Als hun hart en genegenheden uitgingen naar afgoden, brengen deze dingen hen als middel terug.
Als zij zich gebroken bakken uithieuwen, slaan zij die allemaal aan stukken.
Als zij afgoden opstelden en zich ervoor bogen in de gebeelde binnenkameren, slaan verdrukking en moeite die voor hun ogen stuk. Zij nemen hun goden weg en laten hun geen andere toevlucht dan de Heere, de God van de heirscharen.
Wanneer een kind van God dus denkt dat het heel slecht met hem gaat omdat hij beladen is met smarten, verzoekingen en verdrukkingen, gaat het hem nooit zo goed. De donkerste wolken zullen op hun tijd opbreken. De meest verwarrende raadsels zullen vroeg of laat worden opgelost doordat de gezegende Geest ze uitlegt. De donkerste leidingen van de voorzienigheid zullen worden opgehelderd en wij zullen zien dat God in dit alles is. Hij leidt en voert ons op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.
Als u zich thuis voelt in de wereld
Want wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor Uw aangezicht, gelijk al onze vaders; onze dagen op aarde zijn als een schaduw, en er is geen verwachting. (1 Kronieken 29:15)
Als u het geloof van Abraham, Izak en Jakob bezit, belijdt u net als zij dat u een vreemdeling bent. Uw belijdenis komt voort uit een gelovig hart en een oprechte bevinding.
U voelt u een vreemdeling in deze goddeloze wereld.
Het is uw element niet.
Het is uw thuis niet.
U bent erin gedurende de tijd die God heeft bepaald maar u zwerft door deze wereld … een vreemdeling voor haar gezelschap; een vreemdeling voor haar stelregels; een vreemdeling voor haar mode; een vreemdeling voor haar beginselen; een vreemdeling voor haar beweegredenen; een vreemdeling voor haar lusten; een vreemdeling voor haar neigingen. U bent vreemd aan alles waarin deze wereld zich beweegt als in haar eigen element.
De genade heeft u door Gods soevereine kracht afgescheiden zodat u wel in de wereld bent maar niet van de wereld.
Ik kan u rechtuit zeggen: als u zich thuis voelt in de wereld, als de dingen van tijd en zinnen uw element zijn, als u zich één voelt met … het gezelschap van de wereld, de stelregels van de wereld, de mode van de wereld en de beginselen van de wereld, dan heeft de genade uw hart niet bereikt. Het geloof van Gods uitverkorenen woont niet in uw boezem.
Het eerste gevolg van genade is afscheiding.
Zo was het bij Abraham. Hij werd door genade geroepen om het land van zijn vaderen te verlaten en uit te gaan naar een land dat God hem zou tonen. En zo luidt Gods eigen woord aan Zijn volk nu: Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen. En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.
Afscheiding, afscheiding, afscheiding van de wereld is het grote kenmerk van levende godzaligheid.
Er kan inderdaad lichamelijke afscheiding zijn waar geen afscheiding van het hart is. Maar wat ik bedoel is … afscheiding van hart, afscheiding van beginsel, afscheiding van genegenheid en afscheiding van geest. En als de genade uw hart heeft aangeraakt en u deel hebt aan het geloof van Gods uitverkorenen, bent u een vreemdeling in de wereld en zult u dat door uw leven en wandel openbaar maken.
Van een brandende hel — naar een zalige hemel!
Want ik houde het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. (Romeinen 8:18)
Wat valt te vergelijken met de zaligheid van de ziel? Wat zijn rijkdom, eer, gezondheid en een lang leven? Wat zijn alle genoegens die de wereld kan bieden, de zonde kan beloven of het vlees kan genieten? Wat is alles wat mensen goed of groot noemen? Wat is alles wat het oog heeft gezien of het oor gehoord of wat in het vleselijke hart van de mens is opgekomen, naast het zalig gemaakt worden in de Heere Jezus Christus met een eeuwige zaligheid?
Bedenk immers WAARVAN wij behouden worden en ook WAARTOE wij behouden worden.
Van een brandende hel — naar een zalige hemel!
Van eindeloze toorn — naar eeuwige heerlijkheid!
Van het vreselijke gezelschap van duivels en verdoemde geesten die elkaar kwellen en gekweld worden — naar het zalige gezelschap van de verheerlijkte heiligen, allen volmaakt gelijkvormig aan het beeld van Christus naar lichaam en ziel, met duizenden en tienduizenden heilige engelen. En vooral naar het zien van de heerlijke Zoon van God zoals Hij is, in alle volmaaktheid van Zijn schoonheid en met alle verrukkingen van Zijn tegenwoordigheid en liefde.
Voorgoed klaar te zijn met … alle smarten, moeiten en verdrukkingen van dit leven; alle pijnen en kwalen van het tegenwoordige lemen tabernakel; alle duisternis, slavernij en ellende van het lichaam van de zonde en de dood.
Volmaakt heilig te zijn naar lichaam en ziel, in beide zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, en voor eeuwig ononderbroken gemeenschap met God te genieten!
Onze eigen wijsheid, gerechtigheid en kracht
Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden. (1 Korinthe 3:18)
De vrucht en het gevolg van goddelijk onderwijs is dat al onze vleselijke … wijsheid, kracht en gerechtigheid in stukken wordt gesneden en met wortel en tak wordt uitgerukt.
God is nooit van plan een nieuw lapje op een oud kleed te naaien. Al onze wijsheid, onze kracht en onze gerechtigheid moet aan stukken worden gescheurd! Het moet alles met wortel en al worden uitgerukt opdat een nieuwe wijsheid, een nieuwe kracht en een nieuwe gerechtigheid op de puinhopen ervan kunnen verrijzen.
Maar totdat het de Heere behaagt ons te onderwijzen, kunnen wij nooit afstand doen van onze eigen gerechtigheid, nooit onze eigen wijsheid opgeven en nooit onze eigen kracht loslaten. Deze dingen zijn een wezenlijk deel van onszelf. Ze zijn zo diep in ons ingebakken, zo aangeboren en zo met ons meegegroeid dat wij er niet gewillig een atoom van kunnen loslaten totdat de Heere Zelf ze stukbreekt en wegrukt.
Wanneer Hij dan in onze ziel enige geestelijke kennis brengt van onze eigen vreselijke verdorvenheden en gruwelijke boosheid, brokkelt onze gerechtigheid af bij de goddelijke aanraking.
Wanneer Hij ons onze onwetendheid en dwaasheid in duizend gevallen laat zien en voelen, en hoe onbekwaam wij zijn om iets goed te begrijpen zonder goddelijk onderwijs, dan vervaagt onze wijsheid.
Wanneer Hij ons laat zien dat wij door geen enkele eigen inspanning de verzoeking kunnen weerstaan en de zonde kunnen overwinnen, dan verdwijnt onze kracht langzaam en worden wij als Simson toen zijn lokken waren afgesneden.
Op de puinhopen van onze eigen wijsheid, gerechtigheid en kracht bouwt God dan Christus’ wijsheid, Christus’ gerechtigheid en Christus’ kracht op.
Maar alleen voor zover wij met dit bijzondere onderwijs worden begunstigd, komen wij ertoe een plechtig veroordelend vonnis te vellen over onze eigen wijsheid, kracht en gerechtigheid en oprecht naar die van de Heere te zoeken.
O, zoete genade, gezegende genade!
Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof (Efeze 2:8)
Wij worden zalig uit genade … vrije genade, rijke genade, soevereine genade, onderscheidende genade, zonder één atoom van werken, zonder één greintje verdienste van het schepsel en zonder iets van het vlees.
O, zoete genade, gezegende genade!
O, wat een hulp, wat een kracht, wat een rust voor een arme, zwoegende, strijdende, arbeidende ziel om te ontdekken dat de genade al het werk heeft gedaan! Om te voelen dat de genade heeft getriomfeerd in het kruis van Christus! Om te ontdekken dat … niets wordt gevraagd, niets nodig is en niets gedaan hoeft te worden!
Sterven?
als stervenden, en ziet, wij leven (2 Korinthe 6:9)
Hoewel wij sterven en dagelijks sterven, zie, wij leven toch. En in zekere zin leven wij meer naarmate wij meer sterven.
Hoe meer wij aan onszelf sterven, hoe meer wij aan de zonde sterven.
Hoe meer wij aan hoogmoed en zelfgerechtigheid sterven, hoe meer wij aan de kracht van het schepsel sterven.
Hoe meer wij aan onze zondige natuur sterven, hoe meer wij aan de genade leven.
Dit loopt door het hele leven en de hele bevinding van een christen.
De natuur moet sterven opdat de genade leeft.
Het onkruid moet worden uitgetrokken opdat het gewas kan groeien.
Het vlees moet uitgehongerd worden opdat de geest gevoed wordt.
De oude mens moet worden afgelegd opdat de nieuwe mens kan worden aangedaan.
De werken van het lichaam moeten worden gedood opdat de ziel voor God kan leven.
Zo leven wij terwijl wij sterven.
Hoe meer wij aan onze eigen kracht sterven, hoe meer wij leven in Christus’ kracht.
Hoe meer wij aan hoop op het schepsel sterven, hoe meer wij leven in een goede hoop door genade.
Hoe meer wij aan onze eigen gerechtigheid sterven, hoe meer wij leven in Christus’ gerechtigheid.
Hoe meer wij aan de wereld sterven, hoe meer wij voor de hemel en naar de hemel leven.
Dit is het grote geheim: dat de christen altijd sterft en toch altijd leeft, en dat hij meer leeft naarmate hij meer sterft.
De dood van het vlees is het leven van de geest.
De dood van de zonde is het leven van de gerechtigheid.
De dood van het schepsel is het eigenlijke leven van God in de ziel.
als stervenden, en ziet, wij leven (2 Korinthe 6:9)
U bent duur gekocht!
Want gij zijt duur gekocht (1 Korinthe 6:20)
Hoe diep, hoe vreselijk, van welke beangstigende omvang, van hoe zwarte kleur en van hoe diep ingeprent karakter moet de zonde zijn om zo’n verzoening nodig te hebben, niets minder dan het bloed van de Zoon van God, om haar weg te doen!
Wat een slaaf van zonde en satan, wat een gevangene van de macht van de lust, hoe diep gezonken, hoe vreselijk vernederd, hoe volkomen verloren en ten onder gebracht moet de schuldige mens zijn om een offer als dit nodig te hebben!
Hebt u ooit uw slavernij aan zonde, satan en wereld gevoeld? Hebt u ooit gezucht, geroepen, getreurd, verdriet gehad en geklaagd onder uw ellendige gevangenschap aan de macht van de zonde?
Is het ijzer u ooit in de ziel gedrongen? Hebt u ooit met uw boeien gerammeld en geprobeerd ze te breken, terwijl zij zich met een nauwelijks te dragen gewicht om u heen leken te sluiten?
U was slaaf van zonde en satan. U was opgesloten in de donkere cel waar alles somberheid en moedeloosheid was. Er was weinig hoop in uw ziel dat u ooit behouden zou worden.
Maar er drong evangelielicht door in uw kerker. Er kwam een uitgang uit het diensthuis! Want gij zijt duur gekocht!
Wat is beter?
dat gij uws zelfs niet zijt (1 Korinthe 6:19)
Bedenk dat u aan iemand moet toebehoren.
Als God niet uw meester is, zal de duivel het zijn.
Als de genade niet regeert, zal de zonde heersen.
Als Christus niet uw alles in allen is, zal de wereld het zijn.
Wij moeten een meester van de een of andere soort hebben.
Wat is beter … een milde en welwillende Weldoener; een barmhartige, liefdevolle en tedere Ouder; een goede, vergevende Vader en Vriend; een teerhartige, medelijdende Verlosser? Of een wrede duivel, een ellendige wereld en een slecht, snood, afschuwelijk hart?
Wat is beter … te leven onder de zoete dwang van de stervende liefde van een dierbare Verlosser, onder … invloeden van het evangelie, beginselen van het evangelie, beloften van het evangelie en bemoedigingen van het evangelie? Of te leven met zonde in ons hart die ons met ijzeren ketenen bindt tot het oordeel van de grote dag?
Zelfs als wij alleen het „tegenwoordige leven” nemen, is er meer echt genoegen, voldoening en vast geluk … in een half uur met God, in het lezen van Zijn Woord met een gelovig hart, in toegang vinden tot Zijn heilige tegenwoordigheid en in iets weten van Zijn gunst en barmhartigheid dan in … alle genoegens van de zonde, alle lusten van het vlees en alle hovaardigheid van het leven. Dat geldt ook voor alle vermaak dat de wereld ooit heeft bedacht om de tijd te doden en zichzelf te bedriegen, in de gedachte door berouw op het sterfbed uiteindelijk de duivel te bedriegen.
Strijd, beproevingen, pijnlijke oefeningen, scherpe smarten en diepe verzoekingen
De HEERE proeft den rechtvaardige (Psalm 11:5)
Om water fris te houden moet het voortdurend stromen. En om het leven van God in de ziel levend te houden moeten er voortdurend beproevingen zijn.
Dit is de reden waarom het volk van de Heere zoveel … strijd, beproevingen, pijnlijke oefeningen, scherpe smarten en diepe verzoekingen heeft. Zij houden hen levend voor God en brengen hen uit die luie, trage en ellendige staat van vleselijke zekerheid en houden hen daar ook uit.
De Heere proeft den rechtvaardige. Hij laat Zijn volk niet toe … gerust te zijn in Sion; op hun droesem te blijven zitten en in een ellendige Moabitische toestand te geraken.
Daarom zendt Hij hun verdrukkingen, benauwdheden en beproevingen en staat Hij toe dat de satan hen verzoekt en kwelt.
Persoonlijke, geestelijke, bevindelijke kennis van Jezus
Het is onze vage, schaarse en onvolmaakte kennis van de Heere Jezus Christus in Zijn eeuwige liefde, en in Zijn genade en heerlijkheid, die ons zo vaak koud, levenloos en dood laat in onze genegenheden tot Hem.
Als er meer gezegende openbaringen aan onze ziel waren van de Persoon en het werk, de genade en heerlijkheid, de schoonheid en gezegendheid van de Heere Jezus Christus, zouden wij onmogelijk anders kunnen dan steeds warmer en tederder van Hem gaan houden. Want Hij is het heerlijkste voorwerp dat de ogen van het geloof kunnen zien!
Hij vervult de hemel met de stralende bundels van Zijn glorierijke majesteit en heeft de harten van duizenden van Zijn dierbare huisgezin op aarde verrukt door de openbaringen van Zijn bloedende, stervende liefde. Precies naar de mate van onze persoonlijke, geestelijke, bevindelijke kennis van Hem zal onze liefde tot Hem zijn.
Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde
De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. (Jeremia 31:3)
Er kan geen nieuwe gedachte zijn in de gedachten van GOD.
Nieuwe gedachten, nieuwe gevoelens, nieuwe plannen en nieuwe besluiten komen voortdurend op in ONS verstand. Want de onze is slechts een … arme, gevallen, wisselvallige, veranderlijke natuur.
Maar God heeft geen nieuwe gedachten, gevoelens, plannen of besluiten. Want als Hij die had, zou Hij een „veranderlijk” Wezen zijn en niet de ene grote, eeuwige, onveranderlijke „Ik ben”. Al Zijn gedachten, al Zijn plannen en al Zijn wegen zijn daarom zoals Hij Zelf … eeuwig, oneindig, onveranderd en onveranderlijk.
De liefde van Christus tot Zijn gemeente is ook eeuwig, onveranderd en onveranderlijk. En waarom? Omdat Hij liefheeft als de Godheid.
O, wat een barmhartigheid is het voor wie enige genadige, bevindelijke kennis hebben van de liefde van Christus om te geloven dat zij van eeuwigheid tot eeuwigheid is! Geen gebeurtenissen van de tijd en geen stormen van zonde of satan kunnen die eeuwige liefde ooit veranderen of wijzigen. Zij blijft nu dezelfde en zal tot in alle eeuwigheid dezelfde blijven!
Hulp uit het heiligdom
De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek. Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion. (Psalm 20:2-3)
Wanneer de ziel door het zware uur van de verzoeking moet gaan, heeft zij hulp uit het heiligdom nodig. Alle andere hulp laat de ziel precies waar zij haar vond.
Er wordt hulp uit het heiligdom gezonden omdat zijn naam van alle eeuwigheid … is opgeschreven in het boek van het leven van het Lam, gegraveerd in de palmen van Zijn handen, gedragen op Zijn schouder en op Zijn hart.
Mededelingen van leven en genade uit het heiligdom brengen geestelijkheid en hemelsgezindheid voort. De adem van de hemel in zijn ziel … trekt zijn genegenheden omhoog, speent hem van de aarde en maakt hem tot een pelgrim en bijwoner hier beneden die uitziet naar de stad, die fondamenten heeft, welker Kunstenaar en Bouwmeester God is.
Heilig worstelen
Waar de Heere beproevingen over de ziel brengt, stort Hij over haar de Geest van genade en gebeden uit.
Als het kind van God een last draagt, als hij gebukt gaat onder een sterke verzoeking, als zijn ziel door een drukkende beproeving gaat, dan is hij er niet mee tevreden slechts een „vorm van gebed” af te werken. Op zulke tijden en momenten is er een heilig worstelen … er zijn vurige verlangens; er zijn onophoudelijke zuchten; er is een arbeiden om in de rust in te gaan; er is een worstelen om verlossing; er is een roepen tot de Heere totdat Hij verschijnt en Zich in de ziel openbaart.
Een discipel van Jezus
Een discipel van Jezus is iemand die door de Heere Jezus in Zijn school is toegelaten, die Hij Zelf Zich verwaardigt persoonlijk te onderwijzen en die daarom van Hem leert zachtmoedig en nederig van hart te zijn.
Een discipel van Jezus is iemand die zachtmoedig aan de voeten van de Verlosser zit en de genadige woorden die van Zijn lippen vallen in zijn hart ontvangt.
Maar een ware en oprechte discipel luistert niet alleen naar de onderwijzingen van zijn Meester maar handelt ook zoals Hij gebiedt. Zo is een discipel van Jezus iemand die het voorbeeld van zijn Meester navolgt en gelijkvormig wordt aan het beeld van zijn Meester.
Een discipel van Jezus wordt ook gekenmerkt door de liefde die hij zijn Meester toedraagt. Hij bewaart de woorden van Christus in zijn hart, overdenkt Zijn kostbare beloften en verlustigt zich in Zijn heerlijke Persoon, liefde en bloed.
Een discipel van Jezus is iemand die enige weerspiegeling draagt van het beeld van zijn hemelse Meester. Hij draagt het met zich mee waar hij ook gaat, zodat mensen van hem kennis nemen dat hij met Jezus is geweest. De ware discipel straalt voor de mensen met enkele sprankels van de heerlijkheid van de Zoon van God.
Enkele van deze goddelijke trekken in hart, mond en leven ingeprent te hebben is een discipel van Jezus zijn.
Veel met Jezus te zijn is aan Jezus gelijk gemaakt te worden. Aan Jezus’ voeten te zitten is Jezus’ woorden in te drinken. Aan Jezus’ borst te leunen is het warme hart van Jezus van liefde te voelen kloppen. En dit kloppen te voelen doet het hart van de discipel in teder en liefdevol gelijkklinken slaan.
Naar Jezus op te zien is een aangezicht te zien dat meer mismaakt was dan dat van de mensenkinderen. Toch is het een aangezicht dat straalt van hemelse schoonheid, waardigheid en heerlijkheid.
Een discipel van Jezus zijn is Zijn voorbeeld navolgen, doen wat in Zijn ogen behaaglijk is en vermijden wat Hij verafschuwt.
Een discipel van Jezus zijn is … zo zachtmoedig zijn als Hij was; zo ootmoedig als Hij was; zo nederig als Hij was; zo zelfverloochenend als Hij was; zo afgescheiden van de wereld als Hij was; een leven van gemeenschap met God leven zoals Hij leefde toen Hij hier beneden wandelde.
Een worm van de aarde te nemen en hem tot discipel van Jezus te maken is het grootste voorrecht dat God aan een mens kan schenken! Een halsstarrige, goddeloze, verdraaide rebel uit te kiezen en hem in de school van Christus en aan de voeten van Jezus te plaatsen is de hoogste gunst die God aan enig kind van het stof kan bewijzen.
Hoe onovertroffen groot moet die goedheid zijn waarmee de Heere Zich verwaardigt Zijn genade te schenken aan een vijand, hem door Zijn Geest zacht en zachtmoedig te maken en hem zo te laten opgroeien tot het beeld en de gelijkenis van Zijn eigen dierbare Zoon. Vergeleken met dit hoge voorrecht zinken alle aardse eerbewijzen, titels en gewaden weg in volslagen onbeduidendheid.
Soevereine, allerhoogste beschikking
En heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen, en heeft Hem der Gemeente gegeven tot een Hoofd boven alle dingen (Efeze 1:22)
Hoe uitgestrekt, hoe talrijk en hoe ingewikkeld zijn de velerlei gebeurtenissen en omstandigheden die de christen hier beneden vergezellen terwijl hij voortreist naar zijn hemelse thuis!
Maar als alle dingen onder Jezus’ voeten zijn gesteld, kan er geen enkele omstandigheid zijn waarover Hij geen allerhoogste macht heeft. Alles in de voorzienigheid en alles in de genade staat evenzeer onder Zijn beschikking. Er is geen … beproeving, verzoeking of verdrukking van lichaam of ziel. Er is geen verlies, kruis of pijnlijk gemis, geen ergernis, verdriet of teleurstelling, geen geval, toestand of omstandigheid die niet onder Jezus’ voeten is gesteld.
Hij heeft soevereine, allerhoogste beschikking over alle gebeurtenissen en omstandigheden. Als Bezitter van oneindige kennis ziet Hij ze, als Bezitter van oneindige wijsheid kan Hij ze besturen en als Bezitter van oneindige macht kan Hij ze beschikken en richten tot ons welzijn en Zijn eigen heerlijkheid.
Hoeveel moeite en angst zouden wij onszelf besparen als wij dit vast konden geloven, beseffen en ernaar handelen!
Als wij met het oog van het geloof konden zien dat … elke vijand en elke vrees, elke moeilijkheid en verlegenheid, elke zware of pijnlijke omstandigheid, elke verwachte of onverwachte gebeurtenis en elke bron van zorg, of die er nu is of nog komt, allemaal onder Zijn voeten zijn gesteld en onder Zijn soevereine beschikking staan, wat een last van angst en zorg zou er vaak van onze schouders worden genomen!
U mag niet één van deze schitterende snuisterijen liefhebben
Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is (1 Johannes 2:15)
Dit is een zeer ruime zin. Zij strekt een hand uit met een enorm bereik. Zij plaatst ons als het ware op een hoge berg en zegt tot ons: „Kijk om u heen. Er is niet één van deze dingen die u mag liefhebben.”
Dan voert zij ons opnieuw naar de straten van een drukke stad. Zij toont ons etalages vol voorwerpen van schoonheid en sierlijkheid en wijst ons op alle rijkdom en praal van de rijken en edelen en op alles wat het menselijk hart bewondert en liefheeft. Nadat zij ons dit zo heeft voorgehouden, zegt zij: „Niets van dit alles is voor u. U mag niet één van deze schitterende snuisterijen liefhebben. U mag er niet één aanraken en er nauwelijks naar kijken, opdat niet, zoals bij Achan, de goudstaaf en het Babylonische kleed u verleiden om ze te nemen en in uw tent te verbergen.”
Het gebod leidt ons door de wereld zoals een moeder een kind door een bazaar leidt, met speelgoed en sieraden aan alle kanten, en zegt: „U mag niet één van deze dingen aanraken.”


