Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

8 juni

Een grote Hogepriester

Vandaag

3 min. lezen

Dewijl wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.
Hebreeën 4:14

Een ware, oprechte belijdenis van de godsdienst gaat altijd met moeilijkheden gepaard. Ik ben ervan overtuigd dat niemand dan God Zelf ons tot Zijn eer kan laten leven en ons in staat kan stellen die belijdenis met een goed geweten vast te houden. Kijk om te beginnen bijvoorbeeld eens naar ons afkerige hart. Onze natuur is geneigd tot afwijken; zij is altijd vatbaar voor het kwaad. Zij gaat even vanzelf achter afgoden aan als een steen naar de grond valt of een vlam omhoog stijgt. Als dit afkerige hart iemand voortdurend van het pad brengt, hoe moeilijk is het dan om een eerlijke, oprechte en genadige belijdenis van krachtige godsvrucht staande te houden!

Daarnaast valt de duivel Gods kinderen steeds opnieuw aan. Soms werkt hij in op hun ongeloof; soms wekt hij de ontrouw van hun gevallen natuur op; soms werpt hij vurige pijlen in hun gedachten; soms legt hij strikken om hun voeten te verstrikken; soms werkt hij in op de hartstochten en begeerten van hun gevallen natuur; soms probeert hij hen te misleiden als een engel des lichts. En soms brengt hij hun gedachten zo in verwarring dat zij nauwelijks meer weten waar ze zijn of wat ze zijn. Ze kunnen hun tekenen niet zien en hun kenmerken niet duidelijk lezen.

In de derde plaats brengt soms juist iemands verlangen om eerlijk en oprecht te zijn tegenover God hem ertoe bijna te zeggen: „Ik kan geen belijdenis meer doen, want ik heb te weinig bewijzen en zo weinig tekenen van Gods genade gekregen; er zijn zo weinig vruchten van de Geest in mij dat het lijkt alsof ik met God spot als ik nog langer met mijn belijdenis doorga.” Denk aan het innerlijk kwaad van ons hart, de verleidingen van de duivel, de talloze verwarringen waarin onze gedachten verstrikt raken, de doodsheid, duisternis, koude en het ongeloof waardoor we voortdurend worden bestookt. Dan lijkt het nu bijna even moeilijk als in vroeger tijden om een geloofwaardige belijdenis van krachtige godsvrucht staande te houden, of zelfs maar het ene geestelijke been voor het andere te slepen.

Maar hoe gaat de apostel met deze moeilijkheid om? Welke grond geeft hij ons om onze belijdenis vast te houden? Deze: „Dewijl wij dan een grote Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, de Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden” (Hebr. 4:14). Het is alsof hij zegt: „Er is een ruime voorraad voor u aangelegd in de volheid van de Zoon van God. Als het een ware belijdenis is, is Jezus er de Leidsman en Voleinder van.”

Lezen: Hebreeën 4

Aan de lezer…

Hoe vaak bent u zo ver gekomen dat u dacht: ik kan mijn belijdenis niet langer vasthouden, want ik heb te weinig tekenen van genade, en het lijkt alsof ik met God spot als ik zo doorga? Uw afkerige hart trekt u telkens van het pad, de vijand werpt zijn vurige pijlen, en doodsheid, koude en ongeloof bestoken u zonder ophouden. Het ene geestelijke been nog voor het andere zetten lijkt u te zwaar.

Zie dan waar de Schrift de grond legt. Niet in de kracht van uw geloof, niet in de helderheid van uw tekenen, maar hierin: „Wij hebben een grote Hogepriester, Die door de hemelen doorgegaan is.” Er ligt een ruime voorraad voor u in de volheid van de Zoon van God. Is uw belijdenis waar, dan is Hij er de Leidsman en Voleinder van, en Hij laat het werk van Zijn handen niet varen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl