
En dat gij uws zelfs niet zijt.
1 Korinthe 6:19
Deze woorden hebben een gezegende betekenis: „gij zijt uws zelfs niet”. Bedenk, gij moet iemand toebehoren. Indien God uw meester niet is, dan zal de duivel het zijn; indien de genade niet over u heerst, dan zal de zonde over u heersen; indien Christus niet is uw alles en allen, dan zal de wereld het zijn. Het is niet als konden wij overal volkomen vrij rondzwerven. Iemand wil ons hebben.
Wij moeten de een of andere meester hebben; en welke is de beste: een goedertieren Weldoener, zoals God Zich altijd betoond heeft te zijn; een genadig, liefhebbend en teder Vader; een liefderijk, vergevend Vriend; een teerhartig, medelijdend Verlosser, Die in staat is ons geheel te verlossen; of een wrede duivel, een ellendige wereld en een goddeloos, laag, verfoeilijk hart? Waaronder is het beter te leven: onder de zachte dwang van de stervende liefde eens dierbaren Verlossers; onder de invloed, de beginselen, de beloften en de bemoedigingen des Evangelies, of rond te wandelen in ingebeelde vrijheid, met de zonde in het hart, die daar heerschappij voert en ons in ketenen geboeid houdt tot de grote oordeelsdag?
Zelfs het leven hier beneden beschouwende, zo is er meer ware vreugde, voldoening en geluk in een half uur met God, in zoete vereniging en gemeenschap met de Heere van leven en heerlijkheid, in het lezen van Zijn Woord met een gelovig hart, in het vinden van toegang tot Zijn tegenwoordigheid, in iets te verstaan van het nederdroppelen Zijner gunst en genade; er is meer degelijk geluk in een half uur dus in de ware dienst van God doorgebracht, dan in al de geneugten der zonde, al de lusten des vleses, al de grootheid des levens en al de vermaken die de wereld ooit bedacht heeft om de tijd te doden, zichzelf te bedriegen, denkende eindelijk door een sterfbedberouw de duivel te bedriegen.
Geef, Heer, de goeden Uwe zegen,
doe wèl aan ’t vroom gemoed.
Maar hem, die onrecht doet
en die zich neigt tot kromme wegen,
zal God verdoen, doch Isrel leven
en vrede geven.
Ps. 125:4
Aan de lezer…
Wie is uw meester, lezer? Het is een ernstige vraag, want vrij zijn wij niet. Indien de genade niet over ons heerst, dan heerst de zonde; indien Christus niet ons alles is, dan is het de wereld. Misschien voelt u met smart hoeveel uw eigen hart nog naar die oude meesters trekt, en hoe gauw u zich laat meeslepen. Ik verzwijg die strijd niet.
Maar zie dan Wie Hij is aan Wie u mag toebehoren: een goedertieren Weldoener, een teder Vader, een vergevend Vriend, een medelijdend Verlosser, Die in staat is geheel te verlossen. Is niet een half uur in Zijn nabijheid, in het lezen van Zijn Woord met een gelovig hart, meer waard dan al de vermaken die de wereld ooit bedacht heeft? Zegen het dan, dat u uws zelfs niet bent. Onder de zachte dwang van Zijn liefde is de ware vrijheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En dat gij uws zelfs niet zijt.
1 Korinthe 6:19
Deze woorden hebben een gezegende betekenis: „gij zijt uws zelfs niet”. Bedenk dat u aan iemand moet toebehoren. Als God uw meester niet is, dan zal de duivel het zijn. Als de genade niet over u heerst, dan zal de zonde over u heersen. Als Christus niet uw alles en in allen is, dan zal de wereld het zijn. Het is niet zo dat wij overal volkomen vrij kunnen rondzwerven; iemand wil ons hebben.
Wij moeten een of andere meester hebben. Welke is dan de beste? Een goedertieren Weldoener, zoals God Zich altijd betoond heeft; een genadig, liefhebbend en teder Vader; een liefdevolle, vergevende Vriend; een teerhartige, medelijdende Verlosser, Die in staat is ons volkomen te verlossen? Of een wrede duivel, een ellendige wereld en een goddeloos, laag en verfoeilijk hart? Waaronder is het beter te leven? Onder de zachte dwang van de stervende liefde van een dierbare Verlosser, onder de invloed, de beginselen, de beloften en de bemoedigingen van het Evangelie? Of rondwandelen in ingebeelde vrijheid, met de zonde in het hart, die daar heerschappij voert en ons in ketenen geboeid houdt tot de grote oordeelsdag?
Ook als wij alleen naar het leven hier beneden kijken, is er meer ware vreugde, voldoening en geluk in een half uur met God: in zoete vereniging en gemeenschap met de Heere van leven en heerlijkheid, in het lezen van Zijn Woord met een gelovig hart, in het vinden van toegang tot Zijn tegenwoordigheid, in het verstaan van iets van het neerdruppelen van Zijn gunst en genade. Er is meer degelijk geluk in een half uur dat zo in de ware dienst van God wordt doorgebracht, dan in alle geneugten van de zonde, alle lusten van het vlees, alle grootheid van het leven en alle vermaken die de wereld ooit bedacht heeft om de tijd te doden en zichzelf te bedriegen, in de gedachte dat men ten slotte de duivel wel zal bedriegen door berouw op het sterfbed.
Geef, Heer, de goeden Uwe zegen,
doe wèl aan ’t vroom gemoed.
Maar hem, die onrecht doet
en die zich neigt tot kromme wegen,
zal God verdoen, doch Isrel leven
en vrede geven.
Ps. 125:4
Aan de lezer…
Wie is uw meester, lezer? Het is een ernstige vraag, want vrij zijn wij niet. Als de genade niet over ons heerst, dan heerst de zonde; als Christus niet ons alles is, dan is het de wereld. Misschien voelt u met smart hoezeer uw eigen hart nog naar die oude meesters trekt, en hoe snel u zich laat meeslepen. Ik verzwijg die strijd niet.
Maar zie dan Wie Hij is aan Wie u mag toebehoren: een goedertieren Weldoener, een teder Vader, een vergevende Vriend, een medelijdende Verlosser, Die in staat is volkomen te verlossen. Is een half uur in Zijn nabijheid, in het lezen van Zijn Woord met een gelovig hart, niet meer waard dan alle vermaken die de wereld ooit bedacht heeft? Dank Hem er dan voor dat u niet van uzelf bent. Onder de zachte dwang van Zijn liefde ligt de ware vrijheid.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ye are not your own.
1 Corinthians 6:19
There is a blessed sense in these words, “You are not your own.” Remember you must be someone’s. If God is not your master, the devil will be; if grace does not rule, sin will reign; if Christ is not your all in all, the world will be. It is not as though we could roam abroad in perfect liberty. Someone will have us. We must have a master of one kind or another; and which is best, a bounteous benevolent Benefactor such as God has ever shown Himself to be; a merciful, loving, and tender Parent; a kind, forgiving Father and Friend; and a tender-hearted, compassionate Redeemer, able to save us to the uttermost; or a cruel devil, a miserable world, and a wicked, vile, abominable heart?
Which is better, to live under the sweet constraints of the dying love of a dear Redeemer; under gospel influences, gospel principles, gospel promises, and gospel encouragements; or to walk in imagined liberty, with sin in our heart, exercising dominion and mastery there; and binding us in iron chains to the judgment of the great day?
Even taking the present life, there is more real pleasure, satisfaction, and happiness in half an hour with God, in sweet union and communion with the Lord of life and glory, in reading His Word with a believing heart, in finding access to His sacred presence, in knowing something of the droppings in of His favor and mercy–there is more solid happiness in half an hour thus spent in the real service of God, than in all the delights of sin, all the lusts of the flesh, all the pride of life, and all the amusements that the world has ever devised to kill time and cheat self, thinking, by a death-bed repentance, at last to cheat the devil.
To the reader…
Who is your master? It is a solemn question, for we are not free. If grace does not rule over us, sin rules; if Christ is not our all, the world is. Perhaps you feel with sorrow how much your own heart still pulls towards those old masters, and how quickly you let yourself be carried away. I do not keep silent about that conflict.
But see, then, who He is to whom you may belong: a bountiful Benefactor, a tender Father, a forgiving Friend, a compassionate Redeemer, Who is able to save to the uttermost. Is not half an hour in His presence, reading His Word with a believing heart, worth more than all the amusements the world has ever devised? Thank Him, then, that you are not your own. Under the sweet constraint of His love lies true liberty.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
No sois vuestros.
1 Corintios 6:19
Hay un sentido bendito en estas palabras: “No sois vuestros”. Recuerde que usted ha de ser de alguien. Si Dios no es su señor, lo será el diablo; si la gracia no gobierna, reinará el pecado; si Cristo no es su todo en todo, lo será el mundo. No es como si pudiéramos andar por ahí en perfecta libertad. Alguien nos tendrá. Hemos de tener un señor de una clase o de otra; y ¿qué es mejor: un Bienhechor generoso y benévolo, como Dios siempre se ha mostrado; un Padre misericordioso, amoroso y tierno; un Padre y Amigo bondadoso y perdonador; y un Redentor de corazón tierno y compasivo, poderoso para salvarnos eternamente; o un diablo cruel, un mundo miserable y un corazón malvado, vil y abominable?
¿Qué es mejor: vivir bajo el dulce constreñimiento del amor moribundo de un Redentor amado, bajo influencias del evangelio, principios del evangelio, promesas del evangelio y alientos del evangelio; o andar en una libertad imaginaria, con el pecado en nuestro corazón ejerciendo allí dominio y señorío, y atándonos con cadenas de hierro para el juicio del gran día?
Aun tomando solo la vida presente, hay más verdadero placer, satisfacción y felicidad en media hora con Dios, en dulce unión y comunión con el Señor de la vida y de la gloria, en leer Su Palabra con un corazón creyente, en hallar acceso a Su sagrada presencia, en conocer algo de las gotas de Su favor y misericordia; hay más felicidad sólida en media hora así empleada en el verdadero servicio de Dios, que en todos los deleites del pecado, todos los deseos de la carne, toda la soberbia de la vida y todas las diversiones que el mundo jamás ha inventado para matar el tiempo y engañarse a sí mismo, pensando, con un arrepentimiento en el lecho de muerte, engañar al fin al diablo.
Al lector…
¿Quién es su señor? Es una pregunta solemne, porque no somos libres. Si la gracia no nos gobierna, gobierna el pecado; si Cristo no es nuestro todo, lo es el mundo. Quizá usted siente con tristeza cuánto su propio corazón tira todavía hacia aquellos viejos señores, y con qué rapidez se deja arrastrar. No callo ese conflicto.
Pero vea, entonces, quién es Aquel a Quien usted puede pertenecer: un Bienhechor generoso, un Padre tierno, un Amigo que perdona, un Redentor compasivo, Quien puede salvar eternamente. ¿No vale más media hora en Su presencia, leyendo Su Palabra con un corazón creyente, que todas las diversiones que el mundo jamás ha inventado? Dele gracias, pues, porque usted no es suyo. Bajo el dulce constreñimiento de Su amor está la verdadera libertad.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk