de dingen van God. Wordt over godsdienst gesproken, dan gebeurt het allemaal op afstand – geestelijke bevinding raakt verloren in een wolk van algemeenheden.
De gaven en bekwaamheden, teksten en preken, veranderingen en bewegingen van predikers zijn een overheersend gespreksonderwerp. Er wordt een twistpunt aangesneden waarover de kemphanen met tand en nagel op elkaar losgaan. De strijdende partijen verliezen hun zelfbeheersing – het ene harde woord roept het andere op tot het geheel verwordt tot een ruzie – en de arme godsdienst wordt in de consistorie net zozeer vertrapt als de nuchterheid in de kroeg!
Het schepsel
Alle ware godsdienst vloeit voort uit het leven van God in de ziel. Waar dit goddelijke leven niet bestaat, kan wel “de naam van godsdienst” zijn – maar het zal zijn – een schaduw zonder wezen – een vorm zonder kracht – een nabootsing zonder werkelijkheid. Doorgrond alle valse godsdienst tot op de bodem – kijk in haar hart en middelpunt – ontdoe haar van haar kleren en tooi – en wat zult u vinden? ZELF! Valse godsdienst kan duizend gedaanten aannemen. Zij kan alle schakeringen van belijdenis doorlopen. Maar jaag haar op door al haar kronkels en bochten en u zult aan het einde van de jacht het schepsel vinden!
Onze snode ondankbaarheid
Onze snode ondankbaarheid is een van onze schreeuwendste zonden. Welke barmhartigheden en gunsten hebben wij genoten! En welke snode vergelding hebben wij gegeven! Zagen en voelden wij maar hoeveel wij verschuldigd zijn aan het altijd waakzame oog en de altijd milde hand van Hem in Wie wij leven, ons bewegen en zijn – en vergeleken wij Zijn gunsten met onze vergelding – dan zouden wij overweldigd worden door schaamte en beschaming van aangezicht!
Waar de zonde meerder geworden is
waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest (Romeinen 5:20)
De zonde is overvloedig geworden – vreselijk overvloedig in gedachte, woord en daad – maar de genade is veel meer overvloedig! Neem dan uw zonden, met al hun gruwelijke en vreselijke verzwarende omstandigheden – zonden tegen licht, geweten, liefde, barmhartigheid en bloed. Onderzoek ze goed – doorzoek ze grondig, zover u kunt – hun hoogte, diepte, lengte en breedte – totdat uw knieën beven en uw hart wegzinkt van vrees en schrik. Moet u omkomen? Moet u wegzinken om nooit meer op te staan? Is alle hoop verdwenen? Is de hel uw bestemde onvermijdelijke plaats?
Kijk, kijk, zie deze kant van de verkondiging van het evangelie aangaande de genade. Laat de Geest dit slechts in uw hart brengen: waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest – en uw schulden zijn meteen vereffend. Er staat geschreven: het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde (1 Johannes 1:7). “Alle zonde!” Wat een omvattend woord! Welke zonde omvat dit niet?
Neem er ook dit woord bij uit de mond van de Heere Zelf: Alle zonde en lastering zal den mensen vergeven worden (Mattheüs 12:31).
Dan worden alle gemene, goddeloze en godslasterlijke gedachten en ingevingen vergeven. Vergeven worden al de hoogmoed – het ongeloof – het goddeloze denken – de obsceniteit en het vuil van een verdorven, ja een hopeloos verdorven natuur – al de droesem van die vuile riool die de verbeelding overspoelt – al de harde en opstandige opwellingen van een vleselijke gezindheid die vijandig is tegen God – al het zwoegen en woelen van een hart zo bodemloos als de hel – met al het opborrelen, gisten en heen en weer werken van een afgrond van ongerechtigheid. Alle, alle kwaad van binnen en van buiten wordt vergeven – en is reeds vergeven aan de berouwvolle en gelovige kinderen van God!
Deze verborgen zalfolie
Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen (1 Johannes 2:20)
De zalving van de Heilige – het innerlijke onderwijs en de werking van de Geest – dringt door in elk hart waartoe zij komt. Zij ligt niet slechts aan de oppervlakte. Zij verandert niet slechts de geloofsbelijdenis. Zij wijzigt niet slechts het leven. Zij gaat dieper dan geloofsbelijdenis, lip of leven. De godsdienst van God bestaat in de zalving van de Heilige die onder de schaal en de huid doordringt – die doorwerkt tot op de bodem van het hart van de mens en het opent en blootlegt voor de ogen van Hem met Wie hij te doen heeft.
Op grond van deze zalving worden onze verborgen beweegredenen ontdekt – en worden de hoogmoed, aanmatiging, eigengerechtigheid, zelfzucht – en al die verdorvenheid die in het hart van een mens gist, blootgelegd. Door de indringende werking van dit goddelijke licht en leven in de ziel van een mens worden alle verborgen werkingen en innerlijke bewegingen van zijn hart ontdekt en blootgelegd.
Een mens kan nooit zichzelf verfoeien in stof en as – nooit zichzelf verafschuwen als de allerslechtste van de slechten – totdat deze verborgen zalfolie zijn hart aanraakt! Hij zal tevreden zijn met een naam dat hij leeft – met een lege belijdenis – totdat dit onderwijs van de Geest door elke mantel en sluier heen gaat – en tot in de ingewanden doordringt – zodat het zinkt in de verborgen diepten van de geest van een mens voor God!
De zonden van duivels
Al wie hoog is van hart, is den HEERE een gruwel (Spreuken 16:5)
Er zijn zonden die mensen bedrijven en duivels niet kunnen bedrijven. Ongeloof, goddeloosheid en atheïsme zijn geen zonden van duivels – want zij geloven en sidderen en voelen te veel van de toorn van God om aan Zijn dreigingen te twijfelen of Zijn bestaan te ontkennen. De liefde tot geld is een zonde waarvan zij vrij zijn – want goud en zilver zijn beperkt tot de aarde en de mensen die erop leven. De lusten van het vlees in al hun vormen – of het nu gulzigheid is, dronkenschap of wellust – behoren alleen toe aan hen die tabernakels van leem bewonen.
Maar hoogmoed – boosaardigheid – valsheid – vijandschap – moord – bedrieglijkheid en al die zonden waartoe geesten in staat zijn in deze misdaden – daarin overtreffen de duivels de mensen zoals een engelennatuur een menselijke overtreft in diepte, kracht en vermogen. Het oog van de mens ziet voor het grootste deel alleen de grovere overtredingen tegen de moraal – het neemt weinig of geen notitie van inwendige zonden.
Zo kan een mens bewonderd worden als een toonbeeld van consequent gedrag omdat hij vrij is van de uitbarstingen van vleselijke en meer menselijke zonden – terwijl zijn hart, open voor Gods hartdoorzoekende oog, vol kan zijn van hoogmoed, boosaardigheid, vijandschap en moord – de zonden van duivels. Zo waren de schriftgeleerden en farizeeën van vroeger – voorbeelden van uiterlijke correctheid – maar inwendig duivels van boosaardigheid. Deze “heilige mannen” waren zo bang voor uiterlijke verontreiniging dat zij het gerechtsgebouw van Pilatus niet wilden binnengaan – terwijl hun harten op hetzelfde ogenblik het grootste misdrijf beraamden dat de aarde ooit zag – de kruisiging van de Zoon van God!
De uitnemende grootheid van Zijn kracht
En welke de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht (Efeze 1:19)
Overweeg eerst de moeilijkheden die de genade moet overwinnen bij de levendmaking van een dode ziel tot geestelijk leven. Zie de diepten van de val. Zie de dood van de ziel in overtredingen en zonden – haar volkomen vervreemding van het leven van God door de duisternis, blindheid en onwetendheid van het verstand – de verkeerdheid van de wil – de hardheid van het geweten – en de verdorvenheid van de genegenheden.
Zie de hardnekkigheid, weerspannigheid en halsstarrigheid van de ziel – haar hoogmoed, ongeloof, goddeloosheid en eigengerechtigheid – haar hartstochtelijke liefde voor de zonde, gewoonlijke praktijk ervan en lange gewenning eraan. Overweeg de sterke vooroordelen van de ziel tegen alles wat goddelijk en heilig is – de wanhopige, onverzoenlijke vijandschap van de vleselijke gezindheid tegen God Zelf.
Overweeg de vaste en diepgewortelde liefde van de ziel tot de wereld in al haar gedaanten en vormen. Bedenk ook hoe al haar hoop, geluk en vooruitzichten verbonden zijn met de dingen van tijd en zinnen. O, wat een ingewikkelde massa van moeilijkheden vormen al deze vijanden in hun hechte samenwerking – als een compact, goed bewapend, grondig getraind leger – tegen elke macht die hen uit hun stelling zou willen verdrijven!
Overweeg ook de offers die vaak gebracht moeten worden door iemand die godzalig wil leven in Christus Jezus – de tederste banden misschien te verbreken – de winstgevende of voordelige vooruitzichten die moeten worden opgegeven – oude vrienden die moeten worden afgezworen – familiebetrekkingen die moeten worden prijsgegeven – maatschappelijke positie die verloren gaat – en vaak de schaamte en verachting die over het gezin en onszelf worden gebracht! Niet allen zijn omringd met deze bijzondere moeilijkheden die wij zojuist noemden – maar weinigen zijn er geheel vrij van – en ik heb er veel persoonlijke ervaring mee gehad toen ik mijn aangezicht voor het eerst naar Sion richtte.
Overweeg ook de machtige kracht van God in het onderhouden van het goddelijke leven in onze ziel. Zie en voel waarmee wij te worstelen hadden: welke bergen van moeilijkheden – welke zeeën van verzoeking – welke winden en stormen van dwaling – welke aanvallen en strikken van Satan – de laatste gevaarlijker dan de eerste – welke vloeden van verdorvenheid en goddeloosheid van buiten en van binnen – welke sterke lusten en hartstochten – welke heimelijke uitglijders en vallen – welke afvalligheden en afwijkingen van de levende God – welke lange tijden van duisternis, onvruchtbaarheid en dood – welk verzet van het vlees tegen de enge en smalle weg.
Welke sluwe huichelaars – voorgewende vrienden maar werkelijke vijanden – welke valse belijders en dwalende personen – allen bezig onze stappen neer te halen of te verstrikken. Welke hulpeloosheid, onmacht en ellendige onvermogendheid in onszelf tot alles wat goed is – welke hals-over-kop neiging tot alles wat kwaad is. Al deze dingen moeten wij plechtig de revue laten passeren.
Wij moeten ook nadenken over wat wij geweest zijn en nog zijn sinds wij beleden God te vrezen – en over hoe wij, aan onszelf overgelaten, niets anders hebben gedaan dan tegen Hem zondigen en Hem prikkelen tot in Zijn aangezicht van begin tot einde – en toch het goddelijke leven nog altijd in ons bewaard wordt.
En zo, terwijl wij deze lange donkere lijst in onze handen houden en artikel voor artikel doorlezen, toch een zoete overtuiging te hebben dat het leven van God in onze ziel is en dat wij, omdat Jezus leeft, ook zullen leven. Zo te beseffen, te geloven en te voelen en God te zegenen voor Zijn overtreffende, overvloedige genade – dat is de uitnemende grootheid van de kracht van God te kennen aan ons die geloven – in het onderhouden van het goddelijke leven nadat het eerst was meegedeeld!


