9 maart
Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt.
Romeinen 6:17
Wat hebben wij reden om God te danken, dat Hij de apostel zo onderwezen heeft om te beschrijven hoe een zondaar gerechtvaardigd wordt. Want hoe zouden wij tot de kennis van deze verborgenheid gekomen zijn, zonder Goddelijke openbaring? Hoe konden wij weten in welke weg God rechtvaardig kon zijn en toch de Rechtvaardiger van de goddeloze? Hoe zouden wij al de volmaaktheden Gods kunnen zien, overeenstemmend in de Persoon en het werk van Jezus? Zijn wet gehandhaafd in al haar strikte zuiverheid en rechtvaardigheid, en hoe toch barmhartigheid, genade en liefde zich vrijelijk kunnen uitlaten tot zaligheid van de zondaar?
Doch de Geest Gods leidde Paulus diep in dit gezegende onderwerp en in het bijzonder deed Hij dit in de brief aan de Romeinen. Daarin beschreef Paulus deze grote fundamentele waarheid met zulk een kracht en klaarheid, gewicht en kracht, dat de kerk van God niet genoeg dankbaar kan zijn voor dit gedeelte van de Goddelijke openbaring. Zijn voornaamste onderwerp is aan te tonen, hoe God de goddeloze rechtvaardigt door het bloed en de gehoorzaamheid van Zijn beminde Zoon, zodat, gelijk door de ongehoorzaamheid van één velen tot zondaars zijn gesteld geworden, zo ook door de gehoorzaamheid van Eén velen tot rechtvaardigen gesteld worden. Hij verklaart, dat de rechtvaardigheid Gods is tot en over allen, die geloven, en dat door de verlossing, die in Christus Jezus is, Die God tot een verzoening heeft voorgesteld, door het geloof in Zijn bloed, Hij de zondaar de zonden vergeeft, de goddeloze rechtvaardigt en hem aanziet als rechtvaardig in de Zoon Zijner liefde.
De apostel, in Romeinen 5 dit onderwerp nader behandelende, brengt deze rechtvaardigmaking tot de vereniging van de kerk met haar Verbondshoofd. Hij toont ons haar stand in Christus, zowel als in Adam, en dat al haar ellende, die zij trekt uit het staan in Adam, wordt overtroffen door de barmhartigheden, die vloeien uit haar staan in Christus; besluitende met die hartverlevendigende waarheid, dat waar de zonde meerder geworden is, de genade veel meer overvloedig geweest is. Opdat gelijk de zonde geheerst heeft tot de dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven.
Dit is dan ook een vorm van onderwijs of stof voor lering, waarin de ziel wordt verlost, wanneer zij deze bevindelijk mag smaken en proeven. En doordat zij min of meer geleid wordt tot de waarachtige bevinding daarvan, wordt zij begunstigd met een eerbiedig berusten in en een kinderlijke onderwerping aan dit leerstuk als al haar zaligheid en al haar begeerte. En zoals de vorm haar gelijkenis afdrukt op het vochtige gips, of het gesmolten metaal in de vorm gegoten, zijn gedaante aanneemt, zo wordt het hart door het gezegend onderwijs van de Geest vertederd en ontvangt het de indruk van Zijn Goddelijke waarheid met kinderlijk vertrouwen. Het gevoelt haar zoetheid en kracht en is vervuld met een heilige verwondering daarvoor, als de enige weg, waarin God een goddeloze kan rechtvaardigen. En dit niet alleen zonder opoffering van enige Zijner deugden, maar Hij verheerlijkt zelfs daardoor de reinheid van Zijn natuur en de eisen van Zijn onveranderlijke rechtvaardigheid.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u zich afvraagt hoe een heilig God een goddeloze kan rechtvaardigen. U kent uw zonden en weet dat de wet niets van haar eisen laat vallen. Hoe kan God dan rechtvaardig blijven en toch u vergeven? Dat konden wij nooit zelf bedenken. Maar God heeft het geopenbaard: door het bloed en de gehoorzaamheid van Zijn beminde Zoon worden velen tot rechtvaardigen gesteld.
Waar de zonde meerder geworden is, is de genade veel meer overvloedig geweest. Vraag de Heere dat die leer niet alleen in uw hoofd blijft, maar uw hart vertedert, zoals gesmolten metaal de gedaante van de vorm aanneemt. Dan zult u er met kinderlijk vertrouwen in berusten als al uw zaligheid en al uw begeerte, en met de apostel zeggen: „Gode zij dank.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt.
Romeinen 6:17
Wat hebben wij een reden om God te danken dat Hij de apostel zo onderwezen heeft om te beschrijven hoe een zondaar gerechtvaardigd wordt. Want hoe zouden wij zonder goddelijke openbaring tot de kennis van deze verborgenheid gekomen zijn? Hoe konden wij weten op welke weg God rechtvaardig kon zijn en toch de Rechtvaardiger van de goddeloze? Hoe zouden wij al Gods volmaaktheden in de Persoon en het werk van Jezus met elkaar in overeenstemming kunnen zien? Hoe zouden wij kunnen zien dat Zijn wet gehandhaafd wordt in al haar strikte zuiverheid en rechtvaardigheid, en dat barmhartigheid, genade en liefde zich toch vrij kunnen uitstromen tot zaligheid van de zondaar?
Maar de Geest van God leidde Paulus diep in dit gezegende onderwerp binnen, en vooral deed Hij dit in de brief aan de Romeinen. Daarin beschreef Paulus deze grote fundamentele waarheid met zoveel kracht en helderheid, gewicht en kracht, dat de kerk van God niet dankbaar genoeg kan zijn voor dit deel van de goddelijke openbaring. Zijn voornaamste doel is aan te tonen hoe God de goddeloze rechtvaardigt door het bloed en de gehoorzaamheid van Zijn beminde Zoon, zodat, zoals door de ongehoorzaamheid van één velen tot zondaars gesteld zijn, zo ook door de gehoorzaamheid van Eén velen tot rechtvaardigen gesteld worden. Hij verklaart dat de rechtvaardigheid van God is tot allen en over allen die geloven. En hij verklaart dat God, door de verlossing die in Christus Jezus is, Die God tot een verzoening heeft voorgesteld door het geloof in Zijn bloed, de zondaar de zonden vergeeft, de goddeloze rechtvaardigt en hem aanziet als rechtvaardig in de Zoon van Zijn liefde.
De apostel behandelt dit onderwerp nader in Romeinen 5 en brengt deze rechtvaardigmaking daar terug tot de vereniging van de kerk met haar Verbondshoofd. Hij toont ons haar staat in Christus, maar ook die in Adam, en laat zien dat al haar ellende, die voortkomt uit haar staan in Adam, overtroffen wordt door de barmhartigheden die voortvloeien uit haar staan in Christus. Hij besluit met die hartverkwikkende waarheid dat, waar de zonde meerder geworden is, de genade veel meer overvloedig geweest is. Opdat, zoals de zonde geheerst heeft tot de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven.
Dit is dan ook een vorm van onderwijs of leerstof waaraan de ziel wordt overgegeven, wanneer zij die bevindelijk mag smaken en proeven. En doordat zij in meerdere of mindere mate tot de ware bevinding daarvan geleid wordt, wordt zij begunstigd met een eerbiedig berusten in en een kinderlijke onderwerping aan deze leer, als al haar zaligheid en al haar begeerte. Zoals de vorm zijn afdruk achterlaat in het vochtige gips, of zoals het gesmolten metaal dat in de vorm gegoten wordt, de gedaante daarvan aanneemt, zo wordt het hart door het gezegende onderwijs van de Geest vertederd en ontvangt het met kinderlijk vertrouwen de indruk van Zijn goddelijke waarheid. Het voelt haar zoetheid en kracht en is vervuld van een heilige verwondering daarover, omdat dit de enige weg is waarin God een goddeloze kan rechtvaardigen. En dat niet alleen zonder dat Hij één van Zijn deugden opoffert, maar Hij verheerlijkt daardoor zelfs de reinheid van Zijn natuur en de eisen van Zijn onveranderlijke rechtvaardigheid.
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat u zich afvraagt hoe een heilig God een goddeloze kan rechtvaardigen. U kent uw zonden en weet dat de wet niets van haar eisen laat vallen. Hoe kan God dan rechtvaardig blijven en u toch vergeven? Dat hadden wij nooit zelf kunnen bedenken. Maar God heeft het geopenbaard: door het bloed en de gehoorzaamheid van Zijn beminde Zoon worden velen tot rechtvaardigen gesteld.
Waar de zonde meerder geworden is, is de genade veel meer overvloedig geweest. Vraag de Heere of die leer niet alleen in uw hoofd blijft, maar uw hart vertedert, zoals gesmolten metaal de gedaante van de vorm aanneemt. Dan zult u er met kinderlijk vertrouwen in berusten als al uw zaligheid en al uw begeerte, en met de apostel zeggen: „Gode zij dank.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But God be thanked, that ye were the servants of sin, but ye have obeyed from the heart that form of doctrine which was delivered you.”
Romans 6:17
What reason have we to bless God that He so instructed His Apostle to set forth how a sinner is justified! For how could we have attained to the knowledge of this mystery without divine revelation? How could we know in what way God could be just, and yet the justifier of the ungodly? How could we see all the perfections of God harmonizing in the Person and work of Jesus? His law maintained in all its rigid purity and strictest justice, and yet mercy, grace, and love to have full play in a sinner’s salvation?
But the Spirit of God led Paul deeply into this blessed subject; and especially in the Epistle to the Romans does he trace out this grand foundation truth with such clearness, weight, and power, that the Church of God can never be sufficiently thankful for this portion of divine revelation. His grand object is to show how God justifies the ungodly by the blood and obedience of His dear Son; so that “as by one man’s disobedience many were made sinners, so by the obedience of one shall many be made righteous.” He declares that “the righteousness of God is unto and upon all those who believe;” and that “through the redemption that is in Christ Jesus, whom God has set forth to be an atoning sacrifice through faith in His blood,” He pardons the sinner, justifies the ungodly, and views him as righteous in the Son of His love.
In opening up this subject, the Apostle (Romans 5) traces up this justification to the union of the Church with her covenant Head; shows us her standing in Christ as well as in Adam; and that all the miseries which she derives from her standing in the latter are overbalanced by the mercies that flow from her standing in the former; winding up with that heart-reviving truth, that “where sin abounded, grace did much more abound; that as sin has reigned unto death, even so might grace reign through righteousness unto eternal life.”
This then is a “form of doctrine,” or mold of teaching, into which the soul is delivered when it is brought into a heart-felt reception of, and a feeling acquaintance with it; and by being led more or less into the experimental enjoyment of it, is favored with a solemn acquiescence in, and a filial submission to it, as all its salvation and all its desire. And as the mold impresses its image upon the moist plaster or melted metal poured into it, so the heart, softened and melted by the blessed Spirit’s teaching, receives the impress of this glorious truth with filial confidence, feels its sweetness and power, and is filled with a holy admiration of it as the only way in which God can justify an ungodly wretch, not only without sacrificing any one attribute of His holy character, but rather magnifying thereby the purity of His nature, and the demands of His unbending justice.
To the reader…
There are times when you wonder how a holy God can justify the ungodly. You know your sins, and you know that the law lets go of none of its demands. How, then, can God remain just and still forgive you? We could never have worked that out ourselves. But God has revealed it: through the blood and obedience of His beloved Son many are made righteous.
Where sin abounded, grace did much more abound. Ask the Lord that this doctrine may not stay only in your head, but may soften your heart, as melted metal takes the shape of the mold. Then you will rest in it with childlike trust as all your salvation and all your desire, and say with the apostle, “God be thanked.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Gracias a Dios, que aunque fuisteis siervos del pecado, habéis obedecido de corazón a aquella forma de doctrina a la cual sois entregados.”
Romanos 6:17
¡Qué motivo tenemos para bendecir a Dios porque instruyó así a Su apóstol para exponer cómo es justificado un pecador! Pues ¿cómo habríamos llegado al conocimiento de este misterio sin revelación divina? ¿Cómo podríamos saber de qué manera Dios podía ser justo y, sin embargo, el que justifica al impío? ¿Cómo podríamos ver todas las perfecciones de Dios armonizando en la Persona y obra de Jesús? ¿Su ley mantenida en toda su rígida pureza y su más estricta justicia, y, sin embargo, la misericordia, la gracia y el amor teniendo pleno juego en la salvación de un pecador?
Pero el Espíritu de Dios condujo a Pablo profundamente a este bendito tema; y especialmente en la Epístola a los Romanos traza esta gran verdad fundamental con tal claridad, peso y poder, que la Iglesia de Dios nunca podrá estar suficientemente agradecida por esta porción de la revelación divina. Su gran propósito es mostrar cómo Dios justifica al impío por la sangre y la obediencia de Su amado Hijo; de modo que “como por la desobediencia de un hombre los muchos fueron constituidos pecadores, así por la obediencia de uno los muchos serán constituidos justos”. Declara que “la justicia de Dios es para todos y sobre todos los que creen”; y que “por la redención que es en Cristo Jesús, al cual Dios ha propuesto en propiciación por la fe en Su sangre”, Él perdona al pecador, justifica al impío y le mira como justo en el Hijo de Su amor.
Al desarrollar este tema, el apóstol (Romanos 5) remonta esta justificación a la unión de la Iglesia con su Cabeza del pacto; nos muestra su posición en Cristo así como en Adán; y que todas las miserias que le vienen de su posición en este último son sobrepasadas por las misericordias que fluyen de su posición en el primero; concluyendo con aquella verdad que reaviva el corazón: que “cuando el pecado creció, sobrepujó la gracia; para que, de la manera que el pecado reinó para muerte, así también la gracia reine por la justicia para vida eterna”.
Esta es, pues, una “forma de doctrina”, o molde de enseñanza, al cual el alma es entregada cuando es llevada a recibirla de corazón y a conocerla con sentimiento; y al ser conducida, más o menos, a gozarla en la experiencia, es favorecida con un solemne asentimiento a ella y una filial sumisión a ella, como toda su salvación y todo su deseo. Y así como el molde imprime su imagen en el yeso húmedo o en el metal fundido que se vierte en él, así el corazón, ablandado y derretido por la enseñanza del bendito Espíritu, recibe la impresión de esta gloriosa verdad con confianza filial, siente su dulzura y su poder, y se llena de una santa admiración por ella como el único camino por el cual Dios puede justificar a un impío miserable, no solo sin sacrificar ninguno de los atributos de Su santo carácter, sino más bien engrandeciendo con ello la pureza de Su naturaleza y las demandas de Su inflexible justicia.
Al lector…
Hay momentos en que usted se pregunta cómo un Dios santo puede justificar al impío. Conoce sus pecados, y sabe que la ley no renuncia a ninguna de sus demandas. ¿Cómo, entonces, puede Dios seguir siendo justo y aun así perdonarle? Nunca habríamos podido descubrirlo nosotros mismos. Pero Dios lo ha revelado: por la sangre y la obediencia de Su amado Hijo, los muchos son constituidos justos.
Cuando el pecado creció, sobrepujó la gracia. Pida al Señor que esta doctrina no se quede solo en su cabeza, sino que ablande su corazón, como el metal fundido toma la forma del molde. Entonces descansará en ella con confianza de niño como toda su salvación y todo su deseo, y dirá con el apóstol: “Gracias a Dios.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl