Die wil is en moet ook wel even volmaakt zijn als God Zelf. Zij komt voort uit Hem Die alle volmaaktheid is en geeft inzicht in Zijn gedachten en Zijn wezen.
Maar wanneer Gods volmaakte wil … zich tegen ons vlees keert, onze dierbaarste verwachtingen doorkruist en onze liefste plannen omver werpt, dan zien wij niet dat het een volmaakte wil is. Wij zijn dan veeleer geneigd te klagen, te morren en ons ertegen te verzetten.
Gods volmaakte wil kan … een kind van uw borst rukken, een dierbare echtgenoot neerslaan en een geliefde vrouw uit uw armen scheuren. Zij kan u van al uw aardse goederen beroven, uw voeten op een pad van lijden zetten en u neerleggen op een bed van pijn en kwijning. Zij kan u in gloeiende ovens of overweldigende vloeden werpen en uw leven bijna tot een last voor uzelf maken!
Hoe kunt u in zulke zware en benauwende omstandigheden Gods volmaakte wil erkennen en u eraan onderwerpen? Hoe kunt u die laten heersen en regeren in uw hart zonder een zweem van verzet?
Kijk terug en zie hoe Gods volmaakte wil in het verleden in alle opzichten tot uw bestwil de overhand heeft gehad. Zij heeft alle omstandigheden en gebeurtenissen bestuurd of bijgestuurd te midden van een kluwen van moeilijkheden in de voorzienigheid en in de genade. Niets is u overkomen tot uw schade. Alle dingen hebben juist meegewerkt ten goede.
Wat wij ook verloren hebben: het was beter voor ons dat het ons ontnomen werd. Van welk bezit, welk gemak, welke vrienden, welke gezondheid of welk aards geluk wij ook beroofd zijn: het was beter voor ons dat te verliezen dan het te behouden.
Is uw dierbare kind weggenomen? Misschien was het om u berusting te leren in Gods heilige wil.
Is een dierbare levensgezel uit uw armen gerukt? Dan was het opdat God uw betere Levensgezel en onsterfelijke Vriend zou zijn.
Is een deel van uw aardse bezit weggenomen? Dan was het opdat u zou leren een leven van geloof te leiden in de voorzienigheid van God.
Zijn uw liefste plannen verijdeld en uw jeugdige verwachtingen verwelkt? Bent u doorboord in de warmste gevoelens van uw hart? Dan was het … om een afgod weg te nemen, een mededinger van Christus van de troon te stoten en het voorwerp van aardse liefde te kruisigen. Zo kon een reinere, heiligere en duurzamere liefde in zijn plaats worden gekoesterd.
Het grote doel van alle tucht van het evangelie is dat wij Gods volmaakte wil liefdevol omarmen.
De uiterste eis van de gehoorzaamheid aan het evangelie is dat wij lijdelijk in Zijn hand liggen en geen andere wil kennen dan de Zijne.
de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God (Romeinen 12:2)
Deze zondaar, en niet de farizeeër
De hoogmoedige farizeeër stond apart en bad dit gebed: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de anderen mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar. Ik vast tweemaal per week; ik geef tienden van alles, wat ik bezit. (Lukas 18:11-12)
De mens verenigt in zichzelf wat op het eerste gezicht volstrekt tegengesteld lijkt. Hij is de grootste van alle zondaars — en toch de grootste van alle farizeeën.
Welke twee dingen kunnen zo tegenover elkaar staan als zonde en eigengerechtigheid? Toch heeft dezelfde mens die van top tot teen een zondaar is een hardnekkige eigengerechtigheid in zijn hart. Van hem geldt dat het ganse hoofd is krank, en het ganse hart is mat en dat hij geestelijk niets anders is dan één en al melaats. Hoe tegenstrijdig lijkt dat!
Tegen deze twee kwaden richt God, om zo te zeggen, al Zijn geschut. Geen van beide spaart Hij.
Toch is het moeilijk te zeggen wat de grootste opstand tegen God is: het bestaan van de zonde in de mens en wat hij als gevallen zondaar is — of zijn farizeïsme, het hoofd opheffen in de hoogmoed van eigengerechtigheid.
Het valt niet makkelijk te beslissen wat God meer een gruwel is: de dronkaard die zonder schaamte zondigt — of de farizeeër die opgeblazen is omdat hij zo aangenaam denkt te zijn voor God.
De een vinden wij weerzinwekkend en wat fatsoen en zedelijkheid betreft zouden wij liever de farizeeër zien. Maar komt het aan op de ware godsdienst, dan lijkt de farizeeër het ergst! Onze Heere gaf dat althans te kennen met de woorden dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.
En de tollenaar, van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God! wees mij zondaar genadig! Ik zeg ulieden: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis, meer dan die; want een ieder, die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden, en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. (Lukas 18:13-14)
Vijf duivelse boosheden!
Wat de zonde in haar werkingen betreft kunnen wij zeggen dat er vijf duivelse boosheden zijn waarvan wij gered moeten worden …
1. De SCHULD van de zonde.
2. De VUILHEID van de zonde.
3. De LIEFDE tot de zonde.
4. De HEERSCHAPPIJ van de zonde.
5. De PRAKTIJK van de zonde.
1. Wij hebben nodig dat het dierbare bloed van Christus op ons geweten wordt toegepast om de schuld van de zonde weg te nemen.
2. Wij hebben de Geest van Christus nodig om de ziel te heiligen en te wassen in de fontein en zo te reinigen van de vuilheid van de zonde.
3. Wij hebben de liefde van Christus nodig, uitgegoten in onze harten, om de liefde tot de zonde weg te nemen.
4. Wij hebben de kracht van Christus nodig om ons te redden uit de heerschappij van de zonde.
5. Wij hebben de genade van Christus nodig om ons te bewaren voor de praktijk van de zonde.
Het is het voelen van de zonde in haar velerlei werkingen dat ons Christus kostbaar doet achten! Wat een vreemde, geheimzinnige weg! O vreemd pad: dat het geoefend worden door de zonde het pad is naar de Zaligmaker!
Zeer pijnlijk, zeer geheimzinnig, zeer onverklaarbaar is het dat u naar Jezus verlangt naarmate u zich meer een ellendig, rampzalig zondaar voelt. Hij is toch Degene Die u volkomen kan zaligmaken!
Zo zullen wij ontdekken dat wij alles nodig hebben wat Christus is. Want wij zijn geen kleine zondaars en Hij is geen kleine Zaligmaker.
Wij zijn grote zondaars!
Hij is een Zaligmaker — en wel een grote!
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden. (Hebreeën 7:25)
Dit is de worsteling!
Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? (Romeinen 7:24)
Als iemand mij zou zeggen dat hij de zonde in zijn vleselijke gezindheid niet liefheeft, dan zou ik in alle zachtmoedigheid antwoorden: “U spreekt de waarheid niet!” Als uw vleselijke gezindheid de zonde niet liefheeft …
Waarom denkt u er dan aan?
Waarom geeft u er in uw verbeelding heimelijk aan toe?
Waarom speelt u ermee?
Waarom probeert u er een duivelse zoetheid uit te halen?
O, wat een genade zou het zijn als deze vreselijke liefde tot de zonde niet in ons hart was! Dit is de worsteling: dat er zo’n verrader in het kamp is. Onze vleselijke gezindheid is zo duivels dat zij liefheeft wat de gezegende Jezus deed sterven. Zij heeft lief wat de Heere van de heerlijkheid heeft gekruisigd en zij heeft het lief met een hevige liefde!
Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. (Romeinen 7:25)
Ik ben het
Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet. (Markus 6:50)
Ik ben het, Die u in de moederschoot gevormd heeft en u in uw tegenwoordig bestaan heeft voortgebracht. Ik ben het, de Heere, uw God, Die u gevoed en gekleed heeft vanaf dat uur tot op dit moment. Ik ben het, de Heere, uw God, Die u aan alle kanten bewaard heeft. Toen u op een ziekbed lag, was Ik het, de Heere, uw God, Die uw ziel bezocht. Ik richtte uw lichaam op en gaf u de mate van gezondheid die u nu geniet. Ik ben het, de Heere, uw God, Die u geplaatst heeft in de levensomstandigheden die u nu hebt.
Ik ben het, de Heere, uw God … Die u elke beproeving toedeelt, elke ellende toewijst en elk kruis oplegt. Ik werk alles in u naar Mijn eigen welbehagen.
Wanneer wij zo kunnen geloven dat de Heere, onze God, rondom ons bed en ons pad is en al onze wegen bespiedt — wanneer wij naar Hem kunnen opzien en voelen dat Hij de Heere, onze God, is — dan bestaat er geen gevoel dat zoeter, zaliger en hemelser is!
Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet. (Markus 6:50)
Die lieflijke genade
En gij zult gedenken aan al den weg, dien u den HEERE, uw God, deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedige (Deuteronomium 8:2)
Nederigheid leren wij door een diepe ontdekking van wat wij zijn. Wij leren haar doordat het verderf, de zwakheid en de goddeloosheid van onze gevallen natuur voor ons worden opengelegd.
De weg waarop de Heere Zijn volk nederigheid leert is dat Hij hen eerst op de ene en dan weer op een andere beproevende plek brengt. Hij laat … een verzoeking opkomen of een struikelblok op hun pad komen. Hij laat een hardnekkige zonde inwerken op hun verdorven neigingen en een afgod door hun afgodische hart omarmd worden. Hij laat iets gebeuren dat de zonde in hun hart naar boven haalt en zo voor hun ogen openbaar maakt.
In de regel leren wij nederigheid niet doordat predikers ons vertellen wat voor goddeloze schepselen wij zijn. Ook leren wij haar niet door alleen maar in onze boezem te kijken en daar een hele zwerm kwaad aan het werk te zien. Wij leren haar doordat een pijnlijke noodzaak ons dwingt te geloven dat wij verdorven zijn. Telkens opnieuw brengen omstandigheden en gebeurtenissen de verborgen kwaden in ons hart aan het licht waarvan wij ooit dachten dat wij er behoorlijk vrij van waren.
Wij leren nederigheid niet alleen door een ontdekking van wat wij zijn maar ook door een ontdekking van wat Jezus is.
Wij hebben een glimp nodig … van Jezus, van Zijn liefde, Zijn genade en Zijn bloed. Wanneer deze twee gevoelens in onze boezem samenkomen … onze schaamte en de goedheid van de Heere; onze schuld en Zijn vergeving; onze goddeloosheid en Zijn overvloedige barmhartigheid — dan breken zij ons en vernederen zij ons. Dan leggen zij ons, opgelost in tranen van godzalig berouw en verbrijzeling, neer aan de voetbank van de barmhartigheid!
En zo leren wij nederigheid, die lieflijke genade, die gezegende vrucht van de Geest in werkelijke, levende zielsbevinding.
Slaven van Satan!
En zij wederom ontwaken mochten uit den strik des duivels, onder welken zij gevangen waren tot zijn wil. (2 Timotheüs 2:26)
In onze natuurlijke staat zijn wij allen slaven van Satan!
Wij houden van onze vuile meester, omarmen zijn keten en verlustigen ons in zijn dienstbaarheid. Dat er een vreselijk loon op zal volgen, bedenken wij nauwelijks.
Deze machtige veroveraar heeft een talrijke stoet gevangenen bij zich! Deze hoogmoedige meester, de ‘god dezer eeuw’, heeft in zijn duivelse gevolg een hele schare slaven die graag zijn bevelen uitvoeren. Zij gehoorzamen hem opgewekt terwijl hij hen naar de bodemloze put leidt.
Want hoewel hij hen hier in deze wereld vermaakt met wat speelgoed en snuisterijen, betaalt hij hun loon pas uit wanneer hij hen met lokken en vleien in die afschuwelijke afgrond heeft gebracht. Daarin ligt hijzelf al eeuwen te woelen.
In dewelke de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is. (2 Korinthe 4:4)
Om mij niet te laten verheffen
En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, namelijk een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen. Hierover heb ik den Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone. (2 Korinthe 12:7-9)
Reken erop: de familie van de Heere moet op de weg naar de hemel veel verdrukking doorstaan. Zo zegt het onfeilbare woord van de waarheid en zo spreekt de bevinding van elke door God geleerde ziel. Het volk van de Heere heeft in deze tijden van moeite, in deze pijnlijke oefeningen en in deze verwarrende beproevingen kracht nodig. Toch zendt de Heere deze beproevingen juist om hen leeg te maken en te ontdoen van hun ‘schepselskracht’.
Zo groot is de ‘eigengerechtigheid’ van ons hart en zo diep is het ‘wettisch denken’ met elke vezel van onze natuurlijke aard verweven, dat wij aan onze eigen gerechtigheid blijven vastklampen zolang er nog een draadje is om aan vast te houden. Wij blijven staan in onze eigen kracht zolang er nog een punt is om op te staan. Wij steunen op onze eigen wijsheid zolang er nog een greintje van over is!
Om ons dan uit te putten, leeg te maken, te ontkleden en te zuiveren van dit farizeïsche zuurdesem zendt de Heere … beproevingen, verzoekingen, smarten en verlegenheden.
Wat is hun uitwerking?
Zij leren ons onze zwakheid kennen en brengen ons op die ene en enige plaats waar God en de zondaar elkaar ontmoeten: de plaats van de hulpeloosheid van het schepsel.
Om ons dan op die plaats te brengen, moeten wij onze eigen volslagen zwakheid voelen. Zo leren wij bevindelijk de kracht van Christus kennen en voelen wij dat zij meer is dan een leer, een gedachte of een bespiegeling. Wij leren haar kennen als een innerlijke werkelijkheid die wij met het innerlijk gehemelte van onze ziel hebben geproefd. Zo wordt deze bevinding met goddelijke kracht in ons hart ingewerkt.
Als iemand de wereld liefheeft
Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. (1 Johannes 2:15)
Als de liefde van de Vader in ons is, zullen wij de wereld niet liefhebben — en de wereld zal ons ook niet liefhebben!
Zijn uw hart en geest nog in de wereld en bent u niet gescheiden van … haar gezelschap, haar vermaken, haar bezigheden, haar genoegens, haar vreugden, haar mensen en haar stelregels? Dan ontbreekt u zeker elk bewijs dat er een goddelijke verandering in uw ziel is gewrocht.
Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld. (Jakobus 4:4)


