8 januari
Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal al Uwe getuigenissen onderhouden.
Psalm 119:146
Indien gij u de boosheid van uw hart bewust zijt en ze bij ervaring kent, alsook de macht der zonde, de kracht der verzoeking, de list van uw onvermoeide vijand en die dagelijkse strijd tussen natuur en genade, het vlees en de geest, welke het eigenaardig kenmerk is van de levende familie des hemels, dan zult gij uw behoefte aan verlossing als een dagelijkse werkelijkheid ondervinden en gevoelen. Meen niet dat de enige verlossing die gevoeld en gekend wordt, de vroegere verlossing is — de verlossing aangebracht door de bloedstorting van de Zoon van God. Er is een tegenwoordige verlossing — een innerlijk gevoelde en voortdurende verlossing, geschonken uit de volheid van Christus, als een verrezen Middelaar.
Moet gij niet elke dag en bijna elk uur verlost worden? Maar waarvan? Wel, van alles dat in u strijd voert tegen de wil en het Woord van God. De zonde is in u nog niet dood. Indien gij met God verzoend en tot Zijn nabijheid gebracht zijt; indien gij belang hebt bij het kostelijk bloed van Christus; indien uw naam geschreven staat in het boek des levens des Lams, en de hemel uw eeuwige woonstede is, zo bevrijdt u dat alles nog niet van de inwoning der zonde, ook niet van de macht der zonde, tenzij de genade u er nu van verlost. De zonde werkt nog in uw vleselijk hart, en zal erin werken tot aan uw stervensuur. Waar gij dan van moet verlost worden, is de schuld, de onreinheid, de macht van, de liefde tot en het doen van de inwonende zonde.
Wend, Heer, mijn oog van d’ijdelheden af.
Verlevendig mijn hart door Uwe wegen,
dat mij ’t begaan dier paden vreugd verschaf.
Bevestig Gij toch aan Uw knecht de zegen,
waartoe Uw woord hem blijde hope gaf:
hij is oprecht tot Uwe vrees genegen.
Ps. 119:19
Aan de lezer…
Ontmoedigt het u dat de zonde nog altijd in u werkt? Meendet u dat het, als u eenmaal genade ontvangen had, voortaan anders zou zijn, en ontdekt u nu dagelijks de boosheid van uw hart, de kracht der verzoeking en de strijd tussen vlees en geest? Dan bent u niet alleen. Dit is juist het kenmerk van de levende familie des hemels. Wie geen strijd kent, roept ook niet om verlossing; maar u roept, en dat is geen slecht teken.
Er is niet alleen een verlossing die eens aan het kruis is aangebracht, maar ook een tegenwoordige verlossing, die elke dag en bijna elk uur geschonken wordt uit de volheid van Christus, de verrezen Middelaar. Hij blijft niet ver weg van uw strijd. Roep dan met de psalmist: „Ik heb U aangeroepen, verlos mij.” Breng uw schuld, uw onreinheid en de macht van uw zonde telkens opnieuw bij Hem. Hij wordt het niet moe u te verlossen, ook niet wanneer u het uzelf al lang moe bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal al Uwe getuigenissen onderhouden.
Psalm 119:146
Misschien bent u zich bewust van de boosheid van uw hart en kent u die uit ervaring. Misschien kent u ook de macht van de zonde, de kracht van de verzoeking, de list van uw onvermoeide vijand en die dagelijkse strijd tussen natuur en genade, tussen vlees en geest, die het bijzondere kenmerk is van de levende familie van de hemel. Dan zult u uw behoefte aan verlossing als een dagelijkse werkelijkheid ondervinden en voelen. Denk niet dat de enige verlossing die gevoeld en gekend wordt, de verlossing uit het verleden is: de verlossing die is aangebracht door het bloedvergieten van de Zoon van God. Er is ook een verlossing in het heden: een innerlijk gevoelde en voortdurende verlossing, geschonken uit de volheid van Christus als de opgestane Middelaar.
Moet u niet elke dag, en bijna elk uur, verlost worden? Maar waarvan? Wel, van alles in u wat strijdt tegen de wil en het Woord van God. De zonde is in u nog niet dood. Misschien bent u met God verzoend en in Zijn nabijheid gebracht. Misschien hebt u deel aan het kostbare bloed van Christus, staat uw naam geschreven in het boek des levens des Lams, en is de hemel uw eeuwige woonplaats. Toch bevrijdt dat alles u nog niet van de inwoning van de zonde, en ook niet van de macht van de zonde, tenzij de genade u er nu van verlost. De zonde werkt nog in uw vleselijk hart en zal daarin werken tot aan uw stervensuur. Waarvan u dus verlost moet worden, is de schuld, de onreinheid, de macht van, de liefde tot en het doen van de inwonende zonde.
Wend, Heer, mijn oog van d’ijdelheden af.
Verlevendig mijn hart door Uwe wegen,
dat mij ’t begaan dier paden vreugd verschaf.
Bevestig Gij toch aan Uw knecht de zegen,
waartoe Uw woord hem blijde hope gaf:
hij is oprecht tot Uwe vrees genegen.
Ps. 119:19
Aan de lezer…
Ontmoedigt het u dat de zonde nog altijd in u werkt? Dacht u dat het voortaan anders zou zijn als u eenmaal genade ontvangen had, en ontdekt u nu dagelijks de boosheid van uw hart, de kracht van de verzoeking en de strijd tussen vlees en geest? Dan bent u niet alleen. Dit is juist het kenmerk van de levende familie van de hemel. Wie geen strijd kent, roept ook niet om verlossing; maar u roept, en dat is geen slecht teken.
Er is niet alleen een verlossing die eens aan het kruis is aangebracht, maar ook een verlossing in het heden, die elke dag en bijna elk uur geschonken wordt uit de volheid van Christus, de opgestane Middelaar. Hij blijft niet ver weg van uw strijd. Roep dan met de psalmist: „Ik heb U aangeroepen, verlos mij.” Breng uw schuld, uw onreinheid en de macht van uw zonde telkens opnieuw bij Hem. Hij wordt het niet moe u te verlossen, ook niet wanneer u het uzelf allang moe bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
I cried unto Thee; save me, and I shall keep Thy testimonies.
Psalm 119:146
If you know anything for yourself inwardly and experimentally of the evils of your heart, the power of sin, the strength of temptation, the subtlety of your unwearied foe, and that daily conflict between nature and grace, the flesh and the spirit, which is the peculiar mark of the living family of heaven, you will find and feel your need of salvation as a daily reality. Do not think that the only salvation to be felt and known is salvation past—salvation accomplished by the blood shedding and death of the Son of God.
There is present salvation—an inward, experimental, and continual salvation communicated out of the fullness of Christ as a risen Mediator. Don’t you need to be daily and almost hourly saved? But from what? Why, from everything in you that fights against the will and Word of God. Sin is not dead in you.
If you are reconciled and brought near to God; if you have an interest in the precious blood of Christ; if your name is written in the Lamb’s book of life, and heaven is your eternal home, that does not deliver you from the indwelling of sin, nor from the power of sin either, except as grace gives you present deliverance from it. Sin still works in your carnal mind, and will work in it until your dying hour. What then you need to be saved from is the guilt, filth, power, love, and practice of indwelling sin.
To the reader…
Are you discouraged that sin is still at work in you? Did you think that things would be different from now on once you had received grace, and do you now discover daily the wickedness of your heart, the power of temptation and the conflict between flesh and spirit? Then you are not alone. This is precisely the mark of the living family of heaven. Whoever knows no conflict does not cry for deliverance either; but you are crying, and that is no bad sign.
There is not only a salvation once accomplished at the cross, but also a present salvation, given every day and almost every hour out of the fullness of Christ, the risen Mediator. He does not stay far off from your conflict. Cry, then, with the psalmist: “I cried unto Thee; save me.” Bring your guilt, your uncleanness and the power of your sin to Him again and again. He does not grow weary of saving you, not even when you have long grown weary of yourself.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
A Ti clamé; sálvame, y guardaré Tus testimonios.
Salmo 119:146
Si usted sabe algo por sí mismo, interior y experimentalmente, de los males de su corazón, del poder del pecado, de la fuerza de la tentación, de la astucia de su incansable enemigo, y de aquel conflicto diario entre la naturaleza y la gracia, entre la carne y el espíritu, que es la señal particular de la familia viviente del cielo, hallará y sentirá su necesidad de salvación como una realidad diaria. No piense que la única salvación que se puede sentir y conocer es la salvación pasada, la salvación consumada por el derramamiento de la sangre y la muerte del Hijo de Dios.
Hay una salvación presente: una salvación interior, experimental y continua, comunicada de la plenitud de Cristo como Mediador resucitado. ¿No necesita usted ser salvado cada día y casi cada hora? Pero ¿de qué? Pues de todo lo que en usted lucha contra la voluntad y la Palabra de Dios. El pecado no está muerto en usted.
Si usted ha sido reconciliado y acercado a Dios; si tiene parte en la preciosa sangre de Cristo; si su nombre está escrito en el libro de la vida del Cordero, y el cielo es su hogar eterno, eso no le libra de que el pecado more en usted, ni tampoco del poder del pecado, salvo en cuanto la gracia le da una liberación presente de él. El pecado sigue obrando en su mente carnal, y obrará en ella hasta la hora de su muerte. Aquello de lo que usted necesita ser salvado, pues, es la culpa, la inmundicia, el poder, el amor y la práctica del pecado que mora en usted.
Al lector…
¿Está usted desanimado porque el pecado sigue obrando en usted? ¿Pensaba que las cosas serían distintas desde que recibió la gracia, y ahora descubre cada día la maldad de su corazón, el poder de la tentación y el conflicto entre la carne y el espíritu? Entonces no está solo. Esta es precisamente la señal de la familia viviente del cielo. Quien no conoce conflicto tampoco clama por liberación; pero usted clama, y eso no es mala señal.
No hay solamente una salvación consumada una vez en la cruz, sino también una salvación presente, dada cada día y casi cada hora de la plenitud de Cristo, el Mediador resucitado. Él no se queda lejos de su lucha. Clame, pues, con el salmista: “A Ti clamé; sálvame”. Lleve su culpa, su inmundicia y el poder de su pecado a Él una y otra vez. Él no se cansa de salvarle, ni aun cuando usted ya hace tiempo que se ha cansado de sí mismo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl