Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s Vallei

Vandaag
25 april Door Baca’s vallei

Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben de Koning, de Heere der heirscharen gezien.
Jesaja 6:5

God heeft Zijn Sion laten beschrijven als „vol wonden, striemen en etterbuilen”. Toen de kerk van God in Adam viel, viel zij zo zwaar dat zij al haar botten brak, en daarbij werd in die val haar vlees van het hoofd tot de voeten bedekt met wonden die gingen zweren. Haar verstand, haar geweten en haar genegenheden werden vreselijk verminkt. Haar verstand werd verduisterd, haar geweten gevoelloos, en haar genegenheden raakten vervreemd van God. Zo werd iedere eigenschap van de ziel bedorven en verkeerd.

Zoals bij een schip dat schipbreuk lijdt het water door elk lek naar binnen stroomt, zo ging het ook toen Adam op de klippen van de zonde en de verzoeking liep en schipbreuk leed aan het beeld van God, waarnaar hij geschapen was. De zonde brak door in alle vermogens van ziel en lichaam, ja, drong door tot de binnenste schuilhoeken van zijn wezen. Of, om een ander beeld te gebruiken: zoals wanneer iemand gebeten wordt door een giftige slang en het gif door iedere ader stroomt en hem van het hoofd tot de voeten vergiftigt, zo was het met Adam. De giftige slangenbeet van de zonde drong door tot in het binnenste van zijn ziel en tastte ook zijn lichaam aan, en vergiftigde hem zo van top tot teen.

Maar de vreselijke verwoesting die de zonde aanricht, wordt nooit gezien noch gevoeld totdat er geestelijk leven in de ziel wordt ingestort. Ach, wat een strijd veroorzaakt de zonde dan in het geweten, wanneer zij door de Geest van God wordt belicht! Hoe oppervlakkig of gering wij eerder ook over de zonde mogen hebben gedacht, pas wanneer haar gevaarlijke en boosaardige karakter door de Heilige Geest aan het licht wordt gebracht, wordt zij recht gezien en gevoeld, en men treurt en klaagt erover. Het is het zwaard van de Geest dat snijdt en verwondt. Het is dit komen tot leven en licht dat het geweten een diepe wond toebrengt; het is dit Goddelijke werk dat het hart verscheurt en deze diepe wonden veroorzaakt, die door niets anders dan de balsem in Gilead kunnen worden genezen.

En de arme, overtuigde zondaar wordt niet alleen in zijn geweten innerlijk door de zonde gewond en verscheurd wanneer die door de Geest van God wordt ontdekt, maar, zoals de profeet het zegt: „Het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat.” Hij gaat dan gebukt onder een weefsel van ongerechtigheden. Elk woord, elke gedachte en elke daad is door de zonde bezoedeld. Elk van zijn geestelijke vermogens is bedorven. De wil kiest het kwade, de genegenheden kleven aan aardse dingen. Het geheugen is als een kapotte zeef: het houdt het kwade vast en laat het goede vallen. Het oordeel is als een omgekochte of dronken rechter: het spreekt een onbezonnen of verkeerd oordeel uit. En het geweten is als een opiumschuiver: het slaapt en sluimert een gevoelloze slaap.

Deze ellendige staat is door de val over ons en in ons gekomen, en ieder kind van God moet er in zekere mate iets van kennen. Het heeft geen zin de zaak te verbloemen door te zeggen dat iemand door de genade van God en het bloed van Christus behouden kan worden zonder iets te kennen van de diepe ellende en ongerechtigheid waarin hij door de val is gekomen. Wij moeten afdalen in de diepte van de val om ons hart te leren kennen, en waartoe wij in staat zijn. Wij hebben nodig dat het scherpe mes van de Heere diep in ons geweten snijdt en het kwaad blootlegt dat zo diep in ons vleselijke gemoed besloten ligt, voordat wij iets kunnen ervaren van de schoonheid en de zegen van de zaligheid door genade.

Aan de lezer…

Hoe vaak schrikt u van wat u in uw eigen hart ontdekt: een wil die het kwade kiest, genegenheden die aan aardse dingen kleven, een geheugen als een kapotte zeef dat het kwade vasthoudt en het goede laat vallen! Misschien dacht u vroeger licht over de zonde, en nu kunt u er niet meer overheen kijken. Het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat.

Het is bitter om zo af te dalen in de diepte van de val. Maar weet dat een dode ziel dit niet voelt. Het is het zwaard van de Geest dat zo snijdt, en Hij verwondt niet om te doden, maar om de weg te banen voor de balsem in Gilead. Wie met de profeet moet zeggen: „Wee mij, want ik verga”, heeft iets van de Koning, de Heere der heirscharen, gezien. Hij Die u zo ontdekt, kan u ook laten ervaren wat de schoonheid en de zegen van de zaligheid door genade is.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk