
Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
1 Korinthe 2:5
Ik moge het geloof noemen het grote getij der ziel. Ik zal trachten deze uitdrukking te verklaren. Wij zien de Theems dag aan dag ebben en vloeien. Waardoor wordt deze beweging veroorzaakt? Het komt hier vandaan, dat de zee in het Kanaal gedurig verandert, in het wassen en weer terugvloeien van het water. Het is een duidelijke verklaring.
Maar hoe komt het, dat het water in het Kanaal gedurig op en neer gaat? Deze beweging van het water, die men het grote getij noemt, wordt teweeggebracht door de Atlantische Oceaan, die, waar zij eb en vloed heeft, alle andere getijen der naburige zeeën beheerst; en zo is het, dat het getij in het Kanaal en in de rivier de Theems ook eb en vloed heeft, in vereniging met deze beweging van de Atlantische Oceaan. Nu, bij vergelijking is het geloof het getij der ziel, en alle genaden en vruchten van de Geest ebben en vloeien naarmate het geloof wast of ebt. Wanneer het geloof in de ziel wast, wassen ook de genaden en vruchten van de Geest in dezelfde verhouding. Het licht vermeerdert, het leven verdiept zich, de vreze Gods wordt krachtiger, de hoop klaart op en de liefde verwakkert.
En als dit grote getij in de ziel ebt of teruggaat, dan verminderen alle kleinere getijen van de genade des Geestes evenzeer. Dus wanneer het geloof in de ziel inzinkt en op een laag peil geraakt, dan zinken en verminderen alle andere genaden in oefening. De vertroosting kwijnt weg; de hoop vernauwt zich tot een klein stroompje; het leven neemt af en bepaalt zich binnen een kleine omloop, en de liefde wordt teruggebracht tot een ondiep kanaal. En gelijk wij bij lage eb in de Theems de modderige banken zien bovenkomen, zo ook, wanneer het geloof in de ziel is ingezonken, zien en ontwaren wij niet veel meer dan modder en slijk van verderf.
Maar wat of wie stelt het grote getij in beweging? Er is ook een reden voor. Het wordt opgetrokken door de zon en het gehoorzaamt aan die aantrekkingskracht der zon. En is dit geestelijk genomen ook niet zo in de ziel? Wordt zij niet opgetrokken door de Zon der gerechtigheid, gelijk de natuurlijke zon het water van de oceaan beheerst en het doet ebben en vloeien? En wanneer die heerlijke Zon ophoudt ons geloof op te trekken, ebt en zinkt het dan niet tastbaar in de ziel, gelijk in de natuur de zee afebt wanneer de zon zich terugtrekt?
Aan de lezer…
Wie de wegen des Heeren kent, weet dat het soms eb kan zijn in de ziel; misschien is het dat nu ook bij u. Is de vertroosting weggekwijnd, de hoop een klein stroompje geworden, en ziet u niet veel meer dan modder en slijk van verderf? Schrik daar niet te zeer van. Het geloof is als het grote getij der ziel; zinkt het in, dan zinken alle andere genaden mee. Maar komt het weer op, dan wast het licht, verdiept zich het leven, klaart de hoop op en verwakkert de liefde.
En wie doet het getij weer opkomen? U kunt het niet zelf omhoog pompen; de wijsheid der mensen faalt hier geheel. Het wordt opgetrokken door de Zon der gerechtigheid, gelijk de zee gehoorzaamt aan de aantrekkingskracht van de zon. Zie dan niet zozeer op de lage stand van uw geloof, maar op Hem, Die het kan doen rijzen. Uw geloof moet niet staan in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
1 Korinthe 2:5
Ik mag het geloof het grote getij van de ziel noemen. Ik zal proberen deze uitdrukking uit te leggen. Wij zien de Theems dag aan dag eb en vloed hebben. Waardoor wordt die beweging veroorzaakt? Zij komt hiervandaan, dat de zee in het Kanaal voortdurend verandert, doordat het water stijgt en weer terugvloeit. Dat is een duidelijke verklaring.
Maar hoe komt het dat het water in het Kanaal voortdurend op en neer gaat? Deze beweging van het water, die men het grote getij noemt, wordt veroorzaakt door de Atlantische Oceaan, die met haar eb en vloed alle andere getijden van de naburige zeeën beheerst. Zo komt het dat het getij in het Kanaal en in de rivier de Theems ook eb en vloed heeft, in samenhang met deze beweging van de Atlantische Oceaan. Welnu, bij vergelijking is het geloof het getij van de ziel, en alle genaden en vruchten van de Geest ebben en vloeien naarmate het geloof stijgt of daalt. Wanneer het geloof in de ziel stijgt, nemen ook de genaden en vruchten van de Geest in dezelfde mate toe. Het licht neemt toe, het leven verdiept zich, de vreze Gods wordt krachtiger, de hoop klaart op en de liefde wordt levendig.
En wanneer dit grote getij in de ziel ebt of terugtrekt, dan nemen alle kleinere getijden van de genade van de Geest evenzeer af. Wanneer het geloof in de ziel wegzakt en op een laag peil komt, zakken alle andere genaden in hun oefening mee weg en nemen af. De vertroosting kwijnt weg; de hoop krimpt tot een klein stroompje; het leven neemt af en blijft beperkt tot een kleine kring; en de liefde wordt teruggebracht tot een ondiepe geul. En zoals wij bij laag water in de Theems de modderbanken boven zien komen, zo zien en merken wij, wanneer het geloof in de ziel is weggezakt, niet veel meer dan modder en slijk van verderf.
Maar wat of wie zet het grote getij in beweging? Ook daar is een oorzaak voor. Het wordt omhooggetrokken door de zon en gehoorzaamt aan de aantrekkingskracht van de zon. En is het geestelijk gezien in de ziel niet net zo? Wordt zij niet omhooggetrokken door de Zon der gerechtigheid, zoals de natuurlijke zon het water van de oceaan beheerst en het laat ebben en vloeien? En wanneer die heerlijke Zon ophoudt ons geloof omhoog te trekken, ebt en zakt het dan niet merkbaar weg in de ziel, zoals in de natuur de zee wegebt wanneer de zon zich terugtrekt?
Aan de lezer…
Wie de wegen van de Heere kent, weet dat het soms eb kan zijn in de ziel; misschien is het dat nu ook bij u. Is de vertroosting weggekwijnd, de hoop een klein stroompje geworden, en ziet u niet veel meer dan modder en slijk van verderf? Schrik daar niet te zeer van. Het geloof is als het grote getij van de ziel; zakt het weg, dan zakken alle andere genaden mee. Maar komt het weer op, dan neemt het licht toe, verdiept het leven zich, klaart de hoop op en wordt de liefde levendig.
En wie doet het getij weer opkomen? U kunt het niet zelf omhoog pompen; de wijsheid van mensen schiet hier volledig tekort. Het wordt omhooggetrokken door de Zon der gerechtigheid, zoals de zee gehoorzaamt aan de aantrekkingskracht van de zon. Kijk dan niet zozeer naar de lage stand van uw geloof, maar naar Hem Die het kan doen rijzen. Uw geloof moet niet staan in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“That your faith should not stand in the wisdom of men, but in the power of God.”
1 Corinthians 2:5
True faith I may call the grand tidal wave of the soul. I will endeavor to explain the expression. We see the river Thames day by day ebbing and flowing. What causes this change? You answer, “It is produced by the sea in the Channel alternately coming up and retiring.” It is a true explanation. But what makes the sea of the Channel alternately come up and retire? There is what is called “a grand tidal wave” that comes across the Atlantic Ocean, which, as it ebbs and flows, affects all the minor tides of the neighboring seas; and thus the tide of the Channel, and that of the river Thames, ebb and flow in unison with this huge Atlantic wave.
In the same way faith is the tidal wave of the soul; and all the graces and fruits of the Spirit ebb and flow just as faith rises, or just as faith sinks. If faith rises in the soul, all the graces and fruits of the Spirit rise with it; light increases, life is deepened, the fear of God strengthened, hope brightened, and love augmented. And when this great tidal wave of faith falls in the soul, all the minor tides of the Spirit’s graces fall in unison with it.
Thus when faith recedes and becomes low in the soul, all the other graces of the Spirit sink with it; consolation ebbs out altogether, hope recedes to a narrow streamlet, life dwindles to a scanty current, and love is reduced to a shallow channel. And as in the Thames we see, at low tide, the muddy banks which the stream has forsaken, so as faith sinks to a low ebb in the soul, there seems little else left but the mud and mire of corruption.
But what makes the grand tidal wave itself move? There is a cause for that also. It is drawn up by, and obeys the attraction of the sun. And is not this true spiritually of the grand tidal wave of faith in the soul? Is it not drawn up by the Sun of righteousness, as the natural sun draws up the wave of the ocean, and makes it ebb and flow? And when that glorious Sun ceases to draw up faith, does it not ebb and sensibly sink in the soul, as the natural sea sinks when the sun recedes from it?
To the reader…
Whoever knows the ways of the Lord knows that it can sometimes be low tide in the soul; perhaps it is so with you now. Has comfort ebbed away, has hope become a little streamlet, and do you see little more than the mud and mire of corruption? Do not be too alarmed by it. Faith is like the great tide of the soul; when it sinks, all the other graces sink with it. But when it rises again, light increases, life deepens, hope brightens and love becomes lively.
And who makes the tide rise again? You cannot pump it up yourself; the wisdom of men falls completely short here. It is drawn up by the Sun of righteousness, just as the sea obeys the pull of the sun. Do not look so much, then, at the low level of your faith, but to Him Who can make it rise. Your faith should not stand in the wisdom of men, but in the power of God.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para que vuestra fe no esté fundada en sabiduría de hombres, mas en poder de Dios.
1 Corintios 2:5
La fe verdadera puedo llamarla la gran ola de marea del alma. Intentaré explicar la expresión. Vemos el río Támesis día tras día bajar y subir. ¿Qué causa este cambio? Usted responde: “Lo produce el mar del Canal, que alternativamente sube y se retira.” Es una explicación verdadera. Pero ¿qué hace que el mar del Canal alternativamente suba y se retire? Hay lo que se llama “una gran ola de marea” que atraviesa el océano Atlántico, la cual, al bajar y subir, afecta a todas las mareas menores de los mares vecinos; y así la marea del Canal y la del río Támesis bajan y suben al unísono con esta enorme ola del Atlántico.
De la misma manera la fe es la ola de marea del alma; y todas las gracias y frutos del Espíritu bajan y suben según la fe se eleva o según la fe se hunde. Si la fe se eleva en el alma, todas las gracias y frutos del Espíritu se elevan con ella; la luz aumenta, la vida se ahonda, el temor de Dios se fortalece, la esperanza se aviva y el amor crece. Y cuando esta gran ola de marea de la fe baja en el alma, todas las mareas menores de las gracias del Espíritu bajan al unísono con ella.
Así, cuando la fe se retira y se pone baja en el alma, todas las demás gracias del Espíritu se hunden con ella; el consuelo se vacía por completo, la esperanza se reduce a un estrecho arroyuelo, la vida mengua hasta una escasa corriente, y el amor queda reducido a un cauce poco profundo. Y así como en el Támesis vemos, en marea baja, las orillas fangosas que la corriente ha abandonado, así, cuando la fe se hunde hasta un nivel bajo en el alma, parece que apenas queda otra cosa que el lodo y el cieno de la corrupción.
Pero ¿qué hace mover a la gran ola de marea misma? También para eso hay una causa. Es atraída por el sol y obedece a su atracción. ¿Y no es esto verdad espiritualmente de la gran ola de marea de la fe en el alma? ¿No es atraída por el Sol de justicia, como el sol natural atrae la ola del océano y la hace bajar y subir? Y cuando ese glorioso Sol deja de atraer la fe, ¿no baja ella y se hunde sensiblemente en el alma, como el mar natural baja cuando el sol se aleja de él?
Al lector…
Quien conoce los caminos del Señor sabe que a veces puede haber marea baja en el alma; quizá le ocurra a usted ahora. ¿Se ha retirado el consuelo, se ha vuelto la esperanza un pequeño arroyuelo, y ve usted poco más que el lodo y el cieno de la corrupción? No se alarme demasiado por ello. La fe es como la gran marea del alma; cuando se hunde, todas las demás gracias se hunden con ella. Pero cuando vuelve a subir, la luz aumenta, la vida se ahonda, la esperanza se aviva y el amor se vuelve vivo.
¿Y quién hace subir de nuevo la marea? Usted no puede bombearla por sí mismo; la sabiduría de los hombres se queda aquí completamente corta. Es atraída por el Sol de justicia, así como el mar obedece la atracción del sol. No mire, pues, tanto al nivel bajo de su fe, sino a Aquel que puede hacerla subir. Su fe no ha de estar fundada en sabiduría de hombres, sino en el poder de Dios.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk