
Het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het beeld Gods is.
2 Corinthe 4:4
O, welk een schoonheid en heerlijkheid blinken er uit het Evangelie, wanneer wij daarop zien in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God! Neem de leerstellingen der genade, afgescheiden van de Persoon van Christus, dan zijn het verstrooide ledematen; geen schoonheid is er in. Maar beschouw de waarheden van het Evangelie in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God; welk een hemels licht, welk een Goddelijke heerlijkheid wordt er dan op iedere waarheid geworpen met betrekking tot Zijn heilige Persoon, verzoenend bloed, volbracht werk en stervende liefde! Dit is de rechte manier om het Evangelie op te vatten; niet als een samenstel van lapjes en reepjes, of als een blote verzameling of ontwerp van zekere leerstellingen, die op en neer drijven in het Woord van God gelijk strandgoed van een gestrand schip, maar als een welluidend Evangelie, vol genade, barmhartigheid en waarheid, verzadigd met Goddelijke heerlijkheid, en dit alles verbonden met en ontspringende uit de Persoon van de Middelaar.
Hoe heft het ons op gedurende de tijd dat wij ertoe verwaardigd worden, boven de zonde en de ellende, en zien wij onze volmaaktheid in Christus, ons aandeel in Zijn volbracht werk, en beschouwen wij onszelf als leden van Zijn verborgen lichaam, triomferende in Zijn heilige overwinning. Wij verheugen ons daarin en varen met Hem op boven de rook en het geraas van deze duistere plaats, die de mensen aarde noemen. Gelijk iemand die uit de Londense mist opklimt tot een zuivere atmosfeer en zich op zekere bergtop koestert in de heldere stralen der zon, zo kan ook het beminde kind van God, wanneer hij verwaardigd wordt zijn recht duidelijk te lezen, zijn naam geschreven zien in het boek des levens, de liefde Gods in zijn hart gevoelen en zich in Christus verblijden. Hij wordt boven de rook en de mist van deze duistere plaats verheven. Hij ontwaart dat hij met Christus zit in hemelse plaatsen en hij bemerkt een zoete overwinning over iedere inwendige, uitwendige en helse vijand.
En geen andere weg is er die ons daar boven brengen kan. Gelijk iemand in de Londense mist met deze te kampen heeft in het oosten, westen, zuiden en noorden, het is mist en overal mist, zo is het wanneer wij voortgaande overal de zonde en het eigen ik ontmoeten; hetzij wij noord-, zuid-, west- of oostwaarts gaan, wij ontmoeten niets dan mist, zware, dichte mist. Wij moeten eruit opklimmen tot de bergtop, en dit kan alleen plaatshebben door een zoete overreding van ons aandeel in het bloed en de liefde van de Zoon van God. Deze heft op en heft uit, zij geeft kracht en geeft alleen de overwinning. En voor zover wij de verwezenlijking van deze dierbare zaak missen, tasten wij naar de wand als de blinden en struikelen wij in woeste plaatsen gelijk de kreupelen.
Het is waar dat Gods kinderen grotendeels slechts weinig van deze dierbare gestalten beleven; het is zo genoten en weggesloten. Maar het is toch zoveel, dat zij de zoetheid, de schoonheid en heerlijkheid ervan kennen, en daarom genoegzaam, zolang zij het beleven, om hen in hun loop te doen volharden, strijdende totdat zij de eeuwige heerlijkheid bereiken.
Aan de lezer…
Leeft u in een dichte mist, lieve lezer, waar u naar alle kanten niets dan zonde en uw eigen ik ontmoet? Gaat u oostwaarts of westwaarts, het is overal mist, en u tast naar de wand als een blinde. Dan wordt het u duidelijk dat geen leerstelling op zichzelf u daaruit kan halen. De waarheden van het Evangelie zijn als verstrooide ledematen, zolang zij niet gezien worden in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God.
Maar wanneer Christus erin gezien wordt, Zijn verzoenend bloed, Zijn volbracht werk en Zijn stervende liefde, dan blinkt er een hemels licht uit. Dan mag een arme ziel als op een bergtop boven de mist uitklimmen en zich in Hem verblijden. Het is waar: Gods kinderen beleven er dikwijls maar weinig van; het is zo genoten en weggesloten. Maar ook dat weinige is genoeg om u te doen volharden, strijdende totdat u de eeuwige heerlijkheid bereikt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het beeld Gods is.
2 Corinthe 4:4
O, wat een schoonheid en heerlijkheid stralen er uit het Evangelie wanneer wij het zien in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God! Neem de leerstukken van de genade los van de Persoon van Christus, dan zijn het verstrooide ledematen; er is geen schoonheid in. Maar beschouw de waarheden van het Evangelie in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God: wat een hemels licht, wat een goddelijke heerlijkheid valt er dan op iedere waarheid, in verband met Zijn heilige Persoon, Zijn verzoenend bloed, Zijn volbracht werk en Zijn stervende liefde! Dit is de juiste manier om het Evangelie op te vatten. Niet als een samenraapsel van lapjes en reepjes, of als een losse verzameling of opzet van bepaalde leerstellingen, die in het Woord van God op en neer drijven als wrakhout van een gestrand schip. Nee, als een welluidend Evangelie, vol genade, barmhartigheid en waarheid, verzadigd met goddelijke heerlijkheid, en dat alles verbonden met en ontspringend uit de Persoon van de Middelaar.
Hoe tilt het ons, zolang wij dat mogen beleven, op boven de zonde en de ellende! Dan zien wij onze volmaaktheid in Christus en ons deel aan Zijn volbracht werk, en beschouwen wij onszelf als leden van Zijn verborgen lichaam, die triomferen in Zijn heilige overwinning. Wij verheugen ons daarin en stijgen met Hem op boven de rook en het rumoer van deze duistere plaats, die de mensen aarde noemen. Zoals iemand die uit de Londense mist opklimt naar een zuivere lucht en zich op een bergtop koestert in de heldere stralen van de zon, zo is het ook met het geliefde kind van God, wanneer het zijn recht duidelijk mag lezen, zijn naam geschreven mag zien in het boek des levens, de liefde van God in zijn hart mag voelen en zich in Christus mag verblijden. Hij wordt boven de rook en de mist van deze duistere plaats verheven. Hij merkt dat hij met Christus zit in de hemel, en hij ervaart een zoete overwinning over iedere inwendige, uitwendige en helse vijand.
En er is geen andere weg die ons daarboven kan brengen. Zoals iemand in de Londense mist daarmee te kampen heeft in het oosten, westen, zuiden en noorden — het is mist en overal mist —, zo is het wanneer wij onderweg overal de zonde en het eigen ik tegenkomen. Of wij nu naar het noorden, zuiden, westen of oosten gaan, wij komen niets dan mist tegen, zware, dichte mist. Wij moeten eruit opklimmen naar de bergtop, en dat kan alleen gebeuren door een zoete overtuiging van ons deel aan het bloed en de liefde van de Zoon van God. Die tilt op en tilt eruit; die alleen geeft kracht en geeft de overwinning. En voor zover wij de werkelijkheid van deze dierbare zaak missen, tasten wij naar de wand als blinden en struikelen wij op woeste plaatsen als kreupelen.
Het is waar dat Gods kinderen meestal maar weinig van deze dierbare gestalten beleven; het is zo genoten en weer weggesloten. Maar het is toch zoveel dat zij de zoetheid, de schoonheid en de heerlijkheid ervan kennen. Daarom is het, zolang zij het beleven, genoeg om hen in hun loop te laten volharden, strijdend totdat zij de eeuwige heerlijkheid bereiken.
Aan de lezer…
Leeft u in een dichte mist, waar u naar alle kanten niets dan zonde en uw eigen ik tegenkomt? Gaat u naar het oosten of naar het westen, het is overal mist, en u tast naar de wand als een blinde. Dan wordt het u duidelijk dat geen leerstelling op zichzelf u daaruit kan halen. De waarheden van het Evangelie zijn als verstrooide ledematen, zolang zij niet gezien worden in verband met de Persoon en het werk van de Zoon van God.
Maar wanneer Christus erin gezien wordt, Zijn verzoenend bloed, Zijn volbracht werk en Zijn stervende liefde, dan straalt er een hemels licht uit. Dan mag een arme ziel als op een bergtop boven de mist uitklimmen en zich in Hem verblijden. Het is waar: Gods kinderen beleven er vaak maar weinig van; het is zo genoten en weer weggesloten. Maar ook dat weinige is genoeg om u te laten volharden, strijdend totdat u de eeuwige heerlijkheid bereikt.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“The light of the glorious gospel of Christ, who is the image of God.”
2 Corinthians 4:4
Oh! what beauty and blessedness shine forth in the gospel, when we view it connected with the Person and work of the Son of God! Take the doctrines of grace isolated from the Person of Christ; they are scattered limbs; there is no beauty in them; but view the truths of the gospel, in connection with the Person and work of the Son of God, what a heavenly light, what a divine glory is cast upon every truth connected with His sacred Person, atoning blood, finished work, and dying love! This is the way to receive the gospel—not as a thing of shreds and patches, a mere collection or scheme of certain doctrines floating up and down God’s Word, as waifs and strays from a stranded ship; but as one harmonious gospel, full of grace, mercy, and truth, impregnated with divine blessedness, and all connected with, all springing out of, the Person of the God-Man.
How it seems to lift us up for a time, while the feeling lasts, above sin, misery, and wretchedness, to view our completeness in Christ, to see our saving interest in His finished work, to behold ourselves members of His mystical body, to triumph in His holy triumphs, to rejoice in His victories, and to ascend with Him above the smoke and stir of this dim spot that men call earth. As one might rise out of a London fog into a pure atmosphere, and bask on some mountain-top in the bright beams of the sun, so the dear saint of God, when he is privileged to read his title clear, see his name in the book of life, feel the love of God in his heart, and rejoice in Christ, is lifted up above the fog and smoke of this dim spot, and sitting with Christ in heavenly places, he feels a sweet victory over every foe internal, external, and infernal.
And there is no other way whereby we can get out of it. Like a man in the London fog, struggling on with fog in the east, west, north, south, fog and smoke all around; so it is while we are struggling onward with sin and self—north, south, east, and west, there is nothing but fog, fog, deep and dense. We must be raised out of it to the mountain-top, and this only can be by being lifted up by a sweet testimony of saving interest in the blood and love of the Son of God. This lifts up, this lifts out; this gives strength, and this alone will give victory; and so far as we fall short of realizing these precious things, we grope for the wall like the blind, and stumble in desolate places like dead men.
It is true that for the most part the saints of God only have a little of these blessed things, from time to time, just brought in and taken away, but sufficient to taste their sweetness, to know their beauty, to see their glory, and therefore sufficient, while they last, to help them onward in their course, and keep them struggling on, until they reach that eternal glory.
To the reader…
Are you living in a thick fog, where on every side you meet nothing but sin and your own self? Whether you go east or west, there is fog everywhere, and you grope for the wall like the blind. Then it becomes clear to you that no doctrine by itself can bring you out of it. The truths of the gospel are like scattered limbs as long as they are not seen in connection with the Person and work of the Son of God.
But when Christ is seen in them, His atoning blood, His finished work and His dying love, a heavenly light shines out of them. Then a poor soul may climb above the fog as on a mountain-top and rejoice in Him. It is true that God’s children often experience but little of this; it is enjoyed and then shut away again. But even that little is enough to make you persevere, struggling on until you reach the eternal glory.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“La lumbre del evangelio de la gloria de Cristo, el cual es la imagen de Dios.”
2 Corintios 4:4
¡Oh, qué hermosura y bienaventuranza resplandecen en el evangelio cuando lo contemplamos unido a la Persona y obra del Hijo de Dios! Tome las doctrinas de la gracia aisladas de la Persona de Cristo: son miembros dispersos; no hay hermosura en ellas; pero contemple las verdades del evangelio en relación con la Persona y obra del Hijo de Dios, ¡y qué luz celestial, qué gloria divina se derrama sobre cada verdad unida a Su sagrada Persona, Su sangre expiatoria, Su obra consumada y Su amor moribundo! Esta es la manera de recibir el evangelio: no como una cosa de retazos y remiendos, una mera colección o esquema de ciertas doctrinas que flotan de acá para allá en la Palabra de Dios, como restos a la deriva de un barco encallado; sino como un evangelio armonioso, lleno de gracia, misericordia y verdad, impregnado de bienaventuranza divina, y todo unido a la Persona del Dios-Hombre y todo brotando de ella.
¡Cómo parece elevarnos por un tiempo, mientras dura el sentimiento, por encima del pecado, la miseria y la desdicha, el contemplar nuestra plenitud en Cristo, ver nuestra parte salvadora en Su obra consumada, mirarnos como miembros de Su cuerpo místico, triunfar en Sus santos triunfos, regocijarnos en Sus victorias y subir con Él por encima del humo y del bullicio de este rincón sombrío que los hombres llaman tierra! Así como uno podría elevarse de una niebla londinense a una atmósfera pura y bañarse en la cima de algún monte en los brillantes rayos del sol, así el querido santo de Dios, cuando tiene el privilegio de leer claro su título, ver su nombre en el libro de la vida, sentir el amor de Dios en su corazón y regocijarse en Cristo, es elevado por encima de la niebla y del humo de este rincón sombrío y, sentado con Cristo en los lugares celestiales, siente una dulce victoria sobre todo enemigo, interior, exterior e infernal.
Y no hay otro modo de salir de ello. Como un hombre en la niebla de Londres, que avanza a duras penas con niebla al este, al oeste, al norte y al sur, niebla y humo por todas partes, así sucede mientras luchamos por avanzar con el pecado y el yo: al norte, al sur, al este y al oeste no hay más que niebla, niebla honda y densa. Hemos de ser levantados de ella hasta la cima del monte, y esto solo puede ser siendo elevados por un dulce testimonio de parte salvadora en la sangre y el amor del Hijo de Dios. Esto levanta, esto saca afuera; esto da fuerza, y solo esto dará la victoria; y en la medida en que nos quedamos cortos de hacer reales estas cosas preciosas, palpamos la pared como ciegos y tropezamos en lugares desolados como muertos.
Es verdad que, en su mayor parte, los santos de Dios solo tienen un poco de estas benditas cosas, de vez en cuando, apenas traídas y quitadas de nuevo, pero lo suficiente para gustar su dulzura, conocer su hermosura, ver su gloria, y por eso lo suficiente, mientras duran, para ayudarles a seguir adelante en su carrera y mantenerlos luchando hasta que lleguen a aquella gloria eterna.
Al lector…
¿Vive usted en una niebla espesa, donde por todos lados no encuentra más que pecado y su propio yo? Vaya al este o al oeste, hay niebla por todas partes, y palpa la pared como un ciego. Entonces se le hace claro que ninguna doctrina por sí sola puede sacarle de ella. Las verdades del evangelio son como miembros dispersos mientras no se ven en relación con la Persona y obra del Hijo de Dios.
Pero cuando se ve a Cristo en ellas, Su sangre expiatoria, Su obra consumada y Su amor moribundo, una luz celestial resplandece de ellas. Entonces un alma pobre puede subir por encima de la niebla como a la cima de un monte y regocijarse en Él. Es verdad que los hijos de Dios a menudo experimentan poco de esto; se goza y luego vuelve a ocultarse. Pero aun ese poco basta para hacerle perseverar, luchando hasta que llegue a la gloria eterna.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk