Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s Vallei

Vandaag
7 november Door Baca’s vallei

Mijn volk waren verloren schapen.
Jeremia 50:6

Wanneer God de Heilige Geest met een ziel een begin maakt, gaat het zoals met de vingers van een mensenhand die een vonnis van veroordeling schreven op de muur van het paleis van de koning van Babel. Zo schrijft de gezegende Geest het woord „verloren” op het geweten van elk vat van genade. En wanneer Hij dit woord met kracht in hun geweten heeft gedrukt, dragen zij het met zich mee alsof het in vurige letters geschreven is. De indruk daarvan kan ook nooit worden uitgewist, totdat hij door het verzoenend bloed van de Middelaar wordt uitgewist. Zo worden door het onderwijs van de Heilige Geest in het geweten van de uitverkorenen de woorden „verloren, verloren, verloren” op de tafel van hun hart geschreven. „Verloren, verloren, verloren” is de uitroep van hun lippen; „verloren, verloren, verloren” ligt op de bodem van de ziel.

Er is geen kind van God dat niet min of meer kan zeggen wat „verloren” betekent. Niemand werd ooit in de armen van de hemelse Schaapherder opgenomen, op de bergen en heuvels opgezocht, op Zijn schouders gelegd en met blijdschap en vreugde thuisgebracht, of ooit tot een hemelse kennis van Jezus gebracht om gemeenschap met Hem te mogen hebben, die niets weet van kermen onder het gevoel van zijn verloren staat als een schuldig zondaar voor God.

Welnu, wanneer de ziel zo door de Heilige Geest onderwezen is dat zij zowel voelt als ziet en weet dat zij in zichzelf geen kracht heeft om zich te verlossen van de toekomende toorn, en daardoor wegzinkt in moedeloosheid en vrees, dan is het de tijd waarin de Heilige Geest gewoonlijk iets laat zien van de barmhartigheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. Wij vinden dit kostbaar beschreven in dat opmerkelijke hoofdstuk, Ezechiël 16. Het vat van barmhartigheid wordt daar afgebeeld als een pasgeboren kind, door zijn moeder verlaten en op het vlakke van het veld geworpen vanwege de walgelijkheid van zijn ziel op de dag dat het geboren werd.

Zo is de levendgemaakte ziel: als iemand met wie niemand medelijden heeft, als een verlaten, bevlekt, hulpeloos, verdorven, ellendig en uitgeworpen schepsel. Maar zij wordt niet aan zichzelf overgelaten. „Als Ik u voorbijging”, zegt de beminde Verlosser, „zo zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugelen over u uit (ten teken van ondertrouw, Ruth 3:9) en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werdt Mijne.”

Aan de lezer…

Hoe vaak hebt u dat ene woord in uw geweten geschreven gezien: „verloren”? Ligt het op de bodem van uw ziel als in vurige letters, en kunt u het niet uitwissen, hoe u het ook probeert? Schrik daar niet te erg van. Geen schaap werd ooit door de hemelse Schaapherder op Zijn schouders thuisgedragen zonder eerst te hebben gekermd onder het gevoel van zijn verloren staat. Dat woord schrijft de Heilige Geest Zelf, en Hij doet het niet om u te verderven.

Want wanneer de ziel wegzinkt in moedeloosheid en vrees en ziet dat zij zichzelf niet kan verlossen, dan is het de tijd van de barmhartigheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. U mag uzelf zien als dat verworpen kind op het vlakke van het veld, bevlekt en hulpeloos; maar Hij gaat voorbij, en uw tijd wordt de tijd der minne. Alleen Zijn verzoenend bloed wist dat woord uit, en Hij spreekt: „Gij werdt Mijne.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk