Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren Uit De Volle Oogst

Vandaag
29 mei Korenaren uit de volle oogst

Opdat ik aanschouwe het goede uwer uitverkorenen.
Psalm 106:5

Hebt u ooit iets goeds in Gods uitverkorenen aanschouwd? O, „hoe goed zijn uwe tenten, o Jacob! en uwe woningen, o Israël!” Hebt u ooit aanschouwd met welk goed God Zijn volk gezegend heeft, en hoe goed het is om tot dat volk te behoren? Heel Gods volk ziet dat er een goed is voor Gods uitverkorenen, alleen voor hen, en dat zij daarnaar zuchten en verlangen. Maar sommigen zullen zeggen: „Had David dat goede nooit aanschouwd?” Ja, zeker; hij had het aanschouwd. „Maar wenste hij niet het weder te aanschouwen?” Ja, hij had het uit het oog verloren; het lieflijke gezicht was verdwenen, de oude sluier was teruggekeerd, zijn ogen waren dof; hij had nieuwe „ogenzalf” nodig.

Zo is het ook met ons. Wij hebben, naar wij vertrouwen, soms „het goede aanschouwd van Gods uitverkorenen”. Wij hebben ons tot hen aangetrokken gevoeld en zijn opgetrokken tot God, en wij hebben gezegd: „Wien heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij niets op aarde.” Dat was het genieten van de aangename voorsmaak van de hemel. Maar al die zoete voorsmaken werden verduisterd; nevels en wolken omringden ze en verborgen ze voor onze ogen. Nieuwe zonde bracht nieuwe schuld, en duisternis, dodigheid, twijfel, verzoeking, vrees en allerlei kwellingen kwamen naderbij, en dat alles benevelde ons oog.

Maar het verleden kunnen wij niet vergeten. Wij kunnen ze niet vergeten, die plechtige ogenblikken waarin wij met God wandelden en met God spraken, en die zoete gevoelens die Zijn tegenwoordigheid in ons deed ontbranden. Hoe donker, hoe doods, hoe troosteloos, hoe beproefd, gekweld en verzocht wij ook zijn, dat kunnen wij niet vergeten. En „het goede van Gods uitverkorenen aanschouwd hebbende”, willen wij dat goede opnieuw zien en die hemelse spijs opnieuw smaken. „Dat ik aanschouwe het goede uwer uitverkorenen.”

Ik denk in ’t midden der gevaren
nog aan Uw gunst van vroeger jaren.
Ik tracht Uw werken na te gaan:
o God, wie kan U evenaren?
Hoe heerlijk zijn Uw wonderdaân!

Ps. 143:5

Aan de lezer…

Hoe vaak hebt u iets gezien van het goede dat God voor Zijn volk weggelegd heeft? Was er een tijd dat u met God wandelde en kon zeggen: „Wien heb ik nevens U in de hemel?” En is dat nu verduisterd door nieuwe zonde, nieuwe schuld, dodigheid en twijfel? Bedenk dat ook David het goede uit het oog verloor. De sluier keerde terug en zijn ogen werden dof.

Maar vergeten kunt u die ogenblikken niet, en dat is geen geringe zaak. Hoe donker en troosteloos het nu ook is, het verlangen blijft om dat goede opnieuw te zien en die hemelse spijs opnieuw te smaken. Breng dat verlangen dan bij de Heere met de bede van de psalmist: „Opdat ik aanschouwe het goede Uwer uitverkorenen.” Wat Hij eens liet zien, kan Hij opnieuw doen schijnen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk