Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Wie is de man, die de Heere vreest? Hij zal hem onderwijzen in de weg, die hij zal hebben te verkiezen.
Psalm 25:12

Heeft de Heere ooit een verkeerde stap gezet in de vele en wisselende omstandigheden die de kinderen van God bedroefd hebben? Misschien heeft Hij de natuur beschaamd, het verstand teleurgesteld en onze plannen volledig ondersteboven gekeerd. Misschien heeft Hij juist gedaan wat we het meest vreesden, en elk natuurlijk voornemen en iedere neiging van ons hart gedwarsboomd. Maar kunnen we daarom zeggen dat Hij gedwaald heeft, dat Hij gefaald heeft, dat Hij onverstandig heeft gehandeld, dat Hij niet heeft gedaan wat voor ons geestelijk welzijn nodig was? Morrend, weerspannig, ongelovig hart, zwijg! Zal de mens, de dwaze mens, een aardworm, een schepsel van een dag, zijn zwakke stem verheffen en zeggen dat God kan falen?

Uw pad is heel donker, heel moeilijk, heel droevig. U kunt Gods hand niet zien in de beproeving die op u drukt. U kunt niet geloven dat zij moet meewerken ten goede. Ik erken het. Ik heb het ook gevoeld. Ik heb het ook gekend. Maar de tijd zal komen dat dit donkere pad waarop u nu gaat, vol licht en helderheid zal zijn, en dat u de waarheid van deze woorden zult erkennen: „Hij bracht de blinden langs een weg, die zij niet kenden.”

Als we weten dat God oneindig wijs is, dat Hij niet kan dwalen en dat al Zijn daden het kenmerk van eeuwige wijsheid dragen, dan zwijgen we. Dan hebben we niets te zeggen; dan zijn we waar Aäron was. Toen Nadab en Abihu door de Heere getroffen werden, wist Aäron dat God niet kon dwalen; hij zweeg (Lev. 10:3). Dat is onze juiste plaats. Als we iets kennen van de dwaasheid van het schepsel, als we iets kennen van de wijsheid van God, dan is dit onze plaats. Wanneer onze dierbare Nadabs en Abihu’s voor onze ogen getroffen worden, moeten we zwijgen en onze mond in het stof steken. Want God voert Zijn bedoelingen uit ten aanschouwen van en ondanks natuur, verstand en rede.

Welzalig is het volk dat, dus gezegend,
dit heug’lijk lot door ’s Hemels gunst bejegent.
Welzalig is het volk, dat bij ’t genot
van overvloed de Heer heeft tot zijn God!

Ps. 144:7

Aan de lezer…

Hoe vaak is uw pad heel donker, heel moeilijk, heel droevig! Kunt u Gods hand niet zien in de beproeving die op u drukt, en kunt u niet geloven dat zij moet meewerken ten goede? Ik zeg niet dat u zich daarover moet schamen; ik erken het, ik heb het zelf gevoeld en gekend. Maar ik vraag u wel eerlijk: heeft de Heere ooit een verkeerde stap gezet? Ook niet toen Hij uw plannen ondersteboven keerde en juist deed wat u het meest vreesde?

Leg uw morrend, weerspannig hart dan het zwijgen op, niet uit bitterheid, maar omdat Hij oneindig wijs is en niet kan dwalen. Net als Aäron mag u uw mond in het stof steken, ook wanneer het dierbaarste u ontnomen wordt. De tijd zal komen dat dit donkere pad vol licht zal zijn, en dat u zult erkennen dat Hij u langs een weg bracht die u niet kende. Hij zal de man die Hem vreest onderwijzen in de weg die hij zal hebben te verkiezen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl