
Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd.
2 Corinthe 4:8
Gods kind wordt verdrukt van alle zijden, omdat hij aan elke kant, vanwaar hij verdrukt kan worden, een geestelijke zowel als een tijdelijke kant heeft; een zijde wat zijn ziel en een zijde wat zijn lichaam betreft, een zijde aangaande zijn bovennatuurlijk en een zijde aangaande zijn natuurlijk leven, een zijde wat zijn nieuwe mens en een zijde wat zijn oude mens betreft. En daar het noodzakelijk voor hem is het lijdend beeld van Christus gelijkvormig te worden, komen moeite en zorg van alle zijden op hem af om hem Christus gelijkvormig te maken.
Zelfs worden zijn verdrukkingen vermeerderd in verhouding tot zijn genade, want hoe meer verdrukkingen er zijn, des te overvloediger zijn de vertroostingen, en een overvloed van vertroosting is maar een overvloed van genade. Dus hoe meer genade, des te groter zal het lijden zijn; en hoe inniger hij het pad bewandelt dat de Heere welbehagelijk is overeenkomstig Zijn wil en Woord, hoe meer hij zal gedoopt worden met de doop van smart en beproeving, waarmede Zijn dierbaar Hoofd tevoren is gedoopt geworden.
„Doch niet benauwd.” De woorden „niet benauwd” betekenen letterlijk dat wij niet opgesloten zijn in een nauwe, beperkte ruimte, waaraan een uitgang gemist wordt. Dit stemt overeen met een uitdrukking van de apostel in een andere plaats, waar hij zegt: „Welke u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.” En dit komt heel goed overeen met Davids woorden: „Gij hebt mijn ziel in benauwdheden gekend.” Hier is de benauwdheid van alle zijden. Maar hij voegt eraan toe: „En hebt mij niet overgegeven in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.”
Niet overgeleverd te zijn in de handen des vijands, wil zeggen: niet door God overgegeven ter doodslag aan de tegenstander. En de voeten doen staan in de ruimte, wil zeggen: een plaats verschaft waarin ik mij kan bewegen; een plaats die mij tot een ontkoming is van dood en verderf. Zo heeft de stervende christen een God ter toevlucht; een Zaligmaker in Wiens armen hij zijn vermoeide ziel kan werpen; een gezegende Geest, Die van tijd tot tijd zijn twijfelingen en vrezen tegemoet komt en een dierbare belofte aan zijn belast gemoed toepast, Die hem een berusten in en onderwerping aan de verdrukkende hand Gods geeft, en Die de donkere vallei van de schaduw des doods, die hij betreden moet, verlicht door een liefelijke straal van Evangelielicht.
Aan de lezer…
Deze woorden zijn voor u, als u van alle zijden verdrukt wordt. Naar de ziel en naar het lichaam, van binnen en van buiten, zodat u nergens heen kunt zien zonder moeite en zorg te ontmoeten? Verwonder u daar niet over, alsof u iets vreemds overkwam. Zo wordt Gods kind het lijdend beeld van Christus gelijkvormig gemaakt, en waar de verdrukkingen overvloedig zijn, zijn ook de vertroostingen overvloedig.
Want let op dat kleine woord: „doch niet benauwd.” U bent niet opgesloten in een ruimte zonder uitgang. Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven. Hij heeft u niet overgegeven in de hand des vijands, en Hij zal uw voeten doen staan in de ruimte. Bent u vermoeid, werp uw ziel dan in de armen van de Zaligmaker. Ook in de donkere vallei van de schaduw des doods laat Hij een liefelijke straal van Evangelielicht schijnen voor wie op Hem ziet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd.
2 Corinthe 4:8
Gods kind wordt van alle kanten verdrukt, omdat hij aan elke kant waarvandaan hij verdrukt kan worden, zowel een geestelijke als een tijdelijke kant heeft: een kant die zijn ziel en een kant die zijn lichaam betreft, een kant die zijn bovennatuurlijk leven en een kant die zijn natuurlijk leven betreft, een kant die zijn nieuwe mens en een kant die zijn oude mens betreft. En omdat het voor hem noodzakelijk is gelijkvormig te worden aan het lijdende beeld van Christus, komen moeite en zorg van alle kanten op hem af om hem aan Christus gelijkvormig te maken.
Zijn verdrukkingen worden zelfs vermeerderd in verhouding tot zijn genade. Want hoe meer verdrukkingen er zijn, des te overvloediger zijn de vertroostingen, en een overvloed van vertroosting is niets anders dan een overvloed van genade. Dus hoe meer genade, des te groter zal het lijden zijn. En hoe nauwer hij het pad bewandelt dat de Heere welgevallig is overeenkomstig Zijn wil en Woord, hoe meer hij gedoopt zal worden met de doop van smart en beproeving, waarmee zijn dierbaar Hoofd vóór hem gedoopt is.
„Doch niet benauwd.” De woorden „niet benauwd” betekenen letterlijk dat wij niet opgesloten zijn in een nauwe, beperkte ruimte zonder uitgang. Dit stemt overeen met een uitdrukking van de apostel op een andere plaats, waar hij zegt: „Welke u niet zal laten verzocht worden boven hetgeen gij vermoogt; maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven, opdat gij ze kunt verdragen.” En dit komt heel goed overeen met de woorden van David: „Gij hebt mijn ziel in benauwdheden gekend.” Hier is de benauwdheid van alle kanten. Maar hij voegt eraan toe: „En hebt mij niet overgegeven in de hand des vijands; Gij hebt mijn voeten doen staan in de ruimte.”
Niet overgegeven zijn in de handen van de vijand betekent: door God niet aan de tegenstander overgegeven om gedood te worden. En de voeten doen staan in de ruimte betekent: een plaats gegeven waarin ik mij kan bewegen; een plaats waardoor ik kan ontkomen aan dood en verderf. Zo heeft de stervende christen een God als toevlucht; een Zaligmaker in Wiens armen hij zijn vermoeide ziel kan werpen; een gezegende Geest, Die van tijd tot tijd zijn twijfels en vrezen tegemoetkomt en een dierbare belofte op zijn belaste gemoed toepast. Die Geest geeft hem berusting in en onderwerping aan de verdrukkende hand van God, en verlicht de donkere vallei van de schaduw des doods, die hij moet betreden, met een liefelijke straal van Evangelielicht.
Aan de lezer…
Deze woorden zijn voor u, als u van alle kanten verdrukt wordt. Naar de ziel en naar het lichaam, van binnen en van buiten, zodat u nergens heen kunt kijken zonder moeite en zorg te ontmoeten? Verwonder u daar niet over, alsof u iets vreemds overkwam. Zo wordt Gods kind gelijkvormig gemaakt aan het lijdende beeld van Christus, en waar de verdrukkingen overvloedig zijn, zijn ook de vertroostingen overvloedig.
Want let op die kleine woorden: „doch niet benauwd.” U bent niet opgesloten in een ruimte zonder uitgang. Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven. Hij heeft u niet overgegeven in de hand van de vijand, en Hij zal uw voeten doen staan in de ruimte. Bent u vermoeid, werp uw ziel dan in de armen van de Zaligmaker. Ook in de donkere vallei van de schaduw des doods laat Hij een liefelijke straal van Evangelielicht schijnen voor wie op Hem ziet.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“We are troubled on every side, yet not distressed.”
2 Corinthians 4:8
The saint of God is “troubled on every side,” because he has on every side on which he may be troubled, a spiritual side as well as a temporal side, a side in his soul as well as a side in his body, a side in his supernatural as well as in his natural life, a side in his new man of grace as well as a side in his old man of sin. And as it is necessary for him to be conformed to the suffering image of Christ, trouble comes upon him on every side and from every quarter, to make him like his blessed Lord. No, his troubles are multiplied in proportion to his grace, for the more the afflictions abound the more abundant are the consolations; and an abundance of consolation is but an abundance of grace. Thus, the more grace he has the greater will be his sufferings; and the more he walks in a path agreeable to the Lord, and in conformity to His will and Word, the more will he be baptized with the baptism of sorrow and tribulation with which his great Head was baptized before him.
“Yet not distressed.” The words “not distressed” literally signify that we are not shut up in a narrow spot from which there is no outlet whatever. It corresponds to an expression of the Apostle’s in another place where he says, “God will, with the temptation, also make a way to escape that you may be able to bear it;” and tallies well with the words of David—“You have known my soul in adversities.” There is the trouble on every side. But he adds, “And have not shut me up into the hand of the enemy; You have set my feet in a large room.” “Not being shut up into the hand of the enemy” is not being abandoned of God to the foeman’s death-stroke; and having “the feet set in a large room” is to have a place to move about in, one which affords an escape from death and destruction.
Thus, the dying Christian has a God to go to; a Saviour into Whose arms he may cast his weary soul; a blessed Spirit Who from time to time relieves his doubts and fears, applies a sweet promise to his burdened spirit, gives him resignation and submission to the afflicting hand of God, and illuminates the dark valley of the shadow of death, which he has to tread, with a blessed ray of gospel light.
To the reader…
These words are for you if you are troubled on every side. In soul and in body, within and without, so that you cannot look anywhere without meeting trouble and care? Do not wonder at that, as though some strange thing happened to you. This is how a child of God is conformed to the suffering image of Christ, and where the afflictions abound, the consolations abound as well.
For mark those small words: “yet not distressed.” You are not shut up in a place with no way out. With the temptation He will also make a way to escape. He has not shut you up into the hand of the enemy, and He will set your feet in a large room. Are you weary? Then cast your soul into the arms of the Saviour. Even in the dark valley of the shadow of death He lets a lovely ray of gospel light shine for the one who looks to Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Estamos atribulados en todo, mas no angustiados.
2 Corintios 4:8
El santo de Dios está “atribulado en todo”, porque tiene por todos lados flancos por donde puede ser atribulado: un lado espiritual así como un lado temporal, un lado en su alma así como un lado en su cuerpo, un lado en su vida sobrenatural así como en su vida natural, un lado en su hombre nuevo de gracia así como un lado en su viejo hombre de pecado. Y como le es necesario ser conformado a la imagen sufriente de Cristo, la tribulación viene sobre él por todos lados y desde todas partes, para hacerle semejante a su bendito Señor. Más aún, sus tribulaciones se multiplican en proporción a su gracia, porque cuanto más abundan las aflicciones, más abundantes son las consolaciones; y una abundancia de consolación no es sino una abundancia de gracia. Así, cuanta más gracia tenga, mayores serán sus sufrimientos; y cuanto más ande en un camino agradable al Señor, y en conformidad con Su voluntad y Su Palabra, tanto más será bautizado con el bautismo de tristeza y tribulación con que su gran Cabeza fue bautizado antes que él.
“Mas no angustiados.” Las palabras “no angustiados” significan literalmente que no estamos encerrados en un lugar estrecho del que no haya salida alguna. Corresponde a una expresión del Apóstol en otro lugar, donde dice: “Dios dará también juntamente con la tentación la salida, para que podáis aguantar”; y concuerda bien con las palabras de David: “Has conocido mi alma en las angustias.” Ahí está la tribulación por todos lados. Pero añade: “Y no me encerraste en mano del enemigo; hiciste estar mis pies en anchura.” “No ser encerrado en mano del enemigo” es no ser abandonado de Dios al golpe mortal del adversario; y tener “los pies en anchura” es tener un lugar donde moverse, uno que ofrece escape de la muerte y la destrucción.
Así, el cristiano moribundo tiene un Dios a quien acudir; un Salvador en cuyos brazos puede echar su alma cansada; un bendito Espíritu que de tiempo en tiempo alivia sus dudas y temores, aplica una dulce promesa a su espíritu cargado, le da resignación y sumisión a la mano de Dios que le aflige, e ilumina con un bendito rayo de luz del evangelio el oscuro valle de sombra de muerte que ha de atravesar.
Al lector…
Estas palabras son para usted si está atribulado en todo. ¿En el alma y en el cuerpo, por dentro y por fuera, de modo que no puede mirar a ninguna parte sin encontrar tribulación y preocupación? No se extrañe de ello, como si le sucediera alguna cosa extraña. Así es como un hijo de Dios es conformado a la imagen sufriente de Cristo, y donde abundan las aflicciones, abundan también las consolaciones.
Porque note esas pequeñas palabras: “mas no angustiados”. Usted no está encerrado en un lugar sin salida. Con la tentación, Él dará también la salida. No le ha encerrado en mano del enemigo, y pondrá sus pies en anchura. ¿Está cansado? Entonces eche su alma en los brazos del Salvador. Aun en el oscuro valle de sombra de muerte, Él hace brillar un hermoso rayo de luz del evangelio para quien mira a Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk