Joseph Charles Philpot
J.C. Philpot

Pastorale raadgevingen — fragmenten uit Philpots nieuwjaarsboodschappen: verplichte lectuur voor leiders in de gemeente

Philpot legt als redacteur van de Gospel Standard uit wat het doel van een christelijk tijdschrift moet zijn: de gemeente van God weiden in waarheid en liefde. Hij schrijft over zijn eigen drijfveren, de invloed van de pers en de bede om voorbede.

Wat is of behoort dan het doel te zijn van een tijdschrift dat zoals de “Gospel Standard” wijd verspreid is onder de levende familie? Hetzelfde doel dat Paulus de oudsten van Efeze voorhield (Handelingen 20:28): om de Gemeente Gods te weiden. Weid Mijn lammeren en Weid Mijn schapen was het driemaal herhaalde bevel van Christus aan Petrus.

Elke prediker, schrijver en redacteur die zich tot de gemeente van God richt, moet dit als zijn hele doel en verlangen voor ogen hebben. Dit mogen wij eerlijk van onszelf zeggen. Het is ook de enige drijfveer die ons op onze moeilijke en verantwoordelijke post houdt. Hier voelen wij ons geweten zuiver.

Het is niet wereldse winst of eerzucht en ook niet het streven naar populariteit en invloed. Het is het verlangen om een werktuig te zijn in het voeden van levende zielen dat ons overeind houdt. Het houdt ons op onze post te midden van vele ontmoedigingen van binnen en van buiten die alleen wij zelf kennen.

Wij mogen, naar wij vertrouwen in alle oprechtheid, zeggen dat wij een toenemend verlangen voelen om een zegen te zijn voor de gemeente van God. Wij zijn geplaatst in een positie die wij niet zochten en niet wensten: wij geven een tijdschrift uit dat wijd verspreid is onder de levende familie. Wij verlangen dat het in de hand van de Heere een middel is tot grote en toenemende stichting van hun zielen.

Als wij maand na maand voor hun welzijn arbeiden, hebben wij geen partijbelangen te dienen. Wij hebben geen ellendige kleine eerzucht te bevredigen en geen plannen van geldzucht of hoogmoed te bevorderen. Wij hebben geen rijke lezers te vleien en geen wereldse belijders te vrezen.

Zeggen dat wij geen werkingen van hoogmoed en eigenliefde kennen, zou betekenen dat er geen bloed van de oude Adamsnatuur door onze aderen stroomt. Maar wij hopen te mogen zeggen, in het oog van God en voor Zijn volk, dat ons voornaamste verlangen en doel de geestelijke winst is van de gemeente van Christus.

Geloven onze lezers dit? En hebben zij naast onze verzekering ook het overtuigender getuigenis van hun eigen geweten dat zij enige zegen hebben gevoeld of enige winst hebben gehad van onze arbeid? Dan zullen zij, omdat zij weten dat wij in vele dingen allen struikelen, de vlekken en klodders over het hoofd zien die menselijke zwakheid altijd zal laten vallen op de schone bladzijde van de waarheid. Zij zullen die niet toeschrijven aan opzet maar aan een hand die door de zondeval onvast is geworden.

De waarheid spreken in liefde; getrouw zijn en toch liefdevol; niets achterhouden wat nuttig is maar elke harde en onbetamelijke taal vermijden; waken voor zielen als die rekenschap geven zullen; de bedekselen der schande verwerpen, niet wandelende in arglistigheid, noch het Woord Gods vervalsende, maar door openbaring der waarheid onszelven aangenaam makende bij alle gewetens der mensen, in de tegenwoordigheid Gods — dat is de geest die de dienaren van God moet bezielen wanneer zij spreken in de naam van hun Meester. Moet het dan niet evenzeer het heersende verlangen en doel zijn van hen die schrijven ter ere van dezelfde gezegende Heere en tot nut van Zijn volk?

Stichten, troosten, onderwijzen, voorgaan en bemoedigen — de familie van God te midden van al hun beproevingen en verdriet, verzoekingen en strijd — dat is of moet het doel zijn van allen die als predikers of schrijvers op de wallen van Sion staan.

Heeft God ons dan in Zijn voorzienigheid en genade geplaatst in een positie vanwaar wij, zo niet met de stem dan toch met de pen, velen — zeer velen — van Zijn dierbare kinderen kunnen toespreken? En heeft Hij sommigen van hen ertoe bewogen naar ons te luisteren omdat zij geloven dat wij de waarheid kennen en liefhebben, gelijk de waarheid in Jezus is? Dan zijn wij verplicht hun geestelijke winst tot het uiterste te zoeken. Dat zijn wij niet alleen door het gewicht dat de eeuwige werkelijkheden voor onze eigen ziel hebben, maar ook door de bereidheid van onze vrienden en broeders om onze woorden aan te nemen.

Om van de geringste geestelijke dienst te zijn voor de gemeente van Christus; om de zielen van wie dan ook te stichten, al zijn het de geringsten en de minsten van Gods dierbare kinderen; om op wat voor manier ook een geest van liefde en eenheid te bevorderen, in de gemeenten van de waarheid in het bijzonder en onder afzonderlijke gelovigen in het algemeen;

om ernstig maar liefdevol te strijden voor het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is; om vrijmoedig te getuigen tegen alle dwaling en alle kwaad; om in enige mate een begunstigd werktuig te zijn tot bevordering van het koninkrijk van de Verlosser, de zaak van de levende, bevindelijke godzaligheid en de eer van de drie-enige God — welke aardse rang of waardigheid, welke plaats van wereldlijke macht of winst kan ook maar een ogenblik met zo’n eer worden vergeleken?

En zijn wij, vrienden en broeders, zo begunstigd en geëerd? Zalig zijn onze ogen, beste lezers, als zij enige goddelijke schoonheid en zaligheid in Jezus hebben gezien. Zalig zijn onze oren als wij Zijn stem met zoetheid en kracht hebben gehoord.

Zalig zijn uw tongen, dienaren van God, als u bij het getuigen van Zijn Persoon en werk, liefde en bloed, geschiktheid en kostbaarheid de dauw van de Geest van uw lippen hebt voelen druppelen. En zalig zijn uw vingers, u wier pennen Zijn waarde trachten na te trekken, als wat u schrijft vergezeld gaat van de zalving van Zijn genade voor verbrijzelde, gelovige harten.

Is dit onze bevinding en is dit ons doel en einde? Dan zal één levende band van eenheid allen met elkaar verbinden bij wie onze bladzijden terechtkomen: de redacteur, de schrijvers, de lezers, de dienaren van God, de leden van evangeliegemeenten en de gelovigen in het algemeen. Als redacteur is het verlangen van onze ziel vrede, liefde en eenheid te zoeken en na te jagen met allen die God vrezen en de Heere Jezus Christus liefhebben. Twist en strijd willen wij zoveel mogelijk vermijden.

Wij willen weinig over onszelf zeggen, opdat wij niet vervallen in dezelfde geest van zelfverheffing die wij hebben veroordeeld. Maar dit mogen wij, naar wij vertrouwen, wel zeggen: bij het redigeren van dit tijdschrift willen wij het goede zoeken van de broeders bij wie het terechtkomt.

In wat uit onze pen vloeit en ook in de keuze van wat onze correspondenten ons toesturen voor plaatsing is ons voornaamste doel het volk van de Heere te stichten. Wij willen alle kwesties vermijden die tot twist en strijd kunnen leiden. Terwijl wij strijden voor de waarheid in de kracht en de bevinding ervan in het hart, willen wij dat doen in een geest van tederheid, genegenheid en liefde.

Wij kunnen niet anders dan onze eerlijke overtuiging uitspreken dat wij nooit zijn teruggedeinsd voor het voorhouden van de waarheid van God aan onze lezers. Wij hebben dat nooit nagelaten uit vrees om lezers te kwetsen of te verliezen. Het verlangen van onze ziel is voor onszelf niets minder te bezitten en in anderen niets minder te versterken dan een zaligmakend geloof in de Zoon van God. Daarbij horen alle genadige vruchten die het hart verblijden en het leven sieren, omdat zij voortkomen uit de vereniging en gemeenschap met Hem.

Hoezeer wij hierin ook tekortschieten — en wij schieten altijd tekort — dit is het doel waarnaar wij lopen en het merkteken waarop wij mikken. Een werktuig te zijn in de hand van de Heere om Zijn eer en het welzijn van Zijn volk te bevorderen is het hoogste voorrecht dat Hij ons kan schenken.

Een dienaar van werkelijk gewicht en kracht, met een lange staat van dienst en algemene aanvaarding, die blijvend verbonden is aan een gemeente, vormt geleidelijk zijn eigen groep hoorders. Wie hem niet kunnen horen, of althans niet tot hun nut, vallen geleidelijk af. Er blijft een gemeente over die zijn bediening aanvaardt, ziet als met zijn ogen, in zijn geest drinkt en met hem verenigd is in liefde en genegenheid.

Hij staat in de loop van de tijd tegenover hen als een vader tegenover zijn kinderen. Doordat de band door wederzijdse genegenheid is bevestigd, is hij in staat en gerechtigd om hen toe te spreken en met hen om te gaan op een manier die bij een vreemde predikant of een voorbijgaande voorganger niet passend zou zijn en zelfs niet geduld zou worden.

Niemand wordt meer veracht en niemand is meer terecht verachtelijk dan een dienaar die zijn zeil naar de wind van de tijd zet. Een wispelturige redacteur die dat doet is naar ons oordeel nauwelijks minder verachtelijk.

Er zijn altijd religieuze partijen geweest en die zullen er altijd zijn. Elke partij van enige omvang zoekt daarom van nature, bijna noodzakelijk, een erkend orgaan van mening waardoor zij kan handelen en spreken. Ons verlangen en doel is en was altijd om geen enkele partij te vertegenwoordigen — of althans alleen die partij die gezonde bevindelijke waarheid en echte levende godzaligheid bezit en belijdt.

Als wij enig gewicht of invloed hebben, is dit het geheim ervan: wij geven weer wat onze geestelijke lezers geloven en voelen. Wij leiden hen niet en zij leiden ons niet. Wij zijn vrienden en broeders, geen meester en knechten en ook geen knecht en meesters.

Het is de waarheid in haar liefde en kracht die ons verenigt — die verborgen, geheimzinnige, onzichtbare en toch krachtige band die als met onverbrekelijke banden allen verbindt die oog in oog zien en hart aan hart voelen in het koninkrijk van Jezus Christus.

Dit is een tijd van lezen. Omdat boeken goedkoop zijn, veel gelezen worden en gemakkelijk te verkrijgen zijn, bestrijkt de pers een ruimere kring en heeft zij meer invloed op de publieke opinie dan welk ander communicatiemiddel ook. De christelijke pers heeft zich in alle richtingen verspreid en oefent een invloed uit die nauwelijks onderdoet voor die van de kansel.

Werken geschreven door genadige mannen, levend of gestorven, kunnen daarom worden gezien als een eigen bediening die als het ware parallel loopt aan die van de kansel en ermee in harmonie is. Zij hebben het voordeel dat zij doordringen op plaatsen en spreken bij gelegenheden waar de stem van de levende prediker niet kan komen. Ook zijn zij altijd toegankelijk. Zij liggen stil en ongemerkt op de tafel of de boekenplank, klaar om naar believen te worden opgepakt of neergelegd. Als wij ze goed gekozen hebben, zijn zij onze trouwste vrienden en wijste raadgevers die ons altijd de waarheid zeggen, zonder vrees en zonder vleierij.

Als God het behaagt ons kleine maandblad te gebruiken als werktuig tot het welzijn van Zijn volk en tot Zijn eigen eer, hoe overvloedig zal dat ons dan belonen voor alle arbeid, zorg, angst en verantwoordelijkheid die het uitgeven ervan ons oplegt. Ons verlangen is het zo leerzaam, stichtend en nuttig te maken als wij kunnen voor de levende familie van de Heere.

Wij willen daarom alle twist en strijd vermijden en alle twistige samensprekingen. Wij willen alle roddel, laster en nieuwtjesjacht vermijden, alle vleierij en naar-de-wind-hangerij. Ook willen wij alle droge en louter verstandelijke bespreking van leerpunten vermijden, die gewoonlijk leidt tot eindeloze twist en ijdelspreking, en al het andere wat het vlees voedt en de ziel uithongert.

Hebt u enig onderricht of enige troost ontvangen uit onze geschriften? Hebben zij uw geloof versterkt en uw hoop bemoedigd? Hebben zij uw liefde opgewekt? Is er enig licht gevallen op uw donkere pad en is er enige waarheid geleerd? Is er een dwaling ontmaskerd waarin u bijna verstrikt was? Hebt u een bestraffing of terechtwijzing werkelijk gevoeld?

Is er een opwekking geweest uit luiheid en onverschilligheid? Is er verbrokenheid van geest, ware boete en godzalig leedwezen over de zonde voortgebracht? Is er enige afval genezen? Is er een genadige vernieuwing of herleving van het goede werk in u bewerkt? Kortom: is er enige werkelijke, hechte en blijvende winst aan u meegedeeld door onze arbeid voor u?

Dan bidden wij dat onze hemelse Vader dit voor u doet: Doch Die het zaad den zaaier verleent, Die verlene ook brood tot spijze, en vermenigvuldige uw gezaaisel, en vermeerdere de vruchten uwer gerechtigheid (2 Korinthe 9:10).

Wij vragen u ons voor de troon van de genade te brengen. Wij bidden dat God ons die geestelijke en bevindelijke kennis van Zijn waarheid schenkt, die hemelse wijsheid en dat oordeel, die heilige vrijmoedigheid en getrouwheid, die ijver voor Zijn eer en dat verlangen naar het welzijn van Zijn volk. Als dit wordt geschonken, is het zowel onze als uw beste beloning.

Voorts, broeders, bidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u (2 Thessalonicenzen 3:1)

Steun J.C. Philpot

Beste bezoeker,

U kunt jcphilpot.nl steunen met een donatie. Dankzij uw gift kunnen wij deze website blijven onderhouden en beschikbaar houden. Uw bijdrage wordt gebruikt voor de jaarlijkse kosten van hosting en het beheer van de site.

Elke donatie, groot of klein, helpt ons om dit werk voort te zetten. Hartelijk dank voor uw steun!