Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

7 juni

Christus’ zitten ter rechterhand Gods

Vandaag

2 min. lezen

Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige, en Hij is een verzoening voor onze zonden.
1 Johannes 2:1-2

Hier komt de gezegende, eeuwig levende Pleitbezorger en Voorspraak aan de rechterhand van de Vader naar voren. Door Zijn bloed en liefde met kracht toe te passen, zegt Hij tot de ziel: „Ik ben uw heil.” Daarom wordt van Hem gezegd: „Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden” (Hebr. 7:25).

Wie zal Gods „volkomenlijk” beschrijven, wie zal het begrenzen? David, „van de einden der aarde” (Ps. 135:7); Heman, „in de ondersten kuil gelegd, in duisternissen, in diepten” (Ps. 88:7); Hizkia, „van de poorten des grafs en de groeve der vertering” (Jes. 38:10, 17); Jeremia, „uit de ondersten kuil”, waar de wateren over zijn hoofd vloeiden, en hij zei: „Ik ben afgesneden!” (Klaagl. 3:54, 55); Jona, „uit de buik des grafs” (Jon. 2:2). Al deze uitnemend onderwezen en diep beproefde heiligen van God kenden zowel het „volkomenlijk” van de mens als dat van God. Zij wisten dat het „volkomenlijk” van de mens zonde, hel en wanhoop was, en dat Gods „volkomenlijk” barmhartigheid, verlossing en de hemel was. Nooit wordt de macht van de voorspraak van onze grote Hogepriester zo duidelijk bewezen als wanneer zij volkomen zalig maakt.

Juist hier erkennen we hoe werkelijk en gezegend het is dat we zo’n Voorspraak hebben bij de Vader, tegen Wie en voor Wiens aangezicht we gezondigd hebben. De Heere maakt het ons mogelijk onze zaak in Zijn handen te leggen, hoe ernstig of hopeloos die ook is, en te wachten totdat we Hem zien verschijnen om ons zalig te maken.

Lezen: Psalm 57

Aan de lezer…

Is uw zaak zo ernstig, dat u denkt dat het te laat is? Kijk dan, lezer, naar dat woord „volkomenlijk”. De heiligen van God hebben gelegen in de ondersten kuil, in duisternis en diepten, aan de poorten des grafs, met de wateren boven hun hoofd. Ze kenden het „volkomenlijk” van de mens: zonde, hel en wanhoop. Maar ze leerden ook Gods „volkomenlijk” kennen: barmhartigheid, verlossing en de hemel.

Er is geen diepte waaruit Hij niet zalig kan maken, want Hij leeft altijd om voor de Zijnen te bidden. Hij is de eeuwig levende Voorspraak aan de rechterhand van de Vader, en Hij kan nog tot een verloren ziel zeggen: „Ik ben uw heil.” Leg dan uw zaak, hoe hopeloos ook, in Zijn handen. Ga door Hem tot God, en wacht tot u Hem ziet verschijnen om u zalig te maken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl